From 45a6ad2ccd53da65693880d3729798eb6910e9bf Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 31 Jan 2009 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2009-01-31 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B) --- .../BWBR0012289/README.md | 76 +++++++++---------- 1 file changed, 34 insertions(+), 42 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md index aa14edf25c5..53be3155433 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md @@ -7377,27 +7377,38 @@ In Richtlijn 2004/38 staat het burgerschap van de Unie centraal. Overwogen wordt De kring van familieleden die aan de richtlijn het (accessoire) recht op vrij verkeer ontlenen, omvat de volgende personen: -– de echtgenoot (zie artikel 8.7, tweede lid, onder a, Vb); -– de partner met wie de EU/EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat een geregistreerd partnerschap heeft gesloten, voor zover de wetgeving van het gastland geregistreerd partnerschap gelijkstelt met huwelijk en aan de voorwaarden van de wetgeving van het gastland is voldaan. In Nederland is het geregistreerd partnerschap met een huwelijk gelijkgesteld (zie artikel 8.7, tweede lid, onder b, Vb); -– de ongehuwde partner, die een deugdelijk bewezen duurzame relatie heeft met de EU/EER- onderdaan of onderdaan van Zwitserland, en op de rechtstreekse bloedverwant in de neergaande lijn van een zodanige partner, voor zover die bloedverwant jonger is dan 18 jaar en die partner vergezelt of zich bij die partner voegt (zie artikel 8.7, vierde lid, Vb); -– de rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn van de EU/EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland of van de echtgenoot of geregistreerd partner, voor zover zij jonger zijn dan 21 jaar of ten laste zijn van die onderdaan, echtgenoot of partner, en de rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn van bedoelde onderdaan, echtgenoot of partner, die van hem afhankelijk is (zie artikel 8.7, tweede lid, onder c en d, Vb). Hieronder vallen bijvoorbeeld de kinderen van 21 jaar en ouder, de ouders, maar ook de (achter)kleinkinderen en (over)grootouders; -– overige gezinsleden. In de richtlijn (zie artikel 3, tweede lid, onder a, van deze richtlijn) is opgenomen dat het gastland – overeenkomstig zijn nationaal recht en onverminderd een persoonlijk recht van vrij verkeer of verblijf, binnenkomst en verblijf van andere familieleden vergemakkelijkt. In artikel 8.7, derde lid, Vb is in verband hiermee opgenomen dat de richtlijn eveneens van toepassing is op andere familieleden dan bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, Vb, voor zover zij in het land van herkomst ten laste zijn van, of inwonen bij, de onderdaan die het verblijfsrecht in eerste instantie geniet, of zij vanwege ernstige gezondheidsredenen een persoonlijke verzorging door de burger van de onderdaan strikt behoeven. +• de echtgenoot (zie artikel 8.7, tweede lid, onder a, Vb); +• de partner met wie de EU/EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat een geregistreerd partnerschap heeft gesloten, voor zover de wetgeving van het gastland geregistreerd partnerschap gelijkstelt met huwelijk en aan de voorwaarden van de wetgeving van het gastland is voldaan. In Nederland is het geregistreerd partnerschap met een huwelijk gelijkgesteld (zie artikel 8.7, tweede lid, onder b, Vb); +• de rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn van de EU/EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland of van diens echtgenoot of geregistreerd partner, voor zover zij jonger zijn dan 21 jaar of ten laste zijn van die onderdaan, echtgenoot of partner, alsmede de rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn van bedoelde onderdaan, echtgenoot of partner, die van hem afhankelijk zijn (zie artikel 8.7, tweede lid, onder c en d, Vb). Hieronder vallen bijvoorbeeld de kinderen van 21 jaar en ouder die ten laste zijn, de ouders die ten