From 449e4859da7b32a0c8ac8c5cda576c3d4448e393 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 6 Jun 2012 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2012-06-06 | BWBR0006622 | Wegenverkeerswet 1994 --- .../BWBR0006622/README.md | 76 +++++++++++++------ 1 file changed, 54 insertions(+), 22 deletions(-) diff --git a/wet/wegenverkeerswet-1994/BWBR0006622/README.md b/wet/wegenverkeerswet-1994/BWBR0006622/README.md index e8ba8863fb3..c9cd05f0581 100644 --- a/wet/wegenverkeerswet-1994/BWBR0006622/README.md +++ b/wet/wegenverkeerswet-1994/BWBR0006622/README.md @@ -190,6 +190,7 @@ d. het afgeven van keuringsrapporten voor motorrijtuigen en aanhangwagens, e. het behandelen van bezwaren tegen afgegeven keuringsrapporten, f. het in het kader van de toelating tot het verkeer op de weg verlenen van goedkeuringen voor motorrijtuigen en aanhangwagens waarvan de constructie is gewijzigd dan wel waarvan het kentekenbewijs is ingevorderd, g. het afgeven van rijbewijzen in de gevallen, bedoeld in artikel 116, eerste lid, alsmede het ongeldigverklaren van rijbewijzen in de in deze wet bepaalde gevallen, +g1. het afgeven van een verklaring in verband met de aanvraag van een rijbewijs, h. het verwerken van gegevens met betrekking tot opgegeven kentekens, afgegeven kentekenbewijzen, afgegeven keuringsrapporten, krachtens artikel 149a verleende ontheffingen, afgegeven rijbewijzen , fietsen en de mobiele objecten, bedoeld in artikel 70l, eerste lid, alsmede met betrekking tot rechterlijke uitspraken houdende ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen, i. het overeenkomstig de bij of krachtens deze wet vastgestelde bepalingen verstrekken van gegevens uit de in onderdeel h bedoelde registers alsmede het houden van toezicht als bedoeld in artikel 45a, eerste lid, j. het verlenen van erkenningen als bedoeld in de artikelen 62, 70a, 83 en 101, en het verlenen van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen als bedoeld in artikel 85a alsmede het schorsen, wijzigen en intrekken van erkenningen en van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen, @@ -197,7 +198,7 @@ j1: de bevoegdheid tot het aanwijzen van een technische dienst voor het uitvoere k. het houden van toezicht op de naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit de in onderdeel j bedoelde erkenningen en van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen alsmede op de verplichtingen die voortvloeien uit de in onderdeel j1 bedoelde aanwijzing als technische dienst, l. het verlenen van ontheffingen als bedoeld in artikel 149a, m. het opsporen van bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten, voor zover de ambtenaren van de Dienst Wegverkeer daarmee ingevolge artikel 159 zijn belast, en -n. het met inachtneming van het bepaalde in artikel 4q vaststellen van de tarieven, bedoeld in de artikelen 22, eerste lid, 22a, eerste lid, 22b, tweede lid, 23, tweede lid, 23a, tweede lid, 25a, eerste lid, 25b, tweede lid26, eerste lid, 26a, tweede lid, 29, tweede lid, 30, 31, 37, vierde lid, 43, zesde en zevende lid, 45a, derde lid, 48, eerste lid, 55, eerste lid, 63, eerste lid, 64, tweede lid, 67, eerste lid, 70, tweede lid, 70d, eerste lid, 70e, tweede lid, 70k, vierde en vijfde lid, 70l, vierde lid,75, eerste lid, 80, eerste lid, 84, eerste lid, 86, vijfde lid, 90, vierde lid, 91, vierde lid, 99, eerste lid, 101, eerste lid, 102, tweede lid, 106, eerste lid, 106a, derde lid, jo. 101, eerste lid, respectievelijk jo. 102, eerste lid, 111, vijfde lid, 128, eerste lid, 132e, eerste en tweede lid, 132g, eerste lid, 132h, derde lid, 132l, eerste lid, en tweede lid, onderdeel f, 132m, vierde lid, 144, eerste lid, en 149a, vierde lid, alsmede het vaststellen van de wijze van betaling van deze tarieven, +n. het met inachtneming van het bepaalde in artikel 4q vaststellen van de tarieven, bedoeld in de artikelen 22, eerste lid, 22a, eerste lid, 22b, tweede lid, 23, tweede lid, 23a, tweede lid, 25a, eerste lid, 25b, tweede lid26, eerste lid, 26a, tweede lid, 29, tweede lid, 30, 31, 37, vierde lid, 43, zesde en zevende lid, 45a, derde lid, 48, eerste lid, 55, eerste lid, 63, eerste lid, 64, tweede lid, 67, eerste lid, 70, tweede lid, 70d, eerste lid, 70e, tweede lid, 70k, vierde en vijfde lid, 70l, vierde lid,75, eerste lid, 80, eerste lid, 84, eerste lid, 86, vijfde lid, 90, vierde lid, 91, vierde lid, 99, eerste lid, 101, eerste lid, 102, tweede lid, 106, eerste lid, 106a, derde lid, jo. 101, eerste lid, respectievelijk jo. 102, eerste lid, 111, vijfde lid, 128, eerste lid, 132e, eerste en tweede lid, 132g, eerste lid, 132h, derde lid, 132l, eerste lid, en tweede lid, onderdeel f, 132m, vierde lid, 144, eerste lid, en 149a, vierde lid, het vaststellen van het tarief voor de in onderdeel g1 bedoelde verklaring, alsmede het vaststellen van de wijze van betaling van deze tarieven, o. het sluiten van overeenkomsten met betrekking tot de productie van rijbewijzen, de aflevering ervan en het beheer van de daartoe benodigde voorzieningen; p. het attenderen van houders van een rijbewijs op het verloop van de geldigheidsduur. @@ -497,7 +498,7 @@ b. het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan **3.** -In afwijking van het tweede lid is het de bestuurder van een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs is vereist, indien sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs is afgegeven nog geen vijf jaren zijn verstreken, dan wel, indien het voor het eerst afgegeven rijbewijs een rijbewijs betreft dat de bevoegdheid geeft tot het besturen van bromfietsen en dit rijbewijs is afgegeven aan een persoon die op het ogenblik van die afgifte de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, nog geen zeven jaar zijn verstreken, en de eerste afgifte van het rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden, verboden dat motorrijtuig te besturen of als bestuurder te doen besturen na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat: +In afwijking van het tweede lid is het de bestuurder van een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs is vereist, indien sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs is afgegeven nog geen vijf jaren zijn verstreken, dan wel, indien het voor het eerst afgegeven rijbewijs een rijbewijs betreft dat is afgegeven aan een persoon die op het ogenblik van die afgifte de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, nog geen zeven jaar zijn verstreken, en de eerste afgifte van het rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden, verboden dat motorrijtuig te besturen of als bestuurder te doen besturen na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat: a. het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, dan wel b. het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 0,2 milligram per milliliter bloed. @@ -517,7 +518,7 @@ b. aan wie deelname aan het alcoholslotprogramma is opgelegd, tot het tijdstip w **1.** Het is degene die weet of redelijkerwijs moet weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd, verboden gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid is ontzegd, op de weg een motorrijtuig te besturen of als bestuurder te doen besturen. -**2.** Het is degene die weet of redelijkerwijs moet weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen dan wel voor een gedeelte van de geldigheidsduur ongeldig is verklaard of zijn geldigheid overeenkomstig artikel 123b, eerste lid, heeft verloren, indien aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën is afgegeven, verboden op de weg een motorrijtuig van die categorie of categorieën dan wel gedurende dat gedeelte van de geldigheidsduur te besturen of als bestuurder te doen besturen. +**2.** Het is degene die weet of redelijkerwijs moet weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen dan wel voor een gedeelte van de geldigheidsduur ongeldig is verklaard, indien aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën is afgegeven, verboden op de weg een motorrijtuig van die categorie of categorieën dan wel gedurende dat gedeelte van de geldigheidsduur te besturen of als bestuurder te doen besturen. Hetzelfde verbod geldt voor degene die weet of redelijkerwijs moet weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren en dat hij bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs moet voldoen aan de bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 123b, derde lid, gestelde voorwaarden, tenzij aan hem, nadat hij aan deze voorwaarden heeft voldaan, een ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën is afgegeven. **3.** Het tweede lid geldt niet ten aanzien van de bestuurder van een motorrijtuig gedurende de tijd dat aan hem ter verkrijging van een rijbewijs voor de categorie of categorieën van motorrijtuigen waarop de ongeldigverklaring betrekking heeft, rijonderricht in de zin van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 wordt gegeven en gedurende de tijd dat door hem een rijproef wordt afgelegd in het kader van een onderzoek, door of vanwege de overheid ingesteld, naar zijn rijvaardigheid of geschiktheid. @@ -567,7 +568,7 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omt a. de opleiding en examinering van verkeersregelaars en de afgifte, of weigering daarvan, en geldigheidsduur van examencertificaten en herhalingscertificaten; b. de erkenning, of de weigering daarvan, door Onze Minister van examencertificaten of herhalingscertificaten, de voorschriften die aan die erkenning kunnen worden verbonden en de intrekking van die erkenning; c. de opleiding van verkeersbrigadiers; -d. de aanstelling van verkeersregelaars, de verlenging en intrekking van die aanstelling, de afgifte van het bevoegdheidsbewijs aan verkeersregelaars, de schorsing van de aanstelling van verkeersregelaars in gevallen waarin het verkeer in gevaar is of kan worden gebracht, alsmede de aanstelling van verkeersbrigadiers; +d. de aanstelling van verkeersregelaars, de verlenging en intrekking van die aanstelling, de afgifte van de aanstellingspas aan verkeersregelaars en de inname van die pas in gevallen waarin het verkeer in gevaar is of kan worden gebracht, alsmede de aanstelling van verkeersbrigadiers; e. de uitrusting, de verzekering, de wijze en plaats van taakuitoefening, en het toezicht op verkeersregelaars en verkeersbrigadiers. **4.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een verzoek tot aanstelling tot verkeersregelaar en verlenging van die aanstelling als bedoeld in het derde lid, onderdeel d. @@ -838,17 +839,38 @@ Vervallen Vervallen -### Artikel +### Paragraaf 4a. Toestemming onderdelen en uitrustingstukken -Vervallen +### Artikel 30 -### Artikel +**1.** De toestemming voor een onderdeel of uitrustingsstuk dat op grond van artikel 34 zonder een dergelijk toestemming niet mag worden verkocht of in het verkeer mag worden gebracht, wordt op aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief door deze dienst verleend indien het onderdeel of uitrustingsstuk waarvoor de toestemming wordt gevraagd, bij een door de dienst verrichte keuring heeft voldaan aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen. Deze eisen kunnen betrekking hebben op het proces volgens hetwelk de aanvrager zijn werkzaamheden met betrekking tot de productie van het onderdeel of uitrustingsstuk verricht. -Vervallen +**2.** Met een toestemming voor de verkoop of in het verkeer brengen van een onderdeel of uitrustingsstuk wordt gelijkgesteld een toestemming die is verleend door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en is verleend overeenkomstig de op het betrokken onderdeel of uitrustingstuk betrekking hebbende, in het kader van de Europese Unie tot stand gekomen voorschriften. -### Artikel +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld betreffende de organisatie van de aanvrager, het door de aanvrager van de toestemming ter beschikking stellen van onderdelen en uitrustingsstukken, het door de aanvrager overleggen van bescheiden en verstrekken van inlichtingen alsmede betreffende de wijze waarop de keuring van het onderdeel of uitrustingsstuk wordt verricht. -Vervallen +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot op onderdelen en uitrustingsstuken, waarvoor een toestemming is verleend om deze te verkopen of in het verkeer te brengen, aan te brengen keurmerken, aanduidingen of gegevens. + +### Artikel 31 + +**1.** De Dienst Wegverkeer houdt toezicht op het overeenstemmen van onderdelen en uitrustingsstukken waarvoor een toestemming is verleend met de verleende toestemming. Tot dit toezicht kan behoren het steekproefsgewijs of periodiek controleren van de organisatie van degene aan wie de toestemming is verleend alsmede van het productieproces. Degene aan wie de toestemming is verleend, is gehouden aan voor het houden van het toezicht noodzakelijke werkzaamheden medewerking te verlenen. + +**2.** Degene aan wie een toestemming is verleend, is gehouden tot betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door deze dienst ter zake van de kosten van het toezicht vastgestelde tarief. + +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de wijze waarop het toezicht wordt gehouden en de verplichting tot medewerking daaraan van degene aan wie een toestemming is verleend. + +### Artikel 32 + +**1.** De Dienst Wegverkeer trekt de toestemming voor de verkoop of in het verkeer brengen van een onderdeel of uitrustingstuk in, indien degene aan wie de toestemming is verleend, daarom verzoekt. + +**2.** + +De Dienst Wegverkeer kan een toestemming intrekken, indien: + +a. degene aan wie de toestemming is verleend een onderdeel of uitrustingsstuk doet of laat doorgaan als met toestemming verkocht of in het verkeer gebracht, terwijl hiervoor geen toestemming is verleend, +b. degene aan wie de toestemming is verleend, de verplichting, vervat in artikel 31, tweede lid, niet nakomt, +c. degene aan wie de toestemming is verleend, handelt in strijd met een of meer andere uit de toestemming voortvloeiende verplichtingen, of +d. blijkt dat de toestemming ten onrechte is verleend. ### Paragraaf 5. Verbodsbepalingen @@ -860,11 +882,13 @@ Vervallen ### Artikel 34 -**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden vastgesteld, inhoudende een verbod om voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers, die niet ingevolge artikel 22, 25a of 26 zijn toegelaten tot het verkeer op de weg, te vervaardigen, in te voeren, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden, af te leveren of te vervoeren. +**1.** Het is verboden bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers, die niet ingevolge artikel 22, 25a of 26 zijn toegelaten tot het verkeer op de weg, of andere voorzieningen die zijn bestemd om de opsporing van bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde misdrijven of overtredingen te belemmeren, te vervaardigen, in te voeren, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden, af te leveren of te vervoeren. -**2.** Ter uitvoering van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, worden de in het eerste lid bedoelde regels vastgesteld bij regeling van Onze Minister. +**2.** Het is verboden bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën onderdelen en uitrustingsstukken te verkopen, te koop aan te bieden of in het verkeer te brengen, tenzij hiervoor ingevolge artikel 30 toestemming is verleend. -**3.** De in het eerste lid bedoelde regels betreffen het aanwijzen van de categorie van voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken of voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers, waarop het verbod betrekking heeft, de handelingen waarop het verbod betrekking heeft alsmede de uitzonderingen op het verbod. +**3.** Ter uitvoering van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk, worden voor verboden als bedoeld in het eerste en tweede lid, de categorieën aangewezen bij ministeriële regeling. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de categorie van voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, uitrustingsstukken of voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers of de andere voorzieningen die zijn bestemd om de opsporing van bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde misdrijven of overtredingen te belemmeren, waarop het verbod betrekking heeft, de handelingen waarop het verbod betrekking heeft alsmede de uitzonderingen op het verbod. ### Artikel 35 @@ -1026,6 +1050,8 @@ c. om overheidsorganen te voorzien van gegevens uit het kentekenregister voor zo **6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld omtrent de inrichting en het beheer van het kentekenregister. +**7.** De gegevens omtrent motorrijtuigen en aanhangwagens die de Dienst Wegverkeer verwerkt in het landsbelang, worden niet opgenomen in het kentekenregister. + ### Artikel 42a **1.** @@ -1198,7 +1224,7 @@ b. uit het kentekenregister blijkt dat de eigenaar of houder van een motorrijtui De aanvrager van een kentekenbewijs dient persoonlijk te verschijnen bij een bij ministeriële regeling aan te wijzen instantie, tenzij: -a. de aanvraag namens hem wordt ingediend door degene aan wie door de Dienst Wegverkeer een erkenning als bedoeld in artikel 62 is verleend dan wel, indien dit een rechtspersoon is, door diens gemachtigde, en deze voldoende zekerheid heeft verkregen over de identiteit van de aanvrager. Daartoe legt de aanvrager een document als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Paspoortwet, een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 dan wel een rijbewijs als bedoeld in artikel 108, eerste lid, onderdeel *h* voor zover de aldaar bedoelde registratie heeft plaatsgevonden, over. Degene die namens de aanvrager de aanvraag indient, legt bij de bij ministeriële regeling aan te wijzen instantie het document bedoeld in de tweede volzin over, alsmede de volmacht en het bewijs dat aan hem een erkenning als bedoeld in artikel 62 is verleend, of +a. de aanvraag namens hem wordt ingediend door degene aan wie door de Dienst Wegverkeer een erkenning als bedoeld in artikel 62 is verleend dan wel, indien dit een rechtspersoon is, door diens gemachtigde, en deze voldoende zekerheid heeft verkregen over de identiteit van de aanvrager. Daartoe legt de aanvrager een document als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Paspoortwet, een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 dan wel een rijbewijs als bedoeld in artikel 108, eerste lid, onderdeel h, over. Degene die namens de aanvrager de aanvraag indient, legt bij de bij ministeriële regeling aan te wijzen instantie het document bedoeld in de tweede volzin over, alsmede de volmacht en het bewijs dat aan hem een erkenning als bedoeld in artikel 62 is verleend, of b. volgens bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels op andere wijze voldoende zekerheid kan worden verkregen over de identiteit van de aanvrager. Indien bij de aanvraag, bedoeld onder *a*, gebruik wordt gemaakt van een document als bedoeld in artikel 2 van de Paspoortwet, dient bij de aanvraag tevens een de aanvrager betreffend gewaarmerkt afschrift van de benodigde gegevens uit de basisadministratie persoonsgegevens te worden overgelegd dat niet langer dan drie maanden voor het tijdstip van de aanvraag is verstrekt. Onze Minister kan de bevoegdheid van de krachtens artikel 62 erkende persoon om de aanvraag namens de aanvrager in te dienen beperken tot één of meer specifiek voor die persoon met name te noemen instanties. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld ter zake van de voorwaarden waaraan degene aan wie ingevolge artikel 62 een erkenning is verleend, dient te voldoen om als gemachtigde, bedoeld onder *a*, op te treden. @@ -2244,12 +2270,14 @@ een en ander voor zover ten tijde van het begaan van het strafbare feit nog geen **2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt een strafbeschikking met een veroordeling gelijkgesteld. -**3.** Indien een rijbewijs dat op grond van het eerste lid ongeldig zou zijn, reeds eerder zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, of reeds eerder ongeldig is verklaard en deze ongeldigverklaring onherroepelijk is geworden, plaatst de officier van justitie een aantekening in het rijbewijzenregister waaruit blijkt dat de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs op bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijze dient aan te tonen dat hij beschikt over de rijvaardigheid en de lichamelijke en geestelijke geschiktheid die is vereist voor het besturen van een motorrijtuig van de categorie of categorieën waarop de door de houder overgelegde aanvraag betrekking heeft. +**3.** Indien een rijbewijs dat op grond van het eerste lid ongeldig zou zijn, reeds eerder zijn geldigheid heeft verloren, plaatst de officier van justitie een aantekening in het rijbewijzenregister waaruit blijkt dat de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs op bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijze dient aan te tonen dat hij beschikt over de rijvaardigheid en de lichamelijke en geestelijke geschiktheid die is vereist voor het besturen van een motorrijtuig van de categorie of categorieën waarop de door de houder overgelegde aanvraag betrekking heeft. -**4.** De houder van het ongeldige rijbewijs dient dat rijbewijs, voor zover inlevering niet reeds heeft plaatsgevonden op grond van een ander artikel, in te leveren bij de Dienst Wegverkeer. +**4.** De houder van een rijbewijs dat op grond van dit artikel ongeldig is of ten aanzien waarvan een aantekening is geplaatst als bedoeld in het derde lid dient dat rijbewijs, voor zover inlevering niet reeds heeft plaatsgevonden op grond van een ander artikel, in te leveren bij de Dienst Wegverkeer. **5.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is. +**6.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel. + ### Artikel 124 **1.** @@ -2340,7 +2368,7 @@ b. de aanvraag van rijbewijzen; c. afgegeven rijbewijzen; d. de op het rijbewijs te vermelden getuigschriften van vakbekwaamheid en getuigschriften van nascholing; e. afgegeven certificaten als bedoeld in artikel 151g, vierde lid; -f. rechterlijke uitspraken houdende ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen; +f. ontzeggingen van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen, alsmede de uitvoering van artikel 123b; g. een opgelegd alcoholslotprogramma; h. de gezondheid van de aanvrager. @@ -2355,7 +2383,7 @@ b. voor de handhaving van de bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschrifte **5.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld omtrent de inrichting en het beheer van het register. -**6.** Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is. +**6.** Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is. ### Artikel 127 @@ -2946,6 +2974,8 @@ d. voor andere wegen door burgemeester en wethouders of krachtens besluit van he **2.** In afwijking van het eerste lid kan door Onze Minister ontheffing worden verleend van het gebruik van autogordels en kinderbeveiligingsmiddelen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen terzake nadere regels worden vastgesteld. +**3.** Het op grond van het eerste lid tot het verlenen van een ontheffing bevoegde gezag kan van de kentekenplicht als bedoeld in artikel 36, eerste lid, ontheffing verlenen voor aanhangwagens die worden gebruikt ten behoeve van een evenement of optocht waarvoor een vergunning op grond van een gemeentelijke verordening is afgegeven. Bij ministeriële regeling kunnen terzake nadere regels worden gesteld. + ### Artikel 149a **1.** In dit artikel, artikel 149b en de op deze artikelen berustende bepalingen wordt verstaan onder wegbeheerder: het ingevolge artikel 149, eerste lid, tot het verlenen van een ontheffing bevoegde gezag. @@ -3177,7 +3207,8 @@ Op de eerste vordering van de in artikel 159 bedoelde personen is de bestuurder a. de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen delen van het kentekenbewijs, dan wel het in artikel 37, eerste lid, onderdeel b, bedoelde bewijs, en, indien met het motorrijtuig een aanhangwagen wordt voortbewogen, de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen delen van het kentekenbewijs van de aanhangwagen, dan wel het in artikel 37, eerste lid, onderdeel b, bedoelde bewijs voor de aanhangwagen; b. het rijbewijs dan wel het hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs en, indien hem buiten Nederland een internationaal rijbewijs is afgegeven, dat bewijs; c. het ingevolge de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders, bedoeld in artikel 151b, onderdeel a, vereiste getuigschrift; -d. indien hem ter zake van een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift ontheffing is verleend, de beschikking houdende verlening van ontheffing. +d. indien hem ter zake van een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift ontheffing is verleend, de beschikking houdende verlening van ontheffing; +e. een gehandicaptenparkeerkaart of een kaart ten behoeve van het vervoer van gehandicapten, indien hij ter zake van het besturen van het motorrijtuig op grond van een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift dient te beschikken over een dergelijke kaart. **2.** Indien het kentekenbewijs is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig het krachtens deze wet bepaalde is voorzien van een identificatieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde termijn. @@ -3428,7 +3459,7 @@ d. het bepaalde krachtens deze wet, voor zover die overtreding uitdrukkelijk als wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie. -**2.** Overtreding van de artikelen 66, 70g, 89, 104, 106b, 132j en 132o wordt gestraft met geldboete van de derde categorie. +**2.** Overtreding van de artikelen 66, 66e, 70g, 89, 104, 106b, 132j en 132o wordt gestraft met geldboete van de derde categorie. ### Artikel 178 @@ -3558,9 +3589,10 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voo a. verkeerstekens en maatregelen op of aan de weg; b. de eisen ten aanzien van voertuigen waarmee over de weg wordt gereden of voertuigen die op de weg staan; -c. de eisen ten aanzien van rijvaardigheid en rijbevoegdheid. +c. de eisen ten aanzien van rijvaardigheid en rijbevoegdheid; +d. de eisen ten aanzien van de vakbekwaamheid van bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg. -Daarbij kan worden afgeweken van hoofdstuk II, paragraaf 2, hoofdstuk V, paragraaf 1 en hoofdstuk VI van deze wet en van hoofdstuk VI van de Wet geluidhinder, alsmede van de krachtens die paragrafen of die hoofdstukken gestelde regels, een en ander met inachtneming van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk. +Daarbij kan worden afgeweken van hoofdstuk II, paragraaf 2, hoofdstuk V, paragrafen 1 tot en met 6, hoofdstuk VI en hoofdstuk VIIA, paragraaf 2 van deze wet en van hoofdstuk VI van de Wet geluidhinder, alsmede van de krachtens die paragrafen of die hoofdstukken gestelde regels, een en ander met inachtneming van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk. **2.**