diff --git a/wet/wet-op-de-loonbelasting-1964/BWBR0002471/README.md b/wet/wet-op-de-loonbelasting-1964/BWBR0002471/README.md index f1f594d1440..8895a2b85a9 100644 --- a/wet/wet-op-de-loonbelasting-1964/BWBR0002471/README.md +++ b/wet/wet-op-de-loonbelasting-1964/BWBR0002471/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet op de loonbelasting 1964 bwb_id: BWBR0002471 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2002-01-01' +datum_inwerkingtreding: '2005-02-24' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002471 citeertitel: Wet op de loonbelasting 1964 --- @@ -581,7 +581,7 @@ c. Voor het wezenpensioen kan het in onderdeel a bedoelde bedrag voor 14% en voo **1.** Een op een eindloonstelsel gebaseerd nabestaandenpensioen bedraagt per dienstjaar of ontbrekend dienstjaar niet meer dan 1,4 percent van het pensioengevend loon of bereikbare pensioengevend loon. -**2.** Een op een middelloonstelsel gebaseerd nabestaandenpensioen bedraagt per dienstjaar niet meer dan 1,58 percent van het pensioengevend loon of bereikbaar pensioengevend loon. +**2.** Een op een middelloonstelsel gebaseerd nabestaandenpensioen bedraagt per dienstjaar of ontbrekend dienstjaar niet meer dan 1,58 percent van het pensioengevend loon of bereikbaar pensioengevend loon. **3.** Voor een op een beschikbare-premiestelsel gebaseerd nabestaandenpensioen is artikel 18a, derde lid, van overeenkomstige toepassing. @@ -604,7 +604,7 @@ Ingeval in de pensioenregeling is rekening gehouden met: **1.** Een op een eindloonstelsel gebaseerd wezenpensioen bedraagt per dienstjaar of ontbrekend dienstjaar niet meer dan 0,28 percent van het pensioengevend loon of bereikbaar pensioengevend loon. -**2.** Een op een middelloonstelsel gebaseerd wezenpensioen bedraagt per dienstjaar niet meer dan 0,32 percent van het pensioengevend loon of bereikbaar pensioengevend loon. +**2.** Een op een middelloonstelsel gebaseerd wezenpensioen bedraagt per dienstjaar of ontbrekend dienstjaar niet meer dan 0,32 percent van het pensioengevend loon of bereikbaar pensioengevend loon. **3.** Voor een op een beschikbare-premiestelsel gebaseerd wezenpensioen is artikel 18a, derde lid, van overeenkomstige toepassing. @@ -627,7 +627,7 @@ b. variatie in de hoogte van de uitkeringen waarbij de laagste uitkering niet mi c. waardeoverdracht van pensioenaanspraken; d. gehele of gedeeltelijke onderlinge ruil van nabestaandenpensioen, wezenpensioen en ouderdomspensioen, mits de ruil uiterlijk op de ingangsdatum van het pensioen plaatsvindt op basis van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen. -**2.** Door ruil als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, ontstane verlies aan pensioen kan niet worden gecompenseerd en het nabestaandenpensioen en het wezenpensioen kunnen na een zodanige ruil niet meer bedragen dan 70 percent onderscheidenlijk 14 percent of 28 percent van het pensioengevend loon. Zodanige ruil van nabestaandenpensioen en wezenpensioen kan niet plaatsvinden tot een hoger beloop dan 50 percent onderscheidenlijk 10 percent en 20 percent van het pensioengevend loon. +**2.** Door ruil als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, ontstane verlies aan pensioen kan niet worden gecompenseerd en het nabestaandenpensioen en het wezenpensioen kunnen na een zodanige ruil niet meer bedragen dan 70 percent onderscheidenlijk 14 percent of 28 percent van het pensioengevend loon. **3.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, blijft in de periode tussen de ingangsdatum van het pensioen en het bereiken van de 65-jarige leeftijd, van de uitkering buiten aanmerking het gedeelte dat overeenkomt met het bedrag bedoeld in artikel 18a, achtste lid, onderdeel a. @@ -720,11 +720,13 @@ wordt op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip de aanspraak aangemerkt **3.