2009-01-01 | BWBR0020183 | Besluit WWB 2007

This commit is contained in:
Coornhert 2009-01-01 12:00:00 +00:00
parent 77875047b5
commit 45b05a82f8

View file

@ -131,6 +131,68 @@ c. de uitkomst van de beoordeling van het effect van de arbeidsmarkt en van het
**4.** Een verzoek tot een aanvullende uitkering wordt in ieder geval afgewezen, indien Onze Minister een aanwijzing als bedoeld in artikel 76, derde lid, van de wet heeft gegeven.
### Artikel 10a
**1.**
Tot een inhoudelijke beoordeling van een verzoek om een meerjarige aanvullende uitkering wordt overgegaan, nadat de toetsingscommissie heeft vastgesteld dat:
a. voldaan is aan bij ministeriële regeling te stellen vormvoorschriften;
b. de budgetgrondslag over elk van de drie kalenderjaren voorafgaande aan het kalenderjaar waarin het verzoek tot een meerjarige aanvullende uitkering wordt ingediend berekend is op grond van artikel 6 of artikel 7;
c. in elk van de drie kalenderjaren voorafgaande aan het kalenderjaar waarin het verzoek, bedoeld in onderdeel b, wordt ingediend de gemaakte kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, de verstrekte uitkering met minimaal 2,5% plus een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage voor elk van die drie kalenderjaren overstijgen;
d. het aannemelijk is dat een overstijging als bedoeld in onderdeel c niet geheel het gevolg is van het gemeentelijke beleid en de uitvoering daarvan;
e. het aannemelijk is dat een overstijging als bedoeld in onderdeel c zich zal voordoen in het kalenderjaar waarin het verzoek, bedoeld in onderdeel b, wordt ingediend en de twee daaropvolgende kalenderjaren;
f. het college een analyserapport heeft opgesteld over de mogelijke oorzaken van de overstijgingen, bedoeld in onderdeel c, en een overzicht heeft toegevoegd van de genomen en eventueel nog te treffen maatregelen ter verbetering van het gemeentelijke beleid en de uitvoering daarvan;
g. de gemeenteraad heeft ingestemd met indiening van het verzoek, bedoeld in onderdeel b.
**2.** De meerjarige aanvullende uitkering ziet op het kalenderjaar waarin het verzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt ingediend en de twee daaropvolgende kalenderjaren.
**3.** Indien de toetsingscommissie van oordeel is, dat niet voldaan is aan de vereisten, genoemd in het eerste lid, adviseert de toetsingscommissie Onze Minister geen meerjarige aanvullende uitkering toe te kennen.
### Artikel 10c
**1.**
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. *overstijging:* de overstijging, bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdeel c;
b. *verzoek:* het verzoek, bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdeel b.
**2.**
De meerjarige aanvullende uitkering bestaat uit drie delen: U(1), U(2) en U(3) waarbij:
a. U(1) staat voor het deel van de meerjarige aanvullende uitkering dat ziet op het kalenderjaar waarin het verzoek wordt ingediend;
b. U(2) staat voor het deel van de meerjarige aanvullende uitkering dat ziet op het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop U(1) ziet;
c. U(3) staat voor het deel van de meerjarige aanvullende uitkering dat ziet op het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop U(2) ziet.
**3.**
De hoogte van U(1), U(2) respectievelijk U(3) is gelijk aan:
(A B) x m
waarbij:
a. A staat voor de werkelijk gemaakte kosten in het kalenderjaar waarop het desbetreffende deel van de meerjarige aanvullende uitkering betrekking heeft;
b. B staat voor:
1° 102,5% plus een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de uitkering, indien de overstijging niet mede het gevolg is van het gemeentelijke beleid en de uitvoering daarvan;
2° 105% plus een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de uitkering, indien de overstijging gedeeltelijk het gevolg is van het gemeentelijke beleid en de uitvoering daarvan; dan wel
3° 107,5% plus een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de uitkering, indien de overstijging bijna uitsluitend het gevolg is van het gemeentelijke beleid en de uitvoering daarvan;
c. m staat voor:
1° 1, indien de budgetgrondslag in het kalenderjaar waarop het desbetreffende deel van de meerjarige aanvullende uitkering betrekking heeft, berekend is op grond van artikel 7; dan wel
2° het aantal inwoners in de gemeente, verminderd met 25.000 en vervolgens gedeeld door 15.000, indien de budgetgrondslag in het kalenderjaar waarop het desbetreffende deel van de meerjarige aanvullende uitkering betrekking heeft, berekend is op grond van artikel 6.
**4.** De in het derde lid bedoelde uitkering is ten minste gelijk aan het verschil tussen A en 110% van de over het betreffende kalenderjaar toegekende uitkering als bedoeld in artikel 69 van de wet.
**5.** Onze Minister kan van het derde lid afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de artikelen 10a, 10b en 10d beogen te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
### Artikel 10d
Bij een wijziging van de gemeentelijke indeling of een grenscorrectie als bedoeld in de Wet algemene regels herindeling worden de gegevens waarmee de berekeningen op grond van de artikelen 10a, eerste lid, onderdeel c, en 10c, worden uitgevoerd, vastgesteld op basis van een redelijke schatting van de toestand van die gegevens zoals die zou zijn geweest als de wijziging op de datum waarop die gegevens betrekking hebben reeds was ingegaan.
### Paragraaf 4. Overige en slotbepalingen
### Artikel 11