diff --git a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md index bfefdd94975..38e4becd201 100644 --- a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md +++ b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md @@ -547,10 +547,10 @@ Tot deze hoofdzaken behoren ten minste: a. de in de betrokken periode van acht jaar en, voor zover deze redelijkerwijze zijn aan te geven, de in de eerstvolgende vier jaar beoogde resultaten inzake de kwaliteit van de onderscheidene onderdelen van het milieu; b. de in de betrokken periode van acht jaar en, voor zover deze redelijkerwijze zijn aan te geven, de in de eerstvolgende vier jaar beoogde resultaten inzake het voorkomen, beperken of ongedaan maken van gevolgen van menselijke activiteiten die het milieu verontreinigen, aantasten of uitputten; c. de aanduiding van gebieden waarin de kwaliteit van het milieu of van een of meer onderdelen daarvan bijzondere bescherming behoeft; -d. de wijze waarop het bereiken en instandhouden van de onder *a*, *b* en *c* bedoelde resultaten zal worden nagestreefd en de termijnen die daarbij zullen worden gehanteerd, alsmede de mate van prioriteit die aan het bereiken van die resultaten wordt gegeven; +d. de wijze waarop het bereiken en instandhouden van de onder a , b en c bedoelde resultaten zal worden nagestreefd en de termijnen die daarbij zullen worden gehanteerd, alsmede de mate van prioriteit die aan het bereiken van die resultaten wordt gegeven; e. de redelijkerwijze te verwachten financiële, economische en ruimtelijke gevolgen van het te voeren milieubeleid. -**4.** In het plan geven Onze Ministers voorts aan in hoeverre het voorgenomen beleid is afgestemd op, dan wel leidt tot aanpassing van het nationale waterhuishoudingsbeleid en in hoeverre en binnen welke termijn zij voornemens zijn de nota voor de waterhuishouding, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de waterhuishouding, te herzien. +**4.** In het plan geven Onze Ministers voorts aan in hoeverre het voorgenomen beleid is afgestemd op, dan wel leidt tot aanpassing van het nationale waterhuishoudingsbeleid en het nationale natuurbeleid, en in hoeverre en binnen welke termijn zij voornemens zijn de nota voor de waterhuishouding, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de waterhuishouding, respectievelijk het Natuurbeleidsplan, bedoeld in artikel 4 van de Natuurbeschermingswet 1998 te herzien. Met het geldende nationale milieubeleidsplan wordt tevens rekening gehouden bij de vaststelling van beleid op andere beleidsterreinen, voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu wordt geraakt. ### Artikel 4.4 @@ -628,12 +628,12 @@ e. de redelijkerwijze te verwachten financiële en economische gevolgen van het Tot de gebieden, bedoeld in het derde lid, onder *c*, behoren ten minste: -a. de gebieden die krachtens de Natuurbeschermingswet zijn aangewezen als beschermd natuurmonument of als staatsnatuurmonument, en +a. de gebieden die krachtens de Natuurbeschermingswet zijn aangewezen als beschermd natuurmonument, en b. de gebieden die zijn aangewezen ter uitvoering van de Overeenkomst inzake watergebieden van internationale betekenis, in het bijzonder als verblijfplaats voor watervogels (Conventie van Ramsar, *Trb.* 1975, 84), behoudens voor zover bij die aanwijzing anders is bepaald. -**5.** In het plan geven provinciale staten voorts aan in hoeverre het voorgenomen beleid is afgestemd op, dan wel leidt tot aanpassing van het provinciale waterhuishoudingsbeleid, het provinciale ruimtelijk beleid of het provinciale verkeers- en vervoerbeleid en in hoeverre en binnen welke termijn zij voornemens zijn het geldende provinciale plan voor de waterhuishouding, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet op de waterhuishouding‘“waterhuishouding’” moet zijn “waterhuishouding,”. een of meer geldende streekplannen als bedoeld in artikel 4a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening of het geldende provinciale verkeers- en vervoerplan als bedoeld in artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer, te herzien. +**5.** In het plan geven provinciale staten voorts aan in hoeverre het voorgenomen beleid is afgestemd op, dan wel leidt tot aanpassing van het provinciale waterhuishoudingsbeleid, het provinciale ruimtelijk beleid of het provinciale verkeers- en vervoerbeleid en in hoeverre en binnen welke termijn zij voornemens zijn het geldende provinciale plan voor de waterhuishouding, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet op de waterhuishouding‘“waterhuishouding‘‘ moet zijn “waterhuishouding,‘. een of meer geldende streekplannen als bedoeld in artikel 4a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening of het geldende provinciale verkeers- en vervoerplan als bedoeld in artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer, te herzien. ### Artikel 4.10 @@ -1610,6 +1610,14 @@ In afwijking van het derde lid, worden geen voorschriften aan de vergunning verb a. die gegevens krachtens artikel 12.4, tweede lid, moeten worden opgenomen in een milieuverslag dat ten behoeve van een bestuursorgaan moet worden opgesteld, of b. daardoor strijd ontstaat met regels gesteld krachtens de artikelen 12.4, vijfde lid, of 12.5. +### Artikel 8.12a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 8.12b + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 8.13 **1.** @@ -2922,6 +2930,8 @@ Vervallen **2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aangaande de registers. Daarbij kan, in afwijking van het eerste lid, worden voorzien in de mogelijkheid dat de registratie van beschermde gebieden wordt gedaan door provinciale besturen dan wel Onze in het eerste lid genoemde ministers, mede als het gaat om gebieden die in beheer zijn bij andere bestuursorganen. +### Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen + ## Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen ### Afdeling 13.1. Algemeen @@ -4535,6 +4545,30 @@ Het overleg voorziet in ieder geval in afspraken inzake de afstemming van: a. de uitoefening van bestuursrechtelijke handhavingsbevoegdheden door de betrokken bestuursorganen, en b. het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten door de onder de verantwoordelijkheid van de betrokken bestuursorganen werkzame toezichthouders. +### Artikel 18.3a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.3b + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.3c + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.3d + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.3e + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.3f + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 18.4 **1.** Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wet bepaalde, zijn belast de bij besluit van Onze betrokken Minister aangewezen ambtenaren. Ambtenaren, ressorterende onder een ander dan zijn ministerie, wijst hij niet aan dan in overeenstemming met Onze Minister onder wiens ministerie zij ressorteren. @@ -4584,6 +4618,14 @@ Artikel 18.7, aanhef en onder b, is niet van toepassing voorzover het betreft de Tot de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang krachtens artikel 18.7 behoort het in Nederland door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan beheren van afvalstoffen in gevallen waarin die afvalstoffen in strijd met het bij of krachtens de EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen of titel 10.7 bepaalde, binnen of buiten Nederlands grondgebied worden gebracht. +### Artikel 18.8a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 18.8b + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 18.9 **1.** Een bestuursorgaan past geen bestuursdwang toe indien ter zake van de betrokken overtreding door een ander bestuursorgaan reeds een beschikking tot toepassing van bestuursdwang is gegeven en deze niet is ingetrokken. @@ -4913,6 +4955,10 @@ Indien bij de voorbereiding van een besluit dat is aangewezen krachtens artikel **6.** Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op gegevens die voorkomen in een milieuverslag als bedoeld in titel 12.1 of die uit zodanig verslag kunnen worden afgeleid en die niet als milieu-informatie zijn te beschouwen. +### Artikel 19.8 + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ## Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter ### Paragraaf 20.1. Algemeen @@ -5114,6 +5160,10 @@ b. afzonderlijk de wijze waarop zij de in het eerste lid genoemde hoofdstukken v **2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid. Deze regelen kunnen voor daarbij aangewezen bestuursorganen de verplichting inhouden jaarlijks op de daarbij aangegeven wijze de gegevens te verstrekken, die voor de opstelling van het in het eerste lid bedoelde verslag nodig zijn. +### Artikel 21.2a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 21.3 **1.** Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. @@ -5198,6 +5248,10 @@ de Wet verontreiniging zeewater, behoudens voor zover uit de bepalingen van die wetten of van deze wet anders blijkt. +### Artikel 22.1a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 22.2 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet milieubeheer. @@ -5230,8 +5284,6 @@ Kernenergiewet Ontgrondingenwet -Natuurbeschermingswet - Wet geluidhinder Wet inzake de luchtverontreiniging @@ -5258,6 +5310,8 @@ Wet energiebesparing toestellen Wet op de waterhuishouding +Natuurbeschermingswet 1998 + Wet vervoer gevaarlijke stoffen (*Stb.* 1995, 525) Tracéwet