laste zijn, maar ook de (achter)kleinkinderen en (over)grootouders die ten laste zijn van bedoelde onderdaan, echtgenoot of partner; -De vreemdeling, die een geldig nationaal paspoort of geldige identiteitskaart van een lidstaat toont, toont daarmee aan burger te zijn van de Unie en wordt daarom geacht verblijfsrecht te ontlenen aan het gemeenschapsrecht en daarmee als gemeenschapsonderdaan rechtmatig hier te lande te verblijven in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw, zolang en indien onderzoek niet heeft uitgewezen dat daaraan niet wordt voldaan. Dergelijk onderzoek is uitsluitend toegestaan indien er redelijke twijfel bestaat of aan de voorwaarden voor verblijf is voldaan. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn in de situatie waarin een economisch niet-actieve die het bewijs heeft geleverd dat hij aan de voorwaarden van artikel 7, eerste lid, onder b, van de richtlijn voldoet, of een van zijn familieleden, enige tijd na inschrijving niettemin een aanvraag indient voor bijstand. Of de situatie waarin een student die heeft verklaard over voldoende middelen van bestaan te beschikken na inschrijving toch een beroep doet op de bijstand of studiefinanciering voor het levensonderhoud. Ook kan gedacht worden aan een werknemer die door middel van een werkgeversverklaring heeft aangetoond over voltijds werk voor tenminste een jaar te beschikken, maar die binnen dat jaar een beroep doet op volledige bijstand of die zijn werk tijdens of kort na de wettelijke proeftijd, en derhalve ruim binnen het jaar, opgeeft en vervolgens een beroep doet op studiefinanciering voor het levensonderhoud voor een studie die geen verband houdt met zijn voorafgaande beroepsactiviteit. Ook valt te denken aan situaties waarin een familielid, dat niet de nationaliteit van een EU- of EER-lidstaat bezit, na vertrek van degene van wie zijn verblijfsrecht afhankelijk was of na diens overlijden, beroep doet op de bijstand. In al deze gevallen kan het verblijf, in geval is vastgesteld dat niet langer aan de relevante voorwaarden voor verblijf is voldaan, per beschikking worden beëindigd. Van een automatische beëindiging van het verblijf kan daarbij echter geen sprake zijn. +De richtlijn bepaalt voorts dat binnenkomst en verblijf worden vergemakkelijkt voor de volgende categorieën van personen: + +• andere familieleden dan bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, Vb, die in het land van herkomst ten laste zijn van, of inwonen bij degene die het verblijfsrecht in eerste instantie geniet, of die vanwege ernstige gezondheidsredenen een persoonlijke verzorging strikt behoeven door degene die het verblijfsrecht in eerste instantie geniet; +• de ongehuwde partner, niet zijnde een geregistreerd partner, die een deugdelijk bewezen duurzame relatie heeft met de EU/EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland, en de rechtstreekse bloedverwant in de neergaande lijn van een zodanige partner, voor zover die bloedverwant jonger is dan 18 jaar en die partner vergezelt of zich bij die partner voegt (zie artikel 8.7, vierde lid, Vb). De duurzame relatie zal in ieder geval worden aangenomen indien met deugdelijk bewijs kan worden aangetoond dat de ongehuwde partner en de EU/EER- onderdaan of onderdaan van Zwitserland, die gebruik maakt van zijn recht op vrij verkeer, reeds gedurende een termijn van zes maanden een gezamenlijke huishouding voeren dan wel (recentelijk) hebben gevoerd of indien uit de relatie een kind is geboren. Om aan te tonen dat sprake is of is geweest van het voeren van een gezamenlijke huishouding, oftewel samenwoning, buiten Nederland valt te denken aan het overleggen van een bewijs van inschrijving in een gemeentelijke administratie, huurcontracten of afschriften van rekeningen op beider naam. Als bewijs om aan te tonen dat de ongehuwde partners in Nederland samenwonen dan wel (recentelijk) hebben samengewoond wordt een inschrijving in de GBA op hetzelfde adres verlangd. Om aan tonen dat uit de relatie een kind is geboren dient een geboorteakte te worden overgelegd. + +In alle gevallen dient het om een (nog immer) bestaande relatie te gaan. + +Blijkens artikel 8.7, derde en vierde lid, Vb is hetgeen is opgenomen in artikel 8.8 Vb tot en met artikel 8.25 Vb eveneens van toepassing is op de twee hierboven genoemde categorieën van personen. + +De vreemdeling die onderdaan is van de EU, EER of Zwitserland, die in het bezit is van een geldig nationaal paspoort of geldige identiteitskaart van een lidstaat toont daarmee aan burger te zijn van de Unie. Deze vreemdeling wordt daarom geacht verblijfsrecht te ontlenen aan het gemeenschapsrecht en daarmee als gemeenschapsonderdaan rechtmatig hier te lande te verblijven in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw, zolang en indien onderzoek niet heeft uitgewezen dat zulks niet het geval is. Dergelijk onderzoek is uitsluitend toegestaan indien er redelijke twijfel bestaat of aan de voorwaarden voor verblijf is voldaan. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn in de situatie waarin een economisch niet-actieve die het bewijs heeft geleverd dat hij aan de voorwaarden van artikel 7, eerste lid, onder b, van de richtlijn voldoet, of een van zijn familieleden, enige tijd na inschrijving niettemin een aanvraag indient voor bijstand. Of de situatie waarin een student die heeft verklaard over voldoende middelen van bestaan te beschikken na inschrijving toch een beroep doet op de bijstand of studiefinanciering voor het levensonderhoud. Ook kan gedacht worden aan een werknemer die door middel van een werkgeversverklaring heeft aangetoond over voltijds werk voor tenminste een jaar te beschikken, maar die binnen dat jaar een beroep doet op volledige bijstand of die zijn werk tijdens of kort na de wettelijke proeftijd, en derhalve ruim binnen het jaar, opgeeft en vervolgens een beroep doet op studiefinanciering voor het levensonderhoud voor een studie die geen verband houdt met zijn voorafgaande beroepsactiviteit. Ook valt te denken aan situaties waarin een familielid, dat niet de nationaliteit van een EU- of EER-lidstaat bezit, na vertrek van degene van wie zijn verblijfsrecht afhankelijk was of na diens overlijden, beroep doet op de bijstand. In al deze gevallen kan het verblijf, in geval is vastgesteld dat niet langer aan de relevante voorwaarden voor verblijf is voldaan, per beschikking worden beëindigd. Van een automatische beëindiging van het verblijf kan daarbij echter geen sprake zijn. Vanzelfsprekend geldt bij het vorenstaande dat bedoeld onderzoek door de Minister zich richt op de door de betrokken burger daartoe verschafte gegevens en bescheiden, ter onderbouwing van diens stelling dat hij een verblijfsrecht aan het gemeenschapsrecht ontleent, en voor zover die bescheiden ingevolge de ter zake geldende regels van gemeenschapsrecht mogen worden verlangd (zie B10/5.2). -Voor de EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan en zijn gezinsleden, die geen verblijfsrecht aan de bepalingen van het EG-Verdrag of de Overeenkomst EG-Zwitserland kunnen ontlenen, gelden onverkort de overige bepalingen van de Vw en het (restrictieve) beleid. Hier kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan die verblijf in Nederland beoogt in het kader van gezinsvorming of -hereniging bij een Nederlands onderdaan (zie B2). De rechtsbescherming die onderdanen van de EU/EER en van Zwitserland genieten, ontlenen zij op grond van hun nationaliteit aan Richtlijn 2004/38 (zie B10/7). +Voor de EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan en zijn familie- of gezinsleden, die geen verblijfsrecht aan de bepalingen van het EG-Verdrag of de Overeenkomst EG-Zwitserland kunnen ontlenen, gelden onverkort de overige bepalingen van de Vw en het (restrictieve) beleid. De rechtsbescherming die onderdanen van de EU/EER en van