diff --git a/amvb/besluit-beveiliging-burgerluchtvaart/BWBR0014397/README.md b/amvb/besluit-beveiliging-burgerluchtvaart/BWBR0014397/README.md index 0c842de4412..47de38cfd08 100644 --- a/amvb/besluit-beveiliging-burgerluchtvaart/BWBR0014397/README.md +++ b/amvb/besluit-beveiliging-burgerluchtvaart/BWBR0014397/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit beveiliging burgerluchtvaart bwb_id: BWBR0014397 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2007-09-04' +datum_inwerkingtreding: '2022-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0014397 citeertitel: Besluit beveiliging burgerluchtvaart --- @@ -14,33 +14,42 @@ citeertitel: Besluit beveiliging burgerluchtvaart ### Artikel 1 -In dit besluit wordt verstaan onder: +In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. beveiligingsmedewerker: een lid van het beveiligingspersoneel als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, onderdeel b, onder 1° van de Luchtvaartwet; -b. fouillering: onderzoek aan kleding als bedoeld in artikel 37b, zesde lid, en artikel 37h van de Luchtvaartwet; -c. air marshals: ambtenaren van de Koninklijke marechaussee die in het kader van de uitoefening van de taak ten behoeve van de beveiliging van de burgerluchtvaart, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, van de Politiewet 2012, aan boord van een luchtvaartuig worden ingezet; -d. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie. +– *achtergrondcontrole:* de controle, bedoeld in artikel 37rf van de wet; +– *air marshals:* ambtenaren van de Koninklijke marechaussee die in het kader van de uitoefening van de taak ten behoeve van de beveiliging van de burgerluchtvaart, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, van de Politiewet 2012, aan boord van een luchtvaartuig worden ingezet; +– *beveiligingsmedewerker:* een lid van het beveiligingspersoneel als bedoeld in artikel 37a, tweede lid, onderdeel h, onder 1° van de wet; +– *beveiligingsopleiding:* de opleiding, bedoeld in punt 11.1 en 11.2 van bijlage I bij EG-verordening 300/2008; +– *certificerings- of goedkeuringsdossier:* het dossier, bedoeld in punt 11.3.5 van de bijlage bij EU-verordening 2015/1998; +– *eindtermen:* de vaardigheden en bekwaamheden waarin een beveiligingsopleiding op grond van EG-verordening 300/2008 dient te resulteren; +– *fouillering:* onderzoek aan kleding als bedoeld in artikel 37b, vijfde lid, en artikel 37h van de wet; +– *indienstnamegegevens:* de gegevens, bedoeld in punt 11.1.8 van de bijlage bij EU-verordening 2015/1998;Onze Minister: Onze Minister van Justitie en Veiligheid; +– *opleidingsinstelling:* een opleidingsinstelling als bedoeld in artikel 37a, tweede lid, onderdeel r, van de wet, die in Nederland is gevestigd of in Nederland beveiligingsopleidingen aanbiedt; +– *opleidingsprogramma:* het opleidingsprogramma, bedoeld in artikel 37rc van de wet; +– *röntgen- en EDS-apparatuur:* de apparatuur, bedoeld in punt 12.3 en 12.4 van de bijlage bij EU-verordening 2015/1998; +– *wet:* de Luchtvaartwet. ### Artikel 2 De exploitant van een luchtvaartterrein zorgt dat de beveiligingsmedewerker zijn taak uitvoert met inachtneming van de paragrafen 2 tot en met 4 van dit besluit. +### Artikel 2a + +De instemming, bedoeld in artikel 37acb, eerste lid, van de wet, geldt voor een periode van twaalf maanden, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de instemming is verleend. + +### Artikel 2b + +De verklaring, bedoeld in artikel 37rf, eerste lid, van de wet geldt voor een periode van drie jaar, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de verklaring is afgegeven. + ### Artikel 3 -Het plan met betrekking tot de beveiliging, bedoeld in artikel 37e van de Luchtvaartwet, bevat een opgave van de wijze waarop de exploitant van een luchtvaartterrein uitvoering geeft aan artikel 2. De opgave bevat daartoe in ieder geval: - -a. de wijze waarop de exploitant voorziet in controle op de taakuitoefening door de beveiligingsmedewerkers, -b. de maatregelen die de exploitant jegens de beveiligingsorganisatie treft bij taakuitoefening in strijd met dit besluit en -c. een weergave van de contractuele bepalingen die ter uitvoering van artikel 2 gelden of zullen gelden tussen de exploitant en de beveiligingsorganisatie. +Vervallen ### Artikel 4 -Het plan met betrekking tot de beveiliging, bedoeld in artikel 37e van de Luchtvaartwet, bevat: +Vervallen -a. een opgave van het vereiste opleidingsniveau van de beveiligingsmedewerkers en van de wijze waarop voorzien wordt in behoud van kennis en vaardigheden en -b. een opgave van de wijze waarop voorzien wordt in voldoende beveiligingsbewustzijn bij medewerkers van andere op het luchtvaartterrein werkzame bedrijven en instellingen. - -### Paragraaf 2. Controle van passagiers en handbagage +### Paragraaf 2. Passagiers en handbagage ### Artikel 5 @@ -48,9 +57,9 @@ b. een opgave van de wijze waarop voorzien wordt in voldoende beveiligingsbewust **2.** De beveiligingsmedewerker controleert de handbagage zo voorzichtig en zorgvuldig als mogelijk is met het oog op doeltreffende controle. -**3.** De beveiligingsmedewerker voert ter uitvoering van de controle uitsluitend handelingen uit die voor doeltreffende controle redelijkerwijs noodzakelijk zijn. +**3.** De beveiligingsmedewerker voert ter uitvoering van het beveiligingsonderzoek uitsluitend handelingen uit die voor doeltreffende controle redelijkerwijs noodzakelijk zijn. -**4.** De beveiligingsmedewerker voert de controle zodanig uit dat passagiers niet meer worden belast dan voor doeltreffende controle noodzakelijk is. +**4.** De beveiligingsmedewerker voert het beveiligingsonderzoek zodanig uit dat passagiers niet meer worden belast dan voor doeltreffende controle noodzakelijk is. ### Artikel 6 @@ -62,7 +71,7 @@ b. een opgave van de wijze waarop voorzien wordt in voldoende beveiligingsbewust **4.** Fouillering vindt plaats in het bijzijn van een tweede beveiligingsmedewerker indien de passagier of de betrokken beveiligingsmedewerker de voorkeur daarvoor kenbaar heeft gemaakt. -**5.** Indien fouillering niet goed mogelijk blijkt of onvoldoende is om de aanwezigheid van voor bedreiging geschikte voorwerpen vast te stellen, wordt daarvan onverwijld mededeling gedaan aan de Koninklijke marechaussee. +**5.** Indien fouillering niet goed mogelijk blijkt of onvoldoende is om de aanwezigheid van verboden voorwerpen vast te stellen, wordt daarvan onverwijld mededeling gedaan aan de Koninklijke marechaussee. ### Artikel 7 @@ -78,11 +87,11 @@ b. een opgave van de wijze waarop voorzien wordt in voldoende beveiligingsbewust ### Artikel 8 -De beveiligingsmedewerker verschaft een passagier op diens verzoek informatie met betrekking tot de controle, tenzij het belang van doeltreffende controle zich daartegen verzet. +De beveiligingsmedewerker verschaft een passagier op diens verzoek informatie met betrekking tot het beveiligingsonderzoek, tenzij het belang van doeltreffende controle zich daartegen verzet. ### Artikel 9 -**1.** Een beveiligingsmedewerker doet onverwijld mededeling aan de Koninklijke marechaussee van een onregelmatigheid bij de uitvoering van de controle. +**1.** Een beveiligingsmedewerker doet onverwijld mededeling aan de Koninklijke marechaussee van een onregelmatigheid bij de uitvoering van het beveiligingsonderzoek. **2.** @@ -96,66 +105,92 @@ e. er aanwijzingen zijn dat door een te controleren of gecontroleerde passagier ### Artikel 10 -**1.** Indien de controle een bevraging als bedoeld in artikel 37h, eerste lid, onder d omvat, bevraagt de beveiligingsmedewerker passagiers met inachtneming van de in het maatschappelijk verkeer algemeen aanvaarde omgangsvormen. +**1.** Indien het beveiligingsonderzoek een bevraging als bedoeld in artikel 37h, eerste lid, onder d omvat, bevraagt de beveiligingsmedewerker passagiers met inachtneming van de in het maatschappelijk verkeer algemeen aanvaarde omgangsvormen. **2.** De beveiligingsmedewerker beperkt de bevraging tot onderwerpen die kunnen dienen tot het opleveren van aanwijzingen met betrekking tot de betrouwbaarheid van de passagier. -### Paragraaf 3. Controle van personen die zich anders dan als passagier op het luchtvaartterrein bevinden danwel anders dan als passagier aan boord kunnen gaan en verdergaande controle krachtens de vervoersovereenkomst +### Paragraaf 3. Beveiliging van luchthavens en verdergaande controle krachtens de vervoersovereenkomst ### Artikel 11 Paragraaf 2 is van overeenkomstige toepassing op: -a. controle van personen en voorwerpen als bedoeld in artikel 37b, zesde lid, van de Luchtvaartwet; -b. verdergaande controle als bedoeld in artikel 37hd van de Luchtvaartwet; -c. controle van de identiteit van personen en de rechtmatigheid van hun aanwezigheid op het luchtvaartterrein als bedoeld in artikel 37f, tweede lid, onder b, en 37h, derde lid, van de Luchtvaartwet. +a. controle van personen en voorwerpen als bedoeld in artikel 37b, vijfde lid, van de wet; +b. verdergaande controle als bedoeld in artikel 37hd van de wet; +c. controle van de identiteit van personen en de rechtmatigheid van hun aanwezigheid op het luchtvaartterrein als bedoeld in artikel 37f, tweede lid, en 37h, derde lid, van de wet. ### Artikel 11a -**1.** Personen die werkzaam zijn op een luchtvaartterrein en die toegang hebben tot de om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones van de in artikel 37b, eerste lid, onder b en c, van de Luchtvaartwet bedoelde delen van dat luchtvaartterrein, beschikken over een door een exploitant van een luchtvaartterrein verstrekt of erkend toegangsbewijs. +Vervallen -**2.** Alvorens het toegangsbewijs als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt, wordt een achtergrondonderzoek ingesteld. Ten aanzien van de personen bedoeld in het eerste lid, betreft dit onderzoek de afgifte van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die is gekoppeld aan continue controle op nieuwe gegevens in de justitiële documentatie van de houder van de verklaring. Ten aanzien van personen die een functie vervullen of willen vervullen die is aangewezen als vertrouwensfunctie, betreft dit onderzoek de afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet veiligheidsonderzoeken. +### Artikel 11b -**3.** De exploitant van een luchtvaartterrein registreert de voor- en achternaam van de persoon aan wie een toegangsbewijs als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt, alsmede andere identificerende gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de continue controle, bedoeld in het tweede lid. Met het oog op de toepassing van het vierde lid verstrekt de exploitant deze gegevens periodiek aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie. +**1.** De erkenning als erkend leverancier van vluchtbenodigdheden, genoemd in artikel 37o, eerste lid, onderdeel c, van de wet, geldt voor een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de erkenning is verleend. -**4.** Indien de exploitant van een luchtvaartterrein vermoedt dat degene die bij de aanvraag van het toegangsbewijs een verklaring omtrent het gedrag, als bedoeld in het tweede lid, heeft overgelegd, niet meer voldoet aan de eisen voor de afgifte daarvan, verlangt de exploitant dat die persoon binnen een door de exploitant vast te stellen termijn opnieuw verzoekt om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag. Het toegangsbewijs van de desbetreffende persoon wordt door de exploitant onmiddellijk geblokkeerd. +**2.** De erkenning kan onder voorwaarden of beperkingen worden verleend. -**5.** Het toegangsbewijs van de persoon bedoeld in het vierde lid die niet binnen een redelijke termijn een verklaring omtrent het gedrag overlegt, wordt ingenomen. - -### Paragraaf 4. Controle van ruimbagage +### Paragraaf 4. Ruimbagage ### Artikel 12 -**1.** Artikel 5, tweede en derde lid en de artikelen 7 tot en met 9 zijn van overeenkomstige toepassing op de controle van ruimbagage. +**1.** Artikel 5, tweede en derde lid en de artikelen 7 tot en met 9 zijn van overeenkomstige toepassing op het beveiligingsonderzoek van ruimbagage. **2.** In afwijking van het eerste lid is artikel 7, tweede lid, niet van toepassing indien de passagier zich voor zover redelijkerwijs valt na te gaan kennelijk niet op het luchtvaartterrein bevindt. ### Artikel 13 -**1.** Voorafgaand aan het nader onderzoek naar de inhoud van ruimbagage, bedoeld in artikel 37h, tweede lid, onder b, van de Luchtvaartwet vraagt de beveiligingsmedewerker de passagier te bevestigen dat de desbetreffende ruimbagage hem toebehoort en verzoekt hem deze zelf te openen. +**1.** Voorafgaand aan het nader onderzoek naar de inhoud van ruimbagage, bedoeld in artikel 37h, tweede lid, onder b, van de wet vraagt de beveiligingsmedewerker de passagier te bevestigen dat de desbetreffende ruimbagage hem toebehoort en verzoekt hem deze zelf te openen. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de passagier zich voor zover redelijkerwijs valt na te gaan kennelijk niet op het luchtvaartterrein bevindt. -### Paragraaf 5. Controle van vracht +### Paragraaf 5. Vracht en post -### Artikel 14 +### Artikel 13a -**1.** De luchtvaartmaatschappij of de geregistreerde, bedoeld in artikel 37p van de Luchtvaartwet, doet onverwijld mededeling aan de Koninklijke marechaussee van een onregelmatigheid bij de uitvoering van de controle van vracht. +**1.** De erkend agent, bekende afzender en vaste afzender doen onverwijld mededeling aan de commandant van de Koninklijke marechaussee van een onregelmatigheid bij de uitvoering van de beveiligingscontrole of het beveiligingsonderzoek van vracht of post. -**2.** Indien de vracht zich bij controle niet bevindt op een terrein waar de Koninklijke marechaussee is belast met de uitvoering van de politietaak, wordt in afwijking van het eerste lid van een onregelmatigheid onverwijld mededeling gedaan aan de politie. +**2.** Indien de vracht of post zich bij de beveiligingscontrole of het beveiligingsonderzoek niet bevindt op een terrein waar de Koninklijke marechaussee is belast met de uitvoering van de politietaak, wordt in afwijking van het eerste lid van een onregelmatigheid onverwijld mededeling gedaan aan de politie. **3.** Van een onregelmatigheid is slechts sprake indien: -a. gevaarlijke goederen in of bij de vracht worden aangetroffen die niet als zodanig zijn aangeboden in overeenstemming met artikel 37k, vierde lid, van de Luchtvaartwet, of een krachtens dat artikel vastgestelde regeling of aanwijzing; of -b. blijkt dat de vracht de veiligheid van de burgerluchtvaart kan bedreigen als deze wordt vervoerd zoals kennelijk wordt beoogd. +a. verboden voorwerpen in of bij de vracht of post worden aangetroffen die niet overeenkomstig door Onze Minister vast te stellen regels of te geven aanwijzingen zijn verpakt, of +b. blijkt dat de vracht of post de veiligheid van de burgerluchtvaart kan bedreigen als deze wordt vervoerd zoals kennelijk wordt beoogd. + +### Artikel 13b + +**1.** De erkenning als erkend agent, genoemd in artikel 37o, eerste lid, onderdeel a, van de wet, geldt voor een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de erkenning is verleend. + +**2.** De erkenning als bekende afzender, genoemd in artikel 37o, eerste lid, onderdeel b, van de wet, geldt voor een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de erkenning is verleend. + +### Artikel 13c + +De erkenning als ACC3-luchtvaartmaatschappij, genoemd in artikel 37o, tweede lid, van de wet, geldt voor een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de erkenning is verleend. + +### Artikel 13d + +**1.** De erkenning als erkend agent derde land (RA3), als bedoeld in artikel 37o, eerste lid, onderdeel e, van de wet, geldt voor een periode van drie jaar, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de erkenning is verleend. + +**2.** De erkenning als bekende afzender derde land (KC3), als bedoeld in artikel 37o, eerste lid, onderdeel e, van de wet, geldt voor een periode van drie jaar, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de erkenning is verleend. + +### Artikel 13e + +De erkenning als EU-luchtvaartbeveiligingsvalidateur, genoemd in artikel 37o, eerste lid, onderdeel d, van de wet, geldt voor een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de erkenning is verleend. + +### Artikel 13f + +De erkenningen, genoemd in de artikelen 13b tot en met 13e, kunnen onder voorwaarden of beperkingen worden verleend. + +### Artikel 14 + +Vervallen ### Paragraaf 5a. Inzet van air marshals ### Artikel 14a -**1.** De aanwijzing, bedoeld in artikel 37ada, eerste lid, van de Luchtvaartwet omvat het vluchtnummer, de bestemming en het tijdstip van vertrek. +**1.** De aanwijzing, bedoeld in artikel 37ada, eerste lid, van de wet omvat het vluchtnummer, de bestemming en het tijdstip van vertrek. **2.** Naast de gegevens, bedoeld in het eerste lid, kan de aanwijzing een aanduiding omvatten van de stoelen in het luchtvaartuig die bestemd zijn voor de air marshals. @@ -165,7 +200,7 @@ b. blijkt dat de vracht de veiligheid van de burgerluchtvaart kan bedreigen als ### Artikel 14b -**1.** De luchtvaartmaatschappij die in het kader van de toepassing van artikel 37ada van de Luchtvaartwet de beschikking krijgt over gegevens of inlichtingen waarvan zij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, draagt ervoor zorg dat die gegevens en inlichtingen zijn beveiligd tegen kennisneming door onbevoegden. +**1.** De luchtvaartmaatschappij die in het kader van de toepassing van artikel 37ada van de wet de beschikking krijgt over gegevens of inlichtingen waarvan zij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, draagt ervoor zorg dat die gegevens en inlichtingen zijn beveiligd tegen kennisneming door onbevoegden. **2.** Onze Minister kan nadere regels stellen ten aanzien van het eerste lid. @@ -175,16 +210,139 @@ Voor aanvang van de vlucht informeert de Koninklijke marechaussee de luchtvaartm ### Artikel 14d -**1.** Ten aanzien van het vervoer van air marshals ingevolge artikel 37ada van de Luchtvaartwet gelden tussen Onze Minister en de luchtvaartmaatschappij de voor het vervoer rechtens geldende dan wel gebruikelijke tarieven en voorwaarden. Bij gebreke van zowel rechtens geldende als gebruikelijke tarieven en voorwaarden, gelden de door Onze Minister vastgestelde tarieven en voorwaarden. +**1.** Ten aanzien van het vervoer van air marshals ingevolge artikel 37ada van de wet gelden tussen Onze Minister en de luchtvaartmaatschappij de voor het vervoer rechtens geldende dan wel gebruikelijke tarieven en voorwaarden. Bij gebreke van zowel rechtens geldende als gebruikelijke tarieven en voorwaarden, gelden de door Onze Minister vastgestelde tarieven en voorwaarden. **2.** Onze Minister kan regels stellen ter aanvulling van de rechtens geldende of gebruikelijke tarieven en voorwaarden. -### Paragraaf 6. Slotbepalingen +### Paragraaf 5b. Werving en opleiding van personeel ### Artikel 15 -Dit besluit treedt in werking op 1 april 2003. +**1.** Het opleidingsprogramma van een opleidingsinstelling is zodanig opgesteld dat op redelijke gronden mag worden verwacht dat een cursist na het met goed gevolg doorlopen van dit programma aan de eindtermen van de beveiligingsopleiding voldoet. + +**2.** + +Het opleidingsprogramma bevat in ieder geval: + +a. de naam van de beveiligingsopleiding; +b. de eindtermen van de beveiligingsopleiding; +c. een inhoudelijke uitwerking van de eindtermen van de beveiligingsopleiding per lesonderdeel; +d. de geschatte tijdsduur van de beveiligingsopleiding; +e. een examenreglement met een beschrijving van de voorgestelde toetsing en examinering van selectie, kennis en vaardigheden, alsmede eventuele schriftelijke toetsen en antwoorden; +f. de gehanteerde didactische methoden of opleidingsvormen; +g. een beschrijving van de beoogde doelgroepen voor de beveiligingsopleiding; +h. een voorbeeld van het certificaat of diploma dat de cursist bij het met goed gevolg afronden van de beveiligingsopleiding zal worden verstrekt. + +**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen, met het oog op de goede uitvoering van EG-verordening 300/2008, nadere regels worden gesteld omtrent de inhoud van het opleidingsprogramma. ### Artikel 16 +**1.** De opleidingsinstelling biedt, al dan niet in samenwerking met een andere opleidingsinstelling die beschikt over een door Onze Minister overeenkomstig artikel 37rc van de wet goedgekeurd opleidingsprogramma, ten minste eens in het halfjaar een beveiligingsopleiding aan. + +**2.** De opleidingsinstelling voert tenminste eens in de vijf jaar een evaluatie uit van de door haar gegeven beveiligingsopleidingen en doet de commandant van de Koninklijke marechaussee een schriftelijk verslag van deze evaluatie toekomen. + +### Artikel 17 + +**1.** De opleidingsinstelling houdt een uitgebreid programma ten aanzien van de interne kwaliteitscontrole van de opleidingsinstelling en haar instructeurs in stand. + +**2.** De opleidingsinstelling beschikt over een actuele lijst van overeenkomstig artikel 22 erkende instructeurs die in dienst van of in opdracht van de opleidingsinstelling beveiligingsopleidingen verzorgen. + +**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen eisen worden gesteld aan de interne kwaliteitscontrole van de opleidingsinstelling en haar instructeurs. + +### Artikel 18 + +De opleidingsinstelling maakt gebruik van een opleidingslocatie en overige onderwijsfaciliteiten die: + +a. passend zijn met het oog op de desbetreffende beveiligingsopleiding, en +b. de kennisoverdracht op generlei wijze belemmeren, bemoeilijken of anderszins verstoren. + +### Artikel 19 + +**1.** Indien een beveiligingsopleiding informatie verschaft die met het oog op de beveiliging van de burgerluchtvaart niet publiek toegankelijk is, laat de opleidingsinstelling slechts personen tot deze beveiligingsopleiding toe die gerechtigd zijn om van deze informatie kennis te nemen. + +**2.** + +Gerechtigd om kennis te nemen van informatie, als bedoeld in het eerste lid, is degene die: + +a. met goed gevolg een achtergrondcontrole heeft ondergaan, en +b. de betreffende beveiligingsopleiding nodig heeft met het oog op het kunnen of kunnen blijven uitvoeren van een functie in de beveiliging van de burgerluchtvaart, of een ander legitiem belang heeft bij het volgen van de opleiding. + +**3.** De opleidingsinstelling neemt passende maatregelen om te voorkomen dat personen die niet daartoe gerechtigd zijn, kennis kunnen nemen van de informatie, bedoeld in het eerste lid. + +### Artikel 20 + +**1.** De opleidingsinstelling doet onverwijld mededeling aan de commandant van de Koninklijke marechaussee van onregelmatigheden bij het uitvoeren van het opleidingsprogramma van een beveiligingsopleiding. + +**2.** Van een onregelmatigheid is slechts sprake indien bij de uitvoering van het opleidingsprogramma van een beveiligingsopleiding zich een uitzonderlijke situatie voordoet of heeft voorgedaan, die een potentieel of actueel risico voor de beveiliging van de burgerluchtvaart vormt of heeft gevormd, of op het bestaan van een zodanig risico duidt. + +**3.** + +Van een onregelmatigheid is in ieder geval sprake, indien: + +a. informatie die met het oog op de beveiliging van de burgerluchtvaart niet publiek toegankelijk is, bekend is gemaakt aan of toegankelijk geworden is voor personen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen; +b. valselijk opgemaakte of vervalste certificaten of diploma’s zijn vervaardigd; +c. een cursist, gelet op diens gedragingen of uitingen tijdens de beveiligingsopleiding, mentaal of fysiek kennelijk niet in staat kan worden geacht een functie in de beveiliging van de burgerluchtvaart te kunnen vervullen. + +### Artikel 21 + +**1.** Een beveiligingsopleiding die op grond van EG-verordening 300/2008 slechts mag worden verzorgd door een gecertificeerde instructeur, wordt gegeven door een persoon die beschikt over een door Onze Minister verleende erkenning. + +**2.** + +Op aanvraag van de betrokkene of van de organisatie waarvoor deze de beveiligingsopleiding zal verzorgen verleent Onze Minister de erkenning, indien hij ten aanzien van de betrokkene heeft vastgesteld dat deze overeenkomstig punt 11.5.1 van de bijlage bij EU-verordening 2015/1998 minstens: + +a. met goed gevolg een achtergrondcontrole heeft doorstaan; +b. over vaardigheden op het gebied van instructietechnieken beschikt; +c. vertrouwd is met de werkomgeving op het relevante terrein van luchtvaartbeveiliging; +d. over vaardigheden beschikt op het gebied van de te onderwijzen beveiligingselementen. + +**3.** De erkenning geldt voor een periode van vijf jaar, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de erkenning is verleend. + +**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen, met het oog op de goede uitvoering van EG-verordening 300/2008, nadere regels worden gesteld over de bekwaamheid en betrouwbaarheid die noodzakelijk is voor het geven van beveiligingsopleidingen en de wijze waarop deze bekwaamheid en betrouwbaarheid wordt vastgesteld. + +### Artikel 22 + +**1.** Beveiligingstaken die op grond van EG-verordening 300/2008 slechts mogen worden uitgevoerd door gecertificeerd personeel, worden uitgevoerd door personen die beschikken over een door Onze Minister verleende erkenning. + +**2.** + +Op aanvraag van de betrokkene of van de organisatie waarvoor deze beveiligingstaken zal verrichten verleent Onze Minister de erkenning, indien hij heeft vastgesteld dat: + +a. de betrokkene met succes de relevante opleiding heeft gevolgd, en +b. ook uit de over hem beschikbare en relevante indienstnamegegevens en andere gegevens blijkt dat de betrokkene mentaal en fysiek geschikt is voor zijn functie en over de nodige vaardigheden beschikt om de hem toegewezen taken op een aanvaardbaar niveau uit te voeren. + +**3.** + +De erkenning geldt voor de volgende termijn, gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de erkenning is verleend: + +a. drie jaar, voor personeel dat röntgen- of EDS-apparatuur bedient; +b. vijf jaar, voor het overige personeel. + +**4.** + +Op aanvraag van de betrokkene of van de organisatie, bedoeld in het tweede lid, verlengt Onze Minister de erkenning, indien hij heeft vastgesteld dat: + +a. de betrokkene met goed gevolg het examen heeft afgelegd van de voor de uitoefening van de hem toegewezen taken relevante opleiding, en +b. ook uit het over hem aangelegde certificerings- of goedkeuringsdossier blijkt dat de betrokkene mentaal en fysiek geschikt is voor zijn functie en over de nodige vaardigheden beschikt om de hem toegewezen taken op een aanvaardbaar niveau uit te voeren. + +**5.** Onze Minister weigert de erkenning te verlenen of verlengen, indien ten aanzien van de betrokkene geen geldige verklaring als bedoeld in artikel 37rf, eerste of derde lid, van de wet kan worden overgelegd. + +**6.** Bij regeling van Onze Minister kunnen, met het oog op de goede uitvoering van EG-verordening 300/2008, nadere regels worden gesteld omtrent de bekwaamheid die noodzakelijk is voor de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde beveiligingstaken en de wijze waarop deze bekwaamheid wordt vastgesteld. + +### Artikel 23 + +Met de erkenning, genoemd in de artikelen 21, eerste lid, en 22, eerste lid, wordt gelijkgesteld een afgegeven erkenning als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties. + +### Paragraaf 6. Slotbepalingen + +### Artikel 24 + +Dit besluit berust mede op de artikelen 37acb, derde lid, 37o, derde lid, 37rb, 37rc, eerste lid, 37rd, tweede en vierde lid, 37re, derde lid en 76, eerste lid, onderdeel a, van de wet. + +### Artikel 25 + +Dit besluit treedt in werking op 1 april 2003. + +### Artikel 26 + Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beveiliging burgerluchtvaart.