diff --git a/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md b/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md index d6eb224a513..d4bd0d25d00 100644 --- a/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md +++ b/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md @@ -31,7 +31,7 @@ j. houder: degene die een kindercentrum of een gastouderbureau exploiteert; k. GGD: een gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet collectieve preventie volksgezondheid; l. oudercommissie: de commissie, bedoeld in artikel 58; m. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; -n. kinderopvangtoeslag: een tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder i, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in de kosten van kinderopvang; +n. kinderopvangtoeslag: een tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel h, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in de kosten van kinderopvang; o. werknemer: de werknemer, bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Wet financiering sociale verzekeringen; p. overheidswerknemer: de werknemer, bedoeld in artikel 1, onderdeel p, van de Wet financiering sociale verzekeringen; q. werkgever: de werkgever, bedoeld in artikel 1, onderdeel q, van de Wet financiering sociale verzekeringen; @@ -56,7 +56,7 @@ d. verzorging en opvoeding van kinderen, anders dan gastouderopvang, die geschie In afwijking in zoverre van het eerste lid zijn met betrekking tot tegemoetkomingen van de gemeente en van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen alleen de volgende bepalingen van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen van overeenkomstige toepassing: -a. artikel 2, eerste lid, onderdelen b, h en q, +a. artikel 2, eerste lid, onderdelen b, g en p, b. artikel 3, c. artikel 4, d. artikel 6, @@ -624,7 +624,7 @@ De houder treft een regeling voor de behandeling van klachten van de oudercommis ### Artikel 66 -**1.** Het college van burgemeester en wethouders kan de houder verbieden de exploitatie van een kindercentrum of gastouderbureau voort te zetten, zolang hij een bevel of aanwijzing niet opvolgt en het toepassen van bestuursdwang niet mogelijk is. +**1.** Het college van burgemeester en wethouders kan de houder verbieden de exploitatie van een kindercentrum of gastouderbureau voort te zetten, zolang hij een bevel of aanwijzing niet opvolgt en het opleggen van een last onder bestuursdwang niet mogelijk is. **2.** Indien uit een onderzoek als bedoeld in artikel 62 blijkt dat het kindercentrum of het gastouderbureau naar verwachting niet dan wel niet langer aan de bij of krachtens hoofdstuk 3, paragraaf 2, gegeven voorschriften zal voldoen, kan het college van burgemeester en wethouders zolang die situatie zich voordoet, de houder verbieden dat kindercentrum in exploitatie te nemen. @@ -682,131 +682,55 @@ a. de houder die een verplichting als bedoeld bij of krachtens hoofdstuk 3, een b. de houder die een verplichting als bedoeld in artikel 28, vierde lid, niet nakomt een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 5000; c. de ouder die een verplichting als bedoeld in artikel 28, eerste tot en met derde lid, niet nakomt een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 2269. -**2.** De hoogte van de bestuurlijke boete wordt afgestemd op de ernst van de overtreding, de mate waarin de overtreding de natuurlijke persoon of rechtspersoon verweten kan worden en de omstandigheden waarin die persoon verkeert. Van het opleggen van een bestuurlijke boete wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. - -**3.** In afwijking van het eerste lid kan de overtreding van de houder niet met een bestuurlijke boete worden afgedaan, indien de overtreding opzettelijk of roekeloos geschiedt en een direct gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van personen tot gevolg heeft. - -**4.** Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, komt toe aan de gemeente. +**2.** In afwijking van het eerste lid kan de overtreding van de houder niet met een bestuurlijke boete worden afgedaan, indien de overtreding opzettelijk of roekeloos geschiedt en een direct gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van personen tot gevolg heeft. ### Artikel 73 -**1.** Het college van burgemeester en wethouders legt geen bestuurlijke boete op, indien de overtreder is overleden. - -**2.** Bij overlijden van de overtreder vervalt een opgelegde bestuurlijke boete voor zover de geldsom nog niet is betaald. +Vervallen ### Artikel 74 -Het college van burgemeester en wethouders legt geen bestuurlijke boete op, indien aan de overtreder wegens dezelfde gedraging reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel een kennisgeving als bedoeld in artikel 80, tweede lid, is gedaan. +Vervallen ### Artikel 75 -**1.** - -Het college van burgemeester en wethouders legt geen bestuurlijke boete op, indien tegen de overtreder wegens dezelfde gedraging: - -a. een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, of -b. het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge artikel 74 of 74c van het Wetboek van Strafrecht. - -**2.** Indien de gedraging tevens een strafbaar feit is, wordt zij aan het Openbaar Ministerie voorgelegd, tenzij met het Openbaar Ministerie is overeengekomen, dat daarvan kan worden afgezien. - -**3.** - -Voor een gedraging die aan het Openbaar Ministerie moet worden voorgelegd, legt het college van burgemeester en wethouders slechts een bestuurlijke boete op indien: - -a. het Openbaar Ministerie heeft medegedeeld van strafvervolging tegen de overtreder af te zien of, -b. sedert het voorleggen van de gedraging dertien weken zijn verstreken en geen reactie van het Openbaar Ministerie is ontvangen. +Vervallen ### Artikel 76 -**1.** De bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt vijf jaren, nadat de overtreding heeft plaatsgevonden. - -**2.** Indien tegen de door het college van burgemeester en wethouders opgelegde bestuurlijke boete bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de vervaltermijn opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar of beroep is beslist. +Vervallen ### Artikel 77 -**1.** Het college van burgemeester en wethouders en de voor de overtreding bevoegde toezichthouder kunnen van de overtreding een rapport opmaken. - -**2.** - -Het rapport is gedagtekend en vermeldt: - -a. de naam van de overtreder; -b. de overtreding alsmede het overtreden voorschrift; -c. zo nodig een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd; -d. de feiten en omstandigheden op grond waarvan is vastgesteld dat een overtreding is begaan; -e. de verklaring van degene, bedoeld in artikel 78, indien afgelegd. - -**3.** Een afschrift van het rapport wordt uiterlijk bij de bekendmaking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete aan de overtreder toegezonden of uitgereikt. - -**4.** Indien van de overtreding een proces-verbaal als bedoeld in artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering, is opgemaakt, treedt dit voor de toepassing van deze paragraaf in de plaats van het rapport. - -**5.** Aan degene die van de overtreding een rapport heeft opgemaakt, wordt geen mandaat verleend tot het opleggen van de bestuurlijke boete. +Vervallen ### Artikel 78 -Degene die aan een handeling van het college van burgemeester en wethouders of van een ingevolge artikel 61 aangewezen ambtenaar redelijkerwijs de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem een bestuurlijke boete zal worden opgelegd, is niet verplicht ten behoeve van deze oplegging inlichtingen over de overtreding te verstrekken. De overtreder wordt hierop gewezen alvorens hem mondeling wordt gevraagd inlichtingen te verstrekken. +Vervallen ### Artikel 79 -**1.** Het college van burgemeester en wethouders stelt de overtreder desgevraagd in de gelegenheid kennis te nemen van de gegevens waarop het opleggen van de bestuurlijke boete, dan wel het voornemen daartoe berust en daarvan afschriften te vervaardigen. - -**2.** Indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, draagt het college van burgemeester en wethouders er zoveel mogelijk zorg voor dat deze gegevens aan de overtreder worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal. +Vervallen ### Artikel 80 -**1.** Indien het college van burgemeester en wethouders voornemens is een boete op te leggen, geeft hij de overtreder daarvan kennis onder de vermelding van de gronden waarop het voornemen berust en overlegging van het rapport. - -**2.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt het college van burgemeester en wethouders de overtreder in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd. Het college van burgemeester en wethouders zorgt voor bijstand door een tolk, indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt. - -**3.** Het college van burgemeester en wethouders kan toepassing van het tweede lid achterwege laten voor zover de persoon reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan. - -**4.** Indien het college van burgemeester en wethouders, nadat de overtreder zijn zienswijze naar voren heeft gebracht, beslist dat voor de overtreding geen bestuurlijke boete zal worden opgelegd, of de overtreding alsnog aan het Openbaar Ministerie zal worden voorgelegd, wordt dit schriftelijk aan de overtreder medegedeeld. +Indien het college van burgemeester en wethouders voornemens is een bestuurlijke boete op te leggen, geeft hij de overtreder daarvan kennis onder de vermelding van de gronden waarop het voornemen berust en overlegging van het rapport. ### Artikel 81 -**1.** Het college van burgemeester en wethouders beslist omtrent het opleggen van de bestuurlijke boete binnen dertien weken na de dagtekening van het rapport. - -**2.** De beslistermijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de gedraging aan het Openbaar Ministerie is voorgelegd, tot de dag waarop het bestuursorgaan bevoegd wordt een bestuurlijke boete op te leggen. +Vervallen ### Artikel 82 -**1.** Het college van burgemeester en wethouders legt de bestuurlijke boete op bij beschikking. - -**2.** - -De beschikking vermeldt in ieder geval: - -a. de naam van de overtreder; -b. de te betalen geldsom; -c. de overtreding ter zake waarvan zij is gegeven, onder verwijzing naar het desbetreffende wettelijke voorschrift. - -**3.** Op verzoek van de overtreder die de beschikking wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt het college van burgemeester en wethouders er zoveel mogelijk zorg voor dat de inhoud van de beschikking aan die persoon wordt medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal. +Vervallen ### Artikel 83 -**1.** Een bestuurlijke boete wordt betaald binnen zes weken na inwerkingtreding van de beschikking waarbij deze is opgelegd. - -**2.** De bestuurlijke boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop sedert de bekendmaking van de beschikking zes weken zijn verstreken. - -**3.** Indien niet is betaald binnen de in het eerste lid genoemde termijn, wordt degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd, schriftelijk bevolen binnen twee weken alsnog het bedrag van de boete, verhoogd met de kosten van de aanmaning, te betalen. De aanmaning bevat de aanzegging dat de bestuurlijke boete, voor zover deze binnen de in de aanmaning gestelde termijn niet wordt voldaan, wordt ingevorderd overeenkomstig het vierde lid. - -**4.** Bij gebreke van betaling binnen de in het derde lid genoemde termijn, kan het college van burgemeester en wethouders de verschuldigde bestuurlijke boete, verhoogd met de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, bij dwangbevel invorderen. - -**5.** Het dwangbevel wordt op kosten van degene die de boete verschuldigd is, bij deurwaardersexploot betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. - -**6.** Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de gemeente. - -**7.** Het verzet schorst de tenuitvoerlegging niet, tenzij de voorzieningenrechter van de rechtbank in kort geding desgevorderd anders beslist. - -**8.** Het verzet kan niet worden gegrond op de stelling dat de beschikking, bedoeld in artikel 82, niet is ontvangen of dat de bij die beschikking opgelegde bestuurlijke boete ten onrechte of voor een te hoge geldsom is vastgesteld. - -**9.** De bevoegdheid tot invordering vervalt na verloop van twee jaar na de dag waarop de overtreding is geconstateerd. - -**10.** De beslissing om een bestuurlijke boete in te vorderen stuit de termijn, bedoeld in het negende lid. +Vervallen ### Artikel 84 -Indien een bestuurlijke boete ten onrechte door het college van burgemeester en wethouders is opgelegd, wordt de betaalde geldsom, vermeerderd met de wettelijke rente, binnen zes weken nadat is vastgesteld dat de boete ten onrechte is vastgesteld, aan de rechthebbende terugbetaald. +Vervallen ### Artikel 85 @@ -816,8 +740,8 @@ Vervallen Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan: -a. aan de ouder die een verplichting gesteld in artikel 33 niet nakomt, een bestuurlijke boete opleggen met overeenkomstige toepassing van de artikelen 29a tot en met 29g van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; -b. aan de houder die een verplichting gesteld in artikel 33, vierde lid, niet nakomt een bestuurlijke boete opleggen met overeenkomstige toepassing van de artikelen 72, eerste lid, onder b, en tweede tot en met vierde lid, en de artikelen 73 tot en met 84. +a. aan de ouder die een verplichting gesteld in artikel 33 niet nakomt, een bestuurlijke boete opleggen met overeenkomstige toepassing van de artikelen 29a, en 29g van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; +b. aan de houder die een verplichting gesteld in artikel 33, vierde lid, niet nakomt een bestuurlijke boete opleggen met overeenkomstige toepassing van de artikelen 72, eerste lid, onder b, en 80. ## Hoofdstuk 6. Experimenten