2017-01-01 | BWBR0002368 | Algemene Kinderbijslagwet

This commit is contained in:
Coornhert 2017-01-01 12:00:00 +00:00
parent 6abb149e53
commit 4626d23ce9

View file

@ -159,7 +159,7 @@ Indien een verzekerde over een kalenderjaar recht heeft gehad op een verdubbelin
a. met betrekking tot dat kalenderjaar geen partner heeft als bedoeld in artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001; of
b. met betrekking tot dat kalenderjaar een partner heeft als bedoeld in artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de verzekerde of diens partner in dat kalenderjaar belastbare winst uit een of meer ondernemingen als bedoeld in artikel 3.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, belastbaar loon als bedoeld in artikel 3.80 van de Wet inkomstenbelasting 2001 of belastbaar resultaat uit een of meer werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.90 van de Wet inkomstenbelasting 2001 heeft genoten dat niet meer is dan het bedrag, genoemd in artikel 8.14a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
heeft de verzekerde recht op een extra bedrag aan kinderbijslag over dat kalenderjaar ten bedrage van € 1.465,99per 19 februari 2016 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016: € 2.005,99.
heeft de verzekerde recht op een extra bedrag aan kinderbijslag over dat kalenderjaar ten bedrage van € 2.013,21.
**3.** Indien een verzekerde of diens partner voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, en recht heeft op meer dan eenmaal de verdubbeling van de kinderbijslag, bedoeld in het eerste lid, heeft hij dan wel zijn partner recht op ten hoogste eenmaal het extra bedrag aan kinderbijslag, bedoeld in het tweede lid.
@ -173,6 +173,8 @@ heeft de verzekerde recht op een extra bedrag aan kinderbijslag over dat kalende
**2.** Ook bestaat geen recht op kinderbijslag zolang op een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening als bedoeld in titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht, ingediend door degene die studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 heeft aangevraagd, geen uitspraak is gedaan.
**3.** Voor de toepassing van dit artikel en de artikelen 15, tweede lid, onderdeel b, en 25, eerste lid, wordt een reisvoorziening voor de deelnemer als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, tweede volzin, van de Wet studiefinanciering 2000 niet beschouwd als studiefinanciering in de zin van die wet.
### Artikel 7b
**1.** Geen recht op kinderbijslag heeft de verzekerde ten behoeve van het kind, indien dat kind op de eerste dag van een kalenderkwartaal niet in Nederland woont.
@ -228,7 +230,7 @@ Vervallen
### Artikel 12
**1.** Het basiskinderbijslagbedrag over een kalenderkwartaal bedraagt € 282,16 per kind.
**1.** Het basiskinderbijslagbedrag over een kalenderkwartaal bedraagt € 283,40 per kind.
**2.** Het basiskinderbijslagbedrag en het extra bedrag aan kinderbijslag, bedoeld in artikel 7a, tweede lid, bedraagt voor een kind dat woont buiten Nederland, een van de andere lidstaten van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en Zwitserland, een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage van het bedrag, genoemd in het eerste lid, respectievelijk artikel 7a, tweede lid. Het percentage wordt zo bepaald dat het een weergave is van de verhouding tussen het kostenniveau van het land waar het kind woonachtig is en dat van Nederland. Het percentage bedraagt maximaal 100.
@ -248,9 +250,9 @@ van het op grond van het eerste en tweede lid vastgestelde basiskinderbijslagbed
**1.** De bedragen, genoemd in de artikelen 7a, tweede lid, en 12, eerste lid, worden al naar gelang de ontwikkeling van het algemene prijsniveau verhoogd of verlaagd.
**2.** Het bedrag, genoemd in artikel 7a, tweede lid, wordt telkens gewijzigd met ingang van 1 januari. Bij een wijziging met ingang van 1 januari wordt dit bedrag verhoogd of verlaagd met hetzelfde percentage, als waarmee de prijsindex gezinsconsumptie over de maand oktober daaraan voorafgaande, naar boven of naar beneden afwijkt van de prijsindex gezinsconsumptie, waarop de laatste wijziging is gebaseerd. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister bekend gemaakt in de Staatscourant. In afwijking van de eerste zin blijft wijziging per 1 januari achterwege, indien de prijsindex gezinsconsumptie over de maand oktober daaraan voorafgaande geen afwijking vertoont ten opzichte van de prijsindex gezinsconsumptie, waarop de laatste wijziging is gebaseerd.
**2.** Het bedrag, genoemd in artikel 7a, tweede lid, wordt telkens gewijzigd met ingang van 1 januari. Bij een wijziging met ingang van 1 januari wordt dit bedrag verhoogd of verlaagd met hetzelfde percentage, als waarmee de consumentenprijsindex over de maand oktober daaraan voorafgaande, naar boven of naar beneden afwijkt van de consumentenprijsindex, waarop de laatste wijziging is gebaseerd. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister bekend gemaakt in de Staatscourant. In afwijking van de eerste zin blijft wijziging per 1 januari achterwege, indien de consumentenprijsindex over de maand oktober daaraan voorafgaande geen afwijking vertoont ten opzichte van de consumentenprijsindex, waarop de laatste wijziging is gebaseerd.
**3.** Het bedrag, genoemd in artikel 12, eerste lid, wordt telkens gewijzigd met ingang van 1 januari en 1 juli. Bij een wijziging met ingang van 1 januari onderscheidenlijk 1 juli wordt dit bedrag verhoogd of verlaagd met hetzelfde percentage, al waarmede de prijsindex gezinsconsumptie over de maand oktober daaraan voorafgaande onderscheidenlijk over de maand april daaraan voorafgaande, naar boven of naar beneden afwijkt van de prijsindex gezinsconsumptie, waarop de laatste wijziging is gebaseerd. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister bekend gemaakt in de Staatscourant. In afwijking van de eerste zin blijft wijziging per 1 januari onderscheidenlijk per 1 juli achterwege, indien de prijsindex gezinsconsumptie over de maand oktober onderscheidenlijk over de maand april daaraan voorafgaande geen afwijking vertoont ten opzichte van de prijsindex gezinsconsumptie, waarop de laatste wijziging is gebaseerd.
**3.** Het bedrag, genoemd in artikel 12, eerste lid, wordt telkens gewijzigd met ingang van 1 januari en 1 juli. Bij een wijziging met ingang van 1 januari onderscheidenlijk 1 juli wordt dit bedrag verhoogd of verlaagd met hetzelfde percentage, al waarmede de consumentenprijsindex over de maand oktober daaraan voorafgaande onderscheidenlijk over de maand april daaraan voorafgaande, naar boven of naar beneden afwijkt van de consumentenprijsindex, waarop de laatste wijziging is gebaseerd. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister bekend gemaakt in de Staatscourant. In afwijking van de eerste zin blijft wijziging per 1 januari onderscheidenlijk per 1 juli achterwege, indien de consumentenprijsindex over de maand oktober onderscheidenlijk over de maand april daaraan voorafgaande geen afwijking vertoont ten opzichte van de consumentenprijsindex, waarop de laatste wijziging is gebaseerd.
**4.** Het overeenkomstig het tweede lid en derde lid gewijzigde bedrag treedt in de plaats van het bedrag, genoemd in artikel 7a, tweede, respectievelijk artikel 12, eerste lid.
@ -344,24 +346,19 @@ b. een kind als bedoeld in artikel 7, zesde lid, niet tot het huishouden van de
### Artikel 17a
**1.** De Sociale verzekeringsbank legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste het benadelingsbedrag wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van de artikelen 7c of 21 kinderbijslag wordt betaald, van de verplichting, bedoeld in artikel 15. De bestuurlijke boete is niet lager dan de boete die op grond van het derde lid zou worden opgelegd indien er geen sprake was van een benadelingsbedrag.
**1.** De Sociale verzekeringsbank legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste het benadelingsbedrag wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van de artikelen 7c of 21 kinderbijslag wordt betaald, van de verplichting, bedoeld in artikel 15. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 15, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 15, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding niet opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
**2.** In dit artikel wordt onder benadelingsbedrag verstaan het brutobedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 15, ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan kinderbijslag is verleend.
**3.** Indien het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van de artikelen 7c of 21 kinderbijslag wordt betaald, van de verplichting, bedoeld in artikel 15, niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag, legt de Sociale verzekeringsbank een bestuurlijke boete op van ten hoogste het bedrag van de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
**4.** De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in het derde lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 15, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaats vindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de verzekerde, of aan de persoon aan wie op grond van de artikelen 7c of 21 kinderbijslag wordt betaald, een zodanige waarschuwing is gegeven.
**4.** De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 15, in situaties die bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaats vindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de verzekerde, of aan de persoon aan wie op grond van de artikelen 7c of 21 kinderbijslag wordt betaald, een zodanige waarschuwing is gegeven.
**5.** De Sociale verzekeringsbank legt een bestuurlijke boete op wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van de artikelen 7c of 21 kinderbijslag wordt betaald, van de verplichting, bedoeld in artikel 15, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan kinderbijslag is ontvangen, van ten hoogste 150 procent van het benadelingsbedrag indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van het begaan van de overtreding een eerdere bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, die onherroepelijk is geworden.
**5.** De Sociale verzekeringsbank legt een bestuurlijke boete op wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van de artikelen 7c of 21 kinderbijslag wordt betaald, van de verplichting, bedoeld in artikel 15, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan kinderbijslag is ontvangen, van ten hoogste 150 procent van het benadelingsbedrag, met overeenkomstige toepassing van het eerste lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van het begaan van de overtreding een eerdere bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, die onherroepelijk is geworden.
**6.** In afwijking van het vijfde lid is het in dat lid genoemde tijdvak van vijf jaar tien jaar indien wegens de eerdere overtreding, bedoeld in het vijfde lid, de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van de artikelen 7c of 21 kinderbijslag wordt betaald, is gestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
**7.**
De Sociale verzekeringsbank kan:
a. de bestuurlijke boete verlagen indien sprake is van verminderde verwijtbaarheid;
b. afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
**7.** De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
**8.** Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn.
@ -369,6 +366,10 @@ b. afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende
**10.** In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de bestuurlijke boete is vastgesteld ook ten nadele van de verzekerde, dan wel de persoon aan wie op grond van de artikelen 7c of 21 kinderbijslag wordt betaald, wijzigen.
