2011-01-01 | BWBR0001827 | Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
This commit is contained in:
parent
f292ece92c
commit
46bdef7c3f
1 changed files with 85 additions and 23 deletions
|
|
@ -597,7 +597,7 @@ Een exploot of akte van rechtspleging kan slechts nietig worden verklaard, indie
|
|||
|
||||
**3.** De vraag of verwijzing nodig is beoordeelt de rechter, voor zover daarvoor het onderwerp van het geschil bepalend is, aan de hand van zijn voorlopig oordeel over het onderwerp van het geschil.
|
||||
|
||||
**4.** In de beslissing tot verwijzing vermeldt de rechter op welke wijze partijen in de procedure moeten verschijnen. In het geval van een dagvaardingsprocedure vermeldt de rechter tevens een nieuwe roldatum en beveelt hij, indien tegen de gedaagde verstek is verleend, dat deze door de eiser bij exploot aan de gedaagde wordt aangezegd onder betekening van de beslissing tot verwijzing.
|
||||
**4.** In de beslissing tot verwijzing vermeldt de rechter op welke wijze partijen in de procedure moeten verschijnen en, voor zover van toepassing, het griffierecht of het verhoogde griffierecht dat ingevolge artikel 8 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken van partijen wordt geheven en binnen welke termijn dit griffierecht of dit verhoogde griffierecht betaald dient te worden. De volledige volzin in artikel 111, tweede lid, onderdeel k, is van overeenkomstige toepassing. In het geval van een dagvaardingsprocedure vermeldt de rechter tevens een nieuwe roldatum en beveelt hij, indien tegen de gedaagde verstek is verleend, dat deze door de eiser bij exploot aan de gedaagde wordt aangezegd onder betekening van de beslissing tot verwijzing.
|
||||
|
||||
**5.** Tegen een verwijzing en tegen het achterwege laten van verwijzing staat geen voorziening open. De rechter naar wie de zaak is verwezen, is aan de verwijzing gebonden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -607,7 +607,7 @@ Indien een zaak niet behoort tot de absolute bevoegdheid van de rechter, verklaa
|
|||
|
||||
### Artikel 73
|
||||
|
||||
Verklaart de rechter zich onbevoegd en is een andere gewone rechter wel bevoegd, dan verwijst hij de zaak naar deze rechter.
|
||||
Verklaart de rechter zich onbevoegd en is een andere gewone rechter wel bevoegd, dan verwijst hij de zaak naar deze rechter. Artikel 71, vierde lid, eerste zin, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 74
|
||||
|
||||
|
|
@ -875,14 +875,19 @@ e. de aanwijzing van de rechter die van de zaak kennisneemt, onder vermelding va
|
|||
f. de roldatum waartegen wordt gedagvaard en, indien alsdan een terechtzitting plaatsvindt, het uur daarvan;
|
||||
g. in zaken waarin partijen in persoon kunnen procederen: de wijze waarop de gedaagde in het geding moet verschijnen, te weten in persoon of vertegenwoordigd door een gemachtigde en de wijze waarop de gedaagde kan antwoorden, zoals bepaald in artikel 82, eerste en tweede lid;
|
||||
h. in zaken waarin partijen niet in persoon kunnen procederen: de wijze waarop de gedaagde in het geding moet verschijnen, te weten vertegenwoordigd door een advocaat;
|
||||
i. de in artikel 139 genoemde rechtsgevolgen die intreden indien de gedaagde niet op de voorgeschreven wijze in het geding verschijnt;
|
||||
j. indien er meer gedaagden zijn, het in artikel 140, tweede lid, genoemde rechtsgevolg dat intreedt indien niet alle gedaagden op de voorgeschreven wijze in het geding verschijnen.
