2012-05-09 | BWBR0006158 | Warenwetbesluit algemene produktveiligheid

This commit is contained in:
Coornhert 2012-05-09 12:00:00 +00:00
parent a335abb038
commit 45c9018268

View file

@ -77,18 +77,18 @@ b. de nodige documentatie bij te houden en te verstrekken om de oorsprong van de
**1.**
Voor de toepassing van de artikelen 21, 21a en 21b van de Warenwet wordt Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen voor wat betreft:
Voor de toepassing van de artikelen 21, 21a en 21b van de Warenwet wordt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen voor wat betreft:
a. pleziervaartuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdelen a en b van de Wet pleziervaartuigen;
b. luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel k, van de Wet luchtvaart, met uitzondering van de luchtvaartuigen, genoemd in artikel 1, derde lid, van het Besluit luchtvaartuigen.
**2.** Voor de toepassing van de artikelen 21, 21a en 21b van de Warenwet wordt de Dienst Wegverkeer aangewezen voor wat betreft motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wegenverkeerswet 1994, bestemd voor gebruik op voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden, aanhangwagens als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van die wet, onderdelen en uitrustingstukken van deze motorrijtuigen en aanhangwagens, alsmede voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers, voor zover hieraan bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 eisen worden gesteld.
**3.** Voor de toepassing van de artikelen 21, 21a, 21b, 32a, 32e, 32f, 32g en 32h, van de Warenwet wordt Onze Minister van Economische Zaken aangewezen voor wat betreft randapparaten en radioapparaten als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet.
**3.** Voor de toepassing van de artikelen 21, 21a, 21b, 32a, 32e, 32f, 32g en 32h, van de Warenwet wordt Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en innovatie aangewezen voor wat betreft randapparaten en radioapparaten als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet.
**4.** Met het toezicht op de naleving van het eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, met betrekking tot de daar genoemde waren, zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen ambtenaren.
**4.** Met het toezicht op de naleving van het eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, met betrekking tot de daar genoemde waren, zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen ambtenaren.
**5.** Met het toezicht op de naleving van het derde lid met betrekking tot de daar genoemde waren, zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Economische Zaken aangewezen ambtenaren.
**5.** Met het toezicht op de naleving van het derde lid met betrekking tot de daar genoemde waren, zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en innovatie aangewezen ambtenaren.
**6.** Onze Minister stelt nadere regels voor zover die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van de bij of krachtens verordening (EG) nr. 764/2008 en de bij of krachtens verordening (EG) nr. 765/2008 gestelde voorschriften. Deze nadere regels kunnen mede betrekking hebben op het aanwijzen van autoriteiten die belast zijn met de controle van producten die de communautaire markt binnenkomen.