diff --git a/wet/gemeentewet/BWBR0005416/README.md b/wet/gemeentewet/BWBR0005416/README.md index c3d68586d37..c78ec5e8ed1 100644 --- a/wet/gemeentewet/BWBR0005416/README.md +++ b/wet/gemeentewet/BWBR0005416/README.md @@ -2555,7 +2555,7 @@ b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik a ### Artikel 220c -De heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het tijdvak waarbinnen het in artikel 220 bedoelde kalenderjaar valt. +De heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 220. ### Artikel 220d @@ -2576,13 +2576,13 @@ j. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat **2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen *a* en *b*, wordt het begrip landbouw opgevat als in artikel 1, eerste lid, onderdeel *b*, van de Pachtwet. -**3.** Bij de toepassing van het eerste lid is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18, 19, eerste lid, onderdelen *b* en *c*, tweede lid, onderdelen b en c, 20, tweede lid, en 22, derde lid, van de Wet waardering onroerende zaken van overeenkomstige toepassing. +**3.** Bij de toepassing van het eerste lid is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken van overeenkomstige toepassing. -**4.** Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met toepassing van het eerste en het tweede lid, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18, 19, eerste lid, onderdelen *b* en *c*, tweede lid, onderdelen b en c, 20, tweede lid, en 22, derde lid, van de Wet waardering onroerende zaken. +**4.** Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met toepassing van het eerste en het tweede lid, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. ### Artikel 220e -Vervallen +In afwijking van artikel 220c wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelasting bedoeld in artikel 220, onderdeel a, buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. ### Artikel 220f @@ -2596,7 +2596,7 @@ c. € 8,29 voor de belasting, bedoeld in artikel 220, onderdeel b, voor zover **2.** Indien in de belastingverordening een tarief is bepaald boven het maximumtarief genoemd in het eerste lid, is het tarief gelijk aan het maximumtarief. -**3.** In afwijking van het eerste lid geldt voor de gemeente die een tarief hanteert dat lager is dan het in het eerste lid genoemde maximumtarief maar hoger dan € 2,45, € 2,43 onderscheidenlijk € 3,04 voor de onder de letters a, b en c van het eerste lid genoemde belasting, dit tarief jaarlijks mag worden verhoogd met maximaal het percentage trendmatige BBP-groei na correctie voor inflatie en verminderd met de voor dat jaar geraamde areaalontwikkeling. De gemeente die voor een in het eerste lid genoemde belasting een tarief hanteert dat lager is dan het in de vorige volzin voor die belasting genoemde tarief, mag dit tarief verhogen tot maximaal het in de vorige volzin voor die belasting genoemde tarief, met dien verstande dat het in de belastingverordening opgenomen tarief ten minste verhoogd mag worden met het percentage trendmatige BBP-groei na correctie voor inflatie en verminderd met de voor dat jaar geraamde areaalontwikkeling. +**3.** In afwijking van het eerste lid geldt voor de gemeente die een tarief hanteert dat lager is dan het in het eerste lid genoemde maximumtarief maar hoger dan € 2,42, € 2,34 onderscheidenlijk € 3,00 voor de onder de letters a, b en c van het eerste lid genoemde belasting, dit tarief jaarlijks mag worden verhoogd met maximaal het percentage trendmatige BBP-groei na correctie voor inflatie en verminderd met de voor dat jaar geraamde areaalontwikkeling. De gemeente die voor een in het eerste lid genoemde belasting een tarief hanteert dat lager is dan het in de vorige volzin voor die belasting genoemde tarief, mag dit tarief verhogen tot maximaal het in de vorige volzin voor die belasting genoemde tarief, met dien verstande dat het in de belastingverordening opgenomen tarief ten minste verhoogd mag worden met het percentage trendmatige BBP-groei na correctie voor inflatie en verminderd met de voor dat jaar geraamde areaalontwikkeling. **4.** Indien wijziging van de heffingsmaatstaf voor de in het eerste lid bedoelde belastingen in combinatie met het door de gemeente gehanteerde tarief tot een hogere opbrengst leidt dan, behoudens de areaalontwikkeling en de verhoging van het tarief met inachtneming van het derde lid, zonder die wijziging het geval zou zijn, wordt het tarief in het daarop volgende jaar zodanig gecorrigeerd dat ten minste de meeropbrengst wordt gecompenseerd. @@ -2606,8 +2606,6 @@ c. € 8,29 voor de belasting, bedoeld in artikel 220, onderdeel b, voor zover **7.** Een krachtens het vijfde lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door tenminste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van de beide Kamers van de Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken. -**8.** De aanslag van de belasting, bedoeld in artikel 220, onderdeel a, kan worden verminderd met het percentage van de waarde van de onroerende zaak dat kan worden toegerekend aan delen van de onroerende zaak die in hoofdzaak dienen tot woning dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Een aanvraag tot een vermindering als hier bedoeld moet worden ingediend binnen zes weken na de dag van dagtekening van de aanslag. - ### Artikel 220g **1.** De raad kan hogere tarieven vaststellen dan is toegestaan op grond van artikel 220f als dat nodig is om te voorkomen dat de begroting voor het eerstvolgende jaar niet in evenwicht is en blijkens de meerjarenraming, bedoeld in artikel 190, niet aannemelijk is dat in de eerstvolgende jaren een evenwicht tot stand zal worden gebracht. @@ -2637,17 +2635,7 @@ b. het besluit niet binnen de termijn, genoemd in artikel 191, tweede lid, aan g ### Artikel 220i -**1.** In de belastingverordening kan worden bepaald dat een vermindering wordt verleend op de belastingaanslagen terzake van een onroerende zaak. Het bedrag van de vermindering wordt afzonderlijk vermeld op het aanslagbiljet. - -**2.** De vermindering kan voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen anders worden vastgesteld dan voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. - -**3.** De vermindering wordt zodanig berekend dat het na vermindering te betalen belastingbedrag telkenjare niet meer bedraagt dan een in de belastingverordening te bepalen percentage van het belastingbedrag dat terzake van die onroerende zaak met betrekking tot het daaraan voorafgaande kalenderjaar na vermindering is verschuldigd, doch met een minimumpercentage van 115 percent. - -**4.** In de belastingverordening kan worden bepaald dat de vermindering niet wordt toegepast indien het bedrag van de vermindering lager is dan een in de belastingverordening vermeld drempelbedrag. - -**5.** In de belastingverordening kan worden bepaald dat bij de berekening van het bedrag van de vermindering buiten beschouwing gelaten wordt de wijziging van het belastingbedrag ten opzichte van het daaraan voorafgaande kalenderjaar die het gevolg is van toepassing van artikel 19 van de Wet waardering onroerende zaken. - -**6.** In afwijking in zoverre van de vorige leden kan in de belastingverordening worden bepaald dat de vermindering zodanig wordt berekend dat het na vermindering te betalen bedrag ter zake van de kalenderjaren in een tijdvak als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken, niet meer bedraagt dan 130 percent of een bij de belastingverordening te bepalen hoger percentage van het belastingbedrag dat is verschuldigd ter zake van het laatste kalenderjaar van het voorafgaande tijdvak. Indien ter zake van het laatste kalenderjaar van het voorafgaande tijdvak een vermindering als bedoeld in dit artikel is verleend, wordt voor de toepassing van de vorige volzin het belastingbedrag genomen dat verschuldigd zou zijn geweest indien de vermindering niet was toegepast. +Vervallen #### Paragraaf 3. Bijzondere bepalingen omtrent de andere belastingen dan de onroerende-zaakbelastingen @@ -2660,7 +2648,7 @@ Ter zake van binnen de gemeente gelegen woon- en bedrijfsruimten, welke duurzaam a. een belasting van degenen die bij het begin van het kalenderjaar de ruimten die niet in hoofdzaak tot woning dienen, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken; b. een belasting van degenen die bij het begin van het kalenderjaar van de ruimten het genot hebben krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. -**2.** Bij de toepassing van het eerste lid zijn de artikelen 220a, tweede lid, 220b, 220d tot en met 220f en 220h alsmede het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18, 19, eerste lid, onderdelen b en c, tweede lid, onderdelen b en c, en artikel 22, derde lid, van de Wet waardering onroerende zaken van overeenkomstige toepassing. +**2.** Bij de toepassing van het eerste lid zijn de artikelen 220a, tweede lid, 220b, 220d tot en met 220f en 220h alsmede het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17 en 18 van de Wet waardering onroerende zaken van overeenkomstige toepassing. **3.** Het tarief van de in het eerste lid bedoelde belastingen is gelijk aan het binnen de gemeente geldende tarief voor de onroerendezaakbelastingen.