**11.** Indien ten aanzien van een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd geen sprake is geweest van opzet of grove schuld, en voorts is gebleken dat binnen een jaar nadat de bestuurlijke boete is opgelegd niet nogmaals een overtreding wegens eenzelfde gedraging is begaan, is de Sociale verzekeringsbank bevoegd op verzoek van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd, de bestuurlijke boete geheel of gedeeltelijke kwijt te schelden bij medewerking aan een schuldregeling. Artikel 24c, eerste, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**12.** Het besluit tot kwijtschelding, bedoeld in het elfde lid, wordt ingetrokken of ten nadele van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd herzien indien binnen vijf jaar na het besluit tot kwijtschelding wederom een overtreding wegens eenzelfde gedraging is begaan.
### Artikel 17b
Vervallen
@ -391,7 +392,7 @@ Vervallen
### Artikel 17g
**1.** De Sociale verzekeringsbank verrekent de bestuurlijke boete met kinderbijslag op grond van deze wet, ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet of een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet, die degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel degene met wie hij een huishouden vormt, ontvangt.
**1.** De Sociale verzekeringsbank verrekent de bestuurlijke boete en een eerdere bestuurlijke boete wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in artikel 17a, vijfde lid, met kinderbijslag op grond van deze wet, ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet of een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet, die degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel degene met wie hij een huishouden vormt, ontvangt.
**2.** Onverminderd het eerste lid kan de Sociale verzekeringsbank de bestuurlijke boete verrekenen met een vordering die degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd op hem heeft.
@ -403,22 +404,12 @@ Vervallen
Zolang de verzekerde en degene met wie hij een huishouden vormt, dan wel de persoon aan wie op grond van de artikelen 7c of 21 kinderbijslag wordt betaald, zijn verplichting als bedoeld in artikel 17a, achtste lid, niet of niet behoorlijk nakomt:
a. is de Sociale verzekeringsbank, in afwijking van artikel 4.93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd tot verrekening van de bestuurlijke boete voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn;
a. is de Sociale verzekeringsbank, in afwijking van artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd tot verrekening van de bestuurlijke boete voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn;
b. geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in afwijking van artikel 4:116 van de Algemene wet bestuursrecht, niet bij de invordering van een bestuurlijke boete bij dwangbevel.
### Artikel 17h
**1.** Bij de verrekening, bedoeld in artikel 17g, eerste lid, wordt de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 17a, vijfde lid, door Sociale verzekeringsbank, in afwijking van artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, verrekend gedurende een tijdvak van ten hoogste vijf jaar vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.
**2.** Artikel 17g, eerste lid, en het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing op de verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, indien en voor zover op het moment van verrekening, bedoeld in het eerste lid, de bestuurlijke boete door de overtreder niet is betaald.
**3.** De Sociale verzekeringsbank kan op verzoek van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd besluiten het eerste en tweede lid niet of niet meer toe te passen indien, gelet op bijzondere omstandigheden, dringende redenen daartoe noodzaken.
**4.** De voorgaande leden laten de verrekening van de bestuurlijke boete op grond van artikel 17g, eerste lid, na het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, onverlet.
**5.** Indien als gevolg van de verrekening, bedoeld in het eerste en tweede lid, algemene bijstand op grond van de Participatiewet wordt toegekend, wordt bij de verrekening een bij ministeriële regeling bepaald deel van de kinderbijslag op grond van deze wet op aanvraag vrijgelaten in verband met zorgkosten, woonkosten en de kosten van kinderen. Het vrij te laten deel van de kinderbijslag kan afhankelijk worden gesteld van de leefsituatie.
**6.** Voor de toepassing van het vijfde lid kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld.
Vervallen
### Paragraaf 3. De betaling van de kinderbijslag
@ -678,13 +669,7 @@ Hetgeen nog ter uitvoering van deze wet nodig is, wordt geregeld bij ministerië
### Artikel 41a
**1.** Artikel 7, derde lid, onderdeel a, onder 1°, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, van de Wet hervorming kindregelingen, blijft tot en met 30 september 2015 van toepassing op het kind dat op de dag voor inwerkingtreding van het in artikel I, onderdeel A, van de Wet hervorming kindregelingen opgenomen artikel 7, zesde lid, voor twee kinderen werd geteld.
**2.** Artikel 7, derde lid, onderdeel a, onder 2°, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, van de Wet hervorming kindregelingen, blijft van toepassing tot en met 31 december 2014.
**3.** Artikel 7, derde lid, onderdeel b, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, van de Wet hervorming kindregelingen blijft van toepassing op het kind dat op de dag voor inwerkingtreding van het in artikel I, onderdeel A, van de Wet hervorming kindregelingen opgenomen artikel 7, zesde lid, voor twee kinderen werd geteld.
**4.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2017.
Vervallen
### Artikel 41b