2008-01-01 | BWBR0001860 | Faillissementswet
This commit is contained in:
parent
cf41566edd
commit
45ba1bea61
1 changed files with 223 additions and 246 deletions
|
|
@ -3010,123 +3010,141 @@ Tegen de beslissingen van de rechter, ingevolge de bepalingen van deze titel geg
|
|||
In het verzoekschrift of in een daarbij te voegen bijlage worden opgenomen:
|
||||
|
||||
a. een staat als bedoeld in artikel 96;
|
||||
b. een gespecificeerde opgave van de inkomsten van de schuldenaar, hoe ook genaamd en ongeacht de titel van verkrijging, die de schuldenaar pleegt te verwerven of kan verwerven;
|
||||
c. een gespecificeerde opgave van de vaste lasten van de schuldenaar;
|
||||
d. indien de schuldenaar is gehuwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, een opgave van de gegevens, bedoeld onder b en c betreffende de echtgenoot onderscheidenlijk de geregistreerde partner;
|
||||
e. een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldsanering te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden de verzoeker beschikt, afgegeven door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van de woon- of verblijfplaats van de schuldenaar. Het college kan deze bevoegdheid mandateren aan een gemeentelijke kredietbank als bedoeld in de de Wet op het financieel toezicht of aan krachtens artikel 48, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op het consumentenkrediet aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen, dan wel categorieën daarvan.
|
||||
b. een opgave van de goederen van de schuldenaar, met vermelding van eventueel daarop rustende rechten van pand en hypotheek en retentierechten die daarop uitgeoefend kunnen worden;
|
||||
c. een gespecificeerde opgave van de inkomsten van de schuldenaar, hoe ook genaamd en ongeacht de titel van verkrijging, die de schuldenaar pleegt te verwerven of kan verwerven, onder vermelding van de wijzigingen die daarin over de eerstvolgende drie jaar redelijkerwijs voorzienbaar zijn;
|
||||
d. een gespecificeerde opgave van de vaste lasten van de schuldenaar;
|
||||
e. indien de schuldenaar is gehuwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, een opgave van de gegevens, bedoeld onder c en d betreffende de echtgenoot onderscheidenlijk de geregistreerde partner;
|
||||
f. een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden de verzoeker beschikt, afgegeven door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van de woon- of verblijfplaats van de schuldenaar. Het college kan deze bevoegdheid mandateren aan een gemeentelijke kredietbank als bedoeld in de Wet financiële dienstverlening of aan krachtens artikel 48, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op het consumentenkrediet aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen, dan wel categorieën daarvan;
|
||||
g. een opgave van de aard en het bedrag van de vorderingen ter zake waarvan de schuldenaar zich als borg of anderszins als medeschuldenaar heeft verbonden;
|
||||
h. indien de schuldenaar aan zijn schuldeisers een buitengerechtelijke schuldregeling heeft aangeboden die niet is aanvaard, de inhoud van het ontwerp van de schuldregeling, de reden waarom de schuldregeling niet is aanvaard alsmede met welke middelen, bij aanvaarding van de schuldregeling, bevrediging van schuldeisers zou kunnen plaatsvinden;
|
||||
i. een opgave van andere gegevens van belang om een zo getrouw mogelijk beeld te bieden van de vermogens- en inkomenspositie van de schuldenaar en van de mogelijkheden voor schuldsanering.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In het verzoekschrift of in een daarbij te voegen bijlage dan wel in een nadien, binnen een door de rechter in de uitspraak bedoeld in artikel 287, eerste of vierde lid, te bepalen termijn, doch uiterlijk op de vijftiende dag voorafgaande aan de dag waarop de verificatievergadering zal worden gehouden, ter griffie neer te leggen stuk worden opgenomen:
|
||||
|
||||
a. een ontwerp van een saneringsplan;
|
||||
b. een beredeneerde opgave van redelijkerwijs voorzienbare wijzigingen omtrent de in het eerste lid, onder b, bedoelde inkomsten gedurende een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag van de indiening van het verzoek tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
|
||||
c. een opgave van de goederen van de schuldenaar, met vermelding van eventueel daarop rustende rechten van pand en hypotheek en retentierechten die daarop uitgeoefend kunnen worden;
|
||||
d. een opgave van de aard en het bedrag van de vorderingen ter zake waarvan de schuldenaar zich als borg of anderszins als medeschuldenaar heeft verbonden;
|
||||
e. indien de schuldenaar aan zijn schuldeisers een buitengerechtelijk akkoord heeft aangeboden dat niet is aanvaard, de inhoud van het ontwerp van het akkoord, de reden waarom het akkoord niet is aanvaard alsmede met welke middelen, bij aanvaarding van het akkoord, bevrediging van schuldeisers zou kunnen plaatsvinden;
|
||||
f. indien de schuldenaar is gehuwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, een opgave van de gegevens, bedoeld onder b betreffende de echtgenoot onderscheidenlijk de geregistreerde partner.
|
||||
g. een opgave van andere gegevens van belang voor het vaststellen door de rechter van een saneringsplan.
|
||||
|
||||
**3.** In het ontwerp van een saneringsplan doet de schuldenaar voorstellen omtrent door de rechtbank in het saneringsplan op te nemen regelingen.
|
||||
|
||||
**4.** De colleges van burgemeester en wethouders, een daartoe gemandateerde kredietbank of een daartoe aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan de afgifte van verklaringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e.
|
||||
**2.** De colleges van burgemeester en wethouders, een daartoe gemandateerde kredietbank of een daartoe aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan de afgifte van verklaringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f.
|
||||
|
||||
### Artikel 286
|
||||
|
||||
Het verzoekschrift met bijbehorende stukken en die bedoeld in artikel 285, tweede lid, worden ter griffie van de rechtbank neergelegd en zijn vanaf de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling ter kosteloze inzage van een ieder. De neerlegging geschiedt kosteloos.
|
||||
Het verzoekschrift met bijbehorende stukken, bedoeld in artikel 285, eerste lid, worden ter griffie van de rechtbank neergelegd en zijn vanaf de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling ter kosteloze inzage van een ieder. De neerlegging geschiedt kosteloos.
|
||||
|
||||
### Artikel 287
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** De rechtbank zal met de meeste spoed op het verzoekschrift uitspraak doen. De uitspraak geschiedt bij vonnis. Artikel 6, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. De toepassing van de schuldsaneringsregeling gaat in bij de aanvang van de dag waarop de rechter die toepassing heeft uitgesproken.
|
||||
|
||||
De rechtbank zal met de meeste spoed op het verzoekschrift uitspraak doen. Zij kan de voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling uitspreken.
|
||||
**2.** Indien in of bij het verzoekschrift gegevens als bedoeld in artikel 285, eerste lid, ontbreken, kan de rechtbank de schuldenaar een termijn van ten hoogste een maand gunnen om de ontbrekende gegevens te verstrekken. De griffier brengt het orgaan of de persoon, bedoeld in artikel 285, tweede lid, hiervan onverwijld op de hoogte. Indien na deze termijn nog steeds gegevens ontbreken, wordt de schuldenaar niet-ontvankelijk verklaard.
|
||||
|
||||
De uitspraak geschiedt bij vonnis. Artikel 6, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. De toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt geacht te zijn ingegaan bij de aanvang van de dag waarop de rechter die toepassing heeft uitgesproken.
|
||||
**3.** Het vonnis, bedoeld in het eerste lid houdt in de benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.
|
||||
|
||||
**2.** Indien in of bij het verzoekschrift gegevens als bedoeld in artikel 285, eerste lid, ontbreken, kan de rechtbank de schuldsaneringsregeling slechts voorlopig van toepassing verklaren, in welk geval zij de schuldenaar een termijn van ten hoogste eenentwintig dagen gunt om de ontbrekende gegevens te verstrekken.
|
||||
**4.** De rechtbank is in spoedeisende zaken bevoegd, gelet op de belangen van partijen, een voorlopige voorziening bij voorraad te geven. De voorlopige voorziening wordt gevraagd in het verzoekschrift of, indien dit al is ingediend, bij afzonderlijk verzoekschrift. De artikelen 256, 257 en 258 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing. Op hoger beroep zijn de artikelen 358 tot en met 362 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het vonnis bedoeld in het eerste lid houdt in de benoeming van een van de leden van de rechtbank tot rechter-commissaris en de benoeming van een bewindvoerder.
|
||||
**5.** De rechtbank geeft in het vonnis, bedoeld in het eerste lid, last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen gedurende een termijn van dertien maanden. De bewindvoerder kan gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling de rechter-commissaris verzoeken om wijziging van de termijn of om een nieuwe last gedurende een bepaalde termijn.
|
||||
|
||||
**4.** Heeft de rechtbank de schuldsaneringsregeling voorlopig van toepassing verklaard, dan beslist zij uiterlijk op de achtentwintigste dag na de dag van die uitspraak of de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken. Zij kan alvorens te beslissen de schuldenaar, de rechter-commissaris, de bewindvoerder en een of meer schuldeisers oproepen om te worden gehoord. Artikel 6, eerste lid, derde zin, en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**6.** Indien het verzoekschrift op de voet van artikel 284, vierde lid, door burgemeester en wethouders is ingediend, wordt het verzoek niet toegewezen dan nadat de schuldenaar is opgeroepen om te worden gehoord. Dit geldt niet voor zover het verzoek strekt tot het geven van een voorlopige voorziening bij voorraad.
|
||||
|
||||
**5.** De rechtbank spreekt de definitieve toepassing niet uit indien de schuldenaar niet binnen de termijn bedoeld in het tweede of achtste lid de ontbrekende gegevens heeft verstrekt. De rechtbank kan de definitieve toepassing wel uitspreken indien de verklaring, bedoeld in artikel 285, eerste lid, onderdeel e, ontbreekt op grond van een weigering of verzuim van de gemeente, de door haar gemandateerde kredietbank of van de aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon om de verklaring af te geven, en de rechtbank van oordeel is dat de afgifte van de door de schuldenaar verzochte verklaring in redelijkheid niet geweigerd had mogen worden.
|
||||
**7.** Indien het verzoekschrift op de voet van artikel 284, vierde lid, door burgemeester en wethouders is ingediend en in het verzoekschrift of in een daarbij gevoegde bijlage gegevens als bedoeld in artikel 285, eerste lid, ontbreken, stelt de rechtbank burgemeester en wethouders in de gelegenheid om binnen een termijn van een maand de ontbrekende gegevens te verstrekken.
|
||||
|
||||
**6.** Wordt geen definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, dan vervalt de voorlopige toepassing pas met ingang van de dag waarop de uitspraak waarbij de definitieve toepassing is afgewezen, in kracht van gewijsde is gegaan.
|
||||
### Artikel 287a
|
||||
|
||||
**7.** Indien het verzoekschrift op de voet van artikel 284, vierde lid, door burgemeester en wethouders is ingediend, kan de rechtbank de schuldsaneringsregeling slechts voorlopig van toepassing verklaren, in welk geval de schuldenaar wordt opgeroepen om te worden gehoord als bedoeld in het vierde lid, tweede volzin.
|
||||
**1.** De schuldenaar kan in het verzoekschrift, bedoeld in artikel 284, eerste lid, de rechtbank verzoeken één of meer schuldeisers die weigert of weigeren mee te werken aan een vóór indiening van het verzoekschrift aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
|
||||
|
||||
**8.** Indien het zevende lid toepassing vindt en in het verzoekschrift of in een daarbij gevoegde bijlage gegevens als bedoeld in artikel 285, eerste lid, ontbreken, stelt de rechtbank de schuldenaar in de gelegenheid om binnen een termijn van eenentwintig dagen de ontbrekende gegevens te verstrekken.
|
||||
**2.** De rechtbank stelt terstond dag, uur en plaats vast waarop zij de schuldenaar en schuldeiser of schuldeisers op wie het verzoek betrekking heeft, zal horen, onverminderd artikel 287, tweede lid.
|
||||
|
||||
**9.** De rechtbank geeft in het vonnis, bedoeld in het eerste lid, last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.
|
||||
**3.** De griffier roept de schuldenaar op bij brief en roept de schuldeiser of schuldeisers op bij aangetekende brief, tenzij de rechter anders bepaalt.
|
||||
|
||||
**4.** De rechtbank doet op de dag van de zitting of anders uiterlijk op de achtste dag daarna uitspraak op het verzoekschrift. De uitspraak geschiedt bij vonnis.
|
||||
|
||||
**5.** De rechtbank wijst het verzoek toe indien de schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat hij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van de schuldenaar of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad. Artikel 300, lid 1, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de rechtbank het verzoek toewijst, veroordeelt de rechtbank de schuldeiser die instemming met de schuldregeling heeft geweigerd, in de kosten.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de rechtbank het verzoek afwijst, beslist zij op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, indien de schuldenaar het verzoek daartoe handhaaft.
|
||||
|
||||
### Artikel 287b
|
||||
|
||||
**1.** Voorafgaand aan de behandeling van het verzoek, bedoeld in artikel 287a, eerste lid, kan de schuldenaar onderscheidenlijk kunnen burgemeester en wethouders indien een verzoek op de voet van artikel 284, vierde lid, is ingediend, middels het verzoekschrift, bedoeld in artikel 284, eerste lid, de rechtbank verzoeken een voorlopige voorziening te geven indien er sprake is van een bedreigende situatie.
|
||||
|
||||
**2.** Onder een bedreigende situatie, als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektra of water of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 287a, tweede, derde en vierde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** De voorlopige voorziening strekt tot het van toepassing verklaren van de artikelen 304 of 305 alsmede tot een verbod tot het opzeggen of ontbinden van de zorgverzekering.
|
||||
|
||||
**5.** De voorlopige voorziening wordt uitgesproken voor de duur van maximaal zes maanden.
|
||||
|
||||
**6.** Een gemeentelijke kredietbank als bedoeld in de Wet financiële dienstverlening of een krachtens artikel 48, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon, dan wel categorie daarvan, die namens de schuldenaar de buitengerechtelijke schuldregeling uitvoert, brengt na afloop van de voorziening, bedoeld in het eerste lid, verslag uit aan de rechtbank.
|
||||
|
||||
### Artikel 288
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het verzoek wordt afgewezen:
|
||||
Het verzoek, bedoeld in artikel 284, eerste lid, wordt slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is:
|
||||
|
||||
a. indien de schuldenaar geacht wordt te kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden;
|
||||
b. indien er gegronde vrees bestaat dat de schuldenaar tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling zal trachten zijn schuldeisers te benadelen of zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zal nakomen;
|
||||
c. indien de schuldsaneringsregeling reeds op de schuldenaar van toepassing is.
|
||||
a. dat de schuldenaar niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden;
|
||||
b. dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest; en
|
||||
c. dat de schuldenaar de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het verzoek kan worden afgewezen:
|
||||
Het verzoek wordt evenwel afgewezen:
|
||||
|
||||
a. indien minder dan tien jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, de schuldenaar ingevolge een bij in kracht van gewijsde gegane uitspraak in staat van faillissement heeft verkeerd of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest;
|
||||
b. indien aannemelijk is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden niet te goeder trouw is geweest.
|
||||
a. indien de schuldsaneringsregeling reeds op de schuldenaar van toepassing is;
|
||||
b. indien de poging tot een buitengerechtelijke schuldregeling niet is uitgevoerd door een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet;
|
||||
c. indien de schuldenaar schulden heeft welke voortvloeien uit een onherroepelijke veroordeling als bedoeld in artikel 358, vierde lid, ter zake van een of meer misdrijven, welke veroordeling onherroepelijk is geworden binnen vijf jaar vóór de dag van het verzoekschrift, tenzij de rechter aanleiding ziet een langere termijn in acht te nemen; of
|
||||
d. indien minder dan tien jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest, tenzij deze toepassing is beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder a of b of op grond van artikel 350, derde lid, onder d, om redenen die de schuldenaar niet waren toe te rekenen.
|
||||
|
||||
**3.** Het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling kan niet worden geweigerd uitsluitend op grond dat er geen of onvoldoende vooruitzicht bestaat dat schuldeisers algehele of gedeeltelijke betaling op hun vorderingen zullen ontvangen.
|
||||
**3.** Het verzoek kan in afwijking van het eerste lid, onder b, en het tweede lid, onder c, worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het verzoek wordt afgewezen, kan de schuldenaar niet ambtshalve in staat van faillissement worden verklaard.
|
||||
**4.** Het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling kan niet worden geweigerd uitsluitend op grond dat er geen of onvoldoende vooruitzicht bestaat dat schuldeisers algehele of gedeeltelijke betaling op hun vorderingen zullen ontvangen.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het verzoek wordt afgewezen, kan de schuldenaar niet ambtshalve in staat van faillissement worden verklaard.
|
||||
|
||||
### Artikel 289
|
||||
|
||||
**1.** Het vonnis waarbij de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken, kan tevens de vaststelling inhouden van de dag, uur en plaats waarop de verificatievergadering zal worden gehouden. In de verificatievergadering worden tevens behandeld het ontwerp van een saneringsplan en, indien de schuldenaar dat heeft ingediend, het ontwerp van een akkoord.
|
||||
**1.** Het vonnis waarbij de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken, kan tevens de vaststelling inhouden van de dag, uur en plaats waarop de verificatievergadering zal worden gehouden.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de dag, uur en plaats waarop de verificatievergadering zal worden gehouden niet in het vonnis, bedoeld in het eerste lid, zijn vastgesteld, kunnen deze op een later tijdstip door de rechtbank worden vastgesteld, ambtshalve, of op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de schuldenaar of van de bewindvoerder. De rechtbank kan, zolang geen verificatievergadering is bepaald, te allen tijde ambtshalve, op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de schuldenaar of van de bewindvoerder een saneringsplan vaststellen.
|
||||
**2.** Indien de dag, uur en plaats waarop de verificatievergadering zal worden gehouden niet in het vonnis, bedoeld in het eerste lid, zijn vastgesteld, kunnen deze op een later tijdstip door de rechter-commissaris worden vastgesteld, ambtshalve, of op verzoek van de schuldenaar of van de bewindvoerder.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de rechtbank de verificatievergadering bepaalt, stelt zij tevens vast de dag waarop uiterlijk de schuldvorderingen bij de bewindvoerder moeten worden ingediend.
|
||||
**3.** Indien de rechtbank of de rechter-commissaris de verificatievergadering bepaalt, wordt daarbij tevens de dag vastgesteld waarop uiterlijk de schuldvorderingen bij de bewindvoerder moeten worden ingediend.
|
||||
|
||||
**4.** Tussen de in het derde lid bedoelde dag en de dag van de verificatievergadering moeten ten minste veertien dagen verlopen.
|
||||
|
||||
**5.** De verificatievergadering zal niet eerder worden gehouden dan twee maanden na de dag van de uitspraak tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling.
|
||||
**5.** De verificatievergadering zal niet eerder worden gehouden dan twee maanden na de dag van de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 290
|
||||
|
||||
**1.** De rechter die de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitspreekt, kan in deze uitspraak tevens voorzieningen treffen die hij ter beveiliging van de belangen van de schuldeisers nodig oordeelt.
|
||||
|
||||
**2.** De rechtbank kan dit ook terwijl de schuldsaneringsregeling van toepassing is op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder of van één of meer schuldeisers dan wel ambtshalve.
|
||||
**2.** De rechter-commissaris kan dit ook terwijl de schuldsaneringsregeling van toepassing is op verzoek van de bewindvoerder of van één of meer schuldeisers dan wel ambtshalve.
|
||||
|
||||
### Artikel 291
|
||||
|
||||
**1.** De rechter kan in de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling één of meer deskundigen benoemen ten einde binnen een door hem te bepalen termijn, die zo nodig kan worden verlengd, een onderzoek naar de staat van de boedel in te stellen en een beredeneerd verslag van hun bevindingen uit te brengen. Het tweede lid van artikel 290 vindt overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Het verslag bevat een met redenen omkleed oordeel over de betrouwbaarheid van de door de schuldenaar overgelegde staat en bescheiden en, indien de rechter daarom heeft verzocht, een voorstel omtrent door de rechtbank in het saneringsplan op te nemen regelingen.
|
||||
**2.** Het verslag bevat een met redenen omkleed oordeel over de betrouwbaarheid van de door de schuldenaar overgelegde staat en bescheiden.
|
||||
|
||||
### Artikel 292
|
||||
|
||||
**1.** Tegen de uitspraak tot de voorlopige of definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling kan noch door schuldeisers noch door andere belanghebbenden verzet, hoger beroep of cassatie worden ingesteld.
|
||||
**1.** Tegen de uitspraak tot toewijzing van het verzoek om een bevel tot instemming met een schuldregeling, bedoeld in artikel 287a, eerste lid, kunnen de schuldeisers die het verzoek betrof gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het verzoek wordt afgewezen, heeft de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak het recht van hoger beroep. Het hoger beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak kennis moet nemen.
|
||||
**2.** Tegen de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling kan noch door schuldeisers noch door andere belanghebbenden verzet, hoger beroep of cassatie worden ingesteld.
|
||||
|
||||
**3.** De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling, welke zal moeten plaatshebben binnen twintig dagen na de dag van de indiening van het verzoekschrift. De uitspraak vindt niet later plaats dan op de achtste dag na die van de behandeling van het verzoekschrift ter terechtzitting.
|
||||
**3.** Tegen de uitspraak tot afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling kan de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen. Wanneer het verzoekschrift tevens een verzoek inhield als bedoeld in het eerste lid, wordt dit verzoek eveneens aan het gerechtshof voorgelegd.
|
||||
|
||||
**4.** Van het arrest, waarbij het verzoek van de schuldenaar door het gerechtshof is afgewezen, kan de schuldenaar gedurende acht dagen na die van de uitspraak in cassatie komen. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de Hoge Raad.
|
||||
**4.** Het hoger beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak kennis moet nemen. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling, welke zal moeten plaatshebben binnen twintig dagen na de dag van de indiening van het verzoekschrift. De uitspraak vindt niet later plaats dan op de achtste dag na die van de behandeling van het verzoekschrift ter terechtzitting.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de schuldsaneringsregeling voorlopig van toepassing is verklaard en het hoger beroep of de cassatie zich richt tegen de afwijzing tot het definitief van toepassing verklaren van die regeling, geeft de griffier van het gerechtshof onderscheidenlijk de Hoge Raad van de indiening van het verzoek en van het arrest van het gerechtshof onderscheidenlijk de Hoge Raad onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
|
||||
**5.** Van het arrest, waarbij het verzoek van de schuldenaar bedoeld in de eerste zin van het derde lid, en indien van toepassing tevens het verzoek bedoeld in de tweede zin van het derde lid, door het gerechtshof is afgewezen, kan de schuldenaar gedurende acht dagen na die van de uitspraak in cassatie komen.
|
||||
|
||||
**6.** De schuldsaneringsregeling kan in hoger beroep of in cassatie slechts definitief van toepassing worden verklaard.
|
||||
**6.** Van het arrest, waarbij het verzoek van de schuldeisers bedoeld in het eerste lid, door het gerechtshof is afgewezen, kunnen deze schuldeisers gedurende acht dagen na die van de uitspraak in cassatie komen.
|
||||
|
||||
**7.** Indien het verzoek van de schuldenaar in hoger beroep of cassatie wordt verworpen, kan de schuldenaar niet ambtshalve in staat van faillissement worden verklaard.
|
||||
**7.** Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de Hoge Raad.
|
||||
|
||||
**8.** Wordt de toepassing van de schuldsaneringsregeling pas in hoger beroep of cassatie uitgesproken, dan geeft de griffier van het rechtscollege daarvan onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank, waarbij de schuldenaar zijn verzoek heeft ingediend. De rechtbank gaat terstond na die kennisgeving over tot benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.
|
||||
**8.** Indien het verzoek van de schuldenaar in hoger beroep of cassatie wordt verworpen, kan de schuldenaar niet ambtshalve in staat van faillissement worden verklaard.
|
||||
|
||||
**9.** Wordt de toepassing van de schuldsaneringsregeling pas in hoger beroep of cassatie uitgesproken, dan geeft de griffier van het rechtscollege daarvan onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank, waarbij de schuldenaar zijn verzoek heeft ingediend. De rechtbank gaat terstond na die kennisgeving over tot benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.
|
||||
|
||||
### Artikel 293
|
||||
|
||||
**1.** De griffier van de rechtbank doet van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, van de naam, de woonplaats en het beroep van de schuldenaar, van de naam van de rechter-commissaris, van de naam en de woonplaats of het kantoor van de bewindvoerder alsmede van de dagen, uur en plaats bedoeld in artikel 289, onverwijld aankondiging in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**2.** De griffier van de rechtbank geeft van de verlening van de schuldsanering onverwijld kennis aan de administratie der posterijen. In de kennisgeving wordt melding gemaakt van de in artikel 287, negende lid, bedoelde last.
|
||||
**2.** De griffier van de rechtbank geeft van de toepassing van de schuldsaneringsregeling onverwijld kennis aan de administratie der posterijen. In de kennisgeving wordt melding gemaakt van de in artikel 287, vijfde lid, bedoelde last.
|
||||
|
||||
### Artikel 294
|
||||
|
||||
|
|
@ -3134,24 +3152,23 @@ b. indien aannemelijk is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbe
|
|||
|
||||
Bij elke rechtbank wordt door de griffier een openbaar register gehouden, waarin hij, voor iedere van toepassing verklaarde schuldsaneringsregeling afzonderlijk, achtereenvolgens, met vermelding van de dagtekening, inschrijft:
|
||||
|
||||
a. een uittreksel van de rechterlijke uitspraken tot de voorlopige en definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling en tot beëindiging daarvan;
|
||||
a. een uittreksel van de rechterlijke uitspraken tot toepassing van de schuldsaneringsregeling en tot beëindiging daarvan;
|
||||
b. de beëindiging en de herleving van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bedoeld in artikel 312;
|
||||
c. de summiere inhoud en de homologatie van het akkoord;
|
||||
d. de ontbinding van het akkoord;
|
||||
e. de summiere inhoud van het vastgestelde en gewijzigde saneringsplan;
|
||||
f. het bedrag van de uitdelingen;
|
||||
g. de summiere inhoud van de uitspraak bedoeld in artikel 354;
|
||||
h. de datum waarop de schuldsaneringsregeling ingevolge het bepaalde in artikel 356, tweede lid, is geëindigd.
|
||||
e. het bedrag van de uitdelingen;
|
||||
f. de summiere inhoud van de uitspraak bedoeld in artikel 354 en 354a;
|
||||
g. de datum waarop de schuldsaneringsregeling ingevolge het bepaalde in artikel 356, tweede lid, is geëindigd.
|
||||
|
||||
**2.** Omtrent vorm en inhoud van het register worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gegeven.
|
||||
|
||||
**3.** De griffier is verplicht aan een ieder kosteloze inzage van het register en tegen betaling een uittreksel daaruit te verstrekken.
|
||||
|
||||
**4.** De griffier geeft de in het eerste lid onder a tot en met h genoemde gegevens door aan Onze Minister van Justitie of een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen ander bestuursorgaan ten behoeve van het in artikel 294a genoemde centrale register.
|
||||
**4.** De griffier geeft de in het eerste lid, onder a tot en met g, genoemde gegevens door aan Onze Minister van Justitie of een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen ander bestuursorgaan ten behoeve van het in artikel 294a genoemde centrale register.
|
||||
|
||||
### Artikel 294a
|
||||
|
||||
**1.** Door onze Minister van Justitie of, indien ingevolge artikel 294, vierde lid, een ander bestuursorgaan is aangewezen, door dat bestuursorgaan wordt een centraal register gehouden, waarin de in artikel 294, eerste lid, onder a tot en met h genoemde gegevens worden ingeschreven.
|
||||
**1.** Door onze Minister van Justitie of, indien ingevolge artikel 294, vierde lid, een ander bestuursorgaan is aangewezen, door dat bestuursorgaan wordt een centraal register gehouden, waarin de in artikel 294, eerste lid, onder a tot en met g, genoemde gegevens worden ingeschreven.
|
||||
|
||||
**2.** Omtrent vorm en inhoud van het register worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gegeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3169,7 +3186,7 @@ De griffier geeft voor iedere van toepassing verklaarde schuldsaneringsregeling
|
|||
|
||||
**2.** Van het inkomen en van periodieke uitkeringen onder welke benaming ook die de schuldenaar verkrijgt, wordt, onverminderd het derde lid, slechts buiten de boedel gelaten een bedrag gelijk aan de beslagvrije voet bedoeld in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
|
||||
|
||||
**3.** Totdat het saneringsplan is vastgesteld, kan de rechter-commissaris op verzoek van de schuldenaar, de bewindvoerder dan wel ambtshalve bij schriftelijke beschikking het bedrag bedoeld in het tweede lid verhogen met een in die beschikking vast te stellen nominaal bedrag. De rechter-commissaris kan aan zijn beschikking voorwaarden verbinden. Een verhoging kan ook door de rechter worden vastgesteld in de uitspraak tot de voorlopige of definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling.
|
||||
**3.** De rechter-commissaris kan op verzoek van de schuldenaar, de bewindvoerder dan wel ambtshalve bij schriftelijke beschikking het bedrag, bedoeld in het tweede lid, verhogen met een in die beschikking vast te stellen nominaal bedrag. De rechter-commissaris kan aan zijn beschikking voorwaarden verbinden en terugwerkende kracht verlenen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -3178,29 +3195,15 @@ Buiten de boedel vallen voorts:
|
|||
a. de goederen die de schuldenaar, anders dan om niet, verkrijgt krachtens een tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling tot stand gekomen overeenkomst indien de met die verkrijging samenhangende prestatie van de schuldenaar niet ten laste van de boedel komt;
|
||||
b. de inboedel, voorzover niet bovenmatig, bedoeld in artikel 5 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
c. hetgeen is vermeld in artikel 21, onder 1°, 3°, 5° en 6°;
|
||||
d. het door de rechter of, totdat het saneringsplan is vastgesteld, door de rechter-commissaris overeenkomstig artikel 21, onder 4°, vastgestelde bedrag.
|
||||
d. het door de rechter of door de rechter-commissaris overeenkomstig artikel 21, onder 4°, vastgestelde bedrag.
|
||||
|
||||
**5.** Niettemin valt een goed als bedoeld in het vierde lid, onder a, in de boedel indien de waarde van dat goed de waarde van de met de verkrijging samenhangende prestatie aanmerkelijk overtreft. In dat geval ontvangt de schuldenaar uit de boedel, indien dat goed op de voet van artikel 347 te gelde wordt gemaakt en voorzover de opbrengst daarvan toereikend is, de waarde van zijn prestatie tot verkrijging van dat goed, bij voorrang te voldoen voordat met betalingen uit de boedel aan schuldeisers kan worden begonnen.
|
||||
**5.** Niettemin valt een goed als bedoeld in het vierde lid, onder a, in de boedel indien de waarde van dat goed de waarde van de met de verkrijging samenhangende prestatie aanmerkelijk overtreft. Artikel 22a is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Ten aanzien van het tweede en vierde lid, onder c en d, is artikel 22 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**6.** Ten aanzien van het tweede en vierde lid, onder c en d, is artikel 22 van overeenkomstige toepassing. Artikel 21a is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 295a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Ten aanzien van een overeenkomst van levensverzekering vallen voorts buiten de boedel:
|
||||
|
||||
a. het recht op het doen afkopen van een levensverzekering voorzover de begunstigde of de verzekeringnemer door afkoop onredelijk benadeeld wordt;
|
||||
b. het recht om de begunstiging te wijzigen, tenzij de wijziging geschiedt ten behoeve van de boedel en de begunstigde of de verzekeringnemer daardoor niet onredelijk benadeeld wordt;
|
||||
c. het recht om de verzekering te belenen.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de uitoefening van het recht op het doen afkopen en het recht om de begunstiging te wijzigen, behoeft de bewindvoerder de toestemming van de rechter-commissaris, die daarbij zonodig vaststelt tot welk bedrag deze rechten mogen worden uitgeoefend. Slechts met schriftelijke toestemming van de verzekeringnemer is de bewindvoerder bevoegd tot overdracht van de verzekering.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de bewindvoerder de begunstiging heeft gewijzigd, vervalt deze wijziging met de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de begunstiging na de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling onherroepelijk wordt, kan deze onherroepelijkheid niet aan de boedel worden tegengeworpen. De verzekeraar is verplicht een uitkering, waarop de begunstiging betrekking heeft, onder zich te houden. Voor zover vaststaat dat de begunstiging niet zal worden gewijzigd, blijven de eerste en de tweede volzin buiten toepassing. Ten aanzien van de begunstigde is artikel 317 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het vierde lid, tweede zin, kan de verzekeraar een betaling aan de begunstigde tegenwerpen aan de boedel, voorzover de bewindvoerder niet bewijst dat de verzekeraar op het tijdstip van betaling op de hoogte was van de toepassing van de schuldsaneringsregeling of van een daaraan voorafgegaan beslag ten laste van de verzekeringnemer. In dat geval heeft de bewindvoerder verhaal op de begunstigde.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 296
|
||||
|
||||
|
|
@ -3231,7 +3234,7 @@ c. giften, met uitzondering van de gebruikelijke, voorzover niet bovenmatig.
|
|||
|
||||
### Artikel 298
|
||||
|
||||
Voor verbintenissen van de schuldenaar die na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling ontstaan, is de boedel niet aansprakelijk dan voorzover deze ten gevolge daarvan is gebaat.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 299
|
||||
|
||||
|
|
@ -3241,9 +3244,9 @@ De schuldsaneringsregeling werkt ten aanzien van:
|
|||
|
||||
a. vorderingen op de schuldenaar die ten tijde van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaan;
|
||||
b. vorderingen op de schuldenaar die na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling ontstaan uit hoofde van ontbinding of vernietiging van een vóór die uitspraak met de schuldenaar gesloten overeenkomst;
|
||||
c. vorderingen die strekken tot schadevergoeding ter zake van tekortschieten in de nakoming van een vóór de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling op de schuldenaar verkregen vordering;
|
||||
c. vorderingen die strekken tot schadevergoeding ter zake van tekortschieten na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling in de nakoming van een vóór die uitspraak op de schuldenaar verkregen verbintenis;
|
||||
d. vorderingen op de schuldenaar die na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling ontstaan door de vervulling van een vóór die uitspraak overeengekomen ontbindende voorwaarde;
|
||||
e. vorderingen op de schuldenaar die ontstaan krachtens artikel 10 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek uit hoofde van een ten tijde van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling reeds bestaande rechtsbetrekking.
|
||||
e. na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling onvoldaan gebleven vorderingen op de schuldenaar die ontstaan krachtens artikel 10 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek uit hoofde van een ten tijde van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling reeds bestaande rechtsbetrekking.
|
||||
|
||||
**2.** Rechtsvorderingen die voldoening van een vordering uit de boedel ten doel hebben, kunnen gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling ook tegen de schuldenaar op geen andere wijze worden ingesteld dan door aanmelding ter verificatie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3277,7 +3280,7 @@ De schuldsaneringsregeling werkt niet ten voordele van borgen en andere medeschu
|
|||
|
||||
**2.** Alle ten tijde van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling tot verhaal van zijn schulden aangevangen executies worden geschorst.
|
||||
|
||||
**3.** De gelegde beslagen vervallen zodra de uitspraak, houdende de vaststelling van het saneringsplan, in kracht van gewijsde is gegaan, tenzij de rechter op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar reeds een vroeger tijdstip daarvoor heeft bepaald. De inschrijving van een desbetreffende, op verzoek van de bewindvoerder af te geven verklaring van de rechter-commissaris machtigt de bewaarder van de openbare registers tot doorhaling.
|
||||
**3.** De gelegde beslagen vervallen met ingang van de dag waarop de toepassing van de schuldsaneringsregeling is uitgesproken. De inschrijving van een desbetreffende, op verzoek van de bewindvoerder af te geven verklaring van de rechter-commissaris machtigt de bewaarder van de openbare registers tot doorhaling.