** Het eerste lid is niet van toepassing ingeval de werknemer of gewezen werknemer in het kader van scheiding van tafel en bed, echtscheiding of beëindiging van samenleving een aanspraak ingevolge een pensioenregeling geheel of gedeeltelijk vervreemdt aan zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot onderscheidenlijk zijn partner of gewezen partner dan wel omzet in een zodanige aanspraak met als gerechtigde die echtgenoot of gewezen echtgenoot onderscheidenlijk zijn partner of gewezen partner, waarbij die verkregen of omgezette aanspraak voor de toepassing van deze wet wordt geacht de voortzetting te zijn van de aanspraak op een pensioenregeling van de werknemer of gewezen werknemer. -**4.** Onze Minister kan, zo nodig onder door hem te stellen voorwaarden, bepalen dat het tweede lid, eerste volzin, niet van toepassing is indien de verplichting ingevolge een pensioenregeling overgaat op een niet in Nederland gevestigd pensioenfonds of lichaam dat het verzekeringsbedrijf uitoefent , anders dan bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel f, zulks ter verwerving van aanspraken ingevolge een pensioenregeling in het kader van de aanvaarding van een dienstbetrekking buiten Nederland. +**4.** Het eerste lid is niet van toepassing voor zover een in onderdeel b van dat lid bedoelde uitkering of afkoopsom wordt uitgekeerd met toepassing van artikel 8, achtste lid, of artikel 32, vijfde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet. -**5.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt een aanspraak op een pensioenregeling mede niet langer als zodanig aangemerkt ingeval op enig tijdstip niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld ingevolge het vierde lid of artikel 19d. +**5.** Onze Minister kan, zo nodig onder door hem te stellen voorwaarden, bepalen dat het tweede lid, eerste volzin, niet van toepassing is indien de verplichting ingevolge een pensioenregeling overgaat op een niet in Nederland gevestigd pensioenfonds of lichaam dat het verzekeringsbedrijf uitoefent , anders dan bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel f, zulks ter verwerving van aanspraken ingevolge een pensioenregeling in het kader van de aanvaarding van een dienstbetrekking buiten Nederland. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de overgang van de verplichting ingevolge een pensioenregeling naar een pensioenfonds van een internationale organisatie in het kader van de aanvaarding van een dienstbetrekking bij die organisatie in Nederland. -**6.** De vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot aanspraken op periodieke uitkeringen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel g. +**6.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt een aanspraak op een pensioenregeling mede niet langer als zodanig aangemerkt ingeval op enig tijdstip niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld ingevolge het vierde lid of artikel 19d. + +**7.** De vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot aanspraken op periodieke uitkeringen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel g. ### Artikel 19c @@ -750,6 +752,8 @@ Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ter zake van de instell Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter bevordering van een goede uitvoering van dit hoofdstuk alsmede met betrekking tot samenloop van verschillende pensioenstelsels. +## Hoofdstuk IIC. Levensloopregeling + ## Hoofdstuk III. Tarief ### Artikel 20 @@ -866,6 +870,10 @@ d. buitenlandse arbeidsongeschiktheidsverzekeringen die naar aard en strekking o **2.** De aanvullende ouderenkorting bedraagt € 287. +### Artikel 22ca + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 22d De in de artikelen 22, 22a, 22aa, 22b en 22c vermelde bedragen en de in artikel 22a vermelde percentages worden bij het begin van het kalenderjaar van rechtswege vervangen door de bedragen die, en het percentage dat, krachtens de artikelen 10.1 en 10.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden vastgesteld ter vervanging van de in artikelen 8.10, 8.11, 8.16a, 8.17 en 8.18 van die wet vermelde bedragen en de in artikel 8.11 van die wet vermelde percentages.