From 46fa0dde7b76503c8028284b57c325315a4e2d8a Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jan 2021 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2021-01-01 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A) --- .../BWBR0012287/README.md | 53 ++++++++++++++----- 1 file changed, 41 insertions(+), 12 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md index 0e47079555d..a01db662583 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md @@ -1476,17 +1476,27 @@ De signalering treedt in werking vanaf: • de datum dat de vreemdeling de toegang tot Nederland is geweigerd; • de datum waarop de rechtsgevolgen genoemd in het besluit tot intrekking van de mvv in werking treden. -#### 12.4. Gevolgen signalering bij het aantreffen aan de grens of binnen Nederland +#### 12.4. Gevolgen signalering bij het aantreffen aan de grens op uitreis of binnen Nederland -De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet bij een vreemdeling die gesignaleerd staat en die in het kader van binnenlands toezicht wordt aangetroffen in ieder geval de volgende handelingen verrichten: +De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling die onderdaan is van een derde land, gesignaleerd staat en die in het kader van binnenlands toezicht of bij controle op uitreis wordt aangetroffen in ieder geval de volgende handelingen: -• de vreemdeling die gesignaleerd staat een inreisverbod opleggen (model M107-B) anders dan op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw. De IND zorgt voor (aanpassing van) de signalering in (N)SIS; -• bij de vreemdeling die gesignaleerd staat nagaan of de vreemdeling sinds de datum van uitreiking van de beschikking tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw uit Nederland is vertrokken of uitgezet: +1. bij de vreemdeling die gesignaleerd staat, anders dan vanwege een ongewenstverklaring of inreisverbod: -• als de vreemdeling Nederland niet heeft verlaten moet geen terugkeerbesluit en inreisverbod worden opgelegd; -• als de vreemdeling sinds de datum van uitreiking van de beschikking tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw is vertrokken of uitgezet moet een terugkeerbesluit worden opgelegd (model M107-A). +– indien nodig een terugkeerbesluit opleggen en indien mogelijk een inreisverbod opleggen (model M107-B) anders dan op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw, of +– indien nodig een terugkeerbesluit opleggen, horen en een voorstel (M63) bij de IND indienen als er aanleiding is een inreisverbod op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw op te leggen conform het beleid in de paragrafen A4/2.1, A4/3.2 en A4/3.3 Vc. -De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd anders dan op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van artikel 108 Vw. De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van artikel 197 WvSr. +De IND zorgt voor (aanpassing van) de signalering in (N)SIS; +2. bij de vreemdeling die gesignaleerd staat wegens een ongewenstverklaring nagaan of de vreemdeling sinds de datum van bekendmaking van de beschikking tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw uit Nederland is vertrokken of uitgezet: + +• als de vreemdeling Nederland niet heeft verlaten wordt een terugkeerbesluit gegeven indien de vreemdeling deze niet eerder heeft ontvangen. De ongewenstverklaring wordt bezien op omzetting naar een inreisverbod; de vreemdeling wordt daartoe gehoord en een voorstel (M63) wordt ingediend bij de IND ter oplegging van een inreisverbod onder gelijktijdige opheffing van de ongewenstverklaring; +• als de vreemdeling sinds de datum van bekendmaking van de beschikking tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw is vertrokken of uitgezet wordt een terugkeerbesluit opgelegd (model M107-A) en wordt de ongewenstverklaring bezien op omzetting naar een inreisverbod; de vreemdeling wordt daartoe gehoord en een voorstel (M63) wordt ingediend bij de IND ter oplegging van een inreisverbod onder gelijktijdige opheffing van de ongewenstverklaring. + +Indien de IND de ongewenstverklaring kan omzetten in een licht inreisverbod en: + +– de vreemdeling niet al twee jaar buiten de EU/EER/Zwitserland heeft verbleven, wordt een inreisverbod met een duur van twee jaar opgelegd; +– de vreemdeling minstens twee jaar buiten de EU/EER/Zwitserland heeft verbleven, heft de IND de ongewenstverklaring op en wordt er geen licht inreisverbod opgelegd, behalve als er gronden zijn voor het opleggen van een nieuw inreisverbod. + +De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd anders dan op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van artikel 108 Vw. De vreemdeling die ongewenst is verklaard of tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van artikel 197 WvSr. #### 12.5. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen @@ -1669,6 +1679,8 @@ De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM nemen aan dat er sprake De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM moeten de gronden, als bedoeld in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb nader toelichten, indien uit deze gronden zelf niet rechtstreeks blijkt dat er sprake is van een risico op onttrekking aan het toezicht. Deze toelichting is in ieder geval vereist bij de gronden als genoemd in artikel 5.1b, vierde lid, Vb. +Er wordt een risico op onttrekking aan het toezicht aangenomen bij een in Nederland geboren kind, indien het kind een terugkeerbesluit ontvangt nadat de ouder (of ouders) eerder een terugkeerbesluit heeft ontvangen en die ouder zich niet heeft gehouden aan zijn vertrekplicht. Daarmee wordt de grond, genoemd in artikel 5.1b, derde lid, sub c, Vb, aan het kind toegerekend. Vereist is wel dat nog minimaal één van de andere gronden in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb van toepassing is op het kind dan wel zijn ouder om ten aanzien van het gezin als geheel een risico op onttrekking aan het toezicht aan te nemen. Aan dat kind wordt dan in beginsel een vertrektermijn onthouden. + Bij de uitleg van voldoende middelen van bestaan als bedoeld in artikel 5.1b, vierde lid, onder d, Vb wordt aangesloten bij de bestaande invulling van dit begrip in artikel 3.74 Vb en paragraaf B1/4.3.3 Vc. #### 3.3. Kennelijk ongegrondheid @@ -1719,7 +1731,8 @@ De IND beoordeelt bij een eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voo • de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is om proceseconomische redenen als bedoeld in de paragraaf C2/5 Vc niet in de Dublin procedure behandeld, maar is inhoudelijk beoordeeld op inwilligbaarheid; • de indiening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is in overwegende mate ingegeven door sociaal-economische redenen; • de vreemdeling heeft te kennen gegeven dat hij in het geval van afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer; -• de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is op grond van artikel 30c Vw buiten behandeling gesteld. +• de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is op grond van artikel 30c Vw buiten behandeling gesteld; +• bij een in Nederland geboren vreemdeling, voor wie een aanvraag is ingediend door de ouder, die eerder een terugkeerbesluit heeft gekregen en zich niet heeft gehouden aan de vertrekplicht. Indien géén van deze situaties zich voordoet, onthoudt of verkort de IND bij een eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen vertrektermijn op grond van artikel 62, tweede lid onder a, dan wel b, Vw. Indien tenminste één van deze situaties zich voordoet, beoordeelt de IND onverkort of er aanleiding bestaat een vertrektermijn te onthouden of te verkorten op grond van artikel 62, tweede lid onder a, dan wel b, Vw. Voor de gronden waarop de vertrektermijn in die gevallen kan worden verkort of onthouden zijn paragrafen A3/3.2 en A3/3.3 van toepassing. @@ -1969,9 +1982,27 @@ De DT&V maakt voor de overdracht van de vreemdeling aan de KMar ten behoeve van #### 6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting -Bij het toepassen van hulpmiddelen bij een uitzetting moet de ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen afwegen of er een andere oplossing mogelijk is en of het gebruikte middel gepast is. De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen maakt deze inschatting vlak voor de uitzetting of op het moment van de uitzetting. De ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen moet de gezagvoerder van het luchtvaartuig vooraf informeren als hulpmiddelen worden gebruikt bij het aan boord brengen van de vreemdeling. Na het sluiten van de vliegtuigdeuren mag de ambtenaar belast met grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen uitsluitend in overleg met en na toestemming van de gezagvoerder van het luchtvaartuig overgaan tot het gebruik van hulpmiddelen. +In artikel 23a en 23b van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren (hierna: Ambtsinstructie) zijn regels opgesteld voor het gebruik van hulpmiddelen ten behoeve van de gedwongen uitzetting of overdracht van vreemdelingen. -Zie ook artikel 23a en 23b van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar. +Artikel 23a van de Ambtsinstructie bevat de voorwaarden waaronder hulpmiddelen kunnen worden ingezet. + +De hulpmiddelen kunnen worden ingezet om de veiligheid te borgen in en om het vervoermiddel. De eisen van subsidiariteit en proportionaliteit dienen te allen tijde in acht te worden genomen bij het toepassen van hulpmiddelen bij een uitzetting. Deze inschatting dient te worden gemaakt tijdens of vlak voor de daadwerkelijke uitzetting. Uitgangspunt van de Koninklijke Marechaussee blijft dat de uitzetting op een zo humaan en profesioneel mogelijke wijze gebeurt. Dit betekent dat hulpmiddelen alleen worden ingezet indien dit strikt noodzakelijk is, en dat gedurende het vervoer continu wordt bekeken of met de inzet van minder vergaande hulpmiddelen kan worden volstaan. + +De informatie over het gedrag van de vreemdeling, opgenomen in het Sigma/ de checklist/ geleidebrief (zie model M118), dient bij deze inschatting te worden betrokken. De gezagvoerder van het luchtvaartuig wordt vooraf, in een zo vroeg mogelijk stadium, geïnformeerd omtrent de begeleide uitzetting. Daarbij wordt het eventuele gebruik van hulpmiddelen aangegeven en bij de gezagvoerder om toestemming gevraagd om dit gebruik van hulpmiddelen voort te zetten. In het geval er nog geen hulpmiddelen zijn ingezet, wordt aan de gezagvoerder van het luchtvaartuig toestemming gevraagd, om indien nodig over te kunnen gaan tot het aanwenden van geweld en/ of het gebruik van hulpmiddelen + +De volgende hulpmiddelen kunnen, afzonderlijk dan wel gecombineerd, worden gebruikt: + +• stalen handboeien: ten behoeve van het fixeren van handen; +• combinatieriem met klittenband boeien (de bodycuff): ten behoeve van het fixeren van de polsen aan de voorzijde van het lichaam met een mogelijkheid tot verbinding met de enkels; +• klittenband boeien: ten behoeve van het fixeren van handen, armen, benen en/of voeten; +• tiewraps: kunstof bindstrips ten behoeve van het fixeren van lichaamsdelen, handen en/of voeten; +• tuff-ties: kunststof touw/gewoven nylon ter fixatie van lichaamsdelen, handen; +• schuimcap: een helm welke dient ter voorkoming dat de vreemdeling zichzelf of anderen verwondt door bijvoorbeeld te bijten of door met het hoofd te slaan; +• gelaatsmasker en/ of spuugmasker danwel een spuugnetje: een masker/netje over alleen het gelaat/ de mond of het gehele hoofd dat dient ter bescherming ten bijten en/of spugen. + +Deze hulpmiddelen zijn onderhevig aan innovatie en kunnen in de loop der tijd aangepast/vervangen worden met het oogpunt op humaan, proportionaliteit en veiligheid. + +De Koninklijke Marechaussee meldt iedere toepassing van bovenstaande hulpmiddelen bij de Inspectie van Justitie en Veiligheid. De Inspectie ziet toe op een goede uitvoering van deze taak. #### 6.9. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013 @@ -2566,8 +2597,6 @@ De andere lidstaat van de EU (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Ie Bij het besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod weegt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar paragraaf B7/3.8 Vc. -De IND toetst in het kader van een inreisverbod dat wordt opgelegd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, Vw of artikel 3 EVRM zich tegen het opleggen van dat inreisverbod verzet. - #### 2.3. Duur van het inreisverbod De IND, de politie, KMAR en ZHP bepalen de duur van een inreisverbod. Ingevolge artikel 66a, vierde lid, Vw wordt de duur van het inreisverbod berekend met ingang van de datum waarop de vreemdeling ‘Nederland’ daadwerkelijk heeft verlaten. Onder ‘Nederland’ wordt verstaan de lidstaten van de EU aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein (verder: de lidstaten). Met een inreisverbod wordt de toegang tot en het verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor een bepaalde termijn verboden.