|
||||
|
||||
**4.** Een vervallen beslag herleeft, zodra de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op grond van het bepaalde in artikel 350, derde lid, onder b, mits het goed dan nog tot de boedel behoort. Indien de inschrijving van het beslag in de openbare registers is doorgehaald, vervalt de herleving, indien niet binnen veertien dagen na de herleving een exploot is ingeschreven, waarbij van de herleving mededeling aan de schuldenaar is gedaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3285,18 +3288,15 @@ De schuldsaneringsregeling werkt niet ten voordele van borgen en andere medeschu
|
|||
|
||||
### Artikel 302
|
||||
|
||||
Indien de schuldenaar zich in gijzeling bevindt, is hij daaruit van rechtswege ontslagen door de uitspraak tot de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling, tenzij de gijzeling plaatsvindt anders dan wegens een vordering ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt.
|
||||
Indien de schuldenaar zich in gijzeling bevindt, is hij daaruit van rechtswege ontslagen door de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, tenzij de gijzeling plaatsvindt anders dan wegens een vordering ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt.
|
||||
|
||||
### Artikel 303
|
||||
|
||||
**1.** Met ingang van de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling is de schuldenaar wettelijke noch bedongen rente verschuldigd over vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** De renteverplichting herleeft met terugwerkende kracht zodra de toepassing van de schuldsaneringsregeling is beëindigd op voet van artikel 312, tweede lid, of met ingang van de dag waarop de uitspraak tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling krachtens artikel 350, derde lid, onder c tot en met g, in kracht van gewijsde is gegaan.
|
||||
|
||||
Het bepaalde in het eerste lid geldt niet indien:
|
||||
|
||||
a. de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling niet wordt uitgesproken;
|
||||
b. de schuldenaar tijdens het van toepassing zijn van de schuldsaneringsregeling bij in kracht van gewijsde gegane uitspraak failliet is verklaard of door beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling in staat van faillissement komt te verkeren.
|
||||
**3.** De rechtbank kan in de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling of bij beschikking het eerste lid buiten toepassing verklaren ten aanzien van rente die verschuldigd is over een hypotheek die is gevestigd op het huis waarin de schuldenaar woonachtig is, indien dat in het belang van de boedel is. De rechter-commissaris kan dit op verzoek van de bewindvoerder bij schriftelijke beschikking verklaren indien dit in het belang van de boedel is, nadat de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard.
|
||||
|
||||
### Artikel 304
|
||||
|
||||
|
|
@ -3308,11 +3308,13 @@ b. de schuldenaar tijdens het van toepassing zijn van de schuldsaneringsregeling
|
|||
|
||||
### Artikel 305
|
||||
|
||||
**1.** Indien de schuldenaar huurder is, kan hij met machtiging van de bewindvoerder en, indien de schuldsaneringsregeling definitief van toepassing is verklaard, kan de bewindvoerder de huur tussentijds doen eindigen, mits de opzegging geschiedt tegen een tijdstip, waarop dergelijke overeenkomsten naar plaatselijk gebruik eindigen. Bovendien moet bij de opzegging de daarvoor overeengekomen of gebruikelijke termijn in acht genomen worden, met dien verstande echter, dat een termijn van drie maanden in elk geval voldoende zal zijn. Zijn de huurpenningen vooruit betaald, dan kan de huur niet eerder worden opgezegd dan tegen de dag, waarop de termijn, waarvoor vooruitbetaling heeft plaats gehad, eindigt.
|
||||
**1.** Indien de schuldenaar huurder is, kan de bewindvoerder, of met diens machtiging de schuldenaar, de huur tussentijds doen eindigen, mits de opzegging geschiedt overeenkomstig de opzegtermijnen van de artikelen 228, lid 2, 271, lid 2, en 293, lid 2, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Bovendien moet bij de opzegging de daarvoor overeengekomen of gebruikelijke termijn in acht genomen worden, met dien verstande echter, dat een termijn van drie maanden in elk geval voldoende zal zijn. Zijn de huurpenningen vooruit betaald, dan kan de huur niet eerder worden opgezegd dan tegen de dag, waarop de termijn, waarvoor vooruitbetaling heeft plaats gehad, eindigt.
|
||||
|
||||
**2.** De verhuurder is bevoegd de huur tussentijds te beëindigen indien de schuldenaar jegens de verhuurder een verplichting die ontstaat na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, niet nakomt, mits de opzegging geschiedt tegen een tijdstip, waarop dergelijke overeenkomsten naar plaatselijk gebruik eindigen. De tweede en derde volzin van het eerste lid zijn van toepassing.
|
||||
**2.** Een tekortkoming door de schuldenaar in de nakoming van een financiële verplichting, voortvloeiend uit de huurovereenkomst met betrekking tot zijn woonruimte, welke tekortkoming plaatsvond vóór de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, levert geen grond op voor opzegging of ontbinding van de huurovereenkomst. Is een vonnis tot ontruiming van de woonruimte wegens een dergelijke tekortkoming uitgesproken vóór de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan wordt de tenuitvoerlegging van het vonnis opgeschort voor de duur van de schuldsaneringsregeling, mits de lopende huurpenningen tijdig worden voldaan. De huurovereenkomst wordt voor de duur van de schuldsaneringsregeling verlengd.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de schuldenaar pachter is, vinden het eerste en tweede lid overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** De verhuurder is bevoegd de huur tussentijds te beëindigen indien de schuldenaar jegens de verhuurder een verplichting die ontstaat na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, niet nakomt, mits de opzegging geschiedt tegen een tijdstip, waarop dergelijke overeenkomsten naar plaatselijk gebruik eindigen. De tweede en derde volzin van het eerste lid zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de schuldenaar pachter is, vinden het eerste, tweede en derde lid overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 306
|
||||
|
||||
|
|
@ -3330,15 +3332,7 @@ Een betaling door de schuldenaar anders dan ten laste van de boedel verricht, wo
|
|||
|
||||
### Artikel 309
|
||||
|
||||
**1.** De rechter-commissaris kan op verzoek van elke belanghebbende of ambtshalve bij schriftelijke beschikking bepalen dat elke bevoegdheid van derden tot verhaal op tot de boedel behorende goederen of tot opeising van goederen die zich in de macht van de schuldenaar of de bewindvoerder bevinden, voor een periode van ten hoogste één maand niet dan met machtiging van de rechter-commissaris kan worden uitgeoefend.
|
||||
|
||||
**2.** De rechter-commissaris kan de periode telkens met een maand verlengen, met dien verstande dat de periode in ieder geval eindigt op het tijdstip waarop de uitspraak, houdende de vaststelling van het saneringsplan, in kracht van gewijsde is gegaan.
|
||||
|
||||
**3.** De rechter-commissaris kan de beschikking beperken tot bepaalde derden en voorwaarden verbinden zowel aan de beschikking als aan de machtiging van een derde tot uitoefening van een aan deze toekomende bevoegdheid.
|
||||
|
||||
**4.** Gedurende de in het eerste en tweede lid bedoelde perioden lopen aan of door de derden ter zake van hun bevoegdheid gestelde termijnen voort, voorzover dit redelijkerwijze noodzakelijk is om de derde dan wel de bewindvoerder in staat te stellen na afloop van de periode zijn standpunt te bepalen. Degene die de termijn heeft gesteld kan opnieuw een redelijke termijn stellen.
|
||||
|
||||
**5.** De in de eerste volzin van het eerste lid bedoelde beslissing kan ook op verzoek van de schuldenaar dan wel ambtshalve worden gegeven door de rechter die de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitspreekt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 309a
|
||||
|
||||
|
|
@ -3372,7 +3366,9 @@ Van de goederen als bedoeld in artikel 309, eerste lid, zijn uitgezonderd de goe
|
|||
|
||||
### Artikel 313
|
||||
|
||||
De artikelen 25, 27 tot en met 31, 34 tot en met 38a, 40 tot en met 52, 54 tot en met 56 en 60a tot en met 63 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** De artikelen 24 tot en met 31, 34 tot en met 38a, 40 tot en met 52, 54 tot en met 56 en 60a tot en met 63a zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De in de eerste volzin van artikel 63a, eerste lid, bedoelde beslissing kan ook op verzoek van de schuldenaar dan wel ambtshalve worden gegeven door de rechter die de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitspreekt.
|
||||
|
||||
### Afdeling Derde. Het bestuur over de boedel
|
||||
|
||||
|
|
@ -3386,7 +3382,7 @@ De artikelen 25, 27 tot en met 31, 34 tot en met 38a, 40 tot en met 52, 54 tot e
|
|||
|
||||
**1.** Van alle beschikkingen van de rechter-commissaris staat gedurende vijf dagen hoger beroep op de rechtbank open. De rechtbank beslist na verhoor of behoorlijke oproeping van de belanghebbenden.
|
||||
|
||||
**2.** Niettemin kan geen hoger beroep worden ingesteld tegen de beschikkingen die zijn genomen overeenkomstig de artikelen 21, onder 4°, 34, 58, eerste lid, 59a, derde lid, 94, tweede lid, 102, tweede lid, 125, 127, vierde lid, 176, tweede lid, en de beschikkingen bedoeld in de artikelen 295, derde lid, 296, derde lid, artikel 299b, derde en vijfde lid, 310, eerste lid, 311, eerste lid, 316, tweede lid, 318, tweede lid, 324, derde lid, 326, tweede lid, 332, vierde lid en 347, tweede lid.
|
||||
**2.** Niettemin kan geen hoger beroep worden ingesteld tegen de beschikkingen die zijn genomen overeenkomstig de artikelen 21, onder 4, 34, 58, eerste lid, 59a, derde lid, 94, tweede lid, 102, tweede lid, 125, 127, vierde lid, 176, tweede lid, en de beschikkingen bedoeld in de artikelen 287, vijfde lid, 289, tweede lid, 290, tweede lid, 295, derde lid, 296, derde lid, artikel 299b, derde en vijfde lid, 310, eerste lid, 311, eerste lid, 316, tweede lid, 318, tweede lid, 320, tweede en vierde lid, 324, derde lid, 328a, tweede lid, 332, vierde lid en 347, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 316
|
||||
|
||||
|
|
@ -3395,8 +3391,7 @@ De artikelen 25, 27 tot en met 31, 34 tot en met 38a, 40 tot en met 52, 54 tot e
|
|||
De bewindvoerder is belast met:
|
||||
|
||||
a. het toezicht op de naleving door de schuldenaar van diens verplichtingen die uit de schuldsaneringsregeling voortvloeien;
|
||||
b. het beheer en de vereffening van de boedel;
|
||||
c. de uitvoering van het saneringsplan.
|
||||
b. het beheer en de vereffening van de boedel.
|
||||
|
||||
**2.** Alvorens in rechte op te treden, behalve waar het verificatiegeschillen betreft, alsmede in de gevallen van de artikelen 37, 40, 58, tweede lid, 59a, zesde lid, 305, 326, eerste lid, en 349, eerste lid, behoeft de bewindvoerder machtiging van de rechter-commissaris. Artikel 72 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3408,9 +3403,9 @@ c. de uitvoering van het saneringsplan.
|
|||
|
||||
### Artikel 318
|
||||
|
||||
**1.** De bewindvoerder brengt uiterlijk tien dagen voor de dag waarop de verificatievergadering zal worden gehouden een verslag uit over de toestand van de boedel en vervolgens telkens na verloop van zes maanden, een verslag over de uitvoering van het saneringsplan. De bewindvoerder legt zijn verslag neer ter griffie van de rechtbank, ter kosteloze inzage van schuldeisers. De neerlegging geschiedt kosteloos.
|
||||
**1.** De bewindvoerder brengt binnen twee maanden na de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling en uiterlijk tien dagen voor de dag waarop de verificatievergadering zal worden gehouden een verslag uit over de toestand van de boedel en vervolgens telkens na verloop van zes maanden een verslag over de voortgang van de schuldsaneringsregeling. De bewindvoerder legt zijn verslag neer ter griffie van de rechtbank, ter kosteloze inzage van schuldeisers. De neerlegging geschiedt kosteloos.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde termijn van zes maanden, kan op verzoek van de bewindvoerder of ambtshalve door de rechter-commissaris worden verlengd.
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde termijn van zes maanden, kan op verzoek van de bewindvoerder of ambtshalve door de rechter-commissaris worden gewijzigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 319
|
||||
|
||||
|
|
@ -3422,9 +3417,9 @@ c. de uitvoering van het saneringsplan.
|
|||
|
||||
**1.** De rechtbank stelt het salaris van de bewindvoerder vast in het vonnis bedoeld in artikel 354, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** De rechtbank kan op verzoek van de bewindvoerder tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling telkens voor een daarbij door de rechtbank vast te stellen periode een voorschot op het salaris toekennen.
|
||||
**2.** De rechter-commissaris kan op verzoek van de bewindvoerder tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling telkens voor een daarbij vast te stellen periode een voorschot op het salaris toekennen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd op de voet van artikel 338, vierde lid, of artikel 350, stelt de rechtbank daarbij tevens het salaris vast.
|
||||
**3.** Indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd op de voet van artikel 350 of artikel 354a, stelt de rechtbank daarbij tevens het salaris vast.
|
||||
|
||||
**4.** Eindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van het bepaalde in artikel 312, tweede lid, dan stelt de rechtbank het salaris vast zodra de uitspraak tot faillietverklaring in kracht van gewijsde is gegaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3434,7 +3429,7 @@ c. de uitvoering van het saneringsplan.
|
|||
|
||||
**7.** Het salaris van de bewindvoerder is schuld van de boedel en wordt bij voorrang voldaan boven alle andere schulden en boven een betaling bedoeld in artikel 295, vijfde lid. Het in de vorige volzin bepaalde is ook van toepassing op de verschotten en op de publicaties die ingevolge deze titel zijn voorgeschreven.
|
||||
|
||||
**8.** De kosten van de ingevolge deze titel voorgeschreven publicaties die niet uit de boedel kunnen worden voldaan, en het salaris van deskundigen komen ten laste van de Staat. De griffier van de rechtbank waarbij de schuldenaar zijn verzoekschrift tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft ingediend, draagt zorg voor de voldoening van het door de rechtbank vast te stellen bedrag dat ten laste van de Staat komt.
|
||||
**8.** De kosten van de ingevolge deze titel voorgeschreven publicaties die niet uit de boedel kunnen worden voldaan, en het salaris van deskundigen komen ten laste van de Staat. De griffier van de rechtbank waarbij de schuldenaar zijn verzoekschrift tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft ingediend, draagt zorg voor de voldoening van het door de rechter die het eindsalaris van de bewindvoerder bepaalt, vast te stellen bedrag dat ten laste van de Staat komt.
|
||||
|
||||
### Artikel 321
|
||||
|
||||
|
|
@ -3444,7 +3439,7 @@ De artikelen 85 en 86 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
|||
|
||||
### Artikel 322
|
||||
|
||||
De bewindvoerder geeft van de dagen, uur en plaats bedoeld in artikel 289 onverwijld aan alle bekende schuldeisers bij brieven kennis. In de kennisgeving wordt melding gemaakt dat gedurende een termijn van veertien dagen voorafgaande aan de verificatievergadering een ontwerp van een saneringsplan op de griffie ter inzage ligt. Indien de schuldenaar een ontwerp van akkoord ter griffie heeft neergelegd, wordt daarvan eveneens melding gemaakt.
|
||||
De bewindvoerder geeft van de dagen, uur en plaats bedoeld in artikel 289 onverwijld aan alle bekende schuldeisers bij brieven kennis. Indien de schuldenaar een ontwerp van akkoord ter griffie heeft neergelegd, wordt daarvan eveneens melding gemaakt.
|
||||
|
||||
### Artikel 323
|
||||
|
||||
|
|
@ -3466,17 +3461,13 @@ De neerlegging geschiedt kosteloos.
|
|||
|
||||
### Artikel 326
|
||||
|
||||
**1.** De bewindvoerder is, voordat de uitspraak houdende de vaststelling van het saneringsplan in kracht van gewijsde is gegaan, bevoegd tot de boedel behorende goederen te vervreemden, voorzover de vervreemding noodzakelijk is ter bestrijding van de kosten van de schuldsaneringsregeling of de goederen niet dan met nadeel voor de boedel bewaard kunnen blijven.
|
||||
|
||||
**2.** De goederen worden ondershands verkocht, tenzij de rechter-commissaris bepaalt dat de verkoop in het openbaar zal geschieden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 327
|
||||
|
||||
De artikelen 99 en 102 tot en met 105 en 107 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Afdeling VIJFDE. Verificatie van vorderingen, behandeling van ontwerp van akkoord en raadpleging over voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1. Verificatie van vorderingen
|
||||
### Afdeling Vijfde. Verificatie van vorderingen
|
||||
|
||||
### Artikel 328
|
||||
|
||||
|
|
@ -3484,7 +3475,19 @@ De artikelen 99 en 102 tot en met 105 en 107 zijn van overeenkomstige toepassing
|
|||
|
||||
**2.** Renten, na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling lopende ten aanzien van door pand of hypotheek gedekte vorderingen, worden pro memorie geverifieerd. Voorzover de renten op de opbrengst daarvan niet batig gerangschikt worden, kan de schuldeiser aan deze verificatie geen rechten ontlenen.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. Het ontwerp van akkoord
|
||||
### Artikel 328a
|
||||
|
||||
**1.** De rechter-commissaris kan de bewindvoerder verzoeken hem binnen acht dagen na dagtekening van het verzoek te melden of hij de verificatie van de vorderingen wenst voor te leggen aan de verificatievergadering. In het bevestigende geval stelt de rechter-commissaris dag, uur en plaats vast waarop de verificatievergadering zal worden gehouden en geeft de bewindvoerder hiervan onverwijld kennis aan alle bekende schuldeisers en de schuldenaar bij schriftelijke oproeping, tenzij de rechter-commissaris anders bepaalt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de bewindvoerder geen verificatievergadering wenst, kan de rechter-commissaris bepalen dat de verificatievergadering slechts pro forma gehouden zal worden op een door hem te bepalen dag en plaats en dat de vorderingen als geverifieerd zullen gelden zoals door de bewindvoerder in overeenstemming met de artikelen 112, 113 en 114 aangegeven, tenzij een schuldeiser binnen acht dagen na dagtekening van de in de tweede volzin bedoelde oproeping mededeling doet aan de rechtbank dat hij gebruik wenst te maken van zijn bevoegdheid als bedoeld in de artikelen 116, tweede zin, en 119, eerste lid. De bewindvoerder geeft van deze beschikking onmiddellijk kennis aan alle bekende schuldeisers en de schuldenaar bij schriftelijke oproeping, tenzij de rechter-commissaris anders bepaalt.
|
||||
|
||||
**3.** Ontvangt de rechtbank een mededeling van een of meer schuldeisers als bedoeld in het tweede lid, dan stelt de rechter-commissaris een dag, uur en plaats vast waarop de verificatievergadering zal worden gehouden. De bewindvoerder geeft hiervan onverwijld kennis aan alle bekende schuldeisers en de schuldenaar bij schriftelijke oproeping, tenzij de rechter-commissaris anders bepaalt.
|
||||
|
||||
**4.** In geval van het tweede lid ligt een afschrift van de lijsten als bedoeld in artikel 114 ter griffie van de rechtbank ter inzage gedurende acht dagen na dagtekening van de kennisgeving van de pro forma zitting dan wel, indien een verificatievergadering wordt gehouden, tot de dag van die vergadering.
|
||||
|
||||
**5.** Met ingang van de dag van de pro forma zitting, gelden de vorderingen als geverifieerd zoals door de bewindvoerder ingevolge artikel 112 vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Afdeling Zesde. Het akkoord
|
||||
|
||||
### Artikel 329
|
||||
|
||||
|
|
@ -3492,33 +3495,25 @@ De artikelen 99 en 102 tot en met 105 en 107 zijn van overeenkomstige toepassing
|
|||
|
||||
**2.** Het ontwerp van akkoord wordt ter griffie van de rechtbank neergelegd ter kosteloze inzage van een ieder. De neerlegging geschiedt kosteloos.
|
||||
|
||||
**3.** Aanbieding van een akkoord op een tijdstip nadat een saneringsplan is vastgesteld, is ook toegelaten indien vóór die vaststelling een akkoord is verworpen of de homologatie is geweigerd. De in de vorige volzin bedoelde bevoegdheid kan één keer worden uitgeoefend.
|
||||
**3.** Aanbieding van een akkoord is ook toegelaten indien een akkoord eerder tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling is verworpen of de homologatie is geweigerd. De in de vorige volzin bedoelde bevoegdheid kan één keer worden uitgeoefend.
|
||||
|
||||
**4.** Vóórdat een saneringsplan is vastgesteld, kan aanbieding van een akkoord slechts geschieden door neerlegging van het ontwerp van akkoord ter griffie uiterlijk op de vijftiende dag vóór de dag waarop de verificatievergadering zal worden gehouden.
|
||||
**4.** De rechter-commissaris stelt dadelijk na nederlegging van het akkoord dag, uur en plaats vast waarop over het aangeboden akkoord ten overstaan van hem zal worden geraadpleegd en beslist.
|
||||
|
||||
**5.** Is een ontwerp van akkoord gevoegd bij het verzoekschrift tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan doet de griffier daarvan opgave in de aankondiging bedoeld in artikel 293.
|
||||
**5.** Indien er nog geen dag, uur en plaats voor een verificatievergadering is bepaald, stelt de rechter-commissaris deze vast overeenkomstig artikel 289, tweede tot en met vijfde lid. Over het akkoord wordt in de vergadering na afloop van de verificatie dadelijk geraadpleegd en beslist.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de neerlegging van een ontwerp van akkoord geschiedt na de indiening van het verzoekschrift tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, doet de bewindvoerder daarvan onverwijld aankondiging in de Staatscourant. Tevens geeft de bewindvoerder van de neerlegging onverwijld bij brieven kennis aan alle bekende schuldeisers, tenzij daarvan reeds melding is gemaakt in de kennisgeving bedoeld in artikel 322.
|
||||
**6.** De bewindvoerder geeft van de nederlegging en, indien van toepassing, van de dag bedoeld in het vijfde lid, onverwijld schriftelijk kennis aan alle bekende schuldeisers. Indien het vijfde lid van toepassing is, doet de bewindvoerder tevens onverwijld aankondiging in de Staatscourant van de nederlegging en van de dag bedoeld in dat lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 330
|
||||
|
||||
Het ontwerp van een akkoord vervalt:
|
||||
|
||||
a. indien de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling niet wordt uitgesproken;
|
||||
a. indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling niet wordt uitgesproken;
|
||||
b. indien, voordat het vonnis van homologatie van het akkoord in kracht van gewijsde is gegaan, een rechterlijke uitspraak tot beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling in kracht van gewijsde gaat;
|
||||
c. indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op grond van het bepaalde in artikel 312, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 331
|
||||
|
||||
**1.** Indien het ontwerp van akkoord is neergelegd overeenkomstig artikel 329, vierde lid, wordt daarover in de vergadering na afloop van de verificatie dadelijk geraadpleegd en beslist.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het ontwerp van akkoord is neergelegd nadat een saneringsplan is vastgesteld, zal de rechter-commissaris dadelijk dag, uur en plaats vaststellen waarop over het aangeboden akkoord ten overstaan van de rechter-commissaris zal worden geraadpleegd en beslist.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij toepassing van het tweede lid doet de bewindvoerder van de dag, uur en plaats onverwijld aankondiging in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
Tevens geeft de bewindvoerder daarvan onverwijld bij brieven kennis aan alle bekende schuldeisers.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 332
|
||||
|
||||
|
|
@ -3530,15 +3525,15 @@ Tevens geeft de bewindvoerder daarvan onverwijld bij brieven kennis aan alle bek
|
|||
|
||||
Tot het aannemen van het akkoord wordt vereist:
|
||||
|
||||
a. de toestemming van de gewone meerderheid van de ter vergadering verschenen erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeisers van vorderingen waaraan voorrang is verbonden, welke tezamen ten minste de helft van het totale bedrag van hun vorderingen vertegenwoordigen; en
|
||||
a. de toestemming van de gewone meerderheid van de ter vergadering verschenen schuldeisers van erkende en voorwaardelijk toegelaten vorderingen waaraan voorrang is verbonden, welke tezamen ten minste de helft van het totale bedrag van hun vorderingen vertegenwoordigen; en
|
||||
b. de toestemming van de gewone meerderheid van de ter vergadering verschenen erkende en voorwaardelijk toegelaten concurrente schuldeisers, welke tezamen ten minste de helft van het totale bedrag van hun vorderingen vertegenwoordigen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het derde lid kan de rechter-commissaris op verzoek van de schuldenaar of de bewindvoerder bij gemotiveerde beschikking een aangeboden akkoord vaststellen als ware het aangenomen, indien:
|
||||
|
||||
a. drie vierde van de schuldeisers van vorderingen waaraan voorrang is verbonden en drie vierde van de concurrente schuldeisers voor het akkoord hebben gestemd; en
|
||||
b. de verwerping van het akkoord het gevolg is van het tegenstemmen van een of meer schuldeisers die, alle omstandigheden in aanmerking genomen en in het bijzonder het percentage dat die schuldeisers, zou de toepassing van de schuldsaneringsregeling worden voortgezet, naar verwachting aan betaling op hun vorderingen zullen ontvangen, in redelijkheid niet tot dit stemgedrag hebben kunnen komen.
|
||||
a. drie vierde van de ter vergadering verschenen schuldeisers van erkende en voorwaardelijk toegelaten vorderingen waaraan voorrang is verbonden en drie vierde van de concurrente schuldeisers voor het akkoord hebben gestemd; en
|
||||
b. de verwerping van het akkoord het gevolg is van het tegenstemmen van een of meer ter vergadering verschenen schuldeisers die, alle omstandigheden in aanmerking genomen en in het bijzonder het percentage dat die schuldeisers, zou de toepassing van de schuldsaneringsregeling worden voortgezet, naar verwachting aan betaling op hun vorderingen zullen ontvangen, in redelijkheid niet tot dit stemgedrag hebben kunnen komen.
|
||||
|
||||
**5.** Het proces-verbaal van de vergadering vermeldt de inhoud van het akkoord, de namen van de verschenen stemgerechtigde schuldeisers, de door ieder hunner uitgebrachte stem, de uitslag van de stemming en, indien toepassing is gegeven aan het vierde lid, de beschikking van de rechter-commissaris.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3546,56 +3541,38 @@ b. de verwerping van het akkoord het gevolg is van het tegenstemmen van een of m
|
|||
|
||||
### Artikel 333
|
||||
|
||||
Indien over het akkoord is gestemd in een vergadering als bedoeld in artikel 331, tweede lid, vinden de artikelen 335, eerste lid, aanhef en onder a en b, en tweede lid, 336, 337, eerste en tweede lid, aanhef en onder a, en derde lid, 338, eerste, tweede en derde lid, 339, eerste, tweede, derde en vierde lid, eerste volzin, en 340 overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 333a
|
||||
|
||||
De bepalingen van deze paragraaf zijn van overeenkomstige toepassing in het geval dat een akkoord wordt aangeboden op de voet van artikel 34, eerste lid, van de verordening, genoemd in artikel 5, derde lid.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. Raadpleging over voortzetting van de schuldsaneringsregeling en het ontwerp van saneringsplan
|
||||
|
||||
### Artikel 334
|
||||
|
||||
**1.** In de verificatievergadering stelt de rechter-commissaris iedere verschenen schuldeiser van een of meer vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, in de gelegenheid zijn standpunt kenbaar te maken omtrent het al dan niet voortzetten van de toepassing van de schuldsaneringsregeling alsmede omtrent het ontwerp van een saneringsplan.
|
||||
|
||||
**2.** De schuldenaar is bevoegd tot verdediging van de voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en tot toelichting en verdediging van het ontwerp van een saneringsplan. Hij kan het ontwerp staande de vergadering wijzigen.
|
||||
|
||||
**3.** Over de voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en over het ontwerp van een saneringsplan wordt niet door ter vergadering verschenen schuldeisers bij stemming beslist.
|
||||
|
||||
**4.** Het proces-verbaal van de verificatievergadering vermeldt het standpunt van de schuldeisers bedoeld in het eerste lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 335
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De rechter-commissaris bepaalt vóór het sluiten van de verificatievergadering de terechtzitting waarop de rechtbank achtereenvolgens zal behandelen:
|
||||
Is een akkoord aangenomen of vastgesteld, dan bepaalt de rechter-commissaris vóór het sluiten van de verificatievergadering dag en tijd voor de terechtzitting waarop de rechtbank achtereenvolgens zal behandelen:
|
||||
|
||||
a. verzoekschriften, indien deze op de voet van artikel 149 zijn ingediend;
|
||||
b. de homologatie van het akkoord, indien een akkoord is aangenomen of vastgesteld;
|
||||
c. de voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
|
||||
d. het door de schuldenaar ingediende ontwerp van een saneringsplan.
|
||||
b. de homologatie van het akkoord, indien een akkoord is aangenomen of vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** De terechtzitting zal gehouden worden ten minste acht en ten hoogste veertien dagen na de dag waarop de verificatievergadering heeft plaatsgevonden. Artikel 151 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Is een akkoord afgewezen, dan wordt de schuldsaneringregeling voortgezet, tenzij artikel 350 van toepassing is.
|
||||
|
||||
### Artikel 336
|
||||
|
||||
**1.** Het proces-verbaal van de verificatievergadering wordt ondertekend door de rechter-commissaris en de griffier. Bij het proces-verbaal worden gevoegd het ontwerp van een saneringsplan en, indien van toepassing, het akkoord.
|
||||
|
||||
**2.** Gedurende acht dagen kan een ieder ter griffie kosteloze inzage verkrijgen van de stukken bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Afdeling Zesde. Behandeling door de rechtbank
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 337
|
||||
|
||||
**1.** Op de openbare terechtzitting, bepaald ingevolge artikel 335, eerste lid, wordt door de rechter-commissaris verslag uitgebracht.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Ieder van de schuldeisers ten aanzien van wier vorderingen de schuldsaneringsregeling werkt, kan in persoon, bij schriftelijk gemachtigde of bij procureur:
|
||||
|
||||
a. de gronden uiteenzetten waarop hij de homologatie van een akkoord wenst of haar bestrijdt;
|
||||
b. de gronden uiteenzetten waarop hij de voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wenst of haar bestrijdt;
|
||||
c. zijn standpunt verklaren omtrent het ontwerp van een saneringsplan.
|
||||
**2.** Ieder van de schuldeisers ten aanzien van wier vorderingen de schuldsaneringsregeling werkt, kan in persoon, bij schriftelijk gemachtigde of bij procureur de gronden uiteenzetten waarop hij de homologatie van een akkoord wenst of haar bestrijdt.
|
||||
|
||||
**3.** De schuldenaar is bevoegd tot verdediging van zijn belangen op te treden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3605,23 +3582,15 @@ c. zijn standpunt verklaren omtrent het ontwerp van een saneringsplan.
|
|||
|
||||
**2.** Zij zal, voorzover van toepassing, eerst bij met redenen omklede beschikking uitspraak doen op verzoekschriften als bedoeld in artikel 149 en tot homologatie van het akkoord dan wel tot weigering daarvan. Artikel 153, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de homologatie wordt geweigerd, kan de rechter de schuldenaar niet in staat van faillissement verklaren.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de schuldenaar geen akkoord heeft aangeboden of de homologatie is geweigerd, bepaalt de rechtbank of de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt voortgezet of dat de toepassing wordt beëindigd. Artikel 350, derde lid, is van toepassing. De uitspraak geschiedt bij vonnis.
|
||||
|
||||
**5.** In de uitspraak tot voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt tevens een saneringsplan vastgesteld.
|
||||
|
||||
**6.** Wordt de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd, dan vervalt de toepassing pas met ingang van de dag waarop de desbetreffende uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. Artikel 350, vijfde en zesde lid, is van toepassing.
|
||||
**3.** Indien de homologatie wordt geweigerd, kan de rechter de schuldenaar niet in staat van faillissement verklaren. De schuldsaneringsregeling wordt voortgezet, tenzij artikel 350 van toepassing is.
|
||||
|
||||
### Artikel 339
|
||||
|
||||
**1.** Ten aanzien van de uitspraak tot weigering dan wel verlening van homologatie, zijn de artikelen 154, 155, eerste lid, en 156 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het recht van hoger beroep en cassatie slechts toekomt aan schuldeisers die op de terechtzitting bedoeld in artikel 337 zijn verschenen.
|
||||
|
||||
**2.** Op de behandeling van het hoger beroep zijn de artikelen 337, tweede lid, aanhef en onder a, en derde lid, en 338, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Op de behandeling van het hoger beroep zijn de artikelen 337, tweede en derde lid, en 338, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de homologatie in hoger beroep of cassatie is verleend, verliest een door de rechter vastgesteld saneringsplan van rechtswege zijn kracht zodra de uitspraak tot verlening van homologatie in kracht van gewijsde is gegaan.
|
||||
|
||||
**4.** Wordt de homologatie in hoger beroep of cassatie vernietigd, dan geeft de griffier van het rechtscollege daarvan onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank. Zodra de uitspraak tot vernietiging in kracht van gewijsde is gegaan, doet de rechtbank uitspraak als bedoeld in artikel 338, vierde lid.
|
||||
**3.** Wordt de homologatie in hoger beroep of cassatie vernietigd, dan geeft de griffier van het rechtscollege daarvan onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
|
||||
|
||||
### Artikel 340
|
||||
|
||||
|
|
@ -3631,76 +3600,39 @@ c. zijn standpunt verklaren omtrent het ontwerp van een saneringsplan.
|
|||
|
||||
**3.** De artikelen 159, 160 en 162 tot en met 166 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Bij het vonnis, waarbij de ontbinding van het akkoord wordt uitgesproken, wordt de schuldenaar tevens in staat van faillissement verklaard.
|
||||
**4.** Bij het vonnis waarbij de ontbinding van het akkoord wordt uitgesproken, kan de schuldenaar tevens in staat van faillissement worden verklaard indien er baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen.
|
||||
|
||||
**5.** In een faillissement, uitgesproken overeenkomstig het vierde lid, kan geen akkoord worden aangeboden.
|
||||
|
||||
### Artikel 341
|
||||
|
||||
**1.** Van het vonnis, houdende beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, kan de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen.
|
||||
|
||||
**2.** Het hoger beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen. De griffier van het gerechtshof geeft van die indiening onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
|
||||
|
||||
**3.** De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling, welk zal moeten plaatsvinden binnen twintig dagen na de dag van de indiening van het verzoekschrift.
|
||||
|
||||
**4.** De griffier van het gerechtshof doet van het hoger beroep en van de dag en uur, voor de behandeling bepaald, aankondiging in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**5.** Op de behandeling van het hoger beroep is artikel 337, tweede lid, aanhef en onder b en c, van toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** De uitspraak vindt niet later plaats dan op de achtste dag na die van de behandeling van het verzoekschrift ter terechtzitting. Van het arrest van het gerechtshof wordt door de griffier onverwijld mededeling gedaan aan de griffier van de rechtbank.
|
||||
|
||||
**7.** Van het arrest kunnen de schuldeisers die op de voet van het vijfde lid bij de behandeling van het hoger beroep zijn verschenen en de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in cassatie komen. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de Hoge Raad. De griffier van de Hoge Raad geeft van die indiening en van het arrest van de Hoge Raad onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 342
|
||||
|
||||
**1.** Van het vonnis, houdende uitspraak tot voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en tot vaststelling van een saneringsplan, kunnen de schuldeisers die op de terechtzitting bedoeld in artikel 337 zijn verschenen, gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen. De schuldenaar heeft dezelfde bevoegdheid voorzover het de vaststelling van het saneringsplan betreft.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 341, tweede, derde en zesde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Gedurende acht dagen na het arrest van het gerechtshof kan de daarbij in het ongelijk gestelde partij in cassatie komen. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de Hoge Raad. De griffier van de Hoge Raad geeft van die indiening en van het arrest van de Hoge Raad onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
|
||||
|
||||
### Afdeling Zevende. Het saneringsplan
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 343
|
||||
|
||||
**1.** De rechtbank is vrij in het saneringsplan bepalingen op te nemen die haar, alle omstandigheden in aanmerking genomen, redelijk en billijk voorkomen.
|
||||
|
||||
**2.** In een saneringsplan stelt de rechter in ieder geval de termijn vast gedurende welke de toepassing van de schuldsaneringsregeling van kracht is, welke termijn ten hoogste drie jaar zal zijn, te rekenen van de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, die dag daaronder begrepen. In afwijking van de eerste volzin kan de termijn op ten hoogste vijf jaar worden vastgesteld, indien voor de gehele termijn vanaf de vaststelling van het saneringsplan in dat plan tevens een nominaal bedrag wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 295, derde lid.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De rechter kan in een saneringsplan onder meer:
|
||||
|
||||
a. een nominaal bedrag vaststellen als bedoeld in artikel 295, derde lid;
|
||||
b. ten aanzien van goederen van de boedel waarop geen recht van pand, hypotheek of retentie rust, bepalen dat deze niet of gedurende een daarvoor vast te stellen termijn niet bij de vereffening en tegeldemaking betrokken zullen worden;
|
||||
c. ten aanzien van goederen als bedoeld onder b bepalen dat de schuldenaar daarover het beheer zal voeren;
|
||||
d. een bedrag vaststellen als bedoeld in artikel 21, onder 4°.
|
||||
|
||||
**4.** Een vóór de vaststelling van het saneringsplan gegeven beslissing op de voet van de artikelen 21, onder 4°, 295, derde lid, en 296, derde lid, verliest haar kracht zodra de uitspraak houdende vaststelling van het saneringsplan in kracht van gewijsde is gegaan.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 344
|
||||
|
||||
Een door de rechter vastgesteld saneringsplan is verbindend voor alle schuldeisers van vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, zonder uitzondering en onverschillig of zij in de schuldsaneringsregeling zijn opgekomen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 345
|
||||
|
||||
**1.** De rechtbank kan een saneringsplan op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder, de schuldenaar dan wel een of meer schuldeisers wijzigen op grond van onvoorziene omstandigheden welke van dien aard zijn dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid het plan niet ongewijzigd in stand kan blijven. De uitspraak geschiedt bij vonnis.
|
||||
|
||||
**2.** Alvorens te beslissen bepaalt de rechtbank dag en uur voor de terechtzitting waarop de zaak zal worden behandeld en kan zij tevens de oproeping bevelen van schuldeisers ten aanzien van wier vorderingen de schuldsaneringsregeling werkt.
|
||||
|
||||
**3.** De bewindvoerder doet van de dag, uur en plaats onverwijld aankondiging in de Staatscourant. Tevens geeft de bewindvoerder bij brieven kennis aan alle bekende schuldeisers. Artikel 337, tweede lid, aanhef en onder c, en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Van het vonnis bedoeld in het eerste lid kunnen de schuldeisers die bij de behandeling van de zaak zijn verschenen en de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen. De artikelen 341, tweede, derde en zesde lid, en 342, derde lid, zijn van toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 346
|
||||
|
||||
Het saneringsplan verliest van rechtswege zijn kracht door de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Afdeling Achtste. De vereffening van de boedel
|
||||
### Afdeling Zevende. De vereffening van de boedel
|
||||
|
||||
### Artikel 347
|
||||
|
||||
**1.** Zodra de uitspraak waarbij het saneringsplan is vastgesteld in kracht van gewijsde is gegaan, verkeert de boedel van rechtswege in staat van insolventie en gaat de bewindvoerder over tot vereffening en tegeldemaking van de tot de boedel behorende goederen voorzover daaromtrent in het saneringsplan niet anders is bepaald, zonder dat daartoe toestemming of medewerking van de schuldenaar nodig is.
|
||||
**1.** Zodra de toepassing van de schuldsaneringsregeling is uitgesproken, verkeert de boedel van rechtswege in staat van insolventie en gaat de bewindvoerder over tot vereffening en tegeldemaking van de tot de boedel behorende goederen voor zover daaromtrent in de uitspraak of door de rechter-commissaris niet anders is bepaald, zonder dat daartoe toestemming of medewerking van de schuldenaar nodig is.
|
||||
|
||||
**2.** De goederen worden ondershands verkocht, tenzij de rechter-commissaris bepaalt dat de verkoop in het openbaar zal geschieden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3708,7 +3640,7 @@ Het saneringsplan verliest van rechtswege zijn kracht door de beëindiging van d
|
|||
|
||||
### Artikel 348
|
||||
|
||||
De rechter-commissaris kan op een door hem te bepalen dag, uur en plaats een vergadering van schuldeisers beleggen, ten einde hen zo nodig te raadplegen over de wijze van vereffening van de boedel en zo nodig verificatie te doen plaatsvinden van de schuldvorderingen die na afloop van de ingevolge artikel 289, derde lid, bepaalde termijn zijn ingediend en niet reeds overeenkomstig artikel 127 geverifieerd zijn. De bewindvoerder handelt ten opzichte van deze vorderingen overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 111 tot en met 114. Hij roept de schuldeisers ten minste tien dagen vóór de vergadering, bij brieven op waarin het onderwerp van de vergadering wordt vermeld en hun tevens de bepaling van artikel 114 wordt herinnerd.
|
||||
De rechter-commissaris kan op verzoek van de schuldenaar, bewindvoerder of een schuldeiser alsmede ambtshalve op een door hem te bepalen dag, uur en plaats een vergadering van schuldeisers beleggen, teneinde hen zo nodig te raadplegen over de wijze van vereffening van de boedel alsmede over andere onderwerpen de schuldsanering betreffende en zo nodig verificatie te doen plaatsvinden van de schuldvorderingen die na afloop van de ingevolge artikel 289, derde lid, bepaalde termijn zijn ingediend en niet reeds overeenkomstig artikel 127 geverifieerd zijn. De bewindvoerder handelt ten opzichte van deze vorderingen overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 111 tot en met 114. Hij roept de schuldeisers ten minste tien dagen vóór de vergadering, bij brieven op waarin het onderwerp van de vergadering wordt vermeld en hun tevens de bepaling van artikel 114 wordt herinnerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 349
|
||||
|
||||
|
|
@ -3728,49 +3660,67 @@ Indien een goed als bedoeld in de vorige volzin in de boedel valt nadat een uitd
|
|||
|
||||
**5.** De artikelen 181, 182 (in welk artikel in de plaats van 60, derde lid, tweede zin, wordt gelezen: 299b, derde lid, tweede volzin), 183 tot en met 189, 191 en 192 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Afdeling Negende. Beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
|
||||
### Afdeling Achtste. Termijn en beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling
|
||||
|
||||
### Artikel 349a
|
||||
|
||||
**1.** De termijn van de schuldsaneringsregeling bedraagt drie jaar, te rekenen van de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, die dag daaronder begrepen. In afwijking daarvan kan de rechter de termijn op ten hoogste vijf jaar stellen, indien voor de gehele termijn tevens een nominaal bedrag wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 295, derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** De rechter-commissaris kan bij schriftelijke beschikking de termijn ambtshalve, dan wel op verzoek van de bewindvoerder, de schuldenaar, of een of meer schuldeisers wijzigen. De termijn bedraagt ten hoogste vijf jaar. De bewindvoerder geeft van de gewijzigde termijn onverwijld kennis aan de schuldeisers. De rechter-commissaris dient de schuldenaar in de gelegenheid stellen te worden gehoord, alvorens te beslissen de termijn te verlengen.
|
||||
|
||||
**3.** Onder dezelfde voorwaarden kan de rechtbank in het kader van artikel 350 of 352 de termijn ambtshalve dan wel op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de bewindvoerder, schuldenaar of een of meer schuldeisers wijzigen. Tegen dit vonnis kunnen de schuldeisers die om de wijziging gevraagd hebben en kan de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen. Artikel 351, tweede tot en met vijfde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 350
|
||||
|
||||
**1.** De rechtbank kan de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigen op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de bewindvoerder, van de schuldenaar dan wel van een of meer schuldeisers. Zij kan zulks ook ambtshalve doen.
|
||||
|
||||
**2.** Alvorens te beslissen roept de rechtbank de schuldenaar op ten einde door haar te worden gehoord. Tevens kan zij schuldeisers daartoe oproepen.
|
||||
**2.** Alvorens te beslissen roept de rechtbank de schuldenaar op teneinde door haar te worden gehoord. Tevens kan zij schuldeisers en de bewindvoerder daartoe oproepen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een beëindiging bedoeld in het eerste lid kan geschieden indien:
|
||||
Een beëindiging bedoeld in het eerste lid geschiedt indien:
|
||||
|
||||
a. de vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, zijn voldaan;
|
||||
b. de schuldenaar in staat is zijn betalingen te hervatten;
|
||||
c. de schuldenaar een of meer van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt;
|
||||
c. de schuldenaar een of meer van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt of door zijn doen of nalaten de uitvoering van de schuldsaneringsregeling anderszins belemmert dan wel frustreert;
|
||||
d. de schuldenaar bovenmatige schulden doet of laat ontstaan;
|
||||
e. de schuldenaar tracht zijn schuldeisers te benadelen.
|
||||
e. de schuldenaar tracht zijn schuldeisers te benadelen;
|
||||
f. feiten en omstandigheden bekend worden die op het tijdstip van de indiening van het verzoekschrift tot toelating tot de schuldsaneringsregeling reeds bestonden en die reden zouden zijn geweest het verzoek af te wijzen overeenkomstig artikel 288, eerste en tweede lid;
|
||||
g. de schuldenaar aannemelijk maakt niet in staat te zijn aan zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen te voldoen.
|
||||
|
||||
**4.** De uitspraak geschiedt bij vonnis. De toepassing van de schuldsaneringsregeling vervalt pas met ingang van de dag waarop de uitspraak tot de beëindiging in kracht van gewijsde is gegaan.
|
||||
**4.** De uitspraak geschiedt bij vonnis. In de gevallen bedoeld in het derde lid, onder a en b, en bij het ontbreken van enige baten voor uitdeling, blijft verificatie van vorderingen alsmede het opmaken van en uitdelingslijst achterwege en eindigt de schuldsanering door het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de beëindiging geschiedt op grond van het bepaalde in het derde lid, onder c, d of e, verkeert de schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement zodra de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. De rechtbank benoemt terstond een rechter-commissaris en een curator.
|
||||
**5.** Indien de beëindiging geschiedt op grond van het bepaalde in het derde lid, onder c tot en met g, en er baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen, verkeert de schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement zodra de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. De rechtbank benoemt terstond een rechter-commissaris en een curator.
|
||||
|
||||
**6.** Van de beëindiging wordt door de bewindvoerder of, indien het vijfde lid toepassing vindt, door de curator aankondiging gedaan in de Staatscourant.
|
||||
**6.** Van de beëindiging wordt door de bewindvoerder aankondiging gedaan in de Staatscourant of, indien het vijfde lid toepassing vindt, door de curator in de publicatie bedoeld in artikel 14, derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 351
|
||||
|
||||
**1.** Van het vonnis bedoeld in artikel 350 heeft, in geval van beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, de schuldenaar, of, in geval de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling geweigerd is, hij die het verzoek tot die beëindiging heeft gedaan, gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak recht van hoger beroep.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 341, tweede, derde en zesde lid, en 342, derde lid, zijn van toepassing.
|
||||
**2.** Het hoger beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen. De griffier van het gerechtshof geeft van die indiening onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
|
||||
|
||||
**3.** De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling, welke zal moeten plaatsvinden binnen twintig dagen na de dag van de indiening van het verzoekschrift.
|
||||
|
||||
**4.** De uitspraak vindt niet later plaats dan op de achtste dag na die van de behandeling van het verzoekschrift ter terechtzitting. Van het arrest van het gerechtshof wordt door de griffier onverwijld mededeling gedaan aan de griffier van de rechtbank.
|
||||
|
||||
**5.** Gedurende acht dagen na het arrest van het gerechtshof kan de daarbij in het ongelijk gestelde partij in cassatie komen. Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de Hoge Raad. De griffier van de Hoge Raad geeft van die indiening en van het arrest van de Hoge Raad onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.
|
||||
|
||||
### Artikel 351a
|
||||
|
||||
Uiterlijk drie maanden voordat de termijn volgend uit artikel 349a afloopt, brengt de bewindvoerder verslag uit aan de rechter-commissaris over de wijze waarop de schuldenaar gedurende de schuldsaneringsregeling aan zijn verplichtingen heeft voldaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 352
|
||||
|
||||
**1.** Indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling niet reeds is beëindigd, bepaalt de rechtbank op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar hetzij ambtshalve uiterlijk een maand vóór het einde van de termijn bedoeld in het tweede lid van artikel 343, dag, uur en plaats voor de terechtzitting waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld.
|
||||
**1.** Indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling niet reeds is beëindigd, bepaalt de rechtbank op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar hetzij ambtshalve uiterlijk een maand vóór het einde van de termijn bedoeld in artikel 349a, dag, uur en plaats voor de terechtzitting waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld.
|
||||
|
||||
**2.** Indien nog geen dag voor de verificatievergadering is bepaald en een jaar is verstreken sinds de uitspraak tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling, kan de rechtbank op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar een dag bepalen voor de terechtzitting waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld. De rechtbank bepaalt die zitting slechts als de voordracht of het verzoek vergezeld gaat van een beredeneerde verklaring van de bewindvoerder dat redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar geheel of gedeeltelijk aan zijn verplichtingen kan voldoen.
|
||||
**2.** De zitting zal niet eerder dan veertien dagen en niet later dan eenentwintig dagen na de beschikking van de rechtbank gehouden worden.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde zitting zal niet eerder dan veertien dagen en niet later dan eenentwintig dagen na de beschikking van de rechtbank bedoeld in het eerste lid gehouden worden.
|
||||
|
||||
**4.** De bewindvoerder doet van de dag, uur, en plaats onverwijld aankondiging in de Staatscourant.
|
||||
**3.** De bewindvoerder doet van de dag, uur, en plaats onverwijld aankondiging in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 353
|
||||
|
||||
**1.** Op de terechtzitting, bepaald ingevolge artikel 352, wordt door de bewindvoerder een schriftelijk verslag uitgebracht. De schuldenaar wordt bij brief opgeroepen.
|
||||
**1.** Voor de terechtzitting, bepaald ingevolge artikel 352, kunnen de bewindvoerder en de schuldenaar schriftelijk worden opgeroepen. De schuldenaar en bewindvoerder worden opgeroepen indien twijfel bestaat of de schuldenaar in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet toerekenbaar is tekortgeschoten.
|
||||
|
||||
**2.** De rechtbank kan iedere verschenen schuldeiser in de gelegenheid stellen in persoon, bij schriftelijk gemachtigde of bij procureur het woord te voeren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3780,15 +3730,21 @@ e. de schuldenaar tracht zijn schuldeisers te benadelen.
|
|||
|
||||
**2.** Ingeval van een toerekenbare tekortkoming, kan de rechter daarbij bepalen dat de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, buiten beschouwing blijft.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de terechtzitting is bepaald ingevolge artikel 352, tweede lid, beëindigt de rechtbank de schuldsanering slechts indien redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar geheel of gedeeltelijk aan zijn verplichtingen kan voldoen en van omstandigheden als bedoeld in artikel 350, derde lid onderdeel c, d of e niet is gebleken. De rechtbank kan een of meer keren haar beslissing aanhouden, hetzij voor nader onderzoek, hetzij indien uit het verslag van de bewindvoerder blijkt dat de schuldenaar op een later tijdstip geheel of gedeeltelijk aan zijn verplichtingen zal kunnen voldoen. De rechtbank bepaalt de dag waarop de schuldsaneringsregeling eindigt met inachtneming van de termijn, bedoeld in artikel 343, tweede lid.
|
||||
### Artikel 354a
|
||||
|
||||
**4.** Indien de rechtbank de voordracht of het verzoek om beëindiging van de schuldsaneringsregeling afwijst, en geen toepassing geeft aan artikel 350, vijfde lid, bepaalt de rechtbank alsnog een verificatievergadering. Tussen de uitspraak en de verificatievergadering moeten ten minste veertien dagen verlopen.
|
||||
**1.** Indien nog geen dag voor de verificatievergadering is bepaald en minstens een jaar is verstreken sinds de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, kan de rechtbank op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar een dag bepalen voor de terechtzitting waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld. De rechtbank bepaalt die zitting slechts als de voordracht of het verzoek vergezeld gaat van een beredeneerde verklaring van de bewindvoerder omtrent de vraag of redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar op zodanige wijze aan zijn verplichtingen kan voldoen dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is. De rechter-commissaris kan de bewindvoerder bevelen deze verklaring op te stellen en aan de rechtbank en de betrokken partijen te doen toekomen.
|
||||
|
||||
**2.** De rechtbank beëindigt de schuldsanering slechts indien redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar op zodanige wijze aan zijn verplichtingen kan voldoen dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is en van omstandigheden als bedoeld in artikel 350, derde lid, onder c tot en met g niet is gebleken.
|
||||
|
||||
**3.** De rechtbank kan een of meer keren haar beslissing aanhouden voor nader onderzoek. De rechtbank bepaalt de dag waarop de schuldsaneringsregeling eindigt.
|
||||
|
||||
**4.** De bewindvoerder doet van de dag, uur en plaats onverwijld aankondiging in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 355
|
||||
|
||||
**1.** Van het vonnis bedoeld in artikel 354 kunnen de schuldeisers die op de voet van artikel 353, tweede lid, bij de behandeling van de zaak zijn verschenen en de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen.
|
||||
**1.** Van het vonnis, bedoeld in artikel 354 en in artikel 354a, kunnen de schuldeisers en de schuldenaar gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak in hoger beroep komen.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 341, tweede, derde en zesde lid, en 342, derde lid, zijn van toepassing.
|
||||
**2.** Artikel 351, tweede tot en met vijfde lid, is van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 356
|
||||
|
||||
|
|
@ -3798,17 +3754,36 @@ e. de schuldenaar tracht zijn schuldeisers te benadelen.
|
|||
|
||||
**3.** Na verloop van een maand na de beëindiging doet de bewindvoerder rekening en verantwoording van zijn beheer aan de rechter-commissaris.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 194 is van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 357
|
||||
|
||||
Indien na de slotuitdeling ingevolge artikel 189 gereserveerde uitdelingen aan de boedel terugvallen, of mocht blijken dat er nog baten van de boedel aanwezig zijn, welke ten tijde van de vereffening niet bekend waren, gaat de bewindvoerder, op bevel van de rechtbank, tot vereffening en verdeling daarvan over op de grondslag van de vroegere uitdelingslijsten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 358
|
||||
|
||||
**1.** Door de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikei 356, tweede lid, is een vordering ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voorzover deze onvoldaan is gebleven, niet langer afdwingbaar, onverschillig of de schuldeiser al dan niet in de schuldsaneringsregeling is opgekomen en onverschillig of de vordering al dan niet is geverifieerd.
|
||||
**1.** Door de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 356, tweede lid, is een vordering ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voorzover deze onvoldaan is gebleven, niet langer afdwingbaar, onverschillig of de schuldeiser al dan niet in de schuldsaneringsregeling is opgekomen en onverschillig of de vordering al dan niet is geverifieerd.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de rechter in het vonnis bedoeld in artikel 354 heeft vastgesteld dat de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten en de rechter daarbij geen toepassing heeft gegeven aan het tweede lid van artikel 354.
|
||||
|
||||
### Afdeling Tiende. Bijzondere bepalingen
|
||||
**3.** Het eerste lid is tevens van toepassing op boedelschulden, bedoeld in artikel 15d, eerste lid, onder b, voor zover deze niet uit de boedel van de schuldsaneringsregeling voldaan kunnen worden.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 288, tweede lid, onder c, is bij beëindiging van de schuldsaneringsregeling het eerste lid niet van toepassing ten aanzien van vorderingen die voortvloeien uit een in kracht van gewijsde gegane strafrechtelijke veroordeling
|
||||
|
||||
a. tot betaling van een geldboete als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder 4, van het Wetboek van Strafrecht,
|
||||
b. tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht,
|
||||
c. tot betaling van een geldbedrag ten behoeve van het slachtoffer als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, of
|
||||
d. tot betaling van een schadevergoeding aan een benadeelde partij alsbedoeld in artikel 51a Wetboek van Strafvordering.
|
||||
|
||||
Met een vordering onder dit lid wordt gelijkgesteld een vordering die voortvloeit uit een in kracht van gewijsde gegane veroordeling tot betaling van schadevergoeding die is vastgesteld door de burgerlijke rechter nadat de strafrechter die over het misdrijf of de overtreding heeft geoordeeld, heeft vastgesteld dat de vordering tot betaling van schadevergoeding of een deel daarvan slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van een hypotheek die is gevestigd op het huis waarin de schuldenaar woonachtig is, indien op de rente van deze hypotheek artikel 303, derde lid, van toepassing is.
|
||||
|
||||
**6.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de schuldenaar tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling is overleden.
|
||||
|
||||
### Afdeling Negende. Bijzondere bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 358a
|
||||
|
||||
|
|
@ -3830,7 +3805,9 @@ Indien de faillietverklaring van de schuldenaar tijdens de toepassing van de sch
|
|||
|
||||
a. handelingen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling door de bewindvoerder verricht, blijven geldend en verbindend;
|
||||
b. boedelschulden, gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling ontstaan, gelden als boedelschulden in het faillissement;
|
||||
c. in de schuldsaneringsregeling ingediende vorderingen gelden als ingediend in het faillissement.
|
||||
c. nieuwe schulden, gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling ontstaan, niet zijnde boedelschulden, gelden als in het faillissement verifieerbare schulden.
|
||||
d. in de schuldsaneringsregeling ingediende vorderingen gelden als ingediend in het faillissement;
|
||||
e. rentevorderingen als bedoeld in artikel 303 moeten alsnog worden ingediend.
|
||||
|
||||
**2.** De curator oefent de bevoegdheid uit, in artikel 297, derde lid, aan de bewindvoerder toegekend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3840,7 +3817,7 @@ c. in de schuldsaneringsregeling ingediende vorderingen gelden als ingediend in
|
|||
|
||||
De artikelen 203 tot en met 205 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Afdeling Elfde. Slotbepalingen
|
||||
### Afdeling Tiende. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 360
|
||||
|
||||
|
|
@ -3848,7 +3825,7 @@ Tegen de beslissingen van de rechter, ingevolge de bepalingen van deze titel geg
|
|||
|
||||
### Artikel 361
|
||||
|
||||
**1.** De verzoeken, te doen ingevolge de artikelen 292, tweede lid, 315, eerste lid, 341, eerste lid, 342, eerste lid, 345, vierde lid, 350, eerste lid, 351, eerste lid, 355, eerste lid, en 358a, eerste lid, moeten door een procureur zijn ondertekend, behalve wanneer een verzoek wordt gedaan door de bewindvoerder of, bij een verzoek ingevolge artikel 350, eerste lid, door de schuldenaar.
|
||||
**1.** De verzoeken, te doen ingevolge de artikelen 292, eerste en derde lid, 315, eerste lid, 348, 349a, tweede lid, 350, eerste lid, 351, eerste lid, 355, eerste lid, en 358a, eerste lid, moeten door een procureur zijn ondertekend, behalve wanneer een verzoek wordt gedaan door de bewindvoerder of, bij een verzoek ingevolge artikel 350, eerste lid, door de schuldenaar.
|
||||
|
||||
**2.** Verzoekschriften op de voet van artikel 33 van de in artikel 5, derde lid, genoemde verordening worden ingediend door een procureur.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue