diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md index e126a638e39..13bfb4fe4c8 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md @@ -358,6 +358,10 @@ Indien de IND op enig moment gedurende de procedure toch twijfelt aan de gesteld Paragraaf C1/2.13 Vc onder *Het geven van de beschikking* is van overeenkomstige toepassing. +Wanneer de aanvraag is ingewilligd in de procedure als beschreven in artikel 3.123b Vb en de vreemdeling in die procedure niet is bijgestaan door een rechtshulpverlener, zullen eventuele fouten, onvolkomenheden of misverstanden in het rapport van gehoor die daardoor in eerste instantie onopgemerkt waren gebleven, niet in een vervolgprocedure worden tegengeworpen. Bij vervolgprocedures wordt met name gedacht aan procedures inzake nareis en intrekking van de verleende vergunning. + +De vreemdeling moet onderbouwen dat discrepanties tussen zijn verklaringen in de vervolgprocedure en het eerdere rapport van gehoor het gevolg zijn van fouten, onvolkomenheden of misverstanden in het rapport van gehoor en dat daarvoor verschoonbare redenen zijn. De IND neemt minder snel aan dat sprake is van geloofwaardige verschoonbare redenen, als het aspecten betreft waarover de vreemdeling tijdens de eerdere asielprocedure uitgebreid en consistent heeft verklaard. + ##### 2.8.2. Bijzondere vervolgprocedure Indien de vreemdeling valt onder de doelgroep van artikel 3.123a Vb en de in artikel 3.123b Vb beschreven procedure niet gevolgd of vervolgd kan worden omdat nader onderzoek naar de identiteit, nationaliteit of het behoren tot een bepaalde groep noodzakelijk is, wordt de procedure gevolgd zoals beschreven in artikel 3.123c Vb. @@ -1663,7 +1667,21 @@ De IND beoordeelt of sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf op individue De IND hanteert bij de beoordeling van het tijdsverloop de verjaringstermijnen zoals opgenomen in paragraaf B1/4.4 Vc. Na afloop van die termijnen wordt een eenmalig gepleegd delict niet meer tegengeworpen. -De IND beoordeelt de vraag of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf aan de hand van de vraag of de optelsom van het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen in totaal ten minste de toepasselijke norm bedraagt. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van de delicten die een gevaar voor de gemeenschap vormen. In ieder geval één van de veroordelingen zal betrekking moeten hebben op een misdrijf dat een gevaar voor de gemeenschap oplevert. +De IND beoordeelt de vraag of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf aan de hand van de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen in totaal ten minste de toepasselijke norm bedraagt. Hierbij wegen de individuele omstandigheden zwaar mee, waaronder de vraag hoe groot het aandeel is van de delicten die een gevaar voor de gemeenschap vormen. In ieder geval één van de veroordelingen zal betrekking moeten hebben op een misdrijf dat een gevaar voor de gemeenschap oplevert. + +De IND betrekt in ieder geval het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen in de vraag of de optelsom van de opgelegde straffen de toepasselijke norm bedraagt. + +De IND betrekt het voorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen bij de beoordeling als, en voor zover er (mede) sprake is van: + +• drugs-, zeden- en geweldsmisdrijven; +• mensenhandel; of +• het plegen, voorbereiden of vergemakkelijken van een terroristisch misdrijf. + +De IND betrekt bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid ook opgelegde taakstraffen. De IND berekent de toepasselijke norm met de volgende uitgangspunten: + +• de duur van de door de rechter bepaalde vervangende vrijheidsstraf; +• de duur van de vrijheidsstraf die de rechter heeft vastgesteld voor het geval de vreemdeling een taakstraf niet naar behoren verricht; en +• voor iedere twee uur bij strafbeschikking: een dag vrijheidsstraf. De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling of sprake is van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. Hierbij beoordeelt de IND, op basis van door het Openbaar Ministerie verstrekte informatie, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft. @@ -1681,7 +1699,7 @@ De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemde Er is sprake van een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan: • de vreemdeling is bij onherroepelijk rechterlijk vonnis veroordeeld tot een gevangenisstraf, of aan hem is een vrijheidsbenemende maatregel opgelegd; en -• het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straf of maatregel bedraagt in totaal tenminste 10 maanden. +• de opgelegde straf of maatregel bedraagt in totaal tenminste 10 maanden. De IND betrekt de strafbare feiten die de vreemdeling in het buitenland heeft gepleegd ook bij de beoordeling. Hierbij beoordeelt de IND, op basis van door het Openbaar Ministerie verstrekte informatie, welke gevolgen naar Nederlands recht aan de strafbare feiten zouden zijn verbonden, indien die strafbare feiten in Nederland zouden zijn gepleegd en bestraft. @@ -1714,7 +1732,7 @@ De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tij Er kan sprake zijn van een ernstig misdrijf indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan: • de vreemdeling is veroordeeld tot een gevangenisstraf, of aan hem een vrijheidsbenemende maatregel is opgelegd; -• het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straf