diff --git a/pbo/verordening-welzijnsnormen-konijnen-ppe-2006/BWBR0019560/README.md b/pbo/verordening-welzijnsnormen-konijnen-ppe-2006/BWBR0019560/README.md index c18425df56f..f4a17cf23ff 100644 --- a/pbo/verordening-welzijnsnormen-konijnen-ppe-2006/BWBR0019560/README.md +++ b/pbo/verordening-welzijnsnormen-konijnen-ppe-2006/BWBR0019560/README.md @@ -25,20 +25,28 @@ In deze verordening wordt verstaan onder: De huisvesting van voedsters voldoet ten minste aan de volgende eisen: a. 3 dagen voor de verwachte datum van werpen tot en met 18 dagen na het werpen heeft een voedster de beschikking over een nestkast, met een minimale oppervlakte van 700 cm^2 , voorzien van nestmateriaal; -b. de kooi is voorzien van een horizontaal aangebracht plateau, waarvan de oppervlakte ten minste 900 cm^2 bedraagt. De breedte van het plateau bedraagt ten minste 20 cm. Indien het plateau van draadgaas is gemaakt, is de diameter van de bovenliggende draad ten minste 2,45 mm. De afstand van het plateau tot aan de bodem van de kooi en van het plateau tot aan de bovenkant van de kooi bedraagt ten minste 25 cm. -c. per voedster is een vloeroppervlakte van ten minste 4500 cm^2 beschikbaar, waarbij de oppervlakte van de vloer van de nestkast en van het plateau kunnen worden meegerekend; -d. de hoogte van de kooi is over ten minste 950 cm^2 van het vloeroppervlak ten minste 60 cm. De doorgang van de bodem naar het plateau is ten minste 25 cm breed. -e. indien een deel van de kooi een gaasbodem heeft, dient het gaas van het bovenliggende draad een diameter te hebben van ten minste 3,0 mm. Hierbij moet de afstand tussen het middelpunt van de bovenliggende draden minimaal 10 mm en maximaal 16 mm bedragen. +b. de kooi is voorzien van een horizontaal aangebracht plateau, waarvan de oppervlakte ten minste 900 cm^2 bedraagt. De breedte van het plateau bedraagt ten minste 20 cm. Indien het plateau van draadgaas is gemaakt, is de diameter van de bovenliggende draad ten minste 2,4 mm. De afstand van het plateau tot aan de bodem van de kooi en van het plateau tot aan de bovenkant van de kooi bedraagt ten minste 25 cm. +c. per voedster is een leefoppervlakte van ten minste 4500 cm^2 beschikbaar; +d. de hoogte van de kooi is over ten minste 950 cm^2 van de vloeroppervlakte van de kooi ten minste 60 cm waarbij de afstand tussen vloeroppervlakte en plafond een vrije ruimte is en niet wordt belemmerd door obstakels. De doorgang van de bodem naar het plateau is ten minste 25 cm breed; +e. indien een deel van de kooi een gaasbodem heeft, dient het gaas van het bovenliggende draad een diameter te hebben van ten minste 2,4 mm. Hierbij moet de afstand tussen het middelpunt van de bovenliggende draden minimaal 10 mm en maximaal 16 mm bedragen. +f. indien de kooi een gaasbodem heeft. is daarop een matje geplaatst van ten minste 900 cm^2. Het matje is van plastic of van materiaal met dezelfde eigenschappen als plastic. **2.** De huisvesting van voedsters die drachtig of dekrijp zijn èn van opfokkonijnen voldoet ten minste aan de volgende eisen: -a. per voedster of opfokkonijn is een vloeroppervlakte van ten minste 2000 cm^2 beschikbaar; -b. de hoogte van de kooi is over ten minste 80% van het vloeroppervlak van de kooi ten minste 40 cm; -c. indien een deel van de kooi een gaasbodem heeft, dient het gaas van het bovenliggende draad een diameter te hebben van ten minste 3,0 mm. Hierbij moet de afstand tussen het middelpunt van de bovenliggende draden minimaal 10 mm en maximaal 16 mm bedragen. +a. per voedster of opfokkonijn is een leefoppervlakte van ten minste 2000 cm^2 beschikbaar; +b. de hoogte van de kooi is over ten minste 80% van de vloeroppervlakte van de kooi ten minste 40 cm; +c. indien een deel van de kooi een gaasbodem heeft, dient het gaas van het bovenliggende draad een diameter te hebben van ten minste 2,4 mm. Hierbij moet de afstand tussen het middelpunt van de bovenliggende draden minimaal 10 mm en maximaal 16 mm bedragen. -**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**3.** + +De huisvesting van fokrammen voldoet ten minste aan de volgende eisen: + +a. per fokram is een vloeroppervlakte van ten minste 4000 cm^2 beschikbaar; +b. de hoogte van de kooi is overal ten minste 60 cm; +c. indien de kooi een gaasbodem heeft, dient het gaas van het bovenliggende draad een diameter te hebben van ten minste 2,4 mm. Hierbij moet de afstand tussen het middelpunt van de bovenliggende draden minimaal 10 mm en maximaal 16 mm bedragen. +d. indien de kooi een gaas bodem heeft, is daarop een matje geplaatst van ten minste 900 cm^2. Het matje is van plastic of van materiaal met dezelfde eigenschappen als plastic. **4.** @@ -47,9 +55,9 @@ De huisvesting van vleeskonijnen voldoet ten minste aan de volgende eisen: a. vleeskonijnen worden in groepen van ten minste 2 dieren gehouden; b. indien een groep uit minder dan 5 dieren bestaat is per vleeskonijn een vloeroppervlakte van ten minste 700 cm^2 beschikbaar; c. indien een groep uit 5 of meer dieren bestaat is per vleeskonijn een vloeroppervlakte van ten minste 600 cm^2 beschikbaar; -d. de afstand tussen de bovenkant en de onderkant van de kooi bedraagt over ten minste 80% van het vloeroppervlak ten minste 40 cm; -e. indien plateaus zijn aangebracht dienen deze minimaal 10 cm breed te zijn en de afstand van het plateau tot aan de bodem en van het plateau tot aan de bovenkant van de kooi moet minimaal 25 cm zijn. De oppervlakte van het plateau kan worden meegerekend in de totale vloeroppervlakte. Daarnaast dient op minimaal ¼ van de totale vloeroppervlakte de afstand tussen de bodem en de bovenkant van de kooi 40 cm hoog te zijn; -f. indien de kooi een gaasbodem heeft, dient het gaas van het bovenliggende draad een diameter te hebben van ten minste 3,0 mm. Hierbij moet de afstand tussen het middelpunt van de bovenliggende draden minimaal 10 mm en maximaal 16 mm bedragen. +d. de afstand tussen de bovenkant en de onderkant van de kooi bedraagt over ten minste 80% van de vloeroppervlakte ten minste 40 cm; +e. indien plateaus zijn aangebracht dienen deze ten minste 10 cm breed te zijn en de afstand van het plateau tot aan de bodem en van het plateau tot aan de bovenkant van de kooi moet ten minste 25 cm zijn waarbij de afstand tussen het plateau en de bodem respectievelijk de bovenkant een vrije ruimte is en niet wordt belemmerd door obstakels. Daarnaast dient op ten minste 1/5 deel van de vloeroppervlakte van de kooi de afstand tussen de bodem en de bovenkant van de kooi ten minste 40 cm hoog te zijn; +f. indien de kooi een gaasbodem heeft, dient het gaas van het bovenliggende draad een diameter te hebben van ten minste 2,4 mm. Hierbij moet de afstand tussen het middelpunt van de bovenliggende draden minimaal 10 mm en maximaal 16 mm bedragen. ### Paragraaf 3. Verrijking leefomgeving @@ -189,15 +197,28 @@ Op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening worden tuchtre **2.** Onverminderd het bepaalde in het eerste lid dient de huisvesting van de konijnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening, te voldoen aan een aantal onderdelen van de huisvestingseisen en wel zodanig dat een score van minimaal 50% van het maximaal te behalen aantal punten wordt behaald volgens het puntensysteem zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze verordening. -**3.** Artikel 2, derde lid treedt in werking 5 jaar na inwerkingtreding van deze verordening. +**3.** De punten die kunnen worden behaald of zijn behaald door te voldoen aan artikel 2, eerste lid, onder e., worden alleen toegekend dan wel behouden indien daarnaast is voldaan aan het bepaalde in artikel 2, eerste lid, onder f. + +**4.** Artikel 2, derde lid treedt in werking 5 jaar na inwerkingtreding van deze verordening. ### Paragraaf 15. Ontheffing ### Artikel 16 -**1.** Na een periode van vijf jaar na inwerkingtreding van deze verordening kan door de voorzitter op schriftelijk verzoek van de konijnenhouder ontheffing worden verleend van het bepaalde in artikel 15, tweede lid voor een periode van maximaal vijf jaar. +**1.** -**2.** Aan een ontheffing kunnen voorschriften of voorwaarden worden verbonden. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. De ontheffing kan te allen tijde worden ingetrokken. +De voorzitter kan op schriftelijk verzoek van de konijnenhouder van de in het tweede lid genoemde bepalingen ontheffing verlenen ingeval de konijnenhouder ten genoegen van de voorzitter aantoont: + +a. zijn onderneming noodgedwongen te beëindigen na een periode van vijf jaar na inwerkingtreding van deze verordening; +b. voornemens te zijn een innovatieve ontwikkeling gericht op verbetering van het dierenwelzijn door te voeren, maar dat deze wordt belemmerd door één of meer bepalingen van de verordening. + +**2.** Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid, onder a, kan worden verleend ten aanzien van het bepaalde in artikel 15, tweede lid. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid, onder b, kan worden verleend ten aanzien van één of meer bepalingen van de verordening. + +**3.** Aan een ontheffing kunnen voorschriften of voorwaarden worden verbonden. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Een ontheffing kan te allen tijde worden ingetrokken. Indien een ontheffing als bedoeld in het eerste lid, onder a., wordt ingetrokken, is de overgangsbepaling van artikel 15, eerste lid, niet meer van toepassing. + +**4.** Een ontheffing wordt verleend voor de duur van één jaar. Op aanvraag kan verlenging van de ontheffing worden verleend voor een periode van één jaar en zo vervolgens telkens voor een periode van één jaar. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid, onder a, vervalt in ieder geval op het moment van afloop van de periode, bedoeld in artikel 15, eerste lid. + +**5.** Alvorens te beslissen tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid, onder b, wint de voorzitter advies in bij de Klankbordgroep Praktijkonderzoek Konijnenhouderij van het productschap. ### Paragraaf 16. Slotbepaling