2002-09-01 | BWBR0006330 | Wet identificatie bij dienstverlening

This commit is contained in:
Coornhert 2002-09-01 12:00:00 +00:00
parent e095f15de4
commit 463c7ca5d6

View file

@ -62,11 +62,7 @@ c. De premie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 5°, de uitke
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot de dienst, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel *b*, onder 5° en 6°, voor zover het betreft een levensverzekeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 2, vierde lid, onder B en C, en artikel 9, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet en artikel 2, tweede lid, onderdeel *b*, en artikel 9, eerste lid, van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling, tenzij deze wordt afgekocht of als zekerheidsstelling dient.
**4.**
Aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, is voldaan, indien de instelling voor de vaststelling van de identiteit van een cliënt gebruik maakt van de gegevens die zij bij een eerder aan die cliënt verleende dienst, overeenkomstig de bepalingen van deze wet of ingevolge de Wet identiteitsvaststelling heeft vastgesteld. De eerste volzin is niet van toepassing indien het betreft een dienst ter zake van een transactie met een tegengestelde waarde of gezamenlijke tegenwaarde welke gelijk is aan dan wel meer bedraagt dan een bedrag van € 10 000 en deze dienst wordt verricht door een ander filiaal van de dienst dan het filiaal dat de identiteit van de cliënt heeft vastgesteld.
Indien de eerder aan de cliënt verleende dienst, bedoeld in de eerste volzin, betreft het openstellen van een rekening waarop een saldo in geld, effecten, edele metalen of andere waarden kan worden aangehouden en deze rekening is geopend vóór 18 januari 1989, mag gebruik worden gemaakt van de gegevens die bij het opstellen van die rekening zijn vastgesteld.
**4.** Aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, is voldaan, indien de instelling voor de vaststelling van de identiteit van een cliënt gebruik maakt van de gegevens die zij bij een eerder aan die cliënt verleende dienst, overeenkomstig de bepalingen van deze wet of ingevolge de Wet identiteitsvaststelling bij financiële dienstverlening heeft vastgesteld. De eerste volzin is niet van toepassing indien het betreft een dienst ter zake van een transactie met een tegengestelde waarde of gezamenlijke tegenwaarde welke gelijk is aan dan wel meer bedraagt dan een bedrag van € 10 000 en deze dienst wordt verricht door een ander filiaal van de dienst dan het filiaal dat de identiteit van de cliënt heeft vastgesteld.
**5.**
@ -78,7 +74,7 @@ c. een onderneming of dienst die behoort tot een door Onze Minister aan te wijze
**6.** Onze Minister kan ontheffing verlenen van het eerste lid.
**7.** Aan een vrijstelling als bedoeld in het vierde lid en aan een ontheffing als bedoeld in het vijfde lid kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
**7.** Aan een vrijstelling als bedoeld in het vijfde lid en aan een ontheffing als bedoeld in het zesde lid kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
### Artikel 3
@ -137,14 +133,16 @@ In de verklaring zijn, voor zover van toepassing, in elk geval de volgende gegev
**3.**
In afwijking van het eerste lid is geen afschrift vereist:
In afwijking van het eerste lid is geen afschrift dan wel nummer van het document vereist:
a. indien met betrekking tot de dienst, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 5° of 6°, de eerste premiebetaling wordt gedaan ten laste van de rekening van de cliënt bij een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°of 2°, met zetel in een van de lidstaten, die beschikt over een vergunning van de bevoegde autoriteit van die lidstaat om haar bedrijf te mogen uitoefenen, dan wel indien de uitkering uit hoofde van de levensverzekeringsovereenkomst wordt betaald ten gunste van een rekening van een cliënt bij een instelling als hiervoor bedoeld, dan wel indien de betrokken assurantietussenpersoon, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 5°, heeft voldaan aan de in artikel 2, eerste lid, bedoelde verplichting;
b. indien met betrekking tot de dienst, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 5° of 6°, de premiebetaling wordt gedaan ten laste van, dan wel de uitkering uit hoofde van de levensverzekeringsovereenkomst wordt betaald ten gunste van een rekening van de cliënt bij een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° of 2°, met zetel in een staat, niet zijnde een lidstaat, die door Onze Minister is aangewezen, mits de instelling die de dienst verleent van die instelling bevestiging heeft verkregen dat de identiteitsvaststelling van de cliënt en de registratie daarvan op diens naam zijn uitgevoerd;
c. indien met betrekking tot de dienst, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2°, 4° of 7°, voor zover verband houdende met de handel in effecten, de eerste betaling die met de dienst verband houdt door de cliënt wordt gedaan of indien een betaling die met de dienst verband houdt aan de cliënt wordt gedaan ten laste onderscheidenlijk ten gunste van een rekening van die cliënt bij een kredietinstelling met zetel in een van de lidstaten of in een staat die door Onze Minister is aangewezen. Indien deze rekening wordt aangehouden bij een kredietinstelling die niet is gevestigd in een lidstaat of indien de in de vorige volzin bedoelde betaling wordt gedaan aan de cliënt dient de instelling van de kredietinstelling bevestiging te hebben verkregen dat de identiteitsvaststelling van die cliënt en de registratie daarvan op diens naam zijn uitgevoerd;
d. in door Onze Minister aan te wijzen gevallen.
**4.** Met uitzondering van het derde lid, onderdeel a, zijn het eerste, tweede en derde lid niet van toepassing indien de dienst betrekking heeft op een transactie die als een ongebruikelijke transactie in de zin van de Wet melding ongebruikelijke transacties dient te worden aangemerkt, of als artikel 5, vierde lid, van toepassing is.
**4.** Met uitzondering van het derde lid, onderdeel a, zijn het eerste en derde lid niet van toepassing indien de financiële dienst betrekking heeft op een transactie die als een ongebruikelijke transactie in de zin van de Wet melding ongebruikelijke transacties dient te worden aangemerkt, of indien artikel 5, vierde lid, van toepassing is.
**5.** Ten aanzien van de rekeningen, bedoeld in het eerste of derde lid, ten gunste of ten laste waarvan de eerste betaling die met de financiële dienst verband houdt wordt gedaan, dient identificatie te hebben plaatsgevonden overeenkomstig de bepalingen van deze wet of de Wet identiteitsvaststelling bij financiële dienstverlening.
### Artikel 5