of maatregel bedraagt in totaal tenminste zes maanden; en +• de opgelegde straf of maatregel bedraagt in totaal tenminste zes maanden; en • in ieder geval één van de veroordelingen heeft betrekking op een misdrijf dat naar zijn aard een gevaar voor de gemeenschap oplevert. De IND kan een ernstig misdrijf ook aan een vreemdeling tegenwerpen indien de veroordeling voor dit misdrijf nog niet onherroepelijk is geworden. @@ -1931,9 +1949,9 @@ Paragraaf C2/10.1 Vc onder het kopje *ambtshalve toets* is van overeenkomstige t Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf. -C2/7.10.1 en artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C1/2.3 overstijgt. +C2/7.10.1 en artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C2/7.10.1 overstijgt. -In C2/7.10.1 Vc is uitgewerkt wanneer sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf zoals bedoeld in artikel 3.105c, tweede lid, onder b, Vb. In aanvulling op het vorenstaande is ook sprake van een bijzonder ernstig misdrijf als het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen of maatregelen in totaal de norm genoemd in de glijdende schaal van artikel 3.86 Vb is en het totaal van de straffen of maatregelen ten minste 10 maanden bedraagt. +In C2/7.10.1 Vc is uitgewerkt wanneer sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf zoals bedoeld in artikel 3.105c, tweede lid, onder b, Vb. De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, is ingetrokken of geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op vervolging of schending van artikel 3 EVRM. @@ -1942,11 +1960,11 @@ Internationale instrumenten zoals bedoeld in artikel 3.105f, tweede lid onder a • het Handvest van het Internationaal Militair Tribunaal van 8 augustus 1945 (Neurenberg-Handvest); • Het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof van 17 juli 1998. -In C2/7.10.1 Vc is uitgewerkt wanneer sprake is van een ernstig misdrijf zoals bedoeld in artikel 3.105f, tweede lid onder b, Vb. In aanvulling op het vorenstaande is ook is sprake van een ernstig misdrijf als het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen of maatregelen in totaal de norm genoemd in de glijdende schaal van artikel 3.86 Vb is en het totaal van de straffen of maatregelen ten minste zes maanden bedraagt. +In C2/7.10.1 Vc is uitgewerkt wanneer sprake is van een ernstig misdrijf zoals bedoeld in artikel 3.105f, tweede lid onder b, Vb. De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, is ingetrokken of geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op schending van artikel 3 EVRM. -Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb is van toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C1/2.3 overstijgt. +Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb is van toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C2/7.10.1 overstijgt. De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, tweede lid Vw niet in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw als: @@ -3820,11 +3838,11 @@ De IND neemt in ieder geval aan dat in Sierra Leone een vlucht- en vestigingsalt a. vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor genitale verminking; en b. vreemdelingen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij hebben te vrezen voor vervolging door geheime genootschappen. -De IND beziet per vreemdeling, bij vrees voor genitale verminking, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij aan de controle van haar familie kan ontkomen en hoe zij zich voor haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking. +De IND beoordeelt, bij vrees voor genitale verminking, per individueel geval, of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. Bij een meerderjarige vrouwelijke vreemdeling is hierbij van belang of zij zich aan de controle van haar familie kan onttrekken en hoe zij zich vóór haar vertrek uit Sierra Leone heeft kunnen onttrekken aan de genitale verminking. -De IND verlangt niet van een minderjarige vrouwelijke vreemdeling dat zij zich elders in Sierra Leone vestigt, als zij hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij zij zich eerder aan genitale verminking heeft kunnen onttrekken. +De IND verwacht niet van een minderjarige vrouwelijke vreemdeling dat zij zich elders in Sierra Leone vestigt, als zij hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij zij zich eerder aan genitale verminking heeft kunnen onttrekken. -De IND verwacht van een meerderjarige vreemdeling dat hij zich aan het lidmaatschap van het geheime genootschap onttrekt door zich elders in Sierra Leone te vestigen. De IND verlangt niet van een minderjarige vreemdeling dat hij zich elders in Sierra Leone vestigt, als de vreemdeling hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij de vreemdeling zich eerder aan het lidmaatschap van een geheim genootschap heeft kunnen onttrekken. +Er is in beginsel sprake van een vlucht- dan wel vestigingsalternatief bij vrees voor een geheim genootschap. De IND beoordeelt per individueel geval of de aanwezigheid van een vlucht- en vestigingsalternatief wordt tegengeworpen. De IND verwacht niet dat een minderjarige vreemdeling zich elders in Sierra Leone vestigt, als de vreemdeling hierin niet ondersteund wordt door familie of derden, tenzij de vreemdeling zich eerder aan het lidmaatschap van een geheim genootschap heeft kunnen onttrekken. #### 23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen