2002-03-08 | BWBR0004838 | Overdrachtsbesluit Wet toezicht beleggingsinstellingen

This commit is contained in:
Coornhert 2002-03-08 12:00:00 +00:00
parent 024485a25e
commit 4493ed7490

View file

@ -0,0 +1,49 @@
---
titel: Overdrachtsbesluit Wet toezicht beleggingsinstellingen
bwb_id: BWBR0004838
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '1998-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0004838
citeertitel: Overdrachtsbesluit Wet toezicht beleggingsinstellingen
---
# Overdrachtsbesluit Wet toezicht beleggingsinstellingen
### Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet toezicht beleggingsinstellingen (*Stb.* 1990, 380);
b. Onze minister: Onze Minister van Financiën;
c. de Bank: de Nederlandsche Bank N.V.
### Artikel 2
**1.** Met inachtneming van het bepaalde in artikel 29, eerste lid, van de wet worden de taken en bevoegdheden die Onze minister op grond van deze wet heeft, overgedragen aan de Bank, voor zover deze taken en bevoegdheden geen betrekking hebben op de uitoefening van het toezicht inzake het Besluit financiële bijsluiter.
**2.** De taken en bevoegdheden die Onze minister op grond van de artikelen 12, 19, 20, 21, 24, vierde lid, 26, 28, 33b, eerste lid, 33c, eerste lid en 33m, eerste lid, van de wet heeft, worden overgedragen aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten, voor zover deze taken en bevoegdheden betrekking hebben op het toezicht op de naleving van het bij of krachtens het Besluit financiële bijsluiter bepaalde.
**3.** Over door de Bank of de Stichting Autoriteit Financiële Markten, krachtens de ingevolge het eerste of het tweede lid overgedragen taken en bevoegdheden te stellen regels wordt vooraf overleg gevoerd met Onze minister.
### Artikel 3
Aan de overdracht van de taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 2 worden de volgende beperkingen gesteld en voorschriften verbonden:
1. voor zover de Bank ingevolge de krachtens de artikelen 5, 6 en 12 van de wet vast te stellen algemene maatregel van bestuur de bevoegdheid heeft om effectenbeurzen aan te wijzen, dient die aanwijzing te geschieden na overleg met de Stichting Toezicht Effectenverkeer;
2. schriftelijke afspraken tussen de Bank en andere toezichthoudende autoriteiten, die tot uitwerking van de in artikel 27 van de wet bedoelde informatie-uitwisseling dienen, moeten, alvorens zij door de Bank worden gesloten aan Onze minister ter instemming worden voorgelegd; deze instemming kan slechts worden onthouden indien naar het oordeel van Onze minister de belangen die worden gediend door verdragen als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de wet dan wel het algemeen belang zich tegen die afspraken verzetten;
3. in schriftelijke afspraken, als bedoeld in onderdeel 2, die worden gesloten met toezichthoudende autoriteiten uit een Staat waarmee het Koninkrijk nog geen verdrag tot informatie-uitwisseling heeft gesloten, dient te worden bepaald dat die afspraken wederom de instemming van Onze minister zullen behoeven bij de totstandkoming nadien van een dergelijk verdrag met die Staat; deze instemming kan slechts worden onthouden indien naar het oordeel van Onze minister de belangen die door dat verdrag worden gediend zich tegen die afspraken verzetten;
4. de Bank dient aan Onze minister inlichtingen te verstrekken, voor zover zij daarover beschikt, die van betekenis kunnen zijn voor:
a. de aanwijzing als bedoeld in artikel 7, onder *c*, van de wet;
b. het verlenen of intrekken van een vrijstelling als bedoeld in artikel 14 van de wet;
c. de toepassing van artikel 30 van de wet;
d. de aanwijzing als bedoeld in artikel 32 van de wet.
### Artikel 4
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.
### Artikel 5
Dit besluit wordt aangehaald als: Overdrachtsbesluit Wet toezicht beleggingsinstellingen.