2006-08-02 | BWBR0005555 | Wet luchtvaart
This commit is contained in:
parent
e0ecaa77d5
commit
4548466b8f
1 changed files with 74 additions and 99 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet luchtvaart
|
|||
bwb_id: BWBR0005555
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2005-05-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2006-08-02'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0005555
|
||||
citeertitel: Wet luchtvaart
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -18,9 +18,10 @@ citeertitel: Wet luchtvaart
|
|||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. AOC: door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aan een onderneming of groep van ondernemingen afgegeven document waarin wordt verklaard dat de betrokken luchtvaartexploitant beschikt over beroepsbekwaamheid en organisatie om luchtvaartuigen veilig te exploiteren voor de in dat bewijs gespecificeerde luchtvaartactiviteiten (Air Operator's Certificate);
|
||||
b. Eurocontrol-organisatie: de Organisatie, ingesteld bij het op 13 december 1960 te Brussel tot stand gekomen Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart «Eurocontrol» (Trb. 1961, 62), zoals gewijzigd bij Protocol van 12 februari 1981 (Trb. 1981, 182);
|
||||
c. gevaarlijke stoffen:
|
||||
- AOC: door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aan een onderneming of groep van ondernemingen afgegeven document waarin wordt verklaard dat de betrokken luchtvaartexploitant beschikt over beroepsbekwaamheid en organisatie om luchtvaartuigen veilig te exploiteren voor de in dat bewijs gespecificeerde luchtvaartactiviteiten (Air Operator's Certificate);
|
||||
- EASA: het Europees agentschap, ingesteld bij de Verordening (EG) nr. 1592/2002 van het Europese Parlement en de Raad van 15 juli 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (PbEU L 240);
|
||||
- Eurocontrol-organisatie: de Organisatie, ingesteld bij het op 13 december 1960 te Brussel tot stand gekomen Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart «Eurocontrol» (Trb. 1961, 62), zoals gewijzigd bij Protocol van 12 februari 1981 (Trb. 1981, 182);
|
||||
- gevaarlijke stoffen:
|
||||
|
||||
1°. ontplofbare stoffen of voorwerpen;
|
||||
2°. samengeperste, vloeibaar gemaakte of onder druk opgeloste gassen;
|
||||
|
|
@ -33,24 +34,24 @@ c. gevaarlijke stoffen:
|
|||
9°. andere stoffen of voorwerpen, die bij vervoer door de lucht gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu;
|
||||
|
||||
indien zij krachtens artikel 6.51 of artikel 10.7, eerste lid, zijn aangewezen.
|
||||
d. gezagvoerder: degene, die de leiding heeft bij en verantwoordelijk is voor de veilige uitvoering van de vlucht;
|
||||
e. houder van een luchtvaartuig: degene, op wiens naam een luchtvaartuig in het register, bedoeld in artikel 3.3, tweede lid, dan wel in een buitenlands register van luchtvaartuigen is ingeschreven;
|
||||
f. klaring: machtiging aan de gezagvoerder van een luchtvaartuig om een vlucht aan te vangen of te vervolgen onder door een luchtverkeersleidingsdienst gestelde voorwaarden;
|
||||
g. lid van het boordpersoneel: lid van het cockpitpersoneel en ieder, die aan boord van een luchtvaartuig ten behoeve van de inzittenden of de lading werkzaamheden verricht of heeft te verrichten, onder welke werkzaamheden mede wordt verstaan de voorbereidingshandelingen voorafgaande aan de vlucht;
|
||||
h. lid van het cockpitpersoneel: ieder, die aan boord van een luchtvaartuig werkzaamheden verricht, welke van direct belang zijn voor de bediening van het luchtvaartuig tijdens de vlucht, onder welke werkzaamheden mede wordt verstaan de voorbereidingshandelingen voorafgaande aan de vlucht;
|
||||
i. luchtvaartmaatschappij: onderneming, welke geheel of gedeeltelijk haar bedrijf maakt van het vervoer van personen, dieren of goederen met luchtvaartuigen;
|
||||
j. luchtvaartterrein: een terrein, dat is ingericht voor het opstijgen en het landen alsmede de daarmede verband houdende bewegingen van luchtvaartuigen op dat terrein;
|
||||
k. luchtvaartuig: toestel, dat in de dampkring kan worden gehouden ten gevolge van krachten, die de lucht daarop uitoefent, anders dan de krachten van de lucht tegen het aardoppervlak;
|
||||
l. luchtverkeer: het geheel der verplaatsingen van luchtvaartuigen in de lucht of op een luchtvaartterrein, alsmede het gebruik van het luchtruim door toestellen die geen luchtvaartuigen zijn;
|
||||
m. luchtverkeersbeveiliging: het geheel van maatregelen gericht op de bevordering van een veilig, ordelijk en vlot verloop van het luchtverkeer;
|
||||
n. luchtverkeersdienstverlening: het geven van luchtverkeersleiding, alsmede het verstrekken van advies of inlichtingen tijdens de vlucht en het verzorgen van alarmering;
|
||||
o. luchtverkeersleiding: het regelen van het luchtverkeer door het geven van klaringen en aanwijzingen aan deelnemers aan het luchtverkeer;
|
||||
p. LVNL: de organisatie voor luchtverkeersdienstverlening, bedoeld in artikel 5.22;
|
||||
q. Nederlands luchtvaartuig: een in Nederland geregistreerd luchtvaartuig;
|
||||
r. opsporingsambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 11.3, eerste lid;
|
||||
s. STD: een trainingsinstrument zijnde een vluchtnabootser, een vliegtrainingsinstrument, een trainer voor vlieg- en navigatieprocedures of een ander trainingsinstrument (Synthetic Training Device);
|
||||
t. vlucht: de verplaatsing van het luchtvaartuig gedurende het tijdsverloop dat het in beweging komt met de bedoeling om op te stijgen, tot het ogenblik dat het weer tot volledige stilstand is gekomen na de landing;
|
||||
u. vluchtinformatiegebied Amsterdam: het luchtruim boven het gebied, dat wordt begrensd door de rijksgrenzen en de kortste lijn op de ellipsoïde tussen de posities met de coördinaten 51°22'25" N 003°21'50" O en 51°30'00" N 002°00'00" O, 51°30'00" N 002°00'00" O en 55°00'00" N 005°00'00" O, de loxodroom tussen 55°00'00" N, 005°00'00" O en 55°00'00" N 006°30'00" O en de kortste lijn op de ellipsoïde tussen de posities met de coördinaten 55°00'00" N 006°30'00" O en 53°40'00" N, 006°30'00" O, uitgedrukt in het geografische referentiesysteem WGS 84.
|
||||
- gezagvoerder: degene, die de leiding heeft bij en verantwoordelijk is voor de veilige uitvoering van de vlucht;
|
||||
- houder van een luchtvaartuig: degene, op wiens naam een luchtvaartuig in het register, bedoeld in artikel 3.3, tweede lid, dan wel in een buitenlands register van luchtvaartuigen is ingeschreven;
|
||||
- klaring: machtiging aan de gezagvoerder van een luchtvaartuig om een vlucht aan te vangen of te vervolgen onder door een luchtverkeersleidingsdienst gestelde voorwaarden;
|
||||
- lid van het boordpersoneel: lid van het cockpitpersoneel en ieder, die aan boord van een luchtvaartuig ten behoeve van de inzittenden of de lading werkzaamheden verricht of heeft te verrichten, onder welke werkzaamheden mede wordt verstaan de voorbereidingshandelingen voorafgaande aan de vlucht;
|
||||
- lid van het cockpitpersoneel: ieder, die aan boord van een luchtvaartuig werkzaamheden verricht, welke van direct belang zijn voor de bediening van het luchtvaartuig tijdens de vlucht, onder welke werkzaamheden mede wordt verstaan de voorbereidingshandelingen voorafgaande aan de vlucht;
|
||||
- luchtvaartmaatschappij: onderneming, welke geheel of gedeeltelijk haar bedrijf maakt van het vervoer van personen, dieren of goederen met luchtvaartuigen;
|
||||
- luchtvaartterrein: een terrein, dat is ingericht voor het opstijgen en het landen alsmede de daarmede verband houdende bewegingen van luchtvaartuigen op dat terrein;
|
||||
- luchtvaartuig: toestel, dat in de dampkring kan worden gehouden ten gevolge van krachten, die de lucht daarop uitoefent, anders dan de krachten van de lucht tegen het aardoppervlak;
|
||||
- luchtverkeer: het geheel der verplaatsingen van luchtvaartuigen in de lucht of op een luchtvaartterrein, alsmede het gebruik van het luchtruim door toestellen die geen luchtvaartuigen zijn;
|
||||
- luchtverkeersbeveiliging: het geheel van maatregelen gericht op de bevordering van een veilig, ordelijk en vlot verloop van het luchtverkeer;
|
||||
- luchtverkeersdienstverlening: het geven van luchtverkeersleiding, alsmede het verstrekken van advies of inlichtingen tijdens de vlucht en het verzorgen van alarmering;
|
||||
- luchtverkeersleiding: het regelen van het luchtverkeer door het geven van klaringen en aanwijzingen aan deelnemers aan het luchtverkeer;
|
||||
- LVNL: de organisatie voor luchtverkeersdienstverlening, bedoeld in artikel 5.22;
|
||||
- Nederlands luchtvaartuig: een in Nederland geregistreerd luchtvaartuig;
|
||||
- opsporingsambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 11.3, eerste lid;
|
||||
- STD: een trainingsinstrument zijnde een vluchtnabootser, een vliegtrainingsinstrument, een trainer voor vlieg- en navigatieprocedures of een ander trainingsinstrument (Synthetic Training Device);
|
||||
- vlucht: de verplaatsing van het luchtvaartuig gedurende het tijdsverloop dat het in beweging komt met de bedoeling om op te stijgen, tot het ogenblik dat het weer tot volledige stilstand is gekomen na de landing;
|
||||
- vluchtinformatiegebied Amsterdam: het luchtruim boven het gebied, dat wordt begrensd door de rijksgrenzen en de kortste lijn op de ellipsoïde tussen de posities met de coördinaten 51°22'25" N 003°21'50" O en 51°30'00" N 002°00'00" O, 51°30'00" N 002°00'00" O en 55°00'00" N 005°00'00" O, de loxodroom tussen 55°00'00" N, 005°00'00" O en 55°00'00" N 006°30'00" O en de kortste lijn op de ellipsoïde tussen de posities met de coördinaten 55°00'00" N 006°30'00" O en 53°40'00" N, 006°30'00" O, uitgedrukt in het geografische referentiesysteem WGS 84.
|
||||
|
||||
**2.** Onder lid van het cockpitpersoneel wordt ten aanzien van onbemande luchtvaartuigen mede verstaan ieder, die werkzaamheden verricht, welke van direct belang zijn voor het op afstand bedienen van het luchtvaartuig.
|
||||
|
||||
|
|
@ -450,67 +451,53 @@ Het is verboden een vlucht uit te voeren met een luchtvaartuig, dat:
|
|||
a. niet luchtwaardig is, of
|
||||
b. niet voorzien is van een geldig bewijs van luchtwaardigheid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor het uitvoeren van een vlucht met een Nederlands luchtvaartuig is vereist hetzij
|
||||
|
||||
– een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk Onze Minister van Defensie afgegeven bewijs van luchtwaardigheid, hetzij
|
||||
– voor burgerluchtvaartuigen, een bewijs van luchtwaardigheid als bedoeld in artikel 3.20.
|
||||
**2.** Voor het uitvoeren van een vlucht met een Nederlands luchtvaartuig is een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk Onze Minister van Defensie afgegeven bewijs van luchtwaardigheid vereist.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.9
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat geeft op aanvraag met betrekking tot een type-ontwerp van een burgerluchtvaartuig dan wel van een voortstuwingsinrichting of propeller bestemd voor een burgerluchtvaartuig, dat nog niet eerder in Nederland is onderzocht en waarvoor geen typecertificaat als bedoeld in artikel 3.20 is afgegeven, een type-certificaat af, indien wordt voldaan aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
|
||||
**1.** Onze Minister van Defensie geeft met betrekking tot een type-ontwerp van een militair luchtvaartuig dan wel van een voortstuwingsinrichting of propeller bestemd voor een militair luchtvaartuig, een type-certificaat af, indien wordt voldaan aan de bij regeling van Onze Minister van Defensie gestelde eisen.
|
||||
|
||||
**2.** Een type-certificaat wordt afgegeven voor onbepaalde tijd.
|
||||
|
||||
**3.** Het type-certificaat geldt ten aanzien van alle burgerluchtvaartuigen, voortstuwingsinrichtingen respectievelijk propellers, die conform het onderzochte typeontwerp zijn.
|
||||
**3.** Het type-certificaat geldt ten aanzien van alle militaire luchtvaartuigen, voortstuwingsinrichtingen of propellers bestemd voor een militair luchtvaartuig, die conform het onderzochte type-ontwerp zijn.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister van Defensie geeft met betrekking tot een type-ontwerp van een militair luchtvaartuig dan wel van een voortstuwingsinrichting of propeller bestemd voor een militair luchtvaartuig, een type-certificaat af, indien wordt voldaan aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Onze Minister van Defensie wijzigt een type-certificaat, wanneer voldaan wordt aan de bij regeling van Onze Minister van Defensie gestelde eisen.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister van Defensie kan een aanvullend type-certificaat afgeven. Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.10
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat wijzigt op aanvraag een type-certificaat, wanneer voldaan wordt aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Defensie wijzigt een type-certificaat, wanneer voldaan wordt aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.11
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan op aanvraag een aanvullend type-certificaat afgeven, indien:
|
||||
|
||||
a. het een ingrijpende wijziging van het type-ontwerp betreft, waarvoor een type-certificaat is afgegeven, en
|
||||
b. aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen wordt voldaan.Artikel 3.9, tweede en derde lid, alsmede artikel 3.10, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Defensie kan een aanvullend typecertificaat afgeven. Artikel 3.9, vierde lid, alsmede artikel 3.10, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.12
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan een typecertificaat of aanvullend type-certificaat schorsen, wanneer een ernstig vermoeden rijst, dat met betrekking tot de luchtvaartuigen dan wel voortstuwingsinrichtingen of propellers waarvoor dat type-certificaat of aanvullend typecertificaat is afgegeven, niet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen wordt voldaan.
|
||||
**1.** Onze Minister van Defensie kan een typecertificaat of aanvullend type-certificaat schorsen, wanneer een ernstig vermoeden rijst, dat met betrekking tot de luchtvaartuigen dan wel voortstuwingsinrichtingen of propellers waarvoor dat type-certificaat of aanvullend typecertificaat is afgegeven, niet aan de bij regeling van Onze Minister van Defensie gestelde eisen wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat heft de schorsing op zodra de redenen van de schorsing zijn komen te vervallen.
|
||||
**2.** Onze Minister van Defensie heft de schorsing op zodra de redenen van de schorsing zijn komen te vervallen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan een typecertificaat of aanvullend type-certificaat intrekken, wanneer de luchtvaartuigen dan wel voortstuwingsinrichtingen of propellers met betrekking waartoe dat type-certificaat is afgegeven, niet aan daarvoor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen voldoen.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister van Defensie kan een type-certificaat of een aanvullend type-certificaat schorsen of intrekken. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gegeven.
|
||||
**3.** Onze Minister van Defensie kan een typecertificaat of aanvullend type-certificaat intrekken, wanneer de luchtvaartuigen dan wel voortstuwingsinrichtingen of propellers met betrekking waartoe dat type-certificaat is afgegeven, niet aan daarvoor bij regeling van Onze Minister van Defensie gestelde eisen voldoen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.13
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt aangegeven welke bewijzen van luchtwaardigheid Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan afgeven, alsmede de verplichtingen en de bevoegdheden, welke aan ieder bewijs verbonden zijn.
|
||||
|
||||
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat geeft aan de houder van een burgerluchtvaartuig, dat in Nederland dan wel in het register van een staat of van een internationale organisatie als bedoeld in artikel 3.20 is ingeschreven, op aanvraag een bewijs van luchtwaardigheid met betrekking tot dat luchtvaartuig af, indien:
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
a. ten aanzien van het betrokken type-ontwerp een typecertificaat als bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, of artikel 3.20 is afgegeven;
|
||||
b. ten aanzien van dat luchtvaartuig geen bewijs van luchtwaardigheid is afgegeven als bedoeld in artikel 3.20; en
|
||||
c. het betrokken luchtvaartuig voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen; deze eisen kunnen voor verschillende categorieën luchtvaartuigen verschillend zijn.
|
||||
Van overeenkomstige toepassing op niet-militaire staatsluchtvaartuigen zijn:
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt aangegeven welke bewijzen van luchtwaardigheid Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan afgeven, alsmede de verplichtingen en de bevoegdheden, welke aan ieder bewijs verbonden zijn.
|
||||
a. de Verordening (EG) 1592/2002 van het Europese Parlement en de Raad van 15 juli 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (PbEU L 240),
|
||||
b. de Verordening (EG) nr. 1702/2003 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 september 2003 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties (PbEU L 243), en
|
||||
c. de Verordening (EG) nr. 2042/2003 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 november 2003 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PbEU L 315).
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid, onder a, wordt in de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, aangegeven in welke gevallen aan de houder van een luchtvaartuig, waarvoor geen type-certificaat is afgegeven, door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat een bewijs van luchtwaardigheid kan worden afgegeven.
|
||||
**3.** In de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangegeven in welke gevallen aan de houder van een luchtvaartuig, waarvoor EASA geen type-certificaat of aanvullend type-certificaat heeft afgegeven, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat een type-certificaat, aanvullend type-certificaat dan wel een bewijs van luchtwaardigheid kan afgeven of wijzigen.
|
||||
|
||||
**4.** Aan een bewijs van luchtwaardigheid kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. Het is verboden in strijd met die voorschriften of beperkingen te handelen.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan met betrekking tot een luchtvaartuig, dat naar zijn oordeel van historische waarde is en niet voldoet aan een van de eisen, bedoeld in het eerste lid, een bewijs als bedoeld in het tweede lid afgeven. Het betrokken luchtvaartuig dient te voldoen aan door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat met betrekking tot de luchtwaardigheid van dat luchtvaartuig gestelde eisen.
|
||||
**5.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan met betrekking tot een luchtvaartuig, dat naar zijn oordeel van historische waarde is en niet voldoet aan de eisen van EASA, een bewijs van luchtwaardigheid afgeven, mits het betrokken luchtvaartuig voldoet aan de bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat met betrekking tot de luchtwaardigheid van dat luchtvaartuig gestelde eisen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.14
|
||||
|
||||
|
|
@ -518,7 +505,7 @@ c. het betrokken luchtvaartuig voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel v
|
|||
|
||||
Onze Minister van Defensie geeft met betrekking tot Nederlandse militaire luchtvaartuigen bewijzen van luchtwaardigheid af, indien:
|
||||
|
||||
a. ten aanzien van het betrokken type-ontwerp een typecertificaat is afgegeven als bedoeld in artikel 3.9, vierde lid; en
|
||||
a. ten aanzien van het betrokken type-ontwerp een typecertificaat is afgegeven als bedoeld in artikel 3.9, eerste lid; en
|
||||
b. het betrokken luchtvaartuig voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen; deze eisen kunnen voor verschillende categorieën luchtvaartuigen verschillend zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling wordt aangegeven welke bewijzen van luchtwaardigheid Onze Minister van Defensie kan afgeven.
|
||||
|
|
@ -531,7 +518,7 @@ b. het betrokken luchtvaartuig voldoet aan de bij ministeriële regeling gesteld
|
|||
|
||||
### Artikel 3.15
|
||||
|
||||
**1.** Het bewijs van luchtwaardigheid voor burgerluchtvaartuigen wordt afgegeven voor een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen termijn, welke voor de verschillende bewijzen van luchtwaardigheid verschillend kan zijn.
|
||||
**1.** Het bewijs van luchtwaardigheid voor burgerluchtvaartuigen wordt afgegeven voor onbepaalde tijd dan wel voor een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen termijn, welke voor de verschillende bewijzen van luchtwaardigheid verschillend kan zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Op aanvraag van de houder verlengt Onze Minister van Verkeer en Waterstaat het bewijs van luchtwaardigheid voor een burgerluchtvaartuig, indien wordt voldaan aan de bij of krachtens artikel 3.13 gestelde eisen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -552,7 +539,7 @@ b. het betrokken luchtvaartuig voldoet aan de bij ministeriële regeling gesteld
|
|||
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan een bewijs van luchtwaardigheid voor een burgerluchtvaartuig schorsen, wanneer:
|
||||
|
||||
a. een ernstig vermoeden rijst dat het betrokken luchtvaartuig niet lichtwaardig is;
|
||||
b. het type-certificaat met betrekking tot dat luchtvaartuig is geschorst;
|
||||
b. het desbetreffende luchtvaartuig niet meer in het register, bedoeld in artikel 3.3, is ingeschreven;
|
||||
c. de houder van het betrokken luchtvaartuig dat luchtvaartuig niet overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen onderhoudt of laat onderhouden, of
|
||||
d. de houder van het betrokken luchtvaartuig anderszins het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde niet nakomt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -568,12 +555,6 @@ c. het betrokken luchtvaartuig onherstelbaar is beschadigd.
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat trekt een bewijs van luchtwaardigheid, dat is afgegeven voor een burgerluchtvaartuig, dat in Nederland is ingevoerd en waarvoor een bewijs van inschrijving is afgegeven, in, indien binnen drie maanden na afgifte van het bewijs van luchtwaardigheid de houder van het betrokken luchtvaartuig op eerste vordering van Onze Minister niet heeft aangetoond, dat het betrokken luchtvaartuig voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen van luchtwaardigheid.
|
||||
|
||||
Onze Minister kan de termijn van drie maanden eenmaal met drie maanden verlengen.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan een bewijs van luchtwaardigheid voor een burgerluchtvaartuig intrekken, wanneer:
|
||||
|
||||
a. het betrokken luchtvaartuig anders dan wegens onherstelbare beschadiging niet luchtwaardig is, of
|
||||
|
|
@ -603,7 +584,7 @@ b. definitief buiten gebruik wordt gesteld.
|
|||
|
||||
### Artikel 3.19
|
||||
|
||||
**1.** De houder van een burgerluchtvaartuig, waarvan het typecertificaat, het aanvullend type-certificaat of het bewijs van luchtwaardigheid is geschorst of ingetrokken, levert op eerste vordering van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat het bewijs van luchtwaardigheid van het betrokken luchtvaartuig, terstond in bij Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
|
||||
**1.** De houder van een burgerluchtvaartuig, waarvan het type-certificaat, het beperkt type-certificaat of het aanvullend type-certificaat afgegeven door de EASA is ingetrokken, dan wel het bewijs van luchtwaardigheid is geschorst of ingetrokken, levert op eerste vordering van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat het bewijs van luchtwaardigheid van het betrokken luchtvaartuig, terstond in bij Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer de schorsing wordt opgeheven doet Onze Minister van Verkeer en Waterstaat het ingeleverde bewijs van luchtwaardigheid terstond wederom toekomen aan de houder van het betrokken luchtvaartuig.
|
||||
|
||||
|
|
@ -616,36 +597,25 @@ Het is verboden een vlucht uit te voeren met een burgerluchtvaartuig, dat:
|
|||
a. niet voldoet aan de voor dat luchtvaartuig geldende geluidseisen, of
|
||||
b. niet is voorzien van een geldig voor dat luchtvaartuig afgegeven geluidscertificaat of van een passende verklaring in een ander document dat door de staat van registratie is goedgekeurd voor zover dit voor dat luchtvaartuig vereist is.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Voor het uitvoeren van een vlucht met een Nederlands burgerluchtvaartuig dat is voorzien van een voortstuwingsinrichting is vereist een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat afgegeven (voorlopig) geluidscertificaat, (voorlopige) geluidsverklaring of (voorlopige) aanvullende geluidsverklaring.
|
||||
|
||||
Voor het uitvoeren van een vlucht met een Nederlands burgerluchtvaartuig dat is voorzien van een voortstuwingsinrichting is vereist, hetzij
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt aangegeven in welke gevallen aan de houder van een burgerluchtvaartuig, waarvoor geen type-certificaat is afgegeven, door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat een geluidscertificaat kan worden afgegeven.
|
||||
|
||||
– een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor dat luchtvaartuig afgegeven (voorlopig) geluidscertificaat, (voorlopige) geluidsverklaring of (voorlopige) aanvullende geluidsverklaring, hetzij
|
||||
– een geluidscertificaat als bedoeld in artikel 3.20.
|
||||
**4.** Een geluidscertificaat wordt afgegeven voor onbepaalde tijd. Vooruitlopend op de afgifte van een geluidscertificaat kan een voorlopig geluidscertificaat worden afgegeven.
|
||||
|
||||
**5.** Aan een geluidscertificaat dan wel een voorlopig geluidscertificaat kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden in verband met het onderhoud of het gebruik van het luchtvaartuig. Het is verboden in strijd met die voorschriften of beperkingen te handelen.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan met betrekking tot een luchtvaartuig, dat naar zijn oordeel van historische waarde is, geluidseisen stellen die afwijken van de door EASA vastgestelde geluidseisen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.19b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat geeft op aanvraag aan de houder van een burgerluchtvaartuig dat is voorzien van een voortstuwingsinrichting, waarvoor geluidseisen gelden en dat in Nederland dan wel in het register van een staat of van een internationale organisatie als bedoeld in artikel 3.20 is ingeschreven, met betrekking tot dat luchtvaartuig een geluidscertificaat af, indien:
|
||||
|
||||
a. ten aanzien van het betrokken type-ontwerp een type-certificaat als bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, of artikel 3.20 is afgegeven;
|
||||
b. ten aanzien van dat luchtvaartuig geen geluidscertificaat is afgegeven; en
|
||||
c. het betrokken luchtvaartuig voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde geluidseisen; deze eisen kunnen voor verschillende categorieën luchtvaartuigen verschillend zijn.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onder a, wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangegeven in welke gevallen aan de houder van een burgerluchtvaartuig, waarvoor geen type-certificaat is afgegeven, door onze Minister van Verkeer en Waterstaat een geluidscertificaat kan worden afgegeven.
|
||||
|
||||
**3.** Een geluidscertificaat wordt afgegeven voor onbepaalde tijd. Vooruitlopend op de afgifte van een geluidscertificaat kan een voorlopig geluidscertificaat worden afgegeven.
|
||||
|
||||
**4.** Aan een geluidscertificaat dan wel een voorlopig geluidscertificaat kunnen voorschriften of beperkingen met betrekking tot het onderhoud of het gebruik van het luchtvaartuig worden verbonden. Het is verboden in strijd met die voorschriften of beperkingen te handelen.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan met betrekking tot een luchtvaartuig, dat naar zijn oordeel van historische waarde is, geluidseisen stellen die afwijken van de in voorgaande leden bedoelde geluidseisen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.19c
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat geeft op aanvraag aan de houder van een burgerluchtvaartuig dat is voorzien van een voortstuwingsinrichting, waarvoor geen geluidseisen gelden, en dat in Nederland dan wel in het register van een staat of van een internationale organisatie als bedoeld in artikel 3.20 is ingeschreven, een geluidsverklaring af. Op deze verklaring wordt vermeld dat voor het betrokken luchtvaartuig geen geluidseisen gelden.
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat geeft op aanvraag aan de houder van een burgerluchtvaartuig dat is voorzien van een voortstuwingsinrichting, waarvoor geen geluidseisen gelden, en dat in Nederland is ingeschreven, een geluidsverklaring af. Op deze verklaring wordt vermeld dat voor het betrokken luchtvaartuig geen geluidseisen gelden.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan op aanvraag aan de houder van een burgerluchtvaartuig, in aanvulling op het in artikel 3.19b bedoelde geluidscertificaat een geluidsverklaring afgeven omtrent geluidsniveaus bepaald op andere wijze dan ingevolge de geldende eisen. Op deze verklaring wordt vermeld dat voor het betreffende luchtvaartuig een geluidscertificaat is afgegeven alsmede de wijze waarop van de voorschriften ingevolge de geldende eisen is afgeweken.
|
||||
**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan op aanvraag aan de houder van een burgerluchtvaartuig een geluidsverklaring afgeven omtrent geluidsniveaus bepaald op andere wijze dan ingevolge de geldende eisen. Op deze verklaring wordt vermeld dat voor het betreffende luchtvaartuig een geluidscertificaat is afgegeven alsmede de wijze waarop van de voorschriften ingevolge de geldende eisen is afgeweken.
|
||||
|
||||
**3.** De geluidsverklaring wordt afgegeven voor onbepaalde tijd. Vooruitlopend op de afgifte van een geluidsverklaring respectievelijk een aanvullende geluidsverklaring, als bedoeld in de voorgaande leden, kan een voorlopige geluidsverklaring respectievelijk een voorlopige aanvullende geluidsverklaring worden afgegeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -710,7 +680,7 @@ Onze Minister van Verkeer en Waterstaat trekt een geluidscertificaat voor een bu
|
|||
|
||||
a. het luchtvaartuig niet aan de geluidseisen voldoet ;
|
||||
b. het betrokken luchtvaartuig onherstelbaar is beschadigd, of
|
||||
c. het betrokken luchtvaartuig uit het register van Nederlandse burgerluchtvaartuigen dan wel uit het register van een staat of van een internationale organisatie als bedoeld in artikel 3.20 is uitgeschreven.
|
||||
c. het betrokken luchtvaartuig uit het register van Nederlandse burgerluchtvaartuigen is uitgeschreven.
|
||||
|
||||
**5.** De houder van het burgerluchtvaartuig waarvan het geluidscertificaat is geschorst of ingetrokken, levert op eerste vordering van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat het geluidscertificaat binnen acht dagen in bij Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
|
||||
|
||||
|
|
@ -722,12 +692,7 @@ c. het betrokken luchtvaartuig uit het register van Nederlandse burgerluchtvaart
|
|||
|
||||
### Artikel 3.20
|
||||
|
||||
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan op grond van een internationale overeenkomst of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie typecertificaten, aanvullende typecertificaten, bewijzen van luchtwaardigheid of geluidscertificaten, die op grond van eisen, welke gelijkwaardig zijn aan de krachtens artikel 3.9, eerste lid, artikel 3.13, eerste lid, respectievelijk artikel 3.19b, eerste lid, gestelde eisen, zijn afgegeven door:
|
||||
|
||||
– de bevoegde autoriteit van een door hem bij ministeriële regeling aangewezen staat, of
|
||||
– een door hem bij ministeriële regeling aangewezen internationale organisatie erkennen als geldig type-certificaat, aanvullend type-certificaat, bewijs van luchtwaardigheid of geluidscertificaat.
|
||||
|
||||
Aan de erkenning kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 3.21
|
||||
|
||||
|
|
@ -758,7 +723,7 @@ b. het luchtvaartuig in de configuratie blijft waarvoor het geluidscertificaat o
|
|||
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan worden aangegeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden een afwijking van beperkte duur van het bepaalde in het tweede lid, onder b, is toegestaan.
|
||||
|
||||
**4.** De houder van een Nederlands burgerlichtvaartuig, waarvoor een bewijs van luchtwaardigheid is afgegeven, volgt de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat gegeven aanwijzingen met betrekking tot de luchtwaardigheid op.
|
||||
**4.** De houder van een Nederlands burgerlichtvaartuig, waarvoor een bewijs van luchtwaardigheid is afgegeven, volgt de door EASA en door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat gegeven aanwijzingen met betrekking tot de luchtwaardigheid op.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister van Defensie ziet er op toe dat militaire luchtvaartuigen worden onderhouden overeenkomstig de daartoe gestelde eisen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -770,7 +735,7 @@ a. de aanvraag en de afgifte van een type-certificaat, een aanvullend type-certi
|
|||
b. de wijziging en overdracht van een type-certificaat, een aanvullend type-certificaat, een (voorlopig) geluidscertificaat, een (voorlopige) geluidsverklaring, een (voorlopige) aanvullende geluidsverklaring en een bewijs van luchtwaardigheid en de verlenging van zulk een bewijs;
|
||||
c. de procedure van aanvraag, wijziging, schorsing en intrekking van een type-certificaat, een aanvullend type-certificaat, een (voorlopig) geluidscertificaat, een (voorlopige) geluidsverklaring en een (voorlopige) aanvullende geluidsverklaring;
|
||||
d. de procedure van aanvraag, wijziging, verlenging, schorsing en intrekking van een bewijs van luchtwaardigheid;
|
||||
e. hetgeen moet worden verstaan onder een ingrijpende wijziging als bedoeld in artikel 3.11, eerste lid;
|
||||
e. hetgeen moet worden verstaan onder een ingrijpende wijziging van het type-ontwerp waarvoor een type-certificaat is afgegeven;
|
||||
f. het aan luchtvaartuigen te verrichten onderhoud;
|
||||
g. de vernieuwing van een bewijs van luchtwaardigheid, een (voorlopig) geluidscertificaat, een (voorlopige) geluidsverklaring en een (voorlopige) aanvullende geluidsverklaring;
|
||||
h. de vergoeding die de aanvrager is verschuldigd voor de kosten van de behandeling van zijn aanvraag om afgifte, wijziging of overdracht van een type-certificaat, of van een aanvullend type-certificaat, en
|
||||
|
|
@ -784,7 +749,7 @@ Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot het model en de uitvoering
|
|||
|
||||
### Artikel 3.25
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verleent voor het verrichten van werkzaamheden verband houdende met de luchtwaardigheid of de geluidsproductie van burgerluchtvaartuigen of onderdelen daarvan op aanvraag aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon een erkenning, wanneer die een bedrijf voert, dat voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur met betrekking tot die erkenning gestelde eisen. Aan de erkenning kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verleent voor het verrichten van werkzaamheden verband houdende met de luchtwaardigheid of de geluidsproductie van burgerluchtvaartuigen of onderdelen daarvan op aanvraag aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon een erkenning, wanneer die erkenning niet door EASA moet worden verleend en de desbetreffende natuurlijke persoon of rechtspersoon een bedrijf voert, dat voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur met betrekking tot die erkenning gestelde eisen. Aan de erkenning kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt aangegeven welke erkenningen Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan verlenen, alsmede de bevoegdheden, welke aan iedere erkenning verbonden zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -840,7 +805,14 @@ g. het model en de uitvoering van de erkenningen.
|
|||
|
||||
### Artikel 3.30
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan op aanvraag bewijzen van bevoegdheid afgeven voor het zonder toezicht verrichten van onderhoud aan burgerluchtvaartuigen. De artikelen 2.1, vierde en vijfde lid, 2.2, 2.3 en 2.5 tot en met 2.10 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan op aanvraag bewijzen van bevoegdheid afgeven:
|
||||
|
||||
a. voor het zonder toezicht verrichten van onderhoud aan luchtvaartuigen;
|
||||
b. waarmee de houder in aanmerking komt om door een erkend onderhoudsbedrijf gemachtigd te worden om namens dat bedrijf werkzaamheden te mogen vrijgeven.
|
||||
|
||||
De artikelen 2.1, vierde en vijfde lid, 2.2, 2.3 en 2.5 tot en met 2.10 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Behoudens artikel 3.25 is het verboden zonder toezicht onderhoud aan burgerluchtvaartuigen te verrichten indien het daarvoor geldige bewijs van bevoegdheid ontbreekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2348,10 +2320,11 @@ a. handelt in strijd met de artikelen
|
|||
|
||||
1°. 1.3;
|
||||
2°. 2.1, eerste, tweede en vierde lid, 2.3, achtste lid, 2.5, tweede lid, 2.6, tweede lid, 2.10, tweede lid, 2.11;
|
||||
3°. 3.1, 3.2, 3.5, vierde lid, 3.8, tweede lid, 3.16, derde lid, 3.19, eerste lid, 3.19a, 3.19b, vierde lid, 3.19c, vierde lid, 3.19e, tweede, derde en vierde lid, 3.19f, vijfde en zevende lid, 3.22, eerste en tweede lid, 3.25, vierde lid, 3.30, tweede lid;
|
||||
3°. 3.1, 3.2, 3.5, vierde lid, 3.8, tweede lid, 3.16, derde lid, 3.19, eerste lid, 3.19a, eerste en vijfde lid, 3.19c, vierde lid, 3.19e, tweede, derde en vierde lid, 3.19f, vijfde en zevende lid, 3.22, eerste en tweede lid, 3.25, vierde lid, 3.30, tweede lid;
|
||||
4°. 4.8;
|
||||
5°. 5.2, 5.3, 5.4, 5.6 tot en met 5.9, 5.10, vijfde lid, 5.16, 5.17;
|
||||
6°. 6.59;
|
||||
7°. 7.4, eerste en tweede lid;
|
||||
10°. 10.1, tweede en derde lid, 10.2;
|
||||
11°. 11.2a, 11.4, 11.7, eerste lid, en 11.8a voor zover het betreft de artikelen 11.4, tweede lid, en 11.7;
|
||||
b. handelt in strijd met het bepaalde krachtens de artikelen
|
||||
|
|
@ -2428,7 +2401,9 @@ voor ten hoogste drie jaren worden ontzegd.
|
|||
|
||||
### Artikel 11.15
|
||||
|
||||
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen, met uitzondering van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 8.25d tot en met 8.25h.
|
||||
**1.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen, met uitzondering van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 8.25d tot en met 8.25h.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van overtreding door luchtvaartmaatschappijen van Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 259/91 (PbEU L 46).
|
||||
|
||||
### Artikel 11.16
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue