2013-03-30 | BWBR0003880 | Besluit gelijkstelling niet-Nederlanders met Nederlanders (Algemene Ouderdomswet)

This commit is contained in:
Coornhert 2013-03-30 12:00:00 +00:00
parent 3bf4cbae05
commit 4464ffb912

View file

@ -12,33 +12,33 @@ citeertitel: Besluit gelijkstelling niet-Nederlanders met Nederlanders (Algemene
### Artikel 1
**1.** Voor de toepassing van de artikelen 56 en 59 van de Algemene Ouderdomswet (*Stb.* 1985, 181) worden, zolang zij binnen het Rijk wonen, met Nederlanders gelijkgesteld niet-Nederlanders, die na het bereiken van de twintigjarige leeftijd gedurende ten minste vijftien jaren al dan niet onafgebroken binnen het Rijk hebben gewoond, mits zij gedurende de vijf aan het bereiken van de 65-jarige leeftijd onmiddellijk voorafgaande jaren onafgebroken binnen het Rijk hebben gewoond.
**1.** Voor de toepassing van artikel 56 van de Algemene Ouderdomswet (*Stb.* 1985, 181) worden, zolang zij binnen het Rijk wonen, met Nederlanders gelijkgesteld niet-Nederlanders, die na het bereiken van de twintigjarige leeftijd gedurende ten minste vijftien jaren al dan niet onafgebroken binnen het Rijk hebben gewoond, mits zij gedurende de vijf aan het bereiken van de 65-jarige leeftijd onmiddellijk voorafgaande jaren onafgebroken binnen het Rijk hebben gewoond.
**2.** Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid wordt het wonen van een lid van de bemanning aan boord van een schip dat binnen het Rijk zijn thuishaven heeft, niet als wonen binnen het Rijk beschouwd.
### Artikel 2
Voor de toepassing van de artikelen 56 en 59 van de Algemene Ouderdomswet worden, zolang zij binnen het Rijk wonen, met Nederlanders gelijkgesteld vluchtelingen in de zin van het op 28 juli 1951 te Genève tot stand gekomen Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (*Trb.* 1951, 131) en van artikel 1, eerste lid, van het protocol van 31 januari 1967, behorend bij dit Verdrag, met inachtneming van de bij de ondertekening afgelegde verklaring als bedoeld in artikel I, Afdeling B, van dat Verdrag.
Voor de toepassing van artikel 56 van de Algemene Ouderdomswet worden, zolang zij binnen het Rijk wonen, met Nederlanders gelijkgesteld vluchtelingen in de zin van het op 28 juli 1951 te Genève tot stand gekomen Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (*Trb.* 1951, 131) en van artikel 1, eerste lid, van het protocol van 31 januari 1967, behorend bij dit Verdrag, met inachtneming van de bij de ondertekening afgelegde verklaring als bedoeld in artikel I, Afdeling B, van dat Verdrag.
### Artikel 3
Voor de toepassing van de artikelen 56 en 59 van de Algemene Ouderdomswet worden, zolang zij binnen het Rijk wonen, voorts met Nederlanders gelijkgesteld niet-Nederlanders, afkomstig uit Indonesië, het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea of het voormalige Westelijk Nieuw-Guinea, die zich vóór 1 januari 1968 met toestemming van de Nederlandse regering in Nederland hebben gevestigd en die op het tijdstip van hun vestiging in Nederland 50 jaar of ouder waren.
Voor de toepassing van artikel 56 van de Algemene Ouderdomswet worden, zolang zij binnen het Rijk wonen, voorts met Nederlanders gelijkgesteld niet-Nederlanders, afkomstig uit Indonesië, het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea of het voormalige Westelijk Nieuw-Guinea, die zich vóór 1 januari 1968 met toestemming van de Nederlandse regering in Nederland hebben gevestigd en die op het tijdstip van hun vestiging in Nederland 50 jaar of ouder waren.
### Artikel 4
Voor de toepassing van de artikelen 56 en 59 van de Algemene Ouderdomswet worden met Nederlanders gelijkgesteld staatsburgers van de Verenigde Staten van Amerika, die gedurende de zes aan het bereiken van de 65-jarige leeftijd onmiddellijk voorafgaande jaren onafgebroken binnen het Rijk hebben gewoond.
Voor de toepassing van artikel 56 van de Algemene Ouderdomswet worden met Nederlanders gelijkgesteld staatsburgers van de Verenigde Staten van Amerika, die gedurende de zes aan het bereiken van de 65-jarige leeftijd onmiddellijk voorafgaande jaren onafgebroken binnen het Rijk hebben gewoond.
### Artikel 5
Voor de toepassing van de artikelen 56 en 59 van de Algemene Ouderdomswet worden met Nederlanders gelijkgesteld onderdanen van een land, dat het op 22 juni 1935 te Genève tot stand gekomen Verdrag (nr. 48) van de Internationale Arbeidsorganisatie betreffende behoud van pensioenrechten van migranten, 1935, heeft bekrachtigd.
Voor de toepassing van artikel 56 van de Algemene Ouderdomswet worden met Nederlanders gelijkgesteld onderdanen van een land, dat het op 22 juni 1935 te Genève tot stand gekomen Verdrag (nr. 48) van de Internationale Arbeidsorganisatie betreffende behoud van pensioenrechten van migranten, 1935, heeft bekrachtigd.
### Artikel 6
Voor de toepassing van de artikelen 56 en 59 van de Algemene Ouderdomswet worden met Nederlanders gelijkgesteld niet-Nederlanders, die de Surinaamse nationaliteit bezitten.
Voor de toepassing van artikel 56 van de Algemene Ouderdomswet worden met Nederlanders gelijkgesteld niet-Nederlanders, die de Surinaamse nationaliteit bezitten.
### Artikel 6a
**1.** Voor de toepassing van de artikelen 56 en 59 van de Algemene Ouderdomswet worden met Nederlanders gelijkgesteld personen die op 31 december 1984 Nederlander waren en het Nederlanderschap nadien als gevolg van artikel 15, onderdeel c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap hebben verloren.
**1.** Voor de toepassing van artikel 56 van de Algemene Ouderdomswet worden met Nederlanders gelijkgesteld personen die op 31 december 1984 Nederlander waren en het Nederlanderschap nadien als gevolg van artikel 15, onderdeel c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap hebben verloren.
**2.** Het eerste lid is van toepassing indien het ouderdomspensioen van de pensioengerechtigde vóór 1 januari 2000 is ingegaan.