|
||||
i. de in artikel 139 genoemde rechtsgevolgen die intreden indien de gedaagde niet op de voorgeschreven wijze in het geding verschijnt of, behalve in zaken bij de sector kanton, het door zijn verschijning verschuldigde griffierecht niet tijdig voldoet;
|
||||
j. indien er meer gedaagden zijn, het in artikel 140, tweede lid, genoemde rechtsgevolg dat intreedt indien niet alle gedaagden op de voorgeschreven wijze in het geding verschijnen;
|
||||
k. indien het exploot van dagvaarding een zaak betreft anders dan bij de sector kanton, de mededeling dat van gedaagde bij verschijning in de procedure een griffierecht zal worden geheven, binnen welke termijn dit griffierecht betaald dient te worden, alsmede de hoogte daarvan. Hierbij wordt vermeld dat van een persoon die onvermogend is, een lager griffierecht wordt geheven, indien hij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven heeft overgelegd:
|
||||
|
||||
1°. een afschrift van het besluit tot toevoeging, bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan hem zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Wet op de Rechtsbijstand, dan wel
|
||||
2°. een verklaring van de raad als bedoeld in artikel 1, onder b, van die wet, waaruit blijkt dat zijn inkomen niet meer bedraagt dan de bedragen, bedoeld in artikel 35, derde en vierde lid, telkens onderdelen a tot en met d dan wel in die artikelleden, telkens onderdeel e, van die wet;
|
||||
l. indien het exploot van dagvaarding een zaak betreft waarbij meerdere gedaagden zijn betrokken, de mededeling dat van partijen die bij dezelfde advocaat of gemachtigde verschijnen en gelijkluidende conclusies nemen, op basis van artikel 15 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken slechts eenmaal een gezamenlijk griffierecht wordt geheven.
|
||||
|
||||
**3.** Het exploot van dagvaarding vermeldt de door gedaagde tegen de eis aangevoerde verweren en de gronden daarvoor. Verder vermeldt het exploot de bewijsmiddelen waarover eiser kan beschikken en de getuigen die hij kan doen horen ter staving van de aldus betwiste gronden van de eis.
|
||||
|
||||
### Artikel 112
|
||||
|
||||
Betreft het exploot van dagvaarding een kort geding voor de voorzieningenrechter, dan bevat dit tevens de mededeling dat bij verschijning een vast recht zal worden geheven, alsmede de hoogte daarvan. Hierbij wordt vermeld, dat aan on- en minvermogenden vermindering van dit vast recht kan worden verleend. In afwijking van de eerste en de tweede zin bevat het exploot van dagvaarding in het geval, bedoeld in artikel 254, vierde lid, de mededeling dat van de gedaagde bij verschijning geen vast recht zal worden geheven.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 113
|
||||
|
||||
|
|
@ -912,7 +917,9 @@ De in de artikelen 114, 115 en 116 genoemde termijnen kunnen op mondeling of sch
|
|||
|
||||
### Artikel 118
|
||||
|
||||
Oproepingen van derden als partij in het geding geschieden met inachtneming van de voor dagvaarding geldende termijnen. Indien de oproeping niet geschiedt bij hetzelfde exploot waarmee de gedaagde is gedagvaard, wordt het exploot, waarmee de gedaagde is gedagvaard, met de oproeping aan de derde betekend. Artikel 111, tweede lid, aanhef en onderdelen g, h, i en j, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** Oproepingen van derden als partij in het geding geschieden met inachtneming van de voor dagvaarding geldende termijnen. Indien de oproeping niet geschiedt bij hetzelfde exploot waarmee de gedaagde is gedagvaard, wordt het exploot, waarmee de gedaagde is gedagvaard, met de oproeping aan de derde betekend. Artikel 111, tweede lid, aanhef en onderdelen g, h, i, j en k, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 128, tweede, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 119
|
||||
|
||||
|
|
@ -990,11 +997,21 @@ Indien de eiser ten onrechte advocaat heeft gesteld, wordt de zaak voortgezet me
|
|||
|
||||
**3.** Indien de gedaagde een vroegere roldatum heeft aangezegd en het exploot van aanzegging niet tijdig ter griffie heeft ingediend, blijft de oorspronkelijke, in het exploot van dagvaarding vermelde roldatum gehandhaafd.
|
||||
|
||||
### Artikel 127a
|
||||
|
||||
**1.** De rechter houdt de zaak aan zolang de eiser het griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 3, derde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de eiser het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, ontslaat de rechter de gedaagde van de instantie, met veroordeling van de eiser in de kosten.
|
||||
|
||||
**3.** De rechter laat het eerste en tweede lid geheel of ten dele buiten toepassing, indien hij van oordeel is dat de toepassing van die bepaling, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
**4.** Tegen beslissingen ingevolge het tweede en derde lid staat geen hogere voorziening open.
|
||||
|
||||
### Artikel 128
|
||||
|
||||
**1.** Indien de gedaagde bij gemachtigde of bij advocaat procedeert, deelt hij op de eerste roldatum de naam en het adres van de gemachtigde of de naam en het kantooradres van de advocaat mede.
|
||||
|
||||
**2.** De gedaagde neemt zijn met redenen omklede conclusie van antwoord op de eerste of op een door de rechter nader te bepalen roldatum.
|
||||
**2.** De gedaagde neemt zijn met redenen omklede conclusie van antwoord op de eerste of op een door de rechter nader te bepalen roldatum, doch niet dan nadat hij het verschuldigde griffierecht heeft voldaan. De rechter houdt de zaak aan zolang de gedaagde het griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 3, derde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt.
|
||||
|
||||
**3.** De gedaagde brengt alle excepties en zijn antwoord ten principale tegelijk naar voren, op straffe van verval van de niet aangevoerde excepties en, indien niet ten principale is geantwoord, van het recht om dat alsnog te doen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1002,6 +1019,10 @@ Indien de eiser ten onrechte advocaat heeft gesteld, wordt de zaak voortgezet me
|
|||
|
||||
**5.** De conclusie van antwoord vermeldt de bewijsmiddelen waarover gedaagde kan beschikken tot staving van de gronden van zijn verweer, alsmede de getuigen die hij daartoe kan doen horen. De rechter kan gedaagde bevelen alsnog de ontbrekende gegevens te verstrekken.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de verschenen gedaagde het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, zijn de artikelen 139 tot en met 142 van toepassing behalve in het geval dat artikel 127a, tweede lid, van toepassing is.
|
||||
|
||||
**7.** Artikel 127a, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 129
|
||||
|
||||
Zolang de rechter nog geen eindvonnis heeft gewezen, kan de eiser te allen tijde zijn eis verminderen.
|
||||
|
|
@ -1072,11 +1093,11 @@ De eis in reconventie moet dadelijk bij het antwoord worden ingesteld. Artikel 1
|
|||
|
||||
### Artikel 139
|
||||
|
||||
Indien de gedaagde niet op de eerste of op een door de rechter nader bepaalde roldatum in het geding verschijnt dan wel verzuimt advocaat te stellen hoewel hem dat bij dagvaarding was aangezegd, en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen, verleent de rechter verstek tegen hem en wijst hij de vordering toe, tenzij deze hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
|
||||
Indien de gedaagde niet op de eerste of op een door de rechter nader bepaalde roldatum in het geding verschijnt dan wel verzuimt advocaat te stellen of, indien verschuldigd, het griffierecht niet tijdig voldoet hoewel hem dat bij dagvaarding was aangezegd, en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen, verleent de rechter verstek tegen hem en wijst hij de vordering toe, tenzij deze hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
|
||||
|
||||
### Artikel 140
|
||||
|
||||
**1.** Zijn er meer gedaagden en is ten minste een van hen in het geding verschenen, dan wordt, indien ten aanzien van de niet verschenen gedaagden de voorgeschreven formaliteiten en termijnen in acht zijn genomen, tegen dezen verstek verleend en tussen de eiser en de verschenen gedaagden voortgeprocedeerd.
|
||||
**1.** Zijn er meer gedaagden en is ten minste een van hen in het geding verschenen, dan wordt, indien ten aanzien van de overige gedaagden de voorgeschreven formaliteiten en termijnen in acht zijn genomen, tegen dezen verstek verleend en tussen de eiser en de verschenen gedaagden voortgeprocedeerd.
|
||||
|
||||
**2.** Tussen alle partijen wordt één vonnis gewezen, dat als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1084,11 +1105,11 @@ Indien de gedaagde niet op de eerste of op een door de rechter nader bepaalde ro
|
|||
|
||||
### Artikel 141
|
||||
|
||||
De kosten die een gevolg zijn van het feit dat een partij niet in het geding is verschenen, komen ten laste van die partij, tenzij verstek was verleend op een dagvaarding die nietig wordt verklaard.
|
||||
De kosten die een gevolg zijn van het feit dat een partij niet in het geding is verschenen of het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, komen ten laste van die partij, tenzij verstek was verleend op een dagvaarding die nietig wordt verklaard.
|
||||
|
||||
### Artikel 142
|
||||
|
||||
De gedaagde tegen wie verstek is verleend, heeft, zolang het eindvonnis nog niet is gewezen, de bevoegdheid om alsnog in het geding te verschijnen, waardoor de gevolgen van het tegen hem verleende verstek vervallen, behalve ten aanzien van de daardoor veroorzaakte kosten.
|
||||
De gedaagde tegen wie verstek is verleend, heeft, zolang het eindvonnis nog niet is gewezen, de bevoegdheid om alsnog in het geding te verschijnen, of om alsnog het griffierecht te voldoen, waardoor de gevolgen van het tegen hem verleende verstek vervallen, behalve ten aanzien van de daardoor veroorzaakte kosten.
|
||||
|
||||
#### Afdeling Achtste. Verzet
|
||||
|
||||
|
|
@ -1123,7 +1144,13 @@ Het verzet, mits tijdig en op de voorgeschreven wijze gedaan, schorst de tenuitv
|
|||
|
||||
### Artikel 147
|
||||
|
||||
Door het verzet wordt de instantie heropend. Het geding verloopt als in de vijfde afdeling bepaald, met dien verstande dat het exploot van verzet als conclusie van antwoord geldt.
|
||||
**1.** Door het verzet wordt de instantie heropend. Het geding verloopt als in de vijfde afdeling bepaald, met dien verstande dat het exploot van verzet als conclusie van antwoord geldt.
|
||||
|
||||
**2.** Was het verstek tegen de oorspronkelijk gedaagde verleend wegens het niet tijdig voldoen van het door hem verschuldigde griffierecht, dan zorgt de oorspronkelijk gedaagde dat het verschuldigde griffierecht is voldaan op de eerste roldatum van het verzet. Is het verschuldigde griffierecht, bedoeld in de eerste zin, niet alsnog tijdig voldaan, dan bekrachtigt de rechter het verstekvonnis.
|
||||
|
||||
**3.** Was het verstek tegen de oorspronkelijk gedaagde verleend wegens het niet verschijnen in het geding, dan houdt de rechter de zaak aan zolang de gedaagde het verschuldigde griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 3, tweede lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt. De tweede zin van het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 127a, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 148
|
||||
|
||||
|
|
@ -1633,6 +1660,14 @@ c. in zaken waarin partijen niet in persoon kunnen procederen, de naam van degen
|
|||
|
||||
**2.** De in het eerste lid aangeduide gegevens worden vermeld op straffe van nietigheid. Artikel 122 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 219a
|
||||
|
||||
**1.** De rechter houdt de zaak aan zolang degene die vordert zich te mogen voegen of te mogen tussenkomen het griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 5, tweede lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt.
|
||||
|
||||
**2.** Heeft degene die de vordering instelt, het griffierecht niet tijdig voldaan, dan verklaart de rechter hem niet ontvankelijk in de vordering.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 127a, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 4. Verwijzing en voeging van zaken
|
||||
|
||||
### Artikel 220
|
||||
|
|
@ -1647,6 +1682,8 @@ c. in zaken waarin partijen niet in persoon kunnen procederen, de naam van degen
|
|||
|
||||
**5.** Indien bij hetzelfde gerecht één der zaken in behandeling is bij de kantonrechter en deze een vordering betreft als bedoeld in artikel 93 onder c of d, kan in de andere zaak verwijzing van die andere zaak naar de kantonrechter worden gevorderd, ook als die zaak reeds eerder aanhangig was.
|
||||
|
||||
**6.** Artikel 71, vierde lid, eerste zin, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 221
|
||||
|
||||
Indien een zaak naar een andere rechter wordt verwezen, heeft iedere partij het recht de overige partijen bij exploot op te roepen tegen de dag waarop zij de zaak ter rolle wil doen dienen. Voor deze oproeping moeten de voor dagvaarding voorgeschreven termijnen in acht worden genomen. Is met het oog op het geding voor de eerste rechter woonplaats gekozen, dan kan het in dit artikel bedoelde exploot ook aan die woonplaats worden gedaan.
|
||||
|
|
@ -2045,7 +2082,14 @@ Indien de griffier een bij aangetekende brief verzonden oproeping terug ontvangt
|
|||
|
||||
### Artikel 276
|
||||
|
||||
Oproepingen vermelden de plaats, de dag en het uur van de terechtzitting. Zij worden zo spoedig mogelijk en ten minste een week vóór die dag verzonden, tenzij de rechter anders bepaalt.
|
||||
**1.** Oproepingen vermelden de plaats, de dag en het uur van de terechtzitting. Zij worden zo spoedig mogelijk en ten minste een week vóór die dag verzonden, tenzij de rechter anders bepaalt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Betreft de oproeping een belanghebbende in een zaak anders dan bij de sector kanton, dan bevat deze tevens de mededeling dat voor de indiening van een verweerschrift een griffierecht zal worden geheven, binnen welke termijn dit griffierecht betaald dient te worden, alsmede de hoogte daarvan. Hierbij wordt vermeld dat van een persoon die onvermogend is, een lager griffierecht wordt geheven, indien hij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven heeft overgelegd:
|
||||
|
||||
1°. een afschrift van het besluit tot toevoeging, bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan hem zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Wet op de Rechtsbijstand, dan wel
|
||||
2°. een verklaring van de raad als bedoeld in artikel 1, onder b, van die wet, waaruit blijkt dat zijn inkomen niet meer bedraagt dan de bedragen, bedoeld in artikel 35, derde en vierde lid, telkens onderdelen a tot en met d dan wel in die artikelleden, telkens onderdeel e, van die wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 277
|
||||
|
||||
|
|
@ -2115,7 +2159,17 @@ In zaken waarin de indiening van het verzoekschrift niet door een advocaat behoe
|
|||
|
||||
### Artikel 282a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Voor zover bij of krachtens deze wet of een andere wet niet anders is bepaald, houdt de rechter de zaak aan zolang de verzoeker en de verweerder het griffierecht niet hebben voldaan en de termijn genoemd in artikel 3, vierde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt.
|
||||
|
||||
**2.** Heeft de verzoeker het verschuldigde griffierecht niet tijdig voldaan, dan verklaart de rechter de verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.
|
||||
|
||||
**3.** Heeft de verweerder het verschuldigde griffierecht niet tijdig voldaan, dan betrekt de rechter het ingediende verweerschrift niet bij zijn beslissing op het verzoek.
|
||||
|
||||
**4.** De rechter laat het eerste, tweede en derde lid geheel of ten dele buiten toepassing, indien hij van oordeel is dat de toepassing van die bepalingen gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
**5.** Tegen beslissingen ingevolge het tweede, derde of vierde lid staat geen hogere voorziening open.
|
||||
|
||||
**6.** Het eerste tot en met vijfde lid is niet van toepassing in zaken bij de voorzieningenrechter.
|
||||
|
||||
### Artikel 283
|
||||
|
||||
|
|
@ -2467,7 +2521,7 @@ Elke partij welke zal berust hebben in een vonnis, kan niet meer ontvankelijk zi
|
|||
|
||||
**1.** Van veroordeelingen bij verstek valt geen hooger beroep, doch indien de oorspronkelijke eischer van het vonnis in hooger beroep komt, zal de gedaagde alle zijne verdedigingen insgelijks in het hooger beroep kunnen doen gelden, zelfs bij wege van incidenteel beroep, zonder van het middel van verzet in eersten aanleg meer te kunnen gebruik maken.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de niet verschenen gedaagde van een vonnis als bedoeld in artikel 140, tweede lid, in hoger beroep komen, mits hij vooraf bij voorraad, tegen het stellen van zekerheid, aan het vonnis voldoet, zelfs wanneer dat vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad was verklaard.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de gedaagde die niet is verschenen of het griffierecht niet tijdig heeft voldaan van een vonnis als bedoeld in artikel 140, tweede lid, in hoger beroep komen, mits hij vooraf bij voorraad, tegen het stellen van zekerheid, aan het vonnis voldoet, zelfs wanneer dat vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad was verklaard.
|
||||
|
||||
### Artikel 336
|
||||
|
||||
|
|
@ -2513,7 +2567,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 343
|
||||
|
||||
Het hoger beroep wordt aangevangen door een dagvaarding in dezelfde vorm en met dezelfde vereisten als die in eerste aanleg, zonder dat zij de middelen waarop het hoger beroep gegrond is, behoeft uit te drukken. Artikel 111, tweede lid, onder i, en derde lid, is niet van toepassing.
|
||||
Het hoger beroep wordt aangevangen door een dagvaarding in dezelfde vorm en met dezelfde vereisten als die in eerste aanleg, zonder dat zij de middelen waarop het hoger beroep gegrond is, behoeft uit te drukken. Artikel 111, tweede lid, onder i, en derde lid, is niet van toepassing. In aanvulling op artikel 111, tweede lid, vermeldt de dagvaarding ook de gevolgen van niet tijdige betaling van het griffierecht.
|
||||
|
||||
### Artikel 344
|
||||
|
||||
|
|
@ -2862,7 +2916,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een dagvaarding in dezelfde vorm en met dezelfde vereisten als in eerste aanleg, behoudens de volgende leden:
|
||||
|
||||
**2.** De dagvaarding behelst, in plaats van hetgeen in artikel 111, tweede lid, onder d, is vermeld, de omschrijving van de middelen, waarop het beroep steunt. Artikel 111, tweede lid, onder i, en derde lid, is niet van toepassing.
|
||||
**2.** De dagvaarding behelst, in plaats van hetgeen in artikel 111, tweede lid, onder d, is vermeld, de omschrijving van de middelen, waarop het beroep steunt. Artikel 111, tweede lid, onder i, en derde lid, is niet van toepassing. In aanvulling op artikel 111, tweede lid, vermeldt de dagvaarding ook de gevolgen van niet tijdige betaling van het griffierecht.
|
||||
|
||||
**3.** De eiser is gehouden in het exploit van dagvaarding een advocaat bij de Hoge Raad aan te wijzen, die hem in het geding zal vertegenwoordigen, op straffe van nietigheid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2902,7 +2956,11 @@ c. steeds wanneer zij verwijzing wenselijk acht.
|
|||
|
||||
### Artikel 409a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De Hoge Raad houdt de zaak aan zolang de eiser het griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 3, derde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de eiser het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, verklaart de Hoge Raad eiser niet ontvankelijk in zijn beroep in cassatie, met veroordeling van de eiser in de kosten.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 127a, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 410
|
||||
|
||||
|
|
@ -2914,7 +2972,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
### Artikel 411
|
||||
|
||||
**1.** Wanneer de verweerder niet reeds op de eerste rechtsdag zijn conclusie van antwoord neemt, wordt hem tot dat einde, op zijn verlangen, een termijn van ten hoogste vier weken verleend.
|
||||
**1.** De verweerder neemt zijn met redenen omklede conclusie van antwoord op de eerste of op zijn verlangen op een nader door de rechter te bepalen roldatum die ten hoogste vier weken nadien valt, doch niet dan nadat hij het verschuldigde griffierecht heeft voldaan. Indien de verweerder het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, vervalt zijn recht om in cassatie te komen.
|
||||
|
||||
**2.** Hij is op straffe van verval van het recht exceptiën aan te voeren, gehouden deze met zijn antwoord ten principale te verenigen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3039,7 +3097,7 @@ Er wordt geen verzet toegelaten tegen arresten door de Hoge Raad bij verstek in
|
|||
|
||||
**4.** De Hoge Raad kan in een bepaald geval een andere termijn vaststellen.
|
||||
|
||||
**5.** De griffier vermeldt bij de toezending de termijn, binnen welke het verweerschrift moet worden ingediend.
|
||||
**5.** De griffier vermeldt bij de toezending de termijn, binnen welke het verweerschrift moet worden ingediend. Artikel 276, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 427
|
||||
|
||||
|
|
@ -3057,7 +3115,7 @@ Er wordt geen verzet toegelaten tegen arresten door de Hoge Raad bij verstek in
|
|||
|
||||
### Artikel 427b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Artikel 282a is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 428
|
||||
|
||||
|
|
@ -3880,6 +3938,8 @@ Indien met betrekking tot een levensverzekering door verschillende schuldeisers
|
|||
|
||||
**3.** Tegen een benoeming krachtens het eerste lid is geen hogere voorziening toegelaten.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 282a is van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 482
|
||||
|
||||
**1.** De griffier doet onverwijld aan de voormelde belanghebbenden bij gewone brief mededeling van de benoeming van de rechter-commissaris, met vermelding van de termijn waarbinnen de in het tweede lid bedoelde aanmelding van de vorderingen moet plaatsvinden.
|
||||
|
|
@ -3940,7 +4000,7 @@ Vorderingen die betwist worden, kunnen door de rechter-commissaris voorwaardelij
|
|||
|
||||
**2.** De advocaten, die voor partijen optreden, verklaren dit bij het uitroepen ter terechtzitting.
|
||||
|
||||
**3.** Verschijnt de schuldeiser, wiens vordering is tegengesproken, op de bepaalde terechtzitting niet, dan wordt hij geacht de aanmelding van zijn vordering te hebben ingetrokken; verschijnt hij die de tegenspraak doet niet, dan wordt hij geacht zijn tegenspraak te hebben laten varen.
|
||||
**3.** Verschijnt de schuldeiser, wiens vordering is tegengesproken, op de bepaalde terechtzitting niet of heeft hij het griffierecht niet tijdig voldaan, dan wordt hij geacht de aanmelding van zijn vordering te hebben ingetrokken; verschijnt hij die de tegenspraak doet niet of heeft hij het griffierecht niet tijdig voldaan, dan wordt hij geacht zijn tegenspraak te hebben laten varen. Artikel 127a, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Belanghebbenden die geen tegenspraak hebben gedaan, kunnen in het geding niet tussenkomen of zich voegen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4445,7 +4505,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 552
|
||||
|
||||
**1.** Een gerechtelijke rangregeling, bedoeld in het vorige artikel en in artikel 271 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, wordt verzocht door aan de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen welker rechtsgebied zich de geëxecuteerde zaken geheel of grotendeels bevinden, de benoeming van een rechter-commissaris te verzoeken, te wiens overstaan de verdeling zal plaatsvinden.
|
||||
**1.** Een gerechtelijke rangregeling, bedoeld in het vorige artikel en in artikel 271 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, wordt verzocht door aan de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen welker rechtsgebied zich de geëxecuteerde zaken geheel of grotendeels bevinden, de benoeming van een rechter-commissaris te verzoeken, te wiens overstaan de verdeling zal plaatsvinden. Artikel 282a is van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het verzoekschrift wordt gevoegd een door de bewaarder van het kadaster en de openbare registers af te geven kadastraal uittreksel inzake hypotheken en beslagen als bedoeld in artikel 100, eerste lid, van de Kadasterwet, waarin de inschrijvingen en de boekingen in het register van voorlopige aantekeningen worden vermeld, die voor de aanwijzing van de in artikel 551 bedoelde belanghebbenden van belang zijn, alsmede een door de notaris af te geven staat van de schuldeisers die beslag hebben gelegd op de opbrengst van de executie of hun vordering ontlenen aan artikel 264, lid 7 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4785,6 +4845,8 @@ a. benoeming van een rechter-commissaris voor de verificatie van de rechten waar
|
|||
b. vaststelling van plaats, dag en uur, waarop de verkoop en de toewijzing zullen plaats hebben. Deze dag moet tenminste 7 weken liggen na de dagtekening van de beschikking der rechtbank;
|
||||
c. vaststelling van de dag, voor welke zij, die beweren rechten en vorderingen als bedoeld onder *a* te bezitten, deze bij de rechter-commissaris moeten kenbaar maken. Deze dag mag niet meer dan 4 weken voor de dag van de verkoop liggen.
|
||||
|
||||
Artikel 282a is van toepassing.
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
**3.** Ten minste 6 weken voor de voor de verkoop bestemde dag brengt hij deze te 's-Gravenhage ter openbare kennis op de wijze als voorgeschreven bij algemene maatregel van bestuur. Wanneer beslag is gelegd op een in een verdragsregister teboekstaand luchtvaartuig brengt hij de verkoop tevens ter openbare kennis ter plaatse, waar het nationaliteitsregister waarin het luchtvaartuig is ingeschreven, is gevestigd, op de wijze daar voorgeschreven.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue