2025-07-01 | BWBR0050370 | Besluit Ondernemingsfaciliteiten
This commit is contained in:
parent
2b4a71edb2
commit
45c10c1966
1 changed files with 4 additions and 4 deletions
|
|
@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Besluit Ondernemingsfaciliteiten
|
|||
|
||||
## 1. Inleiding
|
||||
|
||||
De overdrachtsbelasting kent een aantal ondernemingsfaciliteiten in de vorm van vrijstellingen. Deze vrijstellingen zijn opgenomen in artikel 15, eerste lid, onderdelen b, e, f, h en q, WBR. Dit besluit bevat het beleid over de ondernemingsfaciliteiten. Het besluit actualiseert en vervangt het besluit van 25 mei 2018, nr. 2018-50125 (Stcrt. 2018, 30213).
|
||||
De overdrachtsbelasting kent een aantal ondernemingsfaciliteiten in de vorm van vrijstellingen. Deze vrijstellingen zijn opgenomen in artikel 15, eerste lid, onderdelen b, e, f, h en q, WBR. Dit besluit bevat het beleid over de ondernemingsfaciliteiten. Het besluit actualiseert en vervangt het besluit van 25 mei 2018, nr. 2018-50125 (Stcrt. 2018, 30213). Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 6 juni 2025, nr. 2025-10082, (Stcrt. 2025-20464). De wijziging betrof de onderdelen 2.2, 4.2 en het vervallen van de onderdelen 6 en 6.1.
|
||||
|
||||
Onderdeel 2 bevat het beleid over de toepassing van de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel b, WBR (bedrijfsoverdracht binnen de familiesfeer). In het nieuwe onderdeel 2.7 (en de bijbehorende subonderdelen) wordt aandacht besteed aan de gevolgen voor de toepassing van de vrijstelling na de zogenoemde doorkijkarresten van de Hoge Raad van 30 november 2018 (ECLI:NL:HR:2018:2110 en 2200). Onderdeel 2.7 uit het besluit van 25 mei 2018 is vervallen vanwege de opheffing van het Bureau Beheer Landbouwgronden. De overige onderdelen over de toepassing van de vrijstelling bij bedrijfsoverdracht uit het besluit van 25 mei 2018 zijn vernummerd en opnieuw in dit besluit opgenomen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -24,7 +24,7 @@ Onderdeel 3.4 is aangepast aan onderdeel 9 van het besluit Inkomstenbelasting Wi
|
|||
|
||||
Onderdeel 4.2 is nieuw en bevat een goedkeuring betreffende de aanhoudingseis bedoeld in artikel 5a, derde lid, UBBR in geval van certificering van aandelen die bij een bedrijfsfusie zijn verkregen. Deze goedkeuring komt overeen met de bestaande goedkeuring in onderdeel 3.8.1 die geldt voor de certificering van aandelen die als gevolg van een omzetting van een onderneming zijn verkregen.
|
||||
|
||||
In onderdeel 6.1 is het voorbeeld verduidelijkt en het nieuwe onderdeel 7 bevat een goedkeuring voor de toepassing van de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel q, WBR (cultuurgrond).
|
||||
Het nieuwe onderdeel 7 bevat een goedkeuring voor de toepassing van de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel q, WBR (cultuurgrond).
|
||||
|
||||
Met de genoemde aanpassingen in de onderdelen 3.9, 4.1, 4.2 en 7 worden eerdere met toepassing van de hardheidsclausule van artikel 63 AWR verleende goedkeuringen in het besluit vastgelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -75,7 +75,7 @@ De goedkeuring geldt niet wanneer de ondernemer zijn onderneming rechtstreeks ov
|
|||
|
||||
Het is mogelijk dat een ondernemer zijn onderneming, exclusief het bedrijfspand, heeft ingebracht in een BV waarvan hij alle aandelen houdt. Het bedrijfspand verhuurt hij aan de BV.
|
||||
|
||||
Als de ondernemer in het kader van een bedrijfsopvolging zijn aandelen in de BV en het bedrijfspand overdraagt aan een familielid, is de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel b, van de WBR niet van toepassing op de verkrijging van het bedrijfspand. Het bedrijfspand wordt immers niet overgedragen als onderdeel van de overdracht van een onderneming aan een familielid omdat de onderneming in een BV wordt uitgeoefend.
|
||||
Als de ondernemer in het kader van een bedrijfsopvolging zijn aandelen in de BV en het bedrijfspand overdraagt aan een familielid, is de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel b, WBR niet van toepassing op de verkrijging van het bedrijfspand. Het bedrijfspand wordt immers niet overgedragen als onderdeel van de overdracht van een onderneming aan een familielid omdat de onderneming in een BV wordt uitgeoefend.
|
||||
|
||||
### 2.3. Overdracht onderneming en inbreng in personenvennootschap
|
||||
|
||||
|
|
@ -301,7 +301,7 @@ Ik keur onder voorwaarden goed dat de aanhoudingseis bedoeld in artikel 5a, derd
|
|||
Voor deze goedkeuring gelden de volgende twee voorwaarden.
|
||||
|
||||
a. De certificaten kunnen worden vereenzelvigd met de onderliggende aandelen. Voor wat betreft de uitleg van het begrip ‘vereenzelviging’ en voor de omschrijving van de daarbij te stellen voorwaarden wordt aangesloten bij onderdeel 4.4 van het besluit van 9 maart 2018, nr. 2018-27139 (Stcrt. 2018, 15751).
|
||||
b. Voor de resterende periode van drie jaren na de omzetting van de onderneming geldt het volgende. Het bepaalde in artikel 5a, derde en vijfde lid, UBBR is van overeenkomstige toepassing op zowel de verkregen certificaten van aandelen als op de onderliggende aandelen in bezit van het administratiekantoor.
|
||||
b. Voor de resterende periode van drie jaren na de fusie geldt het volgende. Het bepaalde in artikel 5a, derde en vijfde lid, UBBR is van overeenkomstige toepassing op zowel de verkregen certificaten van aandelen als op de onderliggende aandelen in bezit van het administratiekantoor.
|
||||
|
||||
## 5. Interne reorganisatie (
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue