2010-10-01 | BWBR0010475 | Besluit risico’s zware ongevallen 1999

This commit is contained in:
Coornhert 2010-10-01 12:00:00 +00:00
parent 7b7b497724
commit 4514e5576b

View file

@ -23,7 +23,7 @@ d. werkgever: werkgever, bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de Arbe
e. werknemer: werknemer, bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;
f. zwaar ongeval: gebeurtenis als gevolg van onbeheersbare ontwikkelingen tijdens de bedrijfsuitoefening in een inrichting, waardoor hetzij onmiddellijk, hetzij na verloop van tijd ernstig gevaar voor de gezondheid van de mens binnen of buiten de inrichting of voor het milieu ontstaat en waarbij een of meer gevaarlijke stoffen zijn betrokken;
g. Onze Ministers: Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
h. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer te verlenen voor een inrichting waarop dit besluit van toepassing is;
h. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen voor een inrichting waarop dit besluit van toepassing is;
i. inspecteur: inspecteur bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
j. veiligheidsrapport: rapport als bedoeld in artikel 10;
k. bijlage: bij dit besluit behorende bijlage;
@ -80,7 +80,7 @@ b. in kleinere dan de onder a bedoelde hoeveelheden, waarvan de som na toepassin
Degene die de inrichting drijft, stelt het bevoegd gezag onverwijld schriftelijk in kennis van:
a. iedere significante wijziging van de inrichting die betrekking heeft op een of meer onderwerpen waaromtrent in of bij de aanvraag gegevens zijn verstrekt als bedoeld in artikel 5.15a, eerste lid, onder a tot en met f, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, of waaromtrent in de kennisgeving, bedoeld in artikel 26, eerste lid, gegevens zijn verstrekt;
a. iedere significante wijziging van de inrichting die betrekking heeft op een of meer onderwerpen waaromtrent in of bij de aanvraag gegevens zijn verstrekt als bedoeld in artikel 4.13, derde lid, onder a tot en met d, van de Regeling omgevingsrecht, of waaromtrent in de kennisgeving, bedoeld in artikel 26, eerste lid, gegevens zijn verstrekt;
b. iedere significante wijziging van de processen waarbij een gevaarlijke stof wordt gebruikt;
c. elke significante wijziging van de inrichting die het risico van zware ongevallen ernstig zou kunnen beïnvloeden;
d. de sluiting van een installatie.
@ -93,14 +93,14 @@ a. Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
b. de inspecteur;
c. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder;
d. gedeputeerde staten van de provincie waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn;
e. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn, en de burgemeester van die gemeente en
f. het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen.
e. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn, en
f. het bestuur van de veiligheidsregio waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen.
**3.** Indien de gegevens, bedoeld in het eerste lid, reeds op grond van een ander wettelijk voorschrift aan het bevoegd gezag zijn verstrekt, kan in de kennisgeving worden volstaan met een verwijzing naar die gegevens.
### Artikel 7
**1.** Het bevoegd gezag wijst op grond van de gegevens, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, 10, eerste lid, 26, eerste lid, van dit besluit en 5.15a, eerste lid, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, inrichtingen of groepen inrichtingen aan ten aanzien waarvan de risico's van een zwaar ongeval of de gevolgen daarvan ten gevolge van de ligging van die inrichtingen ten opzichte van elkaar en de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in die inrichtingen groter kunnen zijn dan op grond van de in die afzonderlijke inrichtingen aanwezige hoeveelheden kan worden verwacht.
**1.** Het bevoegd gezag wijst op grond van de gegevens, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, 10, eerste lid, 26, eerste lid, van dit besluit en artikel 4.13, derde lid, van de Regeling omgevingsrecht, inrichtingen of groepen inrichtingen aan ten aanzien waarvan de risico's van een zwaar ongeval of de gevolgen daarvan ten gevolge van de ligging van die inrichtingen ten opzichte van elkaar en de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in die inrichtingen groter kunnen zijn dan op grond van de in die afzonderlijke inrichtingen aanwezige hoeveelheden kan worden verwacht.
**2.**
@ -108,7 +108,7 @@ Van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid stelt het bevoegd gezag diegene
a. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder;
b. burgemeester en wethouders van de gemeente of gemeenten waarin de inrichtingen geheel of gedeeltelijk zijn gelegen, en
c. het bestuur van de regionale brandweer of de besturen van de regionale brandweren in wier gebied de inrichtingen geheel of gedeeltelijk zijn gelegen.
c. het bestuur van de veiligheidsregio of de besturen van de veiligheidsregios waarin de inrichtingen geheel of gedeeltelijk zijn gelegen.
**3.** Degene die een inrichting drijft, als bedoeld in het eerste lid, wisselt met diegenen die de andere op grond van het eerste lid aangewezen inrichtingen drijven de gegevens uit die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het in dat lid bedoelde risico. Hij houdt in zijn beleid ter voorkoming van zware ongevallen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, en, voor zover van toepassing, in het intern noodplan, bedoeld in artikel 22, en in het veiligheidsrapport rekening met de aard en de omvang van de risico's van een zwaar ongeval bij de naburige inrichtingen.
@ -153,8 +153,7 @@ d. een intern noodplan, als bedoeld in artikel 22, is gemaakt.
Het bevoegd gezag neemt zijn beslissing in overeenstemming met:
a. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder;
b. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn, en de burgemeester van die gemeente;
c. het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen.
b. het bestuur van de veiligheidsregio waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen.
**5.** Het bevoegd gezag zendt een exemplaar van een besluit, als bedoeld in het vierde lid, aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
@ -166,15 +165,15 @@ c. het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied de inrichting gehee
### Artikel 12
De artikelen 15, 16 en 18 zijn niet van toepassing op de onderdelen van een veiligheidsrapport die bij een aanvraag om een vergunning als bedoeld in de artikelen 5.15, 5.17 of 5.18 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer worden ingediend.
De artikelen 15, 16 en 18 zijn niet van toepassing op de onderdelen van een veiligheidsrapport die bij een aanvraag om een vergunning als bedoeld in de artikelen 4.13, 4.17 of 4.19 van de Regeling omgevingsrecht worden ingediend.
### Artikel 13
**1.** Indien een aanvraag als bedoeld in artikel 12 wordt ingediend, bevat het veiligheidsrapport mede de gegevens, bedoeld in bijlage III, onder 1, onder e, 3°, en onder r. Artikel 5.15, derde en vierde lid, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer is van overeenkomstige toepassing op de gegevens, bedoeld in de eerste volzin.
**1.** Indien een aanvraag als bedoeld in artikel 12 wordt ingediend, bevat het veiligheidsrapport mede de gegevens, bedoeld in bijlage III, onder 1, onder e, 3°, en onder r. Artikel 6.15, eerste en derde lid, van het Besluit omgevingsrecht is van overeenkomstige toepassing op de gegevens, bedoeld in de eerste volzin.
**2.** Degene die een inrichting gaat drijven, zendt voordat de inrichting of een onderdeel daarvan in werking wordt gebracht, ter completering van de onderdelen van het veiligheidsrapport bedoeld in artikel 5.15 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer en van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aan het bevoegd gezag de gegevens die een veiligheidsrapport dient te bevatten en die nog niet krachtens dat artikel en krachtens het eerste lid zijn verstrekt.
**2.** Degene die een inrichting gaat drijven, zendt voordat de inrichting of een onderdeel daarvan in werking wordt gebracht, ter completering van de onderdelen van het veiligheidsrapport bedoeld in artikel 4.13, eerste lid, van de Regeling omgevingsrecht en van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aan het bevoegd gezag de gegevens die een veiligheidsrapport dient te bevatten en die nog niet krachtens dat artikel en krachtens het eerste lid zijn verstrekt.
**3.** Degene die een inrichting drijft zendt telkens voordat een verandering van de inrichting of van de werking daarvan of een verandering van de installatie of van de werking daarvan wordt aangebracht die voor de risico's van een zwaar ongeval belangrijke gevolgen kan hebben aan het bevoegd gezag die onderdelen van het veiligheidsrapport die nodig zijn voor de beoordeling van de risico's die samenhangen met die verandering. Daartoe zendt hij, voor zover van toepassing, ter completering van de onderdelen van het veiligheidsrapport bedoeld in artikel 5.17 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer en van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, dan wel ter completering van de gegevens die bij de melding overeenkomstig artikel 8.19 van de Wet milieubeheer zijn verstrekt, aan het bevoegd gezag de gegevens die een veiligheidsrapport dient te bevatten en die nog niet krachtens die artikelen en krachtens het eerste lid zijn verstrekt.
**3.** Degene die een inrichting drijft zendt telkens voordat een verandering van de inrichting of van de werking daarvan of een verandering van de installatie of van de werking daarvan wordt aangebracht die voor de risico's van een zwaar ongeval belangrijke gevolgen kan hebben aan het bevoegd gezag die onderdelen van het veiligheidsrapport die nodig zijn voor de beoordeling van de risico's die samenhangen met die verandering. Daartoe zendt hij, voor zover van toepassing, ter completering van de onderdelen van het veiligheidsrapport bedoeld in artikel 4.17 van de Regeling omgevingsrecht en van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aan het bevoegd gezag de gegevens die een veiligheidsrapport dient te bevatten en die nog niet krachtens die artikelen en krachtens het eerste lid zijn verstrekt.
**4.** De artikelen 16 tot en met 18 zijn van overeenkomstige toepassing op de gegevens, bedoeld in het eerste lid.
@ -201,8 +200,8 @@ De artikelen 15, 16 en 18 zijn niet van toepassing op de onderdelen van een veil
Het bevoegd gezag zendt uiterlijk binnen twee weken het veiligheidsrapport of de gewijzigde gedeelten daarvan, of, indien toepassing is gegeven aan artikel 16, vierde lid, de aanvullingen op het rapport, en elk verzoek krachtens artikel 14, tweede lid, aan:
a. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder;
b. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn, en de burgemeester van die gemeente;
c. het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen.
b. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn, en
c. het bestuur van de veiligheidsregio waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen.
**4.** Het bevoegd gezag stelt het bestuursorgaan dat tot het verlenen van de vergunning krachtens de Waterwet bevoegd is, in de gelegenheid advies uit te brengen over die onderdelen van het veiligheidsrapport, die betrekking hebben op de risico's voor een oppervlaktewaterlichaam.
@ -233,7 +232,7 @@ Uiterlijk twee weken nadat het bevoegd gezag de conclusies, bedoeld in artikel 1
a. terinzagelegging;
b. kennisgeving in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen.
**2.** De mededeling strekt mede ter voldoening aan de verplichting die ingevolge artikel 10c, eerste lid, van de Wet rampen en zware ongevallen rust op het college van burgemeester en wethouders en ter voldoening aan de verplichting die ingevolge artikel 7 van de Arbeidsomstandighedenwet rust op de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder.
**2.** De mededeling strekt mede ter voldoening aan de verplichting die ingevolge artikel 49, eerste lid, van de Wet veiligheidsregios rust op het bestuur van de veiligheidsregio en ter voldoening aan de verplichting die ingevolge artikel 7 van de Arbeidsomstandighedenwet rust op de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder.
**3.** Gedurende vier weken vanaf de dag waarop het veiligheidsrapport ter inzage is gelegd, kunnen de stukken worden ingezien op een tijd en plaats die bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is vermeld.
@ -241,12 +240,11 @@ b. kennisgeving in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen.
Gelijktijdig met de mededeling, bedoeld in het eerste lid, zendt het bevoegd gezag een exemplaar van het veiligheidsrapport aan:
a. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn, en de burgemeester van die gemeente;
b. burgemeester en wethouders van de gemeenten waarvan het grondgebied is gelegen binnen de lijn van 10^-8 van het plaatsgebonden risico, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder c, en de burgemeester van die gemeenten;
c. de commissaris van de Koningin in de provincie waarin een gemeente als bedoeld onder a of b is gelegen;
d. het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied een gemeente als bedoeld onder a of b is gelegen;
e. het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, en
f. het bestuursorgaan dat bevoegd is tot verlening van de vergunning krachtens de Waterwet.
a. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn;
b. burgemeester en wethouders van de gemeenten waarvan het grondgebied is gelegen binnen de lijn van 10^-8 van het plaatsgebonden risico, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder c;
c. het bestuur van de veiligheidsregio waarin een gemeente als bedoeld onder a of b is gelegen;
d. het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, en
e. het bestuursorgaan dat bevoegd is tot verlening van de vergunning krachtens de Waterwet.
**5.** Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zendt, indien de lijn van 10^-8 van het plaatsgebonden risico, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder c, zich uitstrekt over het grondgebied van een andere staat een exemplaar aan die staat. In dat geval zendt hij tevens een exemplaar aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
@ -258,9 +256,9 @@ Als gegevens als bedoeld in artikel 19.3, eerste lid, laatste volzin, van de Wet
### Artikel 20
**1.** Met betrekking tot een inrichting waarop dit besluit van toepassing is beziet het bevoegd gezag telkens of de beperkingen waaronder de vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is verleend, en de voorschriften die daaraan zijn verbonden, aanpassing behoeven op grond van de in het veiligheidsrapport genoemde maatregelen en op grond van de gegevens met betrekking tot de risico's, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder b en c.
**1.** Met betrekking tot een inrichting waarop dit besluit van toepassing is beziet het bevoegd gezag telkens of de beperkingen waaronder de vergunning is verleend, en de voorschriften die daaraan zijn verbonden, aanpassing behoeven op grond van de in het veiligheidsrapport genoemde maatregelen en op grond van de gegevens met betrekking tot de risico's, bedoeld in bijlage III, onder 2, onder b en c.
**2.** Indien het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied de inrichting is gelegen met het oog op de toepassing van het eerste lid een advies heeft uitgebracht, betrekt het bevoegd gezag dat advies bij de actualisering van de vergunning, bedoeld in het eerste lid.
**2.** Indien het bestuur van de veiligheidsregio waarin de inrichting is gelegen met het oog op de toepassing van het eerste lid een advies heeft uitgebracht, betrekt het bevoegd gezag dat advies bij de actualisering van de vergunning, bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 21
@ -296,7 +294,7 @@ c. voor andere inrichtingen: binnen twee jaar na de inwerkingtreding van dit bes
### Artikel 24
**1.** Het bevoegd gezag stelt op grond van de gegevens, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, 10, eerste lid, en 26, eerste lid, in overeenstemming met de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, en burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen, een zodanig inspectieprogramma vast dat daarmee een planmatig en systematisch onderzoek van de in de inrichting gebruikte systemen van technische, organisatorische en bedrijfskundige aard kan worden uitgevoerd.
**1.** Het bevoegd gezag stelt op grond van de gegevens, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, 10, eerste lid, en 26, eerste lid, in overeenstemming met de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, en het bestuur van de veiligheidsregio waarin de inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen, een zodanig inspectieprogramma vast dat daarmee een planmatig en systematisch onderzoek van de in de inrichting gebruikte systemen van technische, organisatorische en bedrijfskundige aard kan worden uitgevoerd.
**2.**
@ -318,7 +316,7 @@ c. de verstrekte gegevens en informatie de situatie in de inrichting trouw weerg
### Artikel 25
**1.** Handelen of nalaten in strijd met het krachtens artikel 10a, derde lid, van de Wet rampen en zware ongevallen in de artikelen 13, eerste lid, 14, eerste en tweede lid, 16, vijfde lid, en 21, eerste lid, bepaalde, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten.
**1.** Handelen of nalaten in strijd met het krachtens artikel 48, zesde lid, van de Wet veiligheidsregios in de artikelen 13, eerste lid, 14, eerste en tweede lid, 16, vijfde lid, en 21, eerste lid, bepaalde, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten.
**2.** Handelen of nalaten in strijd met het krachtens artikel 6, eerste lid, tweede zin, van de Arbeidsomstandigenhedenwet in de artikelen 3, tweede lid, 5, eerste tot en met vierde lid, 6, eerste lid, 7, derde lid, 9, 11, 13, tweede en derde lid, 14, eerste en tweede lid, 16, vijfde lid, 17, 21, eerste lid, 22, eerste tot en met vierde lid, 23, 26, eerste lid, 27, eerste en derde lid, 28, eerste, tweede en vierde lid, en het krachtens artikel 29 bepaalde, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1, onder 3° van de Wet op de economische delicten.
@ -386,7 +384,7 @@ Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden regel
### Artikel 30
Wijzigt het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.
Vervallen
### Artikel 31
@ -394,15 +392,15 @@ Het Besluit risico's zware ongevallen wordt ingetrokken.
### Artikel 32
Wijzigt het Besluit milieuverslaglegging.
Vervallen
### Artikel 33
Wijzigt het Besluit bedrijfsbrandweren.
Vervallen
### Artikel 34
Wijzigt het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Dit besluit berust mede op de artikelen 31, vierde lid, 48, zesde lid, 49, eerste lid, en 61, tweede lid, van de Wet veiligheidsregios.
### Artikel 35