Zwitserland genieten, ontlenen zij op grond van hun nationaliteit aan Richtlijn 2004/38 (zie B10/7). ### 2. Algemeen #### 2.1. Toegang tot Nederland -Voor de regels met betrekking tot toegang van onderdanen van de EU/EER en van de Zwitserland wordt verwezen naar A2/6.2.2. +Voor de regels met betrekking tot toegang van onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland en hun familieleden of gezinsleden wordt verwezen naar A2/6.2.2.2. #### 2.2. Mvv-vereiste -Onderdanen van de EU/EER en van Zwitserland zijn vrijgesteld van de plicht te beschikken over een geldige mvv. Voor familieleden van de onderdanen van de EU/EER of Zwitserland, die zelf niet EU/EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland zijn en afkomstig zijn uit een visumplichtig derde land (niet afkomstig uit een land genoemd in bijlage 2 VV), houdt dit in dat zij als gezinslid zonder mvv kort verblijf Nederland kunnen inreizen, teneinde alhier de gemeenschapsrechten uit te oefenen. De vrijstelling van het mvv-vereiste geldt eveneens indien genoemd gezinslid een geldige verblijfskaart van een andere lidstaat toont. Indien zij alleen reizen en uitsluitend de nationaliteit hebben van een visumplichtig derde land, geldt onverkort de visumplicht of het mvv-vereiste. Vorenstaande geldt ingevolge artikel 8.7 Vb ook voor familie- en gezinsleden van onderdanen uit Zwitserland. +Onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland zijn vrijgesteld van de plicht te beschikken over een geldige mvv. De vrijstelling van het mvv-vereiste geldt eveneens indien een familielid van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfskaart met de aantekening ‘familielid van een burger van de Unie’ toont. + +Familieleden of gezinsleden van hier te lande verblijvende onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland, die niet zelf onderdaan van genoemde landen zijn maar afkomstig zijn uit een visumplichtig derde land (niet afkomstig uit een land genoemd in bijlage 2 VV) en die niet beschikken over een verblijfskaart met de aantekening ‘familielid van een burger van de Unie’, kunnen Nederland zonder mvv inreizen indien zij het familielid begeleiden of indien zij zich alhier bij hemzullen voegen. De familieleden of gezinsleden dienen dan wel in het bezit te zijn van een visum kort verblijf. Dit visum zal versneld en kosteloos worden verstrekt. Dus ook indien een visumplichtig familielid of gezinslid voor een verblijf bij de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland van langer dan drie maanden naar Nederland komt, hoeft hij niet in het bezit te zijn van een mvv. Hij hoeft in dat geval slechts in het bezit te zijn van een visum kort verblijf om te kunnen inreizen. Voor de te volgen visumprocedure wordt verwezen naar A2/6.2.2.2. + +Wanneer een visumplichtige ongehuwde partner van een onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland zich wenst te vestigen bij de in Nederland verblijvende en van zijn recht op vrij verkeer gebruik makende onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland, dient beoordeeld te worden of sprake is van een deugdelijk bewezen duurzame relatie in de zin van artikel 8.7, vierde lid, Vb. Eerst indien daarvan sprake is kan een visumplichtige ongehuwde partner van een onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland Nederland inreizen ten behoeve van vestiging bij die partner zonder dat hij in het bezit is van een mvv (maar slechts van een visum kort verblijf). Voor de gevallen waarin wordt aangenomen dat sprake is van een deugdelijk bewezen duurzame relatie in de zin van artikel 8.7, vierde lid, Vb wordt verwezen naar A2/6.2.2.2 of B10/1.7 Vc. #### 2.3. Meldplicht bij de Korpschef @@ -7680,17 +7691,13 @@ Verblijfsbeëindiging kan in deze gevallen echter niet het automatische gevolg z ### 5. Familie- en gezinsleden van gemeenschapsonderdanen -Het familie- of gezinslid van een EU- of EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan, die rechtmatig verblijf heeft in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw, wordt eveneens aangemerkt als gemeenschapsonderdaan. Het is daarbij voor het verblijfsrecht niet van belang of het familie- of gezinslid zelf EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan is. Het familie- of gezinslid heeft ook rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw. +Het familie- of gezinslid van een onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland, dat rechtmatig verblijf heeft in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw, wordt eveneens aangemerkt als gemeenschapsonderdaan. Het is daarbij voor het verblijfsrecht niet van belang of het familie- of gezinslid zelf onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland is. Het familie- of gezinslid heeft ook rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw. -Het algemene uitgangspunt is dat het verblijfsrecht van het familie- of gezinslid een afhankelijk recht is. Door dit afhankelijk karakter eindigt het verblijfsrecht van het familie- of gezinslid in beginsel op het moment dat degene van wie dit familielid afhankelijk is, niet langer rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw heeft. Het verblijfsrecht vervalt eveneens indien het familie- of gezinslid verblijf houdt in strijd met een beperking op grond van een regeling vastgesteld krachtens het EG-Verdrag of de Overeenkomst EG-Zwitserland dan wel de (voortzetting van) het verblijf is geweigerd op grond van een actuele bedreiging van de openbare orde, openbare veiligheid of de volksgezondheid. - -De juridische band tussen de gemeenschapsonderdaan en het familie- of gezinslid is bepalend voor het verblijfsrecht. Het bestaan van een feitelijke band is daarbij niet van belang. Voor het verblijf van de partner in de zin van artikel 8.7, derde lid, onder f, Vb, geldt dat er deugdelijk bewijs van de duurzame relatie (relatieverklaring) moet zijn. Bij twijfel omtrent het bestaan van de familierechtelijke relatie of omtrent de afhankelijke positie van het familielid, moet contact worden opgenomen met het Ministerie van Justitie. - -Met betrekking tot familie- of gezinsleden van Nederlanders wordt verwezen naar B10/5.3. +Het algemene uitgangspunt is dat het verblijfsrecht van het familie- of gezinslid een afhankelijk recht is. Door dit afhankelijk karakter eindigt het verblijfsrecht van het familie- of gezinslid in beginsel op het moment dat degene van wie dit familielid afhankelijk is, niet langer rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder e, Vw heeft. Het verblijfsrecht vervalt eveneens indien het familie- of gezinslid verblijf houdt in strijd met een beperking op grond van een regeling vastgesteld krachtens het EG-Verdrag of de Overeenkomst EG-Zwitserland dan wel de (voortzetting van) het verblijf is geweigerd op grond van een actuele bedreiging van de openbare orde, openbare veiligheid of de volksgezondheid. Op grond van artikel 8.25 Vb kan het rechtmatige verblijf bovendien worden beëindigd indien onjuiste gegevens zijn verstrekt of gegevens zijn achtergehouden terwijl die gegevens tot weigering van verblijf zouden hebben geleid. #### 5.1. Samenwoningvereiste -Het is niet vereist dat de hier bedoelde familieleden permanent met de EU- of EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan, of diens echtgenoot of geregistreerd partner, samenwonen, mits de juridische familieband niet is verbroken en aan de overige vereisten is voldaan. +Voor ongehuwde partners van een onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland geldt dat zij in Nederland met hun partner dienen samen te wonen. Voor hetgeen onder samenwonen wordt verstaan wordt verwezen naar B2/4.9. Het is niet vereist dat de overige familieleden, bedoeld in artikel 8.7 Vb, permanent met de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland, of diens echtgenoot of geregistreerd partner, samenwonen, mits de juridische familieband niet is verbroken en aan de overige vereisten is voldaan. #### 5.2. Het verblijfsrecht van het familie- of gezinslid @@ -7706,31 +7713,20 @@ Iedere burger van de Unie die gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar Het onderscheid tussen rechtmatig verblijf in de vrije termijn en rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijft wel gehandhaafd ten aanzien van de familieleden die geen onderdaan zijn van een EU- of EER-lidstaat of Zwitserland. Het rechtmatig verblijf (in de zin van artikel 8, onder i, Vw) van het familielid dat niet de nationaliteit heeft van een EU- of EER-lidstaat of Zwitserland, blijkt in de eerste periode van drie maanden uit diens geldige paspoort met een op grond van artikel 9 Vw gestelde aantekening omtrent rechtmatig verblijf. Het rechtmatige verblijf kan voorts blijken uit het geldige paspoort, voorzien van het eventueel voor inreis benodigde visum of een recente aantekening omtrent inreis (inreisstempel, zie artikel 4.21 Vb) dan wel uit het geldige paspoort en een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfskaart. -Het familielid, dat niet zelf EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland is, wordt bij een verblijf van langer dan drie maanden na aanvraag in bezit gesteld van een document EU/EER, met de aantekening ‘familielid van een burger van de Unie’ (zie bijlage 7e VV). De geldigheidsduur van dit document bedraagt vijf jaar vanaf de datum van afgifte, of is gelijk aan de (voorgenomen) periode van verblijf van de EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland van wie het rechtmatig verblijf afhankelijk is, indien dat voorgenomen verblijf korter dan vijf jaren bedraagt. In overige gevallen wordt de geldigheidsduur van het verblijfsdocument bepaald op vijf jaren. +Het familielid, dat niet zelf EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland is, wordt bij een verblijf van langer dan drie maanden na aanvraag in bezit gesteld van een document EU/EER, met de aantekening ‘familielid van een burger van de Unie’. De geldigheidsduur van dit document bedraagt vijf jaar vanaf de datum van afgifte, of is gelijk aan de (voorgenomen) periode van verblijf van de EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland van wie het rechtmatig verblijf afhankelijk is, indien dat voorgenomen verblijf korter dan vijf jaren bedraagt. In overige gevallen wordt de geldigheidsduur van het verblijfsdocument bepaald op vijf jaren. Op het verblijfsdocument wordt de volgende aantekening geplaatst: ‘arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’. Dit houdt in dat het familie- of gezinslid, ongeacht de nationaliteit, het recht heeft om arbeid, al dan niet in loondienst, te verrichten. Voor de behandeling van de aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van het daaraan verbonden verblijfsdocument is een legesbedrag verschuldigd. De aanmelding voor het indienen van een aanvraag moet ingevolge artikel 8.13, tweede lid, Vb, plaatsvinden binnen één maand na afloop van de periode van drie maanden rechtmatig verblijf op grond van artikel 8.11 Vb. -Bij de aanvraag tot afgifte van het verblijfsdocument overlegt bedoeld familielid ingevolge artikel 8.13, derde lid, onder a tot en met g, Vb, de volgende documenten: +Om vast te kunnen stellen dat sprake is van een familie- of gezinslid in de zin van artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, Vb dient het familie- of gezinslid bij de aanvraag tot afgifte van het verblijfsdocument middels het overleggen van documenten zijn familierechtelijke of duurzame relatie met de EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland te kunnen aantonen (zie ook B10/1.7). Voorts schrijft artikel 8.13, derde lid, onder a tot en met g, Vb voor dat bij de aanvraag de volgende documenten worden overgelegd: -– een geldig paspoort; -– de verklaring van inschrijving van de vreemdeling bedoeld in artikel 8.7, eerste lid Vb (EU/EER- onderdaan of onderdaan van Zwitserland), bij wie hij in Nederland verblijft; -– een document waaruit de familierechtelijke of duurzame relatie blijkt met de hierbovengenoemde vreemdeling; -– voor zover hij in Nederland verblijft als familielid bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, onder c of d, Vb: - -– bewijs dat hij een dergelijk familielid is; -– voor zover hij in Nederland verblijft als familielid bedoeld in artikel 8.7, derde lid, Vb: - -– een door de bevoegde instantie van het land van herkomst afgegeven verklaring dat hij ten laste komt van of inwoont bij de hierbovengenoemde vreemdeling, onderscheidenlijk bewijs van ernstige gezondheidsredenen die de persoonlijk zorg door die vreemdeling noodzakelijk maken; -– voor zover hij in Nederland verblijft als partner als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb: - -– een relatieverklaring (vastgesteld bij regeling van de Minister); -– voor zover hij in Nederland verblijft als minderjarig kind van de hierbovengenoemde partner: - -– bewijs dat is voldaan aan het gestelde in de artikelen 3.13 tot en met 3.22 Vb. - -Na indiening van deze aanvraag dient onmiddellijk een bewijs van aanvraag te worden verstrekt (verblijfsaantekening gemeenschapsonderdaan). - -Binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag om het document EU/EER met de aantekening ‘familielid van een burger van de Unie’, dient het verblijfsdocument te worden verstrekt. Artikel 25, tweede en derde lid, Vw is niet van toepassing (zie artikel 8.13, vijfde lid, Vb). Het rechtmatig verblijf van het familielid, dat niet zelf EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland is, wordt niet beïnvloed door tijdelijke afwezigheid van niet meer dan zes maanden per jaar, door afwezigheden van langere duur voor de vervulling van militaire verplichtingen, door één afwezigheid van ten hoogste twaalf maanden om belangrijke redenen, zoals zwangerschap en bevalling, ernstige ziekte, studie of beroepsopleiding, noch door uitzending om werkzaamheden te verrichten in een andere lidstaat of een derde land. Het is aan de vreemdeling om zulks met documenten te staven (zie artikel 8.15 Vb, eerste lid, Vb). +• een geldig paspoort; +• de verklaring van inschrijving van de vreemdeling bedoeld in artikel 8.7, eerste lid Vb (EU/EER- onderdaan of onderdaan van Zwitserland), bij wie hij in Nederland verblijft; +• een document waaruit de familierechtelijke relatie blijkt met de hierboven genoemde vreemdeling; +• een document waaruit de duurzame relatie blijkt met de hierboven genoemde vreemdeling; +• voor zover hij in Nederland verblijft als familielid bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, onder c of d, Vb: bewijs dat hij een dergelijk familielid is; +• voor zover hij in Nederland verblijft als familielid bedoeld in artikel 8.7, derde lid, Vb: een door de bevoegde instantie van het land van herkomst afgegeven verklaring dat hij ten laste komt van of inwoont bij de hierbovengenoemde vreemdeling, onderscheidenlijk bewijs van ernstige gezondheidsredenen die de persoonlijk zorg door die vreemdeling noodzakelijk maken; +• voor zover hij in Nederland verblijft als partner als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb: een relatieverklaring (vastgesteld bij regeling van de Minister); +• voor zover hij in Nederland verblijft als minderjarig kind van de hierbovengenoemde partner: bewijs dat is voldaan aan het gestelde in de artikelen 3.13 tot en met 3.22 Vb. #### 5.3. Familie- of gezinsleden van Nederlanders @@ -7748,14 +7744,10 @@ Met name een verrichter van diensten, van Nederlandse nationaliteit, kan onder o ###### 5.3.2.1. Terugkeer naar Nederland -Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EG (HvJEG, 7 juli 1992, Surinder Singh) kan worden afgeleid dat een lidstaat verblijf moet toestaan aan het familie- of gezinslid – ongeacht diens nationaliteit – van een eigen onderdaan die met dit familie- of gezinslid in een andere lidstaat op grond van het EG-Verdrag heeft verbleven en die zich daarna weer vestigt in eigen land. Voorwaarde is wel dat de eigen onderdaan verblijf in eigen land houdt conform het EG-Verdrag. - -Dit betekent dat een Nederlander bij terugkeer in Nederland als gemeenschapsonderdaan kan worden beschouwd, wanneer hij alhier reële en daadwerkelijke arbeid verricht of als economisch niet-actieve in de zin van het EG-Verdrag kan worden aangemerkt. Voor het rechtmatig verblijf van de familie- of gezinsleden die in de andere lidstaat bij hem verbleven op grond van het EG-Verdrag geldt dan het gemeenschapsrecht in plaats van de regels als genoemd in B2. Aan deze familie- of gezinsleden worden minstens dezelfde rechten toegekend als die zij krachtens het gemeenschapsrecht zouden hebben in een andere lidstaat. Deze familie- of gezinsleden worden aangemerkt als gemeenschapsonderdaan in de zin van artikel 1, aanhef en onder e, Vw. +Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EG (HvJEG, 7 juli 1992, Surinder Singh) kan worden afgeleid dat een lidstaat verblijf moet toestaan aan het familie- of gezinslid – ongeacht diens nationaliteit – van een eigen onderdaan die met dit familie- of gezinslid in een andere lidstaat op grond van het EG-Verdrag heeft verbleven en die zich daarna weer vestigt in eigen land. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie (HvJEG, 11 december 2007, Eind) blijkt dat bij terugkeer van een werknemer naar de lidstaat waarvan hij de nationaliteit heeft nadat hij betaald werk heeft verricht in een andere EU-lidstaat, een in die andere lidstaat tot het gezin van die werknemer behorend persoon met de nationaliteit van een derde land, een recht van verblijf heeft in de lidstaat waarvan de werknemer de nationaliteit heeft, ook indien deze laatste aldaar geen reële en daadwerkelijke economische activiteit verricht. Dit is van belang voor het rechtmatig verblijf van de familie- of gezinsleden die in de andere lidstaat bij hem verbleven op grond van het EG-Verdrag. Voor hen geldt dan het gemeenschapsrecht in plaats van de regels als genoemd in B2. Aan deze familie- of gezinsleden worden minstens dezelfde rechten toegekend als die zij krachtens het gemeenschapsrecht zouden hebben in een andere lidstaat. Deze familie- of gezinsleden worden aangemerkt als gemeenschapsonderdaan in de zin van artikel 1, aanhef en onder e, Vw indien middels documenten kan worden aangetoond dat dit familie- of gezinslid in de andere lidstaat waar de Nederlander met dit familie- of gezinslid heeft verbleven op grond van het EG-Verdrag verblijfsrecht is toegekend. Over de reikwijdte van het behoud van rechten krachtens het gemeenschapsrecht van de eigen onderdaan na terugkeer in het eigen land, heeft het Hof bepaald dat deze strekt zolang er een directe relatie bestaat tussen het gezinsleven en het vrij verkeer van werknemers. Het gaat dus om rechten krachtens het gemeenschapsrecht, waaraan reeds uitvoering is gegeven. Voor de verlening van een verblijfsvergunning aan familie- of gezinsleden van de eigen onderdaan, die niet in de andere lidstaat bij hem hebben verbleven op grond van het EG-Verdrag, zijn daarom de regels als genoemd in B2 onverkort van toepassing. -Het recht gaat verloren, indien de Nederlander niet meer voldoet aan de beperkingen van het EG-Verdrag. - ###### 5.3.2.2. Voortzetting van verblijf bij naturalisatie Volgens het Hof van Justitie EG (HvJEG, 23 februari 1994, Scholz) kan verwerving van de nationaliteit van het verblijfsland, vooral als die verwerving het verlies van de oorspronkelijke nationaliteit tot gevolg heeft, niet tot verlies van op grond van het vrij verkeer van werknemers verkregen rechten leiden. Naturalisatie leidt niet tot verlies van de rechten die de gemeenschapsonderdaan op dat moment aan het gemeenschapsrecht kon ontlenen.