2017-02-28 | BWBR0034925 | Jeugdwet

This commit is contained in:
Coornhert 2017-02-28 12:00:00 +00:00
parent 1af71dcfc8
commit 471664b661

View file

@ -1607,68 +1607,31 @@ Op het budget is titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing
### Artikel 8.2.1
**1.**
De volgende personen zijn een ouderbijdrage verschuldigd in de kosten van de aan een jeugdige geboden jeugdhulp, voor zover deze jeugdhulp verblijf buiten het gezin inhoudt, of in de kosten van verblijf in een justitiële jeugdinrichting van een jeugdige die met toepassing van artikel 6.1.2, eerste lid, of artikel 6.1.3, eerste lid, aldaar is geplaatst:
a. de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en
b. degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een jeugdige.
**2.**
In afwijking van het eerste lid is in ieder geval geen ouderbijdrage verschuldigd indien:
a. de jeugdige met het oog op adoptie niet meer door zijn ouders wordt verzorgd en opgevoed;
b. het gezag van de ouders is beëindigd, of
c. het verblijf en de verzorging worden aangeboden in een acute noodsituatie, voor de duur van ten hoogste zes weken.
**3.** Indien ten aanzien van een jeugdige meer dan één van de in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde personen de ouderbijdrage is verschuldigd, is ieder der bijdrageplichtigen de ouderbijdrage verschuldigd, met dien verstande dat indien de een heeft betaald, de ander is bevrijd.
**4.**
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de ouderbijdrage, waaronder regels ten aanzien van:
a. de hoogte van de ouderbijdrage,
b. de termijn waarbinnen de verschuldigde ouderbijdrage moet zijn voldaan,
c. de wijze van invordering van de ouderbijdrage, en
d. de overige uitzonderingsgronden voor het verschuldigd zijn van een ouderbijdrage.
Vervallen
### Artikel 8.2.2
Indien bijdrageplichtige ouders of stiefouders gescheiden wonen en er geen bedrag is bepaald op de voet van de artikelen 406 of 407 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of van artikel 822, eerste lid, onderdeel c, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, is de ouder of stiefouder die ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet onmiddellijk voorafgaande aan de aanvang van de jeugdhulp recht op kinderbijslag heeft, de ouderbijdrage verschuldigd.
Vervallen
### Artikel 8.2.3
**1.** De ouderbijdrage wordt vastgesteld en ten behoeve van de gemeente geïnd door het bestuursorgaan dat door Onze Ministers met de vaststelling en de inning is belast.
**2.** Het college doet onverwijld schriftelijk mededeling aan het bestuursorgaan dat door Onze Ministers met de vaststelling en de inning is belast van de aanvang, de wijziging en de beëindiging van jeugdhulp waarvoor een ouderbijdrage is verschuldigd. Deze mededeling bevat de gegevens die nodig zijn voor de vaststelling van de bijdrage. Onze Ministers kunnen regels stellen over de wijze waarop deze mededeling wordt gedaan.
**3.** Het bestuursorgaan dat met de vaststelling en de inning is belast kan de ouderbijdrage invorderen bij dwangbevel. Voor de toepassing van deze wet kan het bestuursorgaan executoriaal beslag onder derden leggen door van het dwangbevel in afschrift mededeling te doen aan de derde-beslagene. Artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing.
**4.** De bijdrageplichtige kan tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel in verzet komen bij de rechtbank. Het verzet vangt aan met een dagvaarding door de bijdrageplichtige als eiser aan degene die het dwangbevel heeft uitgevaardigd als gedaagde. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel voor zover deze door het verzet wordt bestreden. Het verzet kan niet zijn gegrond op de stelling dat de mededeling dat de ouderbijdrage is opgelegd of de aanmaning ter zake niet is ontvangen. Bovendien kan het verzet niet zijn gegrond op de stelling dat de ouderbijdrage ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld.
**5.** Het bestuursorgaan dat door Onze Ministers met de vaststelling en de inning is belast kan artikel 8.2.1, eerste lid, buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Vervallen
### Artikel 8.2.4
**1.** De bijdrageplichtige, bedoeld in artikel 8.2.1, eerste lid, is verplicht aan het bestuursorgaan dat door Onze Ministers met de vaststelling en de inning is belast desgevraagd alle inlichtingen te geven die nodig zijn voor de vaststelling en inning van de ouderbijdrage.
**2.** De inlichtingen worden op verzoek schriftelijk verstrekt binnen een door het bestuursorgaan dat door Onze Ministers met de vaststelling en de inning is belast, schriftelijk te stellen, redelijke termijn.
Vervallen
### Artikel 8.2.5
Indien naar het oordeel van Onze Ministers het bestuursorgaan dat door Onze Ministers met de vaststelling en de inning is belast zijn wettelijke taak niet naar behoren verricht, kunnen Onze Ministers bepalen dat de bevoegdheden die met die taak verband houden overgaan op Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Vervallen
### Artikel 8.2.6
Het bestuursorgaan dat door Onze Ministers met de vaststelling en de inning is belast kan het burgerservicenummer van een persoon die een ouderbijdrage verschuldigd is, gebruiken:
a. in het verkeer met de persoon op wie het nummer betrekking heeft, en
b. in zijn contacten met personen en instanties voor zover deze zelf gemachtigd zijn tot het gebruik van het nummer.
Vervallen
### Artikel 8.2.7
De rijksbelastingdienst en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen verstrekken het bestuursorgaan dat door Onze Ministers met de vaststelling en de inning is belast de persoonsgegevens die voor die rechtspersoon noodzakelijk zijn voor de uitvoering van artikel 8.2.3.
Vervallen
### Paragraaf 8.3. Financiële verantwoording
@ -1684,9 +1647,7 @@ Jeugdhulpaanbieders als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel 1°, en gecertificeerd
### Artikel 8.4.1
**1.** Het bestuursorgaan dat met de vaststelling en de inning van de ouderbijdrage, bedoeld in artikel 8.2.3, is belast is bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van de jeugdige en zijn ouders, waaronder persoonsgegevens betreffende de gezondheid die noodzakelijk zijn voor de vaststelling en de inning van een bijdrage, voor zover deze op rechtmatige wijze zijn verkregen en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn taak ingevolge deze wet.
**2.** Het bestuursorgaan is de verantwoordelijke voor de verwerking, bedoeld in het eerste lid.
Vervallen
### Artikel 8.4.2
@ -1696,13 +1657,13 @@ Jeugdhulpaanbieders als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel 1°, en gecertificeerd
### Artikel 8.4.3
**1.** Op het bestuursorgaan dat met de vaststelling en de inning van de ouderbijdrage, bedoeld in artikel 8.2.3, is belast en op de Sociale verzekeringsbank, zijn de artikelen 7.2.1 tot en met 7.2.5 van toepassing.
**1.** Op de Sociale verzekeringsbank zijn de artikelen 7.2.1 tot en met 7.2.5 van toepassing.
**2.** De in het eerste lid bedoelde instanties kunnen van de artikelen 7.2.2 tot en met 7.2.4 afwijken voor zolang dit noodzakelijk is met betrekking tot spoedeisende gevallen. In zodanig geval is artikel 7.2.5 niet van toepassing.
**2.** De Sociale verzekeringsbank kan van de artikelen 7.2.2 tot en met 7.2.4 afwijken voor zolang dit noodzakelijk is met betrekking tot spoedeisende gevallen. In zodanig geval is artikel 7.2.5 niet van toepassing.
### Artikel 8.4.4
Op het bestuursorgaan dat met de vaststelling en de inning van de ouderbijdrage, bedoeld in artikel 8.2.3, is belast en op de Sociale verzekeringsbank:
Op de Sociale verzekeringsbank:
a. zijn de artikelen 5.3.2 tot en met 5.3.5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 van overeenkomstige toepassing;
b. is artikel 7.3.12 van toepassing.
@ -1790,6 +1751,22 @@ f. de inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet just
**5.** Een strafbaar feit als bedoeld in het derde lid is een overtreding.
### Artikel 9.7
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 9.8
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 9.9
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 9.10
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Hoofdstuk 10. Overgangsrecht
### Artikel 10.1
@ -1871,8 +1848,6 @@ c. *jeugdzorg:* ondersteuning van en hulp aan jeugdigen, hun ouders, stiefouders
**5.** Het college is er verantwoordelijk voor dat bij de jeugdige in een situatie als bedoeld in het tweede lid, die voor inwerkingtreding van deze wet reeds is geplaatst bij een pleegouder, de pleegzorg wordt voortgezet bij dezelfde pleegouders. Hiervan kan slechts worden afgeweken indien dat voor de verlening van verantwoorde hulp noodzakelijk is.
**6.** Indien de verschuldigdheid van een ouderbijdrage onderdeel uitmaakt van de rechten en verplichtingen als bedoeld in het tweede lid, verstrekt het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen aan het bestuursorgaan dat met de vaststelling en de inning van de ouderbijdrage is belast, ten behoeve van de goede uitvoering van de taak van dat bestuursorgaan, alsmede aan de gemeente waar de jeugdige als bedoeld in deze wet zijn woonplaats heeft en op wie het indicatiebesluit als bedoeld in het tweede lid betrekking heeft, een afschrift van de in artikel 12, derde volzin, van de Wet op de jeugdzorg bedoelde formulieren.
### Artikel 10.4
**1.**
@ -1959,9 +1934,7 @@ In het kalenderjaar waarin artikel 11.7, eerste lid, in werking treedt, besteden
### Artikel 10.12
**1.** Het bestuursorgaan dat op grond van artikel 8.2.3, eerste lid, van deze wet met de vaststelling en inning van ouderbijdragen is belast, stelt een persoon aan die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 11.7 van deze wet als ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Ambtenarenwet bij het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, bedoeld in artikel 73 van de Wet op de jeugdzorg, in dienst is en die is belast met het vaststellen en innen van ouderbijdragen en in verband met die inwerkingtreding naar het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 8.2.3, overgaat.
**2.** Op een persoon als bedoeld in het eerste lid, zijn de rechtspositieregels die gelden voor de ambtenaren die zijn aangesteld bij ministeries, van overeenkomstige toepassing. De in die regels neergelegde bevoegdheden, met uitzondering van de aan Ons dan wel de aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegekende bevoegdheden tot het stellen van regels worden uitgeoefend door het bestuursorgaan dat op grond van artikel 8.2.3, eerste lid, van deze wet met de vaststelling en inning van ouderbijdragen is belast. Voor zover in die regels is bepaald dat bevoegdheden worden uitgeoefend met medebetrokkenheid van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, worden deze bevoegdheden uitgeoefend met medebetrokkenheid van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Vervallen
## Hoofdstuk 11. Wijziging van andere wetten