2005-10-19 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A)

This commit is contained in:
Coornhert 2005-10-19 12:00:00 +00:00
parent 321db45cbf
commit 45e77e9cd7

View file

@ -6767,40 +6767,11 @@ Voor wat betreft de voorlichting aan de vreemdeling in het algemeen, zie A6.
de politieregio waaronder de gemeente waar de vreemdeling feitelijk woon- of verblijfplaats heeft, ressorteert;
de politieregio waaronder de gemeente ressorteert, waar de vreemdeling wordt aangetroffen.
#### 6.11. Criminele vreemdelingen
#### 6.11. Vreemdelingen in de strafrechtketen
Wanneer vreemdelingen strafbare feiten plegen is het van belang dat de vreemdelingrechtelijke consequenties hiervan bezien worden. Het is zeer wenselijk dat de hiervoor bedoelde procedures in een zo vroeg mogelijk stadium in gang worden gezet. In elk geval moet gestreefd worden naar een afronding van de procedures vóór beëindiging van de strafrechterlijke detentie of maatregel (bijvoorbeeld TBS). Dit geldt ook voor procedures die betrekking hebben op de aanwending van een rechtsmiddel door de vreemdeling tegen de beschikking.
Bij een vreemdeling die in procedure is of illegaal in Nederland verblijft, vormt elke schending van de openbare orde aanleiding tot het in gang zetten van de uitzetting.
Bij een vreemdeling die reeds een vergunning tot verblijf heeft, kunnen de consequenties van strafrechtelijk gedrag bezien worden zodra het onherroepelijk vonnis bekend is.
Het gaat in het bijzonder om procedures voor de ontzegging van voortgezet verblijf, ongewenstverklaring en het verkrijgen van een geldig reisdocument. Bij de ontzegging van voortgezet verblijf dient een beschikking tot ontzegging van voortgezet verblijf, tot weigering van verlenging van de geldigheidsduur dan wel tot intrekking van de verblijfstitel van de vreemdeling te worden uitgereikt. Zie ook B1/3.2.3 en B1/3.4.3 (openbare orde-beleid).
20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001
Wanneer vreemdelingen strafbare feiten plegen is het van belang dat de vreemdelingrechtelijke consequenties hiervan worden bezien. Zoveel als mogelijk dienen criminele illegale vreemdelingen na ommekomst van hun straf uit Nederland te worden verwijderd, bij voorkeur vanuit strafrechtelijke detentie. Waar mogelijk moeten zij ook ongewenst worden verklaard (zie B1/2.2.4.4). Voor zover het vreemdelingen betreft die rechtmatig in Nederland verblijven moet worden bezien of het verblijfsrecht kan worden beëindigd, of voortgezet verblijf kan worden ontzegd. Zie voor de intrekking van verblijfsvergunningen asiel C6/31. Voor de intrekking van verblijfsvergunningen regulier, zie B1/4.5.2.1 en B1/3.4. Ook is het van belang dat de verblijfsrechtelijke status van de criminele vreemdeling in de strafrechtketen bekend is. Op deze wijze kunnen werkwijzen en beleidsregels die specifiek gelden voor vreemdelingen worden toegepast.
##### 6.11.1. Verantwoordelijkheid
De korpschef van de politieregio waarbinnen de gemeente valt waar de vreemdeling zijn woon- of verblijfplaats had voor zijn detentie, dient zo spoedig mogelijk voorbereidingen en maatregelen te nemen, welke ertoe leiden dat de vreemdelingrechtelijke consequenties van het crimininele gedrag van betrokkene bezien worden. Bij een vreemdeling die illegaal in Nederland is aangetroffen, is de korpschef die proces-verbaal heeft opgemaakt ter zake van het strafbare feit op grond waarvan de detentie heeft plaatsgevonden verantwoordelijk voor genoemde maatregelen en voorbereiding. Indien ter zake van een strafbaar feit proces-verbaal is opgemaakt, dient te allen tijde in het proces-verbaal het V-nummer te worden opgenomen.
200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)200325130-12-200317-12-2003HKUIT03-6314(AUB)01-01-2004
##### 6.11.2. Informatieuitwisseling tussen strafrechtketen en vreemdelingenketen
Er bestaan thans (regionale) verschillen in de wijze waarop wordt omgegaan met de afhandeling van dossiers van criminele vreemdelingen. Deze werkwijzen zijn gebaseerd op het project Vreemdelingen in de Strafrechtketen (VRIS), het project Melding Criminele Vreemdeling (MCV) en de Gedetineerdenregistratie. Totdat nadere afspraken zijn gemaakt over een uniforme werkwijze, kan de huidige werkwijze worden gecontinueerd.
20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001
##### 6.11.3. Lichten van strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen
1. het lichten van de vreemdeling geschiedt zoveel mogelijk tijdens de normale werktijden van de inrichtingen en zal maximaal 48 uur duren;
2. het lichten geschiedt door de korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee met een aan de directeur van de inrichting gericht lichtingsverzoek (model M115), dat tijdig ingediend moet worden;
3. de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling tijdens het lichten berust bij de korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee die het verzoek heeft ingediend;
4. de korpschef of de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee draagt tevens zorg voor alle noodzakelijke maatregelen ten behoeve van de veiligheid en het toezicht gedurende het lichten;
5. indien het lichtingsverzoek een preventief gedetineerde vreemdeling betreft, dient vooraf toestemming aan het openbaar ministerie gevraagd te worden (zie A5/1.4 voor het lichten van vreemdelingen uit vreemdelingenbewaring).
##### 6.11.4. Overgave aan de korpschef bij beëindiging van detentie
Indien de directie van een inrichting twee weken voor het ontslag van de betrokkene geen bericht vanwege de korpschef heeft ontvangen hoe met de vreemdeling moet worden gehandeld, zal deze directie aanstonds contact opnemen met de korpschef in de regio waarin zich de inrichting bevindt. Deze korpschef draagt er zorg voor dat de verantwoordelijk korpschef wordt geïnformeerd. Indien het een vreemdeling betreft aan wie voortgezet verblijf in Nederland ontzegd is, neemt de verantwoordelijke korpschef de benodigde maatregelen om de uitzetting te effectueren. Indien het een vreemdeling betreft wiens verblijfsrechtelijke positie nog moet worden beoordeeld (zie B1/3.2.3).
20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001
Ten behoeve van de afstemming tussen de betrokken ketenpartners zijn in dit kader werkafspraken vastgelegd in het protocol Vreemdelingen in de Strafrechtketen (VRIS). Deze afspraken moeten worden gehanteerd ten aanzien van criminele vreemdelingen. De werkafspraken in het VRIS-protocol leggen de nadruk op het in een zo vroeg mogelijk stadium vaststellen van de identiteit en nationaliteit en daarmee van de verblijfsrechtelijke status van een van criminele feiten verdachte vreemdeling door de (Vreemdelingen)politie, de Koninklijke Marechaussee en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Doel hiervan is het vervolgtraject voor de ketenpartners makkelijker te laten verlopen en in zoveel mogelijk gevallen de verwijdering van de vreemdeling te effectueren. Ook wordt benadrukt dat een illegale vreemdeling bij onmiddellijke invrijheidsstelling altijd dient te worden overgedragen aan de Vreemdelingenpolitie of de Koninklijke Marechaussee voor verdere vreemdelingrechtelijke toetsing.
#### 6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is