2014-08-28 | BWBR0013891 | Comptabiliteitswet 2001

This commit is contained in:
Coornhert 2014-08-28 12:00:00 +00:00
parent bb0bb550b5
commit 459f1c74a5

View file

@ -39,6 +39,8 @@ j. een andere begroting, indien die begroting aan de Rijksbegroting wordt toegev
**5.** In afwijking van het derde lid kan Onze betrokken Minister besluiten de begrotingsstaat van de departementale begroting en de begrotingsstaat van een begrotingsfonds waarover hij het beheer voert, in één wet te laten vaststellen.
**6.** In afwijking van het derde lid wordt de begrotingsstaat van nationale schuld vastgesteld bij de wet waarmee de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën wordt vastgesteld.
### Artikel 2
**1.** Het begrotingsjaar is het kalenderjaar.
@ -58,7 +60,8 @@ Onder uitgaven en ontvangsten van een jaar worden verstaan:
a. de geldelijke betalingen en ontvangsten in dat jaar;
b. de niet-geldelijke betalingen en ontvangsten in dat jaar, bedoeld in artikel 30, eerste lid;
c. de verrekeningen, bedoeld in artikel 31, eerste lid, die in dat jaar plaatsvinden;
d. de toevoegingen en onttrekkingen aan een begrotingsreserve als bedoeld in artikel 5, vierde lid.
d. de toevoegingen en onttrekkingen aan een begrotingsreserve als bedoeld in artikel 5, vierde lid;
e. de toevoegingen en onttrekkingen aan een kasreserve als bedoeld in artikel 11a, zevende lid.
**2.** Als verplichting van een jaar wordt geraamd het bedrag van de verplichting die in dat jaar rechtstreeks ontstaat op grond van een verdrag, een wet, een koninklijk besluit, een ministeriële regeling, een beschikking, een verbintenis of een op een controleerbare wijze vastgelegde afspraak tussen dienstonderdelen en die in dat jaar dan wel in een later jaar tot uitgaven leidt of kan leiden.
@ -91,31 +94,15 @@ e. bruto het bedrag dat aan ontvangsten in het begrotingsjaar geraamd wordt.
### Artikel 5
**1.**
**1.** De toelichting bij de begrotingsstaat biedt in algemene zin of per begrotingsartikel inzicht in relevante met de beleids- en bedrijfsvoering samenhangende aspecten, waarvoor Onze betrokken Minister mede op grond van de artikelen 20 en 21 verantwoordelijk is.
De toelichting bij de begrotingsstaat biedt per beleidsartikel in elk geval inzicht in de met het beleid samenhangende:
**2.** Onze Minister van Financiën schrijft met toepassing van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a, de relevante aspecten, bedoeld in het eerste lid, voor.
a. algemene en indien van toepassing nader geoperationaliseerde doelstellingen die worden nagestreefd;
b. instrumenten die ter bereiking van die doelstellingen worden ingezet;
c. meerjarig beschikbare bedragen voor het aangaan van verplichtingen;
d. meerjarig beschikbare bedragen voor het verrichten van programma-uitgaven;
e. meerjarig beschikbare bedragen voor het verrichten van apparaatsuitgaven;
f. meerjarige bedragen die aan ontvangsten zijn geraamd.
**3.** Vervallen.
**2.** Het meerjarige inzicht dient, uitgaande van jaar t als begrotingsjaar, betrekking te hebben op het jaar t-2 tot en met het jaar t+4, dat wil zeggen op de periode lopende van twee jaar voorafgaand tot en met vier jaar volgend op het begrotingsjaar.
**4.** Met toestemming van Onze Minister van Financiën kan ten laste van een begrotingsartikel een meerjarige begrotingsreserve worden aangehouden.
**3.**
De toelichting bij de begrotingsstaat bevat per beleidsartikel:
a. doeltreffendheidsgegevens over de in het eerste lid bedoelde algemene en/of nader geoperationaliseerde doelstellingen, alsmede gegevens over de doelmatigheid van het beleid, alle al dan niet verkregen uit beleidsevaluatieonderzoek;
b. waar mogelijk doelmatigheidsgegevens, al dan niet verkregen uit beleidsevaluatieonderzoek, voor de in het eerste lid bedoelde apparaatsuitgaven;
c. informatie over de mate waarin de meerjarig beschikbare bedragen voor het verrichten van uitgaven juridisch verplicht of anderszins gebonden zijn;
d. informatie over de veronderstellingen in effectbereiking, doelmatigheid en raming.
**4.** Met toestemming van Onze Minister van Financiën kan ten laste van een beleidsartikel een meerjarige begrotingsreserve worden aangehouden.
**5.** De toelichting bij een beleidsartikel ten laste waarvan een begrotingsreserve wordt aangehouden, vermeldt de motieven voor het aanhouden ervan en biedt inzicht in de omvang van de reserve, alsmede zo mogelijk in de toevoeging en of onttrekking aan de reserve die in het begrotingsjaar worden verwacht.
**5.** De toelichting bij een begrotingsartikel ten laste waarvan een begrotingsreserve wordt aangehouden, vermeldt de motieven voor het aanhouden ervan en biedt inzicht in de omvang van de reserve, alsmede zo mogelijk in de toevoeging en of onttrekking aan de reserve die in het begrotingsjaar worden verwacht.
### Artikel 6
@ -131,16 +118,7 @@ c. een administratief begrotingsartikel met de omschrijving*Nominaal en onvoorzi
**3.** Ten laste van het begrotingsartikel *Nominaal en onvoorzien* kunnen geen uitgaven worden gedaan en verplichtingen worden aangegaan; de bedragen worden bij een wijziging van de begroting toegedeeld aan een ander begrotingsartikel en wel zodanig dat in het betrokken jaarverslag de gerealiseerde bedragen bij het begrotingsartikel *Nominaal en onvoorzien* uitkomen op nihil.
**4.**
De toelichting bij de begrotingsstaat biedt per niet-beleidsartikel meerjarig in elk geval inzicht in:
a. de beschikbare bedragen voor het aangaan van verplichtingen;
b. de beschikbare bedragen voor het verrichten van programma-uitgaven;
c. de beschikbare bedragen voor het doen van apparaatsuitgaven;
d. de bedragen die aan ontvangsten zijn geraamd.
Artikel 5, tweede lid, is van toepassing.
**4.** Vervallen.
**5.** In afwijking van het eerste lid en in overeenstemming met Onze Minister van Financiën kan een begroting andere niet-beleidsartikelen bevatten.
@ -165,9 +143,7 @@ h. de uitgaven en ontvangsten van het personeel en het materieel met betrekking
### Artikel 8
**1.** De begroting van de Koning bevat de uitkeringen aan de leden van het koninklijk huis, alsmede de uitgaven die functioneel samenhangen met het koningschap. De begrotingsartikelen waarin die uitkeringen worden opgenomen hebben het karakter van een niet-beleidsartikel.
**2.** In overeenstemming met Onze Minister van Financiën kan de toepassing van artikel 5 op een of meer van de begrotingen van de colleges, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder e tot en met h, gelet op de staatsrechtelijke positie van de colleges, geheel of gedeeltelijk achterwege blijven.
De begroting van de Koning bevat de uitkeringen aan de leden van het koninklijk huis, alsmede de uitgaven die functioneel samenhangen met het koningschap. De begrotingsartikelen waarin die uitkeringen worden opgenomen hebben het karakter van een niet-beleidsartikel.
### Artikel 9
@ -177,8 +153,6 @@ h. de uitgaven en ontvangsten van het personeel en het materieel met betrekking
**3.** De wet tot instelling van een begrotingsfonds bepaalt de aard van de uitgaven en van de ontvangsten van het betrokken fonds, de bestemming van een batig dan wel de aanvulling van een nadelig jaarsaldo van het fonds, alsmede wie van Onze Ministers verantwoordelijk is voor het beheer van de begroting van het fonds.
**4.** In overeenstemming met Onze Minister van Financien kan de toepassing van de artikelen 5 en 6 op de begroting van een begrotingsfonds geheel of gedeeltelijk achterwege blijven. In het geval artikel 5 niet wordt toegepast, worden de begrotingsartikelen van het betrokken begrotingsfonds geacht het karakter van een niet-beleidsartikel te hebben.
### Artikel 9a
**1.** In afwijking van artikel 1, eerste lid, onder i, artikel 1, tweede en derde lid, en artikel 12, eerste lid, kan vanaf het begrotingsjaar 2012 worden afgezien van het indienen van een voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het Fonds economische structuurversterking.
@ -327,7 +301,7 @@ c. de financiële gevolgen voor het Rijk en, waar mogelijk, de financiële gevol
**2.** In het afzonderlijk onderdeel van de toelichting wordt tevens aangegeven in hoeverre de financiële gevolgen voor het Rijk meerjarig zijn begrepen in de laatste bij de Tweede Kamer ingediende begroting.
**3.** De doelstellingen en de financiële gevolgen worden zoveel mogelijk toegelicht met prestatiegegevens als bedoeld in artikel 5, derde lid.
**3.** De doelstellingen en de financiële gevolgen worden zoveel mogelijk toegelicht met prestatiegegevens.
### Paragraaf 6. Nadere regelgeving
@ -484,7 +458,9 @@ Een dergelijke regeling wordt niet eerder vastgesteld dan 30 dagen nadat het ont
**3.** De verantwoordelijkheid voor het materieelbeheer strekt zich voor ieder van Onze Ministers slechts uit tot het beheer dat niet bij of krachtens de wet aan een of meer van Onze andere Ministers is opgedragen.
**4.** Onze Minister van Financiën is verantwoordelijk voor het beheer van het overtollige materieel bij het Rijk.
**4.** Onze Minister van Financiën is verantwoordelijk voor het beheer van de overtollige roerende zaken bij het Rijk.
**5.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de overtollige onroerende zaken bij het Rijk.
### Paragraaf 3.3. De administraties van het Rijk
@ -564,7 +540,7 @@ d. het deel van de raming van de uitgaven waarvoor nog geen verplichtingen zijn
**1.** Onze Ministers, ieder met betrekking tot de begrotingen waarvoor hij verantwoordelijk is, verrichten namens de Staat de privaatrechtelijke rechtshandelingen die uit het te voeren beheer voortvloeien, tenzij bij of krachtens de wet is bepaald dat een van Onze andere Ministers de rechtshandeling verricht.
**2.** Onze Minister van Financiën is verantwoordelijk voor het privaatrechtelijke beheer van de roerende en de onroerende zaken die aan de Staat toebehoren dan wel zijn toevertrouwd, een en ander voor zover voor dat beheer niet bij of krachtens de wet een of meer van Onze andere Ministers verantwoordelijk zijn gesteld.
**2.** Onze Minister van Financiën is verantwoordelijk voor het privaatrechtelijk beheer van de roerende zaken die aan de Staat toebehoren dan wel zijn toevertrouwd en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het privaatrechtelijk beheer van de onroerende zaken die aan de Staat toebehoren dan wel zijn toevertrouwd, een en ander voor zover voor dat beheer niet bij of krachtens de wet een of meer van Onze andere Ministers verantwoordelijk zijn gesteld.
**3.** In afwijking van het eerste lid kunnen de privaatrechtelijke rechtshandelingen, voor zover die voortvloeien uit het beheer van de begroting van de colleges, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder e tot en met h, worden verricht door de colleges en wel ieder met betrekking tot hun begroting of hun begrotingsdeel, tenzij bij of krachtens de wet is bepaald dat een andere Minister dan Onze betrokken Minister de rechtshandeling verricht.
@ -584,18 +560,6 @@ Onze Minister van Financiën sluit overeenkomsten tot het aangaan van geldlening
**4.** Indien een van beide Kamers binnen 30 dagen na de schriftelijke mededeling of binnen 14 dagen na het verstrekken van de bedoelde inlichtingen, als haar oordeel uitspreekt dat de voorgenomen rechtshandeling een voorafgaande machtiging bij de wet behoeft, zal de rechtshandeling eerst plaatsvinden nadat die machtiging is verleend.
**5.**
Deelneming door de Staat in een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, waarvan de Staat ten minste 5% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt dan wel door die deelneming zal verkrijgen, zal, indien daarmede een groter financieel belang is gemoeid dan een door Onze Minister van Financiën vast te stellen bedrag, niet eerder plaatsvinden dan 30 dagen nadat van het voornemen daartoe aan de Staten-Generaal schriftelijk mededeling is gedaan.
Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
**6.** Het vijfde lid is tevens van toepassing op verstrekking van in aandelen converteerbare leningen door de Staat aan een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, waarvan de Staat ten minste 5% van het geplaatste aandelenkapitaal heeft dan wel door die verstrekking zou verkrijgen in geval onmiddellijk conversie zou plaatsvinden, indien met die verstrekking een groter financieel belang is gemoeid dan een door Onze Minister van Financiën vast te stellen bedrag.
**7.** Het vijfde en zesde lid zijn niet van toepassing, indien de Staat met een deelneming of een verstrekking niet beoogt zijn relatieve belang in een in die leden bedoelde vennootschap alsdan of in de toekomst een verhoging te laten ondergaan.
**8.** Van andere dan in het vijfde lid bedoelde deelnemingen, van andere dan in het zesde lid bedoelde verstrekkingen, van in het zevende lid bedoelde deelnemingen en verstrekkingen alsmede van het geheel of gedeeltelijk vervreemden van deelnemingen en van in aandelen converteerbare leningen door de Staat doet Onze desbetreffende Minister na het verrichten van de rechtshandeling schriftelijk mededeling aan de Staten-Generaal.
### Artikel 34a
De procedure, bedoeld in artikel 34, eerste, derde en vierde lid, is tevens van toepassing op een voornemen tot het verrichten van de volgende privaatrechtelijke rechtshandelingen door de Staat:
@ -653,7 +617,7 @@ c. het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en kan worden voorges
### Artikel 38
**1.** Onze Minister van Financiën stelt regels met betrekking tot het financieel beheer, het materieelbeheer en de administraties die ten behoeve van dat beheer worden bijgehouden.
**1.** Onze Minister van Financiën stelt regels met betrekking tot het financieel beheer, het materieelbeheer en de administraties die ten behoeve van dat beheer worden bijgehouden. Voor zover de regels inzake het materieelbeheer betrekking hebben op onroerend materieel worden die regels gesteld door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
**2.**
@ -813,7 +777,7 @@ Onze Minister van Financiën kan nadere regels stellen met betrekking tot het be
### Artikel 50
Onze Minister van Financiën biedt uiterlijk op 1 maart na afloop van elk jaar aan de Staten-Generaal de Voorlopige Rekening aan, waarin een overzicht wordt gegeven van de voorlopige stand van de gerealiseerde bedragen aan uitgaven en ontvangsten.
Vervallen
### Artikel 51
@ -856,24 +820,13 @@ e. bruto het bedrag dat aan ontvangsten in de begrotingsstaat behorende bij de o
### Artikel 54
**1.**
De toelichting bij de verantwoordingsstaat biedt per beleidsartikel in elk geval inzicht in de met het beleid samenhangende:
a. algemene en indien van toepassing nader geoperationaliseerde doelstellingen die zijn nagestreefd en in de mate waarin deze zijn gerealiseerd;
b. instrumenten die ter bereiking van de doelstellingen zijn ingezet;
c. meerjarige bedragen van de aangegane verplichtingen;
d. meerjarige bedragen van de verrichte programma-uitgaven;
e. meerjarige bedragen van de verrichte apparaatsuitgaven;
f. meerjarige bedragen van de gerealiseerde ontvangsten;
waarbij voor de onderdelen c tot en met f voor het verslagjaar t ter vergelijking de overeenkomstige ramingen uit de ontwerp-begroting daarnaast worden gesteld. Opmerkelijke verschillen worden toegelicht.
**1.** De toelichting bij de verantwoordingsstaat biedt in algemene zin of per begrotingsartikel inzicht in de relevante met de beleids- en bedrijfsvoering samenhangende aspecten, waaraan in de toelichting bij de begrotingsstaat, bedoeld in artikel 5, eerste lid, aandacht is geschonken.
**2.** Het meerjarige inzicht dient, uitgaande van jaar t als verslagjaar, betrekking te hebben op de jaren t-4 tot en met jaar t, dat wil zeggen op de periode lopende van vier jaar voorafgaand aan het verslagjaar tot en met het verslagjaar.
**3.** In aansluiting op artikel 5, derde lid, bevat een jaarverslag per beleidsartikel de realisatiegegevens met betrekking tot de doeltreffendheidsgegevens, gegevens over de doelmatigheid van beleid, beide al dan niet verkregen uit beleidsevaluatieonderzoeken en de doelmatigheidsgegevens over de apparaatsuitgaven, waarbij deze gegevens geconfronteerd worden met de in de ontwerp-begroting opgenomen ramingen. Opmerkelijke verschillen worden toegelicht.
**3.** Vervallen.
**4.** Indien met toepassing van artikel 5, vierde lid, een begroting een beleidsartikel bevat ten laste waarvan een meerjarige begrotingsreserve wordt aangehouden, biedt het jaarverslag voor dat beleidsartikel inzicht in de gerealiseerde omvang van de reserve, alsmede in de toevoeging en of de onttrekking aan de reserve in het verslagjaar.
**4.** Indien met toepassing van artikel 5, vierde lid, een begroting een begrotingsartikel bevat ten laste waarvan een meerjarige begrotingsreserve wordt aangehouden, biedt het jaarverslag voor dat begrotingsartikel inzicht in de gerealiseerde omvang van de reserve, alsmede in de toevoeging en of de onttrekking aan de reserve in het verslagjaar.
**5.** Indien een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet of een bijzondere uitkering als bedoeld in artikel 91, eerste lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt gevormd door bijdragen uit verschillende begrotingen als bedoeld in artikel 1, dan wordt de informatie, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, opgenomen in de toelichting bij het betrokken beleidsartikel in het jaarverslag van Onze Minister die als eerste verantwoordelijk is voor die uitkering.
@ -881,19 +834,6 @@ waarbij voor de onderdelen c tot en met f voor het verslagjaar t ter vergelijkin
### Artikel 55
De toelichting bij de verantwoordingsstaat biedt per niet-beleidsartikel meerjarig in elk geval inzicht in:
a. de bedragen van de aangegane verplichtingen;
b. de bedragen van de verrichte programma-uitgaven;
c. de bedragen van de verrichte apparaatsuitgaven;
d. de bedragen van de gerealiseerde ontvangsten;
waarbij voor het verslagjaar t ter vergelijking de overeenkomstige ramingen uit de ontwerp-begroting daarnaast worden gesteld. Opmerkelijke verschillen worden toegelicht.
Artikel 54, tweede lid is van toepassing.
### Artikel 55a
**1.** Indien voor een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a, eerste en derde lid, van de Financiële-verhoudingswet of een bijzondere uitkering als bedoeld in artikel 91, eerste lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geen jaarlijkse verantwoording verplicht is gesteld aan de ontvanger van de uitkering, volstaat Onze Minister wie het aangaat met het opnemen in het jaarverslag, bedoeld in artikel 51, van die verantwoordingsinformatie, die volgens het wettelijk voorschrift aan Onze Minister moet worden verstrekt.
**2.** Onze Minister van Financiën kan nadere regels stellen met betrekking tot de verantwoordingsinformatie.
@ -935,7 +875,7 @@ b. de erin opgenomen balansposten zijn rechtmatig tot stand gekomen.
**2.** Onze Minister van Financiën zendt deze stukken zo mogelijk binnen 14 dagen na ontvangst naar de Algemene Rekenkamer, voorzien van de opmerkingen waartoe deze stukken hem aanleiding geven. Zijn opmerkingen stuurt Onze Minister van Financiën tevens aan Onze betrokken Ministers.
**3.** Onze Ministers zenden binnen 14 dagen na de datum, bedoeld in het eerste lid, aan de Algemene Rekenkamer en aan Onze Minister van Financiën een overzicht, waarin per begrotingsartikel de controlebevindingen van de accountantsdiensten zijn opgenomen.
**3.** Onze Ministers zenden binnen 14 dagen na de datum, bedoeld in het eerste lid, aan de Algemene Rekenkamer en aan Onze Minister van Financiën een overzicht, waarin per begrotingsartikel de controlebevindingen van de auditdienst van het Rijk zijn opgenomen.
### Artikel 61
@ -947,8 +887,7 @@ Het Financieel jaarverslag van het Rijk bevat in elk geval:
a. beschouwingen over de budgettaire betekenis van het gevoerde beleid voor het Rijk en voor andere onderdelen van de collectieve sector die als budgetdisciplinesector worden aangemerkt;
b. een beschouwing over de bedrijfsvoering van het Rijk;
c. de rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk, voorzien van een toelichting;
d. een balans van de bezittingen, de vorderingen en de schulden van de Staat naar de toestand per 31 december van het verslagjaar met een toelichting, waaruit onder meer blijkt naar welke grondslagen deze zijn gewaardeerd.
c. de rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk, voorzien van een toelichting.
**3.** De in het Financieel jaarverslag van het Rijk opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten sluit aan op in de departementale en niet-departementale jaarverslagen opgenomen verantwoordingsstaten.
@ -1002,7 +941,7 @@ Het jaarverslag wordt vervolgens door de voorzitter van de Eerste Kamer aan Onze
**1.**
Onze Ministers, ieder met betrekking tot de begrotingen waarvoor hij verantwoordelijk is, dragen aan de accountantsdienst van hun ministerie de controle op van:
Onze Ministers, ieder met betrekking tot de begrotingen waarvoor hij verantwoordelijk is, dragen aan de auditdienst van het Rijk de controle op van:
a. het gevoerde financieel en materieelbeheer;
b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;
@ -1010,27 +949,27 @@ c. de financiële informatie in de jaarverslagen, bedoeld in artikel 51;
d. de departementale saldibalansen;
e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering.
**2.** De accountantsdienst onderzoekt of het financieel beheer, het materieelbeheer en de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties voldoen aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid, controleerbaarheid en doelmatigheid, gesteld in artikel 22, eerste lid, respectievelijk artikel 25, eerste lid, en artikel 26, eerste lid.
**2.** De auditdienst van het Rijk onderzoekt of het financieel beheer, het materieelbeheer en de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties voldoen aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid, controleerbaarheid en doelmatigheid, gesteld in artikel 22, eerste lid, respectievelijk artikel 25, eerste lid, en artikel 26, eerste lid.
**3.**
Van een jaarverslag onderzoekt de accountantsdienst:
Van een jaarverslag onderzoekt de auditdienst van het Rijk:
a. of dit overeenkomstig de verslaggevingsvoorschriften inzake de financiële informatie is opgesteld;
b. of voldaan is aan de in artikel 58, eerste lid, onder a en b, gestelde eisen.
**4.**
Van een departementale saldibalans onderzoekt de accountantsdienst:
Van een departementale saldibalans onderzoekt de auditdienst van het Rijk:
a. of deze overeenkomstig de verslaggevingsvoorschriften is opgesteld;
b. of voldaan is aan de in artikel 59 gestelde eisen.
**5.** De resultaten van de controle worden jaarlijks vastgelegd in rapporten die zijn gericht aan Onze betrokken Minister. Het samenvattende rapport bevat, behalve de belangrijkste bevindingen van de controle, een accountantsverklaring.
**5.** De resultaten van de controle worden jaarlijks vastgelegd in rapporten die zijn gericht aan Onze betrokken Minister. Het samenvattende rapport bevat, behalve de belangrijkste bevindingen van de controle, een controleverklaring.
**6.**
De in het vijfde lid bedoelde accountantsverklaring heeft betrekking op:
De in het vijfde lid bedoelde controleverklaring heeft betrekking op:
a. de deugdelijke weergave van de in het jaarverslag en de saldibalans opgenomen financiële informatie;
b. de deugdelijke weergave van de in de bedrijfsvoeringsparagraaf van het jaarverslag opgenomen informatie over de naleving van de eis van rechtmatigheid;
@ -1041,7 +980,7 @@ d. de niet-strijdigheid van de in het jaarverslag opgenomen niet-financiële inf
**1.**
Onze Minister van Financiën draagt aan de accountantsdienst van zijn ministerie het onderzoek op van:
Onze Minister van Financiën draagt aan de auditdienst van het Rijk het onderzoek op van:
a. de centrale administratie van 's Rijks schatkist;
b. het Financieel jaarverslag van het Rijk;
@ -1049,7 +988,7 @@ c. de Saldibalans van het Rijk.
**2.**
De accountantsdienst onderzoekt:
De auditdienst van het Rijk onderzoekt:
a. of de centrale administratie aansluit op de administraties, bedoeld in artikel 21, tweede lid;
b. of de centrale administratie voldoet aan de eisen, gesteld in artikel 26, tweede lid;
@ -1061,17 +1000,15 @@ e. of de Saldibalans van het Rijk aansluit op de departementale saldibalansen.
### Artikel 68
**1.** In overeenstemming met Onze Minister van Financiën en na overleg met de Algemene Rekenkamer kunnen Onze Ministers op een andere wijze in de controle voorzien dan door een opdracht aan de accountantsdienst van hun ministerie.
**1.** Onze Minister van Financiën benoemt na overleg met Onze andere Ministers het hoofd van de auditdienst van het Rijk.
**2.** In overeenstemming met Onze Minister van Financiën wijzen Onze Ministers het hoofd aan van de accountantsdienst van hun ministerie.
**3.** Onze Ministers doen schriftelijk mededeling aan de Algemene Rekenkamer van een aanwijzing.
**2.** Onze Minister van Financiën doet schriftelijk mededeling aan de Algemene Rekenkamer van een benoeming.
### Artikel 69
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de plaats en de taak van de departementale accountantsdiensten.
**1.** Onze Minister van Financiën stelt regels met betrekking tot de controle, bedoeld in artikel 66, eerste tot en met vierde lid.
**2.** Onze Minister van Financiën kan regels stellen met betrekking tot de accountantsverklaring omtrent het jaarverslag en de saldibalans.
**2.** Onze Minister van Financiën kan regels stellen met betrekking tot de controleverklaring omtrent het jaarverslag en de saldibalans.
## Hoofdstuk VII. De Algemene Rekenkamer
@ -1323,7 +1260,7 @@ Het inwinnen van nadere inlichtingen en het vorderen van bescheiden geschiedt, i
**16.** Voor de toepassing van dit artikel worden onder rechtspersonen, commanditaire vennootschappen en vennootschappen onder firma, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, niet verstaan financiële ondernemingen met zetel in Nederland die een vergunning hebben voor het uitoefenen van het bedrijf van bank of van elektronischgeldinstelling ingevolge de Wet op het financieel toezicht of het bedrijf van kredietinstelling ingevolge de Wet financiële markten BES.
**17.** Dit artikel is niet van toepassing op provincies, gemeenten, de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, rechtspersoonlijkheid bezittende lichamen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, voor zover deze niet bij de wet zijn ingesteld, waterschappen en openbare lichamen voor beroep en bedrijf.
**17.** Dit artikel is niet van toepassing op provincies, gemeenten, de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, rechtspersoonlijkheid bezittende lichamen, bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen waterschappen en openbare lichamen voor beroep en bedrijf.
### Artikel 92