2020-05-14 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A)

This commit is contained in:
Coornhert 2020-05-14 12:00:00 +00:00
parent 1c607d4544
commit 454d12e7da

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
bwb_id: BWBR0012287
type: circulaire
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2020-03-30'
datum_inwerkingtreding: '2020-05-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0012287
citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
---
@ -744,8 +744,8 @@ De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang aan iedere vreemdeli
De ambtenaar belast met de grensbewaking:
• stelt de beslissing omtrent toegangsweigering voor de duur van de grensprocedure uit door middel van het model M18A. Indien de vreemdeling een aanvraag voor een verblijfvergunning asiel voor bepaalde tijd indient nádat de toegang is geweigerd, komt aan die toegangsweigering geen betekenis meer toe. De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt ook in dat geval de beslissing omtrent de toegangsweigering uit door middel van het model M18A;
• legt voor de duur van de grensprocedure een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid Vw of artikel 6a, eerste lid Vw op door middel van het model M19; en
• stelt de beslissing omtrent toegangsweigering uit door middel van het model M18A. Indien de vreemdeling een aanvraag voor een verblijfvergunning asiel voor bepaalde tijd indient nádat de toegang is geweigerd, komt aan die toegangsweigering geen betekenis meer toe. De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt ook in dat geval de beslissing omtrent de toegangsweigering uit door middel van het model M18A;
• legt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid Vw op door middel van het model M19 dan wel M19A; en
• plaatst de vreemdeling ten spoedigste voor de behandeling van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in AC Schiphol.
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND over het al dan niet uitstellen van de weigering tot toegang, als de ambtenaar belast met de grensbewaking concludeert dat het weigeren van toegang mogelijk leidt tot het schaden van een wezenlijk humanitair belang.
@ -754,26 +754,26 @@ De ambtenaar belast met de grensbewaking kan altijd de medewerker van de IND con
Indien een volwassen vreemdeling samen met een minderjarig kind te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, dan handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking als volgt:
• de ambtenaar belast met de grensbewaking verleent de toegang en legt daarmee geen vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid Vw, of artikel 6a, eerste lid Vw op; en
• de ambtenaar belast met de grensbewaking verleent de toegang en legt daarmee geen vrijheidsontnemende maatregel op; en
• de ambtenaar belast met de grensbewaking verwijst deze vreemdelingen voor het indienen van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, door naar de aanmeldunit van de AVIM (Afdeling Vreemdelingpolitie, Identificatie en Mensenhandel) (zie paragraaf C1/2.1 Vc).
Indien er indicaties zijn van mogelijke risicos voor het geestelijk of lichamelijk welzijn van het minderjarige kind of indien nader onderzoek nodig is naar de volwassen vreemdeling of zijn gestelde relatie tot het minderjarige kind, dan kan de ambtenaar belast met de grensbewaking van deze regel afwijken. De ambtenaar belast met de grensbewaking:
• stelt de toegangsweigering uit door middel van het model M18A;
• legt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw of artikel 6a, eerste lid, Vw door middel van het model M19 (zie paragraaf A5/3.2 Vc); en
• legt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw door middel van het model M19 dan wel M19A (zie paragraaf A5/3.2 Vc); en
• plaatst de volwassen vreemdeling en het minderjarige kind, voor de behandeling van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de Gesloten Gezinsvoorziening in Zeist.
Indien er door de ambtenaar belast met de grensbewaking wordt vastgesteld dat er risicos zijn voor het geestelijk of lichamelijk welzijn van het minderjarige kind en/of dat er geen nader onderzoek nodig is naar de volwassen vreemdeling of zijn gestelde relatie tot het minderjarige kind (de relatie wordt niet aangenomen), dan wordt er als volgt gehandeld. De ambtenaar belast met de grensbewaking:
• verleent aan het minderjarige kind de toegang en legt daarmee geen vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid Vw, of artikel 6a, eerste lid, Vw op;
• verleent aan het minderjarige kind de toegang en legt daarmee geen vrijheidsontnemende maatregel op;
• verwijst het minderjarige kind voor het indienen van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, door naar de aanmeldunit van de AVIM (zie paragraaf C1/2.1 Vc).
• stelt de toegangsweigering van de volwassen vreemdeling uit door middel van het model M18A;
• legt aan de volwassen vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op op grond van artikel 6, derde lid, Vw of artikel 6a, eerste lid, Vw door middel van het model M19 (zie paragraaf A5/3.2);
• legt aan de volwassen vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op op grond van artikel 6, derde lid, Vw door middel van het model M19 dan wel M19A (zie paragraaf A5/3.2);
• plaatst de volwassen vreemdeling ten spoedigste voor de behandeling van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in AC Schiphol.
Indien een alleenstaande minderjarige vreemdeling te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, dan handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking als volgt:
• de ambtenaar belast met de grensbewaking verleent de toegang en legt daarmee geen vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid Vw, of artikel 6a, eerste lid Vw op; en
• de ambtenaar belast met de grensbewaking verleent de toegang en legt daarmee geen vrijheidsontnemende maatregel op; en
• de ambtenaar belast met de grensbewaking verwijst deze vreemdeling voor het indienen van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, door naar de aanmeldunit van de AVIM (zie paragraaf C1/2.1 Vc).
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een voornemen voor aan de IND als het voornemen bestaat om de toegang te weigeren aan een vreemdeling die een onderdaan van de EU, EER of Zwitserland is of dit stelt te zijn, en vraagt een bijzondere aanwijzing op grond van artikel 8.8, tweede lid, Vb.
@ -803,19 +803,11 @@ De ambtenaar belast met de grensbewaking kruist in het standaardformulier zoals
• de betreffende instantie, inclusief overheidslogo (van de KMar of ZHP);
• de toepasselijke bepalingen van de wetgeving met betrekking tot de reden voor toegangsweigering (in dit geval artikel 14 juncto artikel 6, eerste lid SGC).
Het besluit op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt als toegangsweigering als bedoeld in artikel 14 SGC als deze in de grensprocedure:
In paragraaf A5/3.1 Vc onder het kopje *Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw* is toegelicht in welke situaties de grondslag voor vrijheidsontneming in artikel 6, derde lid, Vw wordt toegepast. Wanneer de daar genoemde situaties niet langer van toepassing zijn, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het model M17A.
• als kennelijk ongegrond wordt afgewezen;
• niet in behandeling wordt genomen;
• niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Wanneer het de vreemdeling ingevolge artikel 7.3 tweede lid juncto artikel 3.1, tweede lid onder a of e, Vb niet is toegestaan de uitspraak op een ingediend verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hier te lande af te wachten, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, na het besluit op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het model M17A.
De ambtenaar van de IND die werkt:
• bij een grensdoorlaatpost;
• langs de grens;
• in de onmiddellijke nabijheid van de grens
is bevoegd dit besluit te nemen en treedt daarbij op als grenswachter (zie ook paragraaf C1/2.5 Vc).
Indien de vreemdeling de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 juncto artikel 6 SGC, middels het model M17. Tevens wordt een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid, Vw. Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk plaats te vinden, maar uiterlijk binnen twee dagen na intrekking van de asielaanvraag.
Als een vreemdeling de toegang tot het grondgebied is geweigerd omdat hij een gevaar vormt voor de volksgezondheid, treft de ambtenaar belast met de grensbewaking maatregelen die erop gericht zijn de volksgezondheid te beschermen.
@ -824,7 +816,7 @@ De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang als d
• behandeling in een ziekenhuis nodig maakt; of
• ingevolge de Infectieziektewet en Quarantainewet aanleiding geeft tot quarantaine.
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een maatregel als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Vw op met als aangewezen ruimte het ziekenhuis alwaar de behandeling of de quarantaine plaats zal vinden (zie model M19 en Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld.
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een maatregel als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Vw op met als aangewezen ruimte het ziekenhuis alwaar de behandeling of de quarantaine plaats zal vinden (zie model M19 en Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld).
De ambtenaar belast met de grensbewaking beoordeelt of aan de vreemdeling alsnog toegang tot het grondgebied kan worden verleend na afloop van:
@ -833,15 +825,15 @@ De ambtenaar belast met de grensbewaking beoordeelt of aan de vreemdeling alsnog
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de in het kader van de grensbewaking getroffen maatregelen.
De schriftelijke toegangsweigering is een besluit waartegen de vreemdeling administratief beroep kan instellen bij de IND. De ambtenaar belast met de grensbewaking reikt aan de vreemdeling naast het model M17 of M18 ook een folder Rechtsmiddelen uit.
De schriftelijke toegangsweigering is een besluit waartegen de vreemdeling administratief beroep kan instellen bij de IND. De ambtenaar belast met de grensbewaking reikt aan de vreemdeling naast het model M17, M17A of M18 ook een folder Rechtsmiddelen uit.
De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een faxbericht aan de meldcentrale rechtsbijstand als een geweigerde vreemdeling om een raadsman verzoekt. De vreemdeling moet het administratief beroepschrift binnen vier weken indienen bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van artikel 5, eerste lid, Vw onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening.
Indien na de toegangsweigering (vrijwel) gelijktijdig een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw wordt opgelegd en men tegen deze vrijheidsontnemende maatregel beroep instelt, dan dient het rechtsmiddel tegen de toegangsweigering eveneens beroep te zijn, in plaats van administratief beroep.
Indien na de toegangsweigering (vrijwel) gelijktijdig een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw of artikel 6a, eerste lid, Vw wordt opgelegd en men tegen deze vrijheidsontnemende maatregel beroep instelt, dan dient het rechtsmiddel tegen de toegangsweigering eveneens beroep te zijn, in plaats van administratief beroep.
Het uitstellen van het besluit over de toegang tot Nederland is aan te merken als een voorbereidingshandeling als bedoeld in artikel 6:3 van de Awb. Het betreft dan ook geen besluit waartegen afzonderlijk rechtsmiddelen kunnen worden aangewend. Indien de vreemdeling wil opkomen tegen de toepassing van de grensprocedure, kan dit, indien de klacht samenhangt met de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid Vw of artikel 6a Vw, naar voren worden gebracht in het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel. Indien de klacht samenhangt met de behandeling dan wel de uitkomst van de asielaanvraag, kan deze naar voren worden gebracht bij het beroep tegen het besluit tot afwijzing van die aanvraag.
Het uitstellen van het besluit over de toegang tot Nederland is aan te merken als een voorbereidingshandeling als bedoeld in artikel 6:3 van de Awb. Het betreft dan ook geen besluit waartegen afzonderlijk rechtsmiddelen kunnen worden aangewend. Indien de vreemdeling wil opkomen tegen de toepassing van de grensprocedure, kan dit, indien de klacht samenhangt met de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid Vw naar voren worden gebracht in het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel. Indien de klacht samenhangt met de behandeling dan wel de uitkomst van de asielaanvraag, kan deze naar voren worden gebracht bij het beroep tegen het besluit tot afwijzing van die aanvraag.
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de grensprocedure wordt afgewezen als kennelijk ongegrond of niet-ontvankelijk wordt verklaard, wordt krachtens artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Een beroep tegen deze vrijheidsontnemende maatregel omvat niet van rechtswege een beroep tegen het besluit tot toegangsweigering dat is opgenomen in het besluit tot afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Tegen beide besluiten dient apart beroep te worden ingesteld. Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de grensprocedure niet in behandeling wordt genomen, wordt geen nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd, maar wordt de vrijheidsontnemende maatregel krachtens artikel 6a Vw voortgezet.
Nadat het besluit omtrent weigering van de toegang is genomen, wordt zo spoedig mogelijk krachtens artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid, Vw een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Een beroep tegen deze vrijheidsontnemende maatregel omvat gelet op het bepaalde in artikel 94, tweede lid, Vw van rechtswege een beroep tegen het besluit tot toegangsweigering dat is genomen middels het model M17A. Indien de vreemdeling geen beroep instelt tegen de vrijheidsontnemende maatregel, is het rechtsmiddel dat tegen de toegangsweigering moet worden ingesteld administratief beroep (zie artikel 77, eerste lid, Vw).
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de aanvraag om een visum uitsluitend wanneer de vreemdeling overtuigend heeft aangetoond dat de aanvrager een familie- of een gezinslid is in de zin van artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb:
@ -2968,7 +2960,7 @@ Ten aanzien van de plaatsing na inbewaringstelling van zowel alleenstaande minde
#### 3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat een gezin met één of meer minderjarigen binnen twee weken wordt uitgezet, mag aan een gezin met één of meer minderjarigen dat de toegang is geweigerd vrijheidsontneming op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw, al dan niet gelezen in samenhang met artikel 6a Vw, worden opgelegd.
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat een gezin met één of meer minderjarigen binnen twee weken wordt uitgezet, mag aan een gezin met één of meer minderjarigen dat de toegang is geweigerd vrijheidsontneming op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw, al dan niet gelezen in samenhang met of artikel 6a Vw, worden opgelegd.
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat het vertrek niet binnen twee weken wordt gerealiseerd wordt in beginsel volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 6, eerste lid, Vw, al dan niet gelezen in samenhang met artikel 6a Vw.
@ -2987,15 +2979,35 @@ Voor het opheffen van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw
Voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 6, eerste lid, Vw of artikel 6a Vw geldt geen regime.
Op grond van artikel 6, derde lid, Vw kan aan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd, indien de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd volgens artikel 3, derde lid, Vw wordt behandeld in de grensprocedure. De toepassing van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw tijdens de grensprocedure is uitgewerkt in paragraaf C1/2.5 Vc.
Op grond van artikel 6, derde lid, Vw kan aan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd, zolang hij wordt aangemerkt als verzoeker in de zin van artikel 2, aanhef en onder b, van de Opvangrichtlijn. Deze grondslag voor vrijheidsontneming wordt toegepast zolang het de vreemdeling wordt toegestaan als verzoeker op het grondgebied te verblijven. Dat betreft de volgende situaties:
Op grond van artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw kan aan een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de grensprocedure is afgewezen een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd. Dit betreft een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel welke door de bevoegde ambtenaar van de IND wordt opgelegd met gebruikmaking van het model M19 (zie ook paragraaf C1/2.5 Vc).
a. de vreemdeling is in afwachting van een beslissing op zijn asielaanvraag;
b. na afwijzing van de asielaanvraag totdat de beroepstermijn is verstreken, tenzij het de vreemdeling ingevolge artikel 7.3, tweede lid juncto artikel 3.1, tweede lid onder a of e, Vb niet is toegestaan de uitspraak op een ingediend verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hier te lande af te wachten;
c. na het tijdig instellen van beroep, terwijl uitzetting bij of krachtens de Vw achterwege dient te blijven totdat uitspraak is gedaan op het beroep;
d. na het tijdig instellen van beroep, waarbij tevens wordt gevraagd om een voorlopige voorziening, terwijl uitzetting bij of krachtens de Vw achterwege dient te blijven totdat uitspraak is gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening;
e. tot de beslissing op het beroepschrift indien het onder d. bedoelde verzoek is toegewezen.
Op grond van artikel 6a Vw 2000 mag de maatregel op grond van artikel 6 Vw alleen voortgezet worden met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013 wanneer er sprake is van een “significant risico op onttrekken aan het toezicht”.
Ad c.
Wanneer er sprake is van een “significant risico op onttrekken aan het toezicht wordt vermeld in artikel 5.1a, vierde lid, Vb. Daarnaast dient de maatregel proportioneel en noodzakelijk te zijn met het oog op de overdracht.
Deze situatie is aan de orde indien het beroep op grond van artikel 82, eerste lid, van de Vw schorsende werking heeft.
Bij Dublinclaimanten is de maatregel, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.
Ad d.
Deze situatie is aan de orde indien het beroep op grond van artikel 82, tweede lid, van de Vw geen schorsende werking heeft, maar de behandeling van een (gelijktijdig) ingediend verzoek om een voorlopige voorziening wel mag worden afgewacht op grond van artikel 7.3, eerste lid, van het Vb.
De gevallen waarin de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening niet mag worden afgewacht zijn omschreven in artikel 7.3, tweede lid, van het Vb, gelezen in samenhang met artikel 3.1, tweede lid, onder a en e, van het Vb. Die situaties kunnen zich enkel voordoen bij opvolgende aanvragen om een verblijfsvergunning asiel.
Voor toepassing van artikel 6, derde lid, Vw op Dublinclaimanten dient tevens sprake te zijn van een significant risico op onttrekken aan het toezicht. Wanneer er sprake is van een significant risico op onttrekken aan het toezicht wordt vermeld in artikel 5.1a, vierde lid, Vb.
Wanneer de hierboven genoemde situaties niet langer aan de orde zijn, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het model M17A. Verder wordt een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, juncto het zesde lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid Vw. Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, plaats te vinden nadat de hierboven genoemde situaties niet langer aan de orde zijn.
Op grond van artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw kan aan een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd en op wie voorafgaand aan de toegangsweigering het derde lid van toepassing was, een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd met uitzondering van de situatie dat de asielaanvraag voor het nemen van een besluit wordt ingetrokken (in dat laatste geval is het zesde lid niet van toepassing). Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, plaats te vinden binnen twee dagen nadat de onder het kopje *Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw* onder a tot en met e genoemde situaties niet langer aan de orde zijn. De nieuwe vrijheidsontnemende maatregel wordt door de bevoegde ambtenaar van de IND opgelegd met gebruikmaking van het model M19 (zie ook paragraaf C1/2.5 Vc).
Op grond van artikel 6a, eerste lid Vw kan de maatregel worden opgelegd of voortgezet met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013.
Wanneer er sprake is geweest van een voorafgaande vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw, geldt het volgende. Nadat het besluit omtrent de weigering van toegang is genomen, wordt krachtens artikel 6a, eerste lid, Vw een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Het nemen van een besluit omtrent de toegangsweigering en het opleggen van een nieuwe maatregel dient plaats te vinden binnen twee dagen nadat de onder het kopje *Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw* onder a tot en met e genoemde situaties niet langer aan de orde zijn. De nieuwe vrijheidsontnemende maatregel wordt door de bevoegde ambtenaar van de IND opgelegd met gebruikmaking van het model M19A (zie ook paragraaf C1/2.5 Vc).
Voor toepassing van artikel 6a Vw dient sprake te zijn van een significant risico op onttrekken aan het toezicht. Wanneer er sprake is van een significant risico op onttrekken aan het toezicht wordt vermeld in artikel 5.1a, vierde lid, Vb. Daarnaast dient de maatregel proportioneel en noodzakelijk te zijn met het oog op de overdracht. Bij Dublinclaimanten is de maatregel, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.
#### 3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
@ -3391,6 +3403,12 @@ Vervallen
*[afbeelding]*
## Bijlage M17A. Formulier voor het weigeren van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen na afhandeling van de asielaanvraag in de grensprocedure
*[afbeelding]*
*[afbeelding]*
## Bijlage M18. Beschikking weigering toegang personen die vallen onder het EU-recht inzake vrij verkeer (
*[afbeelding]*