2015-07-01 | BWBR0011353 | Wet inkomstenbelasting 2001
This commit is contained in:
parent
05b92790b3
commit
4483d87812
1 changed files with 7 additions and 6 deletions
|
|
@ -4562,13 +4562,14 @@ c. *promotiekosten:* de kosten van publicatie van het proefschrift alsmede de ko
|
|||
|
||||
### Artikel 6.28
|
||||
|
||||
**1.** Scholingsuitgaven komen niet voor aftrek in aanmerking voor zover voor een opleiding of studie aan de belastingplichtige vrijgestelde uitkeringen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 3.104, onderdelen d, e, h, onder 3°, m en q, worden verstrekt.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Scholingsuitgaven komen niet voor aftrek in aanmerking voor zover voor de desbetreffende opleiding of studie aan de belastingplichtige een prestatiebeurs als bedoeld in de artikelen 4.7, eerste en tweede lid, of 5.2, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 is toegekend.
|
||||
Scholingsuitgaven komen niet voor aftrek in aanmerking indien:
|
||||
|
||||
**3.** Indien de prestatiebeurs, bedoeld in het tweede lid, op grond van de bepalingen in hoofdstuk 4, onderscheidenlijk hoofdstuk 5, van de Wet studiefinanciering 2000 definitief niet wordt omgezet in een gift, komen de scholingsuitgaven die op grond van het tweede lid niet voor aftrek in aanmerking zijn gekomen, alsnog voor aftrek in aanmerking in het jaar waarin die prestatiebeurs definitief niet wordt omgezet in een gift.
|
||||
a. de belastingplichtige voor de desbetreffende opleiding of studie aanspraak heeft op studiefinanciering als bedoeld in artikel 3.1, eerste of tweede lid, van de Wet studiefinanciering 2000 of indien deze op grond van enige overgangsbepaling opgenomen in die wet een overeenkomstige aanspraak op studiefinanciering heeft, of
|
||||
b. aan de belastingplichtige uitkeringen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 3.104, onderdelen e, m of q, worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**4.** De ingevolge het derde lid in aanmerking te nemen scholingsuitgaven worden gesteld op een bedrag van € 2.443 per studiejaar voor het hoger onderwijs en op een bedrag van € 1.693 per studiejaar voor het beroepsonderwijs waarop de prestatiebeurs, bedoeld in het tweede lid, die definitief niet wordt omgezet in een gift betrekking heeft dan wel, indien dit lager is, op het bedrag van die prestatiebeurs. Indien de omzetting van de prestatiebeurs niet het gehele studiejaar betreft worden de in de eerste volzin opgenomen bedragen naar tijdsgelang herrekend.
|
||||
**2.** Scholingsuitgaven komen niet voor aftrek in aanmerking voor zover voor een opleiding of studie aan de belastingplichtige uitkeringen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 3.104, onderdeel h, onder 3°, worden verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.29
|
||||
|
||||
|
|
@ -5157,7 +5158,7 @@ b. indien de belastingplichtige een niet in Nederland wonende artiest of beroeps
|
|||
|
||||
### Artikel 10.1
|
||||
|
||||
**1.** Bij het begin van het kalenderjaar worden de in de artikelen 2.10, 2.10a, 3.15, eerste lid, 3.41, 3.42, 3.47, 3.77, 3.87, 3.125, 3.126a, 3.127, tweede lid, 3.129, 3.133, 5.3, 5.5, 5.6, 5.10, 5.13, 6.17, derde lid, 6.20, 6.28, 8.10, 8.11, tweede lid, eerste volzin, onderdeel a, 8.14a, 8.16a, 8.17, 8.18, 9.4 en 10.7 vermelde bedragen, het in artikel 3.127, derde lid, laatst vermelde bedrag en het in artikel 8.11, tweede lid, eerste volzin, onderdeel b, als tweede vermelde bedrag bij ministeriële regeling vervangen door andere. Deze bedragen worden berekend door de te vervangen bedragen te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen. Indien in het voorafgaande jaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag.
|
||||
**1.** Bij het begin van het kalenderjaar worden de in de artikelen 2.10, 2.10a, 3.15, eerste lid, 3.41, 3.42, 3.47, 3.77, 3.87, 3.125, 3.126a, 3.127, tweede lid, 3.129, 3.133, 5.3, 5.5, 5.6, 5.10, 5.13, 6.17, derde lid, 6.20, 8.10, 8.11, tweede lid, eerste volzin, onderdeel a, 8.14a, 8.16a, 8.17, 8.18, 9.4 en 10.7 vermelde bedragen, het in artikel 3.127, derde lid, laatst vermelde bedrag en het in artikel 8.11, tweede lid, eerste volzin, onderdeel b, als tweede vermelde bedrag bij ministeriële regeling vervangen door andere. Deze bedragen worden berekend door de te vervangen bedragen te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen. Indien in het voorafgaande jaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking in zoverre van het eerste lid, tweede volzin, wordt het bedrag dat is vermeld in de tweede regel van de tweede kolom en in de derde regel van de eerste kolom van de tabel in artikel 2.10, eerste lid, berekend door het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de uitkomst van de formule: 1 + (75% x (tabelcorrectiefactor – 1)).
|
||||
|
||||
|
|
@ -5675,7 +5676,7 @@ Indien het aantal kalenderjaren tussen 1 januari 2015 en het moment waarop arti
|
|||
|
||||
### Artikel 10a.16
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Artikel 6.28, zoals dat luidde op 30 juni 2015, blijft van toepassing op scholingsuitgaven die betrekking hebben op studiejaren tot en met het studiejaar 2014/2015.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 10b
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue