2008-05-30 | BWBR0023903 | Besluit beheer winningsafvalstoffen
This commit is contained in:
parent
a97617f347
commit
45aee91a03
1 changed files with 17 additions and 27 deletions
|
|
@ -12,7 +12,7 @@ citeertitel: Besluit beheer winningsafvalstoffen
|
|||
|
||||
## Hoofdstuk I. Beheer van winningsafvalstoffen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
|
||||
### Paragraaf 1. Begripsbepalingen en werkingssfeer
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
|
|
@ -20,15 +20,9 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
*behandeling:* biologische, chemische, fysische, mechanische of thermische processen, of een combinatie daarvan, die op mineralen worden uitgevoerd met de bedoeling het mineraal te extraheren, uitgezonderd het smelten en de uitvoering van thermische productieprocessen of metallurgische processen op mineralen;
|
||||
|
||||
*beschikking afvalkarakterisering:* beschikking nr. 2009/360/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 30 april 2009 tot aanvulling van de technische voorschriften voor de afvalkarakterisering die zijn vastgesteld in Richtlijn 2006/21/EG van het Europese Parlement en de Raad betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën (PbEU L 110);
|
||||
*gevaarlijke stof:* bij of krachtens het Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten in een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen ingedeelde stof of preparaat;
|
||||
|
||||
*beschikking indeling afvalvoorzieningen:* beschikking nr. 2009/337/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 april 2009 tot vaststelling van de criteria voor de indeling van afvalvoorzieningen overeenkomstig bijlage III bij Richtlijn 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën (PbEU L 102);
|
||||
|
||||
*beschikking inert afval:* beschikking nr. 2009/359/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 30 april 2009 tot aanvulling van de definitie van inert afval ter uitvoering van artikel 22, lid 1, onder f, van Richtlijn 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën (PbEU L 110);
|
||||
|
||||
*gevaarlijke stof:* bij of krachtens het Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten in een categorie als bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, van de wet ingedeelde stof of preparaat;
|
||||
|
||||
*inerte afvalstoffen:* onbrandbare afvalstoffen die geen significante fysische, chemische of biologische veranderingen ondergaan en die voldoen aan de criteria, bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de beschikking inert afval, of die als zodanig zijn aangewezen bij regeling van Onze Minister;
|
||||
*inerte afvalstoffen:* onbrandbare afvalstoffen die geen significante fysische, chemische of biologische veranderingen ondergaan;
|
||||
|
||||
*mineraal:* een van nature voorkomende afzetting in de aardkorst van een organische of anorganische stof, uitgezonderd water;
|
||||
|
||||
|
|
@ -39,16 +33,12 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
*richtlijn 2006/11/EG:*
|
||||
richtlijn nr. 2006/11/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2006 betreffende de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd (PbEU L 64);
|
||||
|
||||
*vergunning:* omgevingsvergunning voor een inrichting of een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet;
|
||||
*vergunning:* vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de wet of in artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren;
|
||||
|
||||
*wet:*
|
||||
Wet milieubeheer;
|
||||
|
||||
*zwaar ongeval:* gebeurtenis als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
Dit besluit berust mede op de artikelen 6.6 en 6.20, tweede lid, van de Waterwet.
|
||||
*zwaar ongeval:* gebeurtenis als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -86,9 +76,9 @@ a. het ontstaan van afvalstoffen, alsook de schadelijkheid ervan zoveel mogelijk
|
|||
1°. afvalbeheer in de ontwerpfase en bij de keuze van de methode die wordt gebruikt voor de winning en behandeling van mineralen;
|
||||
2°. de veranderingen die de winningsafvalstoffen kunnen ondergaan met betrekking tot een vergroting van de oppervlakte en de blootstelling aan bovengrondse omstandigheden;
|
||||
3°. terugplaatsing van winningsafvalstoffen in de uitgegraven ruimten na extractie van mineralen, voor zover dit technisch en economisch haalbaar en vanuit milieuoogpunt verantwoord is, overeenkomstig de huidige milieunormen en, waar van toepassing, overeenkomstig de voorschriften van dit besluit;
|
||||
4°. het weer aanbrengen van de bovenste grondlaag na de sluiting van de afvalvoorziening of, als dit praktisch niet haalbaar is, hergebruik of recycling van de bovenste grondlaag elders;
|
||||
4°. het weer aanbrengen van de bovenste grondlaag na de sluiting van de afvalvoorziening of, als dit praktisch niet haalbaar is, hergebruik van de bovenste grondlaag elders;
|
||||
5°. het gebruik van minder gevaarlijke stoffen voor de behandeling van mineralen;
|
||||
b. de nuttige toepassing van winningsafvalstoffen door middel van recycling, voorbereiding van hergebruik of terugwinning van dergelijke afvalstoffen te bevorderen waar dat vanuit milieuoogpunt verantwoord is overeenkomstig de huidige milieunormen en de voorschriften van dit besluit;
|
||||
b. de nuttige toepassing van winningsafvalstoffen door middel van recycling, hergebruik of terugwinning van dergelijke afvalstoffen te bevorderen waar dat vanuit milieuoogpunt verantwoord is overeenkomstig de huidige milieunormen en de voorschriften van dit besluit;
|
||||
c. op de korte en de lange termijn de veilige opslag van de afvalstoffen te waarborgen, in het bijzonder door reeds in de ontwerpfase het beheer tijdens de bedrijfsuitoefening en de fase na de sluiting van een afvalvoorziening in overweging te nemen en door een ontwerp te kiezen:
|
||||
|
||||
1°. waarvoor weinig en, zo mogelijk, uiteindelijk geen monitoring, controle en beheer van de gesloten afvalvoorziening nodig is;
|
||||
|
|
@ -101,10 +91,10 @@ c. op de korte en de lange termijn de veilige opslag van de afvalstoffen te waar
|
|||
|
||||
Het winningsafvalbeheersplan bevat ten minste:
|
||||
|
||||
a. een karakterisering van de winningsafvalstoffen overeenkomstig bijlage II bij de richtlijn beheer winningsafval, de artikelen 1 en 2 van de beschikking afvalkarakterisering, alsmede artikel 2 van de beschikking inert afval en een verklaring van de geschatte totale hoeveelheid winningsafvalstoffen die tijdens de bedrijfsuitoefening zal worden geproduceerd;
|
||||
a. een karakterisering van de winningsafvalstoffen overeenkomstig bijlage II bij de richtlijn beheer winningsafval en een verklaring van de geschatte totale hoeveelheid winningsafvalstoffen die tijdens de bedrijfsuitoefening zal worden geproduceerd;
|
||||
b. een beschrijving van de werkzaamheden die deze afvalstoffen voortbrengen, en van eventuele daaropvolgende behandelingen die de afvalstoffen zullen ondergaan;
|
||||
c. een beschrijving van de wijze waarop het milieu en de gezondheid van de mens nadelige effecten kunnen ondervinden als gevolg van het storten van deze afvalstoffen en de preventieve maatregelen die zullen worden genomen om de gevolgen voor het milieu tijdens de exploitatie en na de sluiting zoveel mogelijk te beperken, met inbegrip van de onderdelen waarnaar wordt verwezen in artikel 4.10, tweede lid, onderdelen a, b, d en e, van de Regeling omgevingsrecht;
|
||||
d. de voorgestelde controle- en monitoringsprocedures uit hoofde van artikel 4.10, tweede lid, onderdeel c, van de Regeling omgevingsrecht en voor zover van toepassing, artikel 12, in verbinding met artikel 8.49 van de wet;
|
||||
c. een beschrijving van de wijze waarop het milieu en de gezondheid van de mens nadelige effecten kunnen ondervinden als gevolg van het storten van deze afvalstoffen en de preventieve maatregelen die zullen worden genomen om de gevolgen voor het milieu tijdens de exploitatie en na de sluiting zoveel mogelijk te beperken, met inbegrip van de onderdelen waarnaar wordt verwezen in artikel 5.13a, tweede lid, onderdelen a, b, d en e, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer;
|
||||
d. de voorgestelde controle- en monitoringsprocedures uit hoofde van artikel 5.13a, tweede lid, onderdeel c, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer en voor zover van toepassing, artikel 12, in verbinding met artikel 8.49 van de wet;
|
||||
e. het voorgestelde plan voor sluiting, inclusief de rehabilitatie, de procedures voor het onderhoud na de sluiting en de monitoring overeenkomstig artikel 8.49 van de wet;
|
||||
f. maatregelen om de verslechtering van de waterkwaliteit te voorkomen, overeenkomstig de kaderrichtlijn water en om bodem- en luchtverontreiniging uit hoofde van artikel 10 zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken;
|
||||
g. een overzicht van de bestaande toestand van het milieu dat door de afvalvoorziening zal worden aangetast.
|
||||
|
|
@ -142,7 +132,7 @@ c. dat een wijziging of herziening van het winningsafvalbeheersplan aan het bevo
|
|||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** In een vergunning wordt door het bevoegd gezag aangegeven of een afvalvoorziening is ingedeeld in categorie A overeenkomstig de in bijlage III bij de richtlijn beheer winningsafval bedoelde criteria, alsmede overeenkomstig de criteria, bedoeld in de artikelen 1 tot en met 9 van de beschikking indeling afvalvoorzieningen.
|
||||
**1.** In een vergunning wordt door het bevoegd gezag aangegeven of een afvalvoorziening is ingedeeld in categorie A overeenkomstig de in bijlage III bij de richtlijn beheer winningsafval bedoelde criteria.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -176,7 +166,7 @@ b. dat na de oplevering van de afvalvoorziening en vóór de ingebruikneming daa
|
|||
|
||||
Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting:
|
||||
|
||||
a. dat de afvalvoorziening op een zodanige wijze wordt beheerd en onderhouden dat de fysische stabiliteit is verzekerd en verontreiniging of besmetting van bodem, lucht, oppervlaktewaterlichamen of grondwater en schade aan het landschap zoveel mogelijk wordt voorkomen, dan wel zoveel mogelijk wordt beperkt, voor zover zij niet kunnen worden voorkomen;
|
||||
a. dat de afvalvoorziening op een zodanige wijze wordt beheerd en onderhouden dat de fysische stabiliteit is verzekerd en verontreiniging of besmetting van bodem, lucht, oppervlaktewater of grondwater en schade aan het landschap zoveel mogelijk wordt voorkomen, dan wel zoveel mogelijk wordt beperkt, voor zover zij niet kunnen worden voorkomen;
|
||||
b. dat verontreinigd water of percolaat wordt opgevangen, verzameld en gezuiverd of afgevoerd op een zodanige wijze dat geen gevaar bestaat voor verontreiniging van de bodem of het grondwater;
|
||||
c. dat erosie door water of wind wordt tegengegaan, voor zover dat technisch mogelijk en economisch haalbaar is;
|
||||
d. tot periodieke monitoring en inspectie van de afvalvoorziening door binnen de inrichting werkzame personen, die beschikken over de voor die werkzaamheden benodigde vakbekwaamheid, om te verzekeren dat de voorziening voldoet aan de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden;
|
||||
|
|
@ -204,24 +194,24 @@ Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verpli
|
|||
a. overeenkomstig het bepaalde bij de kaderrichtlijn water, verslechtering van de toestand van het water wordt voorkomen, onder meer door:
|
||||
|
||||
1°. de potentiële percolaatvorming te evalueren, met inbegrip van de verontreinigde bestanddelen van het percolaat, vanuit de gestorte afvalstoffen zowel tijdens de bedrijfsuitoefening als tijdens de fase na de sluiting van de afvalvoorziening, en de waterbalans van de afvalvoorziening te bepalen;
|
||||
2°. te voorkomen, dan wel zoveel mogelijk te beperken, voor zover dit niet kan worden voorkomen, dat percolaat wordt gegenereerd en oppervlaktewaterlichamen, grondwater of de bodem door de afvalstoffen worden verontreinigd;
|
||||
2°. te voorkomen, dan wel zoveel mogelijk te beperken, voor zover dit niet kan worden voorkomen, dat percolaat wordt gegenereerd en oppervlaktewater, grondwater of de bodem door de afvalstoffen worden verontreinigd;
|
||||
3°. het verontreinigde water en percolaat van de afvalvoorziening te verzamelen en te behandelen totdat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde normen van lozing ervan;
|
||||
b. degene die de afvalvoorziening drijft, de noodzakelijke maatregelen neemt om stof- en gasemissies zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel zoveel mogelijk te beperken, voor zover deze emissies niet kunnen worden voorkomen;
|
||||
c. indien winningsafvalstoffen worden teruggeplaatst in een afvalvoorziening die na de sluiting mag volstromen, degene die deze afvalvoorziening drijft:
|
||||
|
||||
1°. de noodzakelijke maatregelen treft om verslechtering van de toestand van het water en bodemverontreiniging zoveel mogelijk te voorkomen dan wel zoveel mogelijk te beperken, voor zover dit niet kan worden voorkomen;
|
||||
2°. het bevoegd gezag voorziet van de informatie die noodzakelijk is om te verzekeren dat wordt voldaan aan richtlijn 2006/11/EG, het Activiteitenbesluit milieubeheer en de kaderrichtlijn water.
|
||||
2°. het bevoegd gezag voorziet van de informatie die noodzakelijk is om te verzekeren dat wordt voldaan aan richtlijn 2006/11/EG, het Lozingenbesluit bodembescherming en de kaderrichtlijn water.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag kan van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onder a, onderdelen 2° of 3°, afwijken indien op basis van een beoordeling van de milieurisico’s en rekening houdend met richtlijn 2006/11/EG, het Activiteitenbesluit milieubeheer en de kaderrichtlijn water, wordt vastgesteld dat:
|
||||
Het bevoegd gezag kan van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onder a, onderdelen 2° of 3°, afwijken indien op basis van een beoordeling van de milieurisico’s en rekening houdend met richtlijn 2006/11/EG, het Lozingenbesluit bodembescherming en de kaderrichtlijn water, wordt vastgesteld dat:
|
||||
|
||||
a. het verzamelen en behandelen van percolaat niet nodig is, of
|
||||
b. de afvalvoorziening geen potentieel gevaar voor de bodem, het grondwater of een oppervlaktewaterlichaam vormt.
|
||||
b. de afvalvoorziening geen potentieel gevaar voor de bodem, het grondwater of het oppervlaktewater vormt.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Aan een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet voor het storten van winningsafvalstoffen in een ontvangend waterlichaam, niet zijnde een waterlichaam dat is aangelegd voor de verwijdering van winningsafvalstoffen, wordt de verplichting verbonden dat degene die de afvalvoorziening drijft:
|
||||
Aan een vergunning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren voor het storten van winningsafvalstoffen in een ontvangend waterlichaam, niet zijnde een waterlichaam dat is aangelegd voor de verwijdering van winningsafvalstoffen, wordt de verplichting verbonden dat degene die de afvalvoorziening drijft:
|
||||
|
||||
a. voldoet aan de toepasselijke voorschriften van richtlijn 2006/11/EG en de kaderrichtlijn water;
|
||||
b. het bevoegd gezag voorziet van de informatie die noodzakelijk is om te verzekeren dat wordt voldaan aan de onder a bedoelde voorschriften.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue