From 47391c35e91c03e4eff980cb12d66bc2fc6d076e Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 17 Aug 2015 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2015-08-17 | BWBR0035004 | Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus 2014 --- .../BWBR0035004/README.md | 87 +++++++++---------- 1 file changed, 42 insertions(+), 45 deletions(-) diff --git a/beleidsregel/beleidsregels-particuliere-beveiligingsorganisaties-en-recherchebureaus-2014/BWBR0035004/README.md b/beleidsregel/beleidsregels-particuliere-beveiligingsorganisaties-en-recherchebureaus-2014/BWBR0035004/README.md index bf2be71df3d..b5c93e153c8 100644 --- a/beleidsregel/beleidsregels-particuliere-beveiligingsorganisaties-en-recherchebureaus-2014/BWBR0035004/README.md +++ b/beleidsregel/beleidsregels-particuliere-beveiligingsorganisaties-en-recherchebureaus-2014/BWBR0035004/README.md @@ -11,7 +11,7 @@ citeertitel: Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebur # Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus 2014 -Voorliggende beleidsregels hebben betrekking op de uitvoering van de Wet- en Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (hierna de wet en de regeling), door de Minister van Veiligheid en Justitie, de korpschef en de Commandant van de Koninklijke Marechaussee. Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus 2014. Deze beleidsregels vervangen de circulaire van 1 april 1999 (nr. 752511/DBZ/99). +Voorliggende beleidsregels hebben betrekking op de uitvoering van de Wet- en Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (hierna de wet en de regeling), door de Minister van Veiligheid en Justitie, de korpschef en de Commandant van de Koninklijke Marechaussee. Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus 2014. Deze beleidsregels vervangen de circulaire van 1 april 1999 (nr. 752511/DBZ/99). ## 1. Vergunningprocedure @@ -104,9 +104,9 @@ In het algemeen zal de ontheffing meebrengen dat de soort beveiligings- of reche #### 2.4.2. Het begrip evenement en evenementenbeveiliger -Zoals bepaald in artikel 7a van de regeling, kan een beveiligingsorganisatie een persoon belasten met beveiligingswerkzaamheden bij een evenement indien deze in het bezit is van het SVPB/ECABO-certificaat Event Security Officer. Het betreft alleen werkzaamheden als evenementbeveiliger. +Zoals bepaald in artikel 7a van de regeling, kan een beveiligingsorganisatie een persoon belasten met beveiligingswerkzaamheden bij een evenement indien deze in het bezit is van het SVPB certificaat Event Security Officer. Het betreft alleen werkzaamheden als evenementbeveiliger. -Onder een evenement, als bedoeld in artikel 7a van de regeling wordt verstaan: een voor publiek toegankelijke gebeurtenis, welke een tijdelijk karakter heeft en plaatsvindt op een vooraf bekende en afgebakende locatie, waarvoor de betrokken gemeente op grond van de geldende wet- en regelgeving een evenementenvergunning heeft verleend, dan wel plaatsvindt in een inrichting, waarop een milieuvergunning rust, op grond van artikel 8:1 van de Wet milieubeheer, en deze vergunning het organiseren van evenementen toelaat. Voorbeelden van een evenement in de zin van deze beleidsregels zijn: een feest, kermis, braderie, vertoning, voorstelling, sportevenement, voetbalwedstrijd, herdenking, concert met (on)versterkte muziek of een manifestatie. +Onder een evenement, als bedoeld in artikel 7a van de regeling wordt verstaan: een voor publiek toegankelijke gebeurtenis, welke een tijdelijk karakter heeft en plaatsvindt op een vooraf bekende en afgebakende locatie, waarvoor de betrokken gemeente op grond van de geldende wet- en regelgeving een evenementenvergunning heeft verleend, dan wel plaatsvindt in een inrichting, waarop een milieuvergunning rust en deze vergunning het organiseren van evenementen toelaat. Voorbeelden van een evenement in de zin van deze beleidsregels zijn: een feest, kermis, braderie, vertoning, voorstelling, sportevenement, voetbalwedstrijd, herdenking, concert met (on)versterkte muziek of een manifestatie. ### 2.5. Geldigheidsduur toestemming personeel en leidinggevende @@ -138,9 +138,9 @@ Het grijze legitimatiebewijs wordt verstrekt aan de beveiligers die in het bezit Het blauwe legitimatiebewijs is bestemd voor personen die op het legitimatiebewijs omschreven beveiligingswerkzaamheden mogen verrichten voor een organisatie met een beperkte vergunning, dan wel organisaties ten aanzien waarvan het gebruik van blauwe legitimatiebewijzen in de vergunning is voorgeschreven. -Daarnaast wordt het blauwe legitimatiebewijs verstrekt aan Event Security Officers die in het bezit zijn van het SVPB/ ECABO certificaat. Op het legitimatiebewijs van een Event Security Officer moet, zoals bepaald in artikel 13, derde lid, van de regeling, de beperking voor wat betreft de uit te voeren werkzaamheden vermeld staan, door onder het kopje ‘Beperking’ de volgende tekst op te nemen: ‘Uitsluitend werkzaam als Event Security Officer’. +Daarnaast wordt het blauwe legitimatiebewijs verstrekt aan Event Security Officers die in het bezit zijn van het SVPB certificaat. Op het legitimatiebewijs van een Event Security Officer moet, zoals bepaald in artikel 13, derde lid, van de regeling, de beperking voor wat betreft de uit te voeren werkzaamheden vermeld staan, door onder het kopje ‘Beperking’ de volgende tekst op te nemen: ‘Uitsluitend werkzaam als Event Security Officer’. -Het blauwe legitimatiebewijs kan voorts worden verstrekt aan alarmcentralisten in het bezit van het SVPB/ECABO certificaat ‘Basisopleiding Centralist Alarmcentrale’. Op het legitimatiebewijs moet de beperking voor wat betreft de uit te voeren werkzaamheden vermeld staan. Onder het kopje ‘Beperking’ moet, zoals bepaald in artikel 13, derde lid, van de regeling, de volgende tekst worden opgenomen: ‘Uitsluitend werkzaam als alarmcentralist.’ +Het blauwe legitimatiebewijs kan voorts worden verstrekt aan alarmcentralisten in het bezit van het SVPB certificaat ‘Basisopleiding Centralist Alarmcentrale’. Op het legitimatiebewijs moet de beperking voor wat betreft de uit te voeren werkzaamheden vermeld staan. Onder het kopje ‘Beperking’ moet, zoals bepaald in artikel 13, derde lid, van de regeling, de volgende tekst worden opgenomen: ‘Uitsluitend werkzaam als alarmcentralist.’ Het groene legitimatiebewijs is bestemd voor personen die in opleiding zijn als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de regeling en gedurende een periode van maximaal 12 maanden beveiligingswerkzaamheden mogen verrichten. @@ -156,22 +156,19 @@ Het oranje legitimatiebewijs is bestemd voor voetbalstewards in het betaald voet Alle soorten legitimatiebewijzen zijn na de datum van afgifte maximaal drie jaar geldig. Voor personen in opleiding is dat maximaal 1 jaar. Indien voor een bepaalde categorie een nieuw legitimatiebewijs wordt ingevoerd, hoeft pas over een nieuw legitimatiebewijs te worden beschikt wanneer de geldigheidsduur van de oude pas is verstreken. -## 4. Toezicht op de praktijkopleidingen +## 4. Erkenning van en toezicht op praktijkopleidingen Relevant artikel: artikel 5, derde lid van de regeling -De opleiding Beveiliger maakt onderdeel uit van de landelijke kwalificatiestructuur zoals omschreven in de Wet Educatie Beroepsonderwijs en het kwalificatiedossier Particuliere beveiliging dat is ontwikkeld door Kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven ECABO. Met deze verankering wordt beoogd beter aan te sluiten bij de eisen van de arbeidsmarkt, een beter imago voor het beroep te bewerkstelligen en de kwaliteit in de particuliere beveiligingsbranche te verbeteren. +De opleiding Beveiliger maakt onderdeel uit van de landelijke kwalificatiestructuur zoals omschreven in de Wet Educatie Beroepsonderwijs en het kwalificatiedossier Particuliere beveiliging dat is vastgesteld door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) is door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangewezen om leerbedrijven te erkennen. Op erkende leerbedrijven, wordt toezicht uitgeoefend op het praktijkleren voor de opleiding Beveiliger door Stichting eX:plain (eX:plain). -Praktijkleren dient plaats te vinden in de beroepspraktijk en niet alleen middels simulatie. De invoering van het legitimatiebewijs met een maximale duur van 12 maanden voor die personen die de praktijkopleiding Beveiliger volgen is gekoppeld aan een aantal voorwaarden die moeten voorkomen dat enerzijds misbruik van deze regeling wordt gemaakt en anderzijds garanderen dat de leerling conform de opleidingseisen in de praktijk wordt opgeleid. Daartoe is ECABO bevoegd en verantwoordelijk voor het uitvoeren van toezicht op deze praktijkopleiding, aanvullend op de bevoegdheden die ECABO reeds heeft als kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven. Naast de ondersteuningsactiviteiten van het praktijkleren op de werkplek zijn de aandachtsgebieden: +Praktijkleren dient plaats te vinden in de beroepspraktijk en niet alleen middels simulatie. De invoering van het legitimatiebewijs met een maximale duur van 12 maanden voor die personen die de praktijkopleiding Beveiliger volgen is gekoppeld aan een aantal voorwaarden die moeten voorkomen dat enerzijds misbruik van deze regeling wordt gemaakt en anderzijds garanderen dat de leerling conform de opleidingseisen in de praktijk wordt opgeleid. Bij de uitoefening van het toezicht wordt de ‘Kwaliteitsbevorderende Dienstverlening’ gehanteerd. -• Status van erkenning leerbedrijf -• Controle op legimitatiebewijs beveiliger in opleiding -• Controle op uniformdracht -• Controle op de uitvoering van de beroepspraktijkvorming +eX:plain is verantwoordelijk voor de uitvoering van dit toezicht en voor het ondersteunen van leerbedrijven. Het toezicht vindt plaats door middel van bedrijfscontacten en bedrijfsbezoeken waarbij ten minste aandacht is voor controle op groene legitimatiebewijzen, uniformdracht en het gebruik van het voorgeschreven praktijkmateriaal. -Leerbedrijven die zich niet houden aan de regels kunnen, wanneer controle door ECABO gebreken aan het licht brengt, hun erkenning als leerbedrijf kwijtraken. Daarnaast meldt ECABO geconstateerde omissies van zaken die betrekking hebben op de naleving van de wet aan de betreffende toezichthoudende organisatie. +Leerbedrijven die zich niet houden aan de regels kunnen hun erkenning als leerbedrijf kwijtraken. Daarnaast meldt eX:plain geconstateerde omissies van zaken die betrekking hebben op de naleving van de wet of de cao particuliere beveiliging aan de betreffende toezichthoudende organisatie. -De procedures voor toezicht, zoals uitgevoerd door ECABO worden periodiek afgestemd met het Ministerie van Veiligheid en Justitie en SOBB. ECABO rapporteert aan SOBB in de vorm van jaarrapportages over het verloop van het toezicht. +De procedure voor toezicht wordt door eX:plain periodiek afgestemd met het Ministerie van Veiligheid en Justitie en Stichting Opleidingsfonds Beveiligingsbranche (SOBB). eX:plain rapporteert aan SOBB in de vorm van jaarrapportages over het verloop van het toezicht. ## 5. Uniform @@ -266,7 +263,7 @@ De intrekking van een vergunning heeft zeer vergaande gevolgen, vanwege het feit ### 11.2. Bestuurlijke boete -Op grond van artikel 15 van de wet kan de Minister van Veiligheid en Justitie een bestuurlijke boete van maximaal € 11.250 opleggen aan de vergunninghouder indien wordt gehandeld in strijd met de regels gesteld bij of krachtens de in artikel 15 van de wet genoemde artikelen. +Op grond van artikel 15 van de wet kan de Minister van Veiligheid en Justitie een bestuurlijke boete van maximaal € 11.250 opleggen aan de vergunninghouder indien wordt gehandeld in strijd met de regels gesteld bij of krachtens de in artikel 15 van de wet genoemde artikelen. De overtredingen zijn voor wat betreft de ernst daarvan te onderscheiden in drie categorieën: @@ -274,11 +271,11 @@ I. Overtreding van regels betreffende kwaliteit en betrouwbaarheid van personeel II. Overtreding van regels betreffende een goede afstemming met de toezichthouder; III. Overtredingen van regels betreffende administratieve vereisten. -In de gevallen onder categorie I gaat het om regels waarvan de overtreding door een beveiligingsorganisatie of recherchebureau de grootste maatschappelijke risico’s met zich meebrengt omdat zij direct raken aan de belangen van de burger. Dit rechtvaardigt dat juist in deze categorie, waarin zich de meest zware overtredingen bevinden, de maximale boete van € 11.250,- kan worden opgelegd. +In de gevallen onder categorie I gaat het om regels waarvan de overtreding door een beveiligingsorganisatie of recherchebureau de grootste maatschappelijke risico’s met zich meebrengt omdat zij direct raken aan de belangen van de burger. Dit rechtvaardigt dat juist in deze categorie, waarin zich de meest zware overtredingen bevinden, de maximale boete van € 11.250,- kan worden opgelegd. -De gevallen onder categorie II betreffen voorwaarden die betrekking hebben op een goede afstemming met de politie als toezichthouder. Deze afstemming is noodzakelijk om de vereiste controle op particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus te kunnen uitoefenen. Bij overtreding(en) van artikelen uit categorie II kan een boete van maximaal € 7.000 worden opgelegd. +De gevallen onder categorie II betreffen voorwaarden die betrekking hebben op een goede afstemming met de politie als toezichthouder. Deze afstemming is noodzakelijk om de vereiste controle op particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus te kunnen uitoefenen. Bij overtreding(en) van artikelen uit categorie II kan een boete van maximaal € 7.000 worden opgelegd. -In categorie III gaat het om overtredingen die te classificeren zijn als administratieve nalatigheid. Hier kan een boete van maximaal € 1.000 worden opgelegd. +In categorie III gaat het om overtredingen die te classificeren zijn als administratieve nalatigheid. Hier kan een boete van maximaal € 1.000 worden opgelegd. Bij de bepaling van de hoogte van de boete worden als uitgangspunt de bedragen genomen genoemd in het overzicht bestuurlijke boetes. @@ -303,42 +300,42 @@ o Artikel 7 lid 1 Wpbr Verbod leidinggevenden te werk te stellen zonder voorafgaande toestemming van de Minister van Veiligheid en Justitie. -Boetebedrag € 2.000,–. +Boetebedrag € 2.000,–. o Artikel 7 lid 2 Wpbr Verbod personeel te werk te stellen zonder voorafgaande toestemming van de korpschef of de Commandant van de Koninklijke Marechaussee. -Boetebedrag € 2.000,–. +Boetebedrag € 2.000,–. o Artikel 8, lid 2 Wpbr i.v.m. artikel 5, 7, 8, 9 en 10 Rpbr Verbod beveiligers in te zetten die niet voldoen aan opleidingseisen. -Boetebedrag € 2.000,–. +Boetebedrag € 2.000,–. o Artikel 9, lid 1 Wpbr Plicht tot dragen van een goedgekeurd uniform. -Boetebedrag € 500,–. +Boetebedrag € 500,–. o Artikel 9, lid 3 Wpbr Verbod tot dragen van handboeien. -Boetebedrag € 2.000,–. +Boetebedrag € 2.000,–. o Artikel 10, lid 1 Wpbr i.v.m. artikel 11 Rpbr Plicht gebruik te maken van vakbekwame en betrouwbare installateurs. -Boetebedrag € 2.000,–. +Boetebedrag € 2.000,–. o Artikel 10, lid 3 Wpbr Plicht gebruik te maken van gecertificeerde apparatuur. -Boetebedrag € 2.000,–. +Boetebedrag € 2.000,–. o Artikel 17 Rpbr i.v.m. artikel 6 sub g Wpbr Plicht gebruik te maken van gecertificeerde honden. -Boetebedrag € 2.000,–. +Boetebedrag € 2.000,–. o Artikel 2 Rpbr i.v.m. artikel 6 sub i Wpbr Verbod om te handelen in strijd met de belangen van de veiligheidszorg of de goede naam van de bedrijfstak. @@ -348,17 +345,17 @@ o Artikel 18 Rpbr i.v.m. artikel 6 sub h Wpbr Plicht een klachtenregeling vast te stellen. -Boetebedrag € 1.000,–. +Boetebedrag € 1.000,–. o Artikel 20 Rpbr i.v.m. artikel 6 sub b Wpbr Certificeringsplicht voor Particuliere Alarmcentrales. -Boetebedrag € 5.000,– bij eerste overtreding en € 11.250,– bij recidive. +Boetebedrag € 5.000,– bij eerste overtreding en € 11.250,– bij recidive. o Artikel 23 Rpbr i.v.m. artikel 6 sub i Wpbr Plicht gebruik te maken van juiste materieel bij geld- en waardetransport. -Boetebedrag € 5.000,– bij eerste overtreding en € 11.250,– bij recidive. +Boetebedrag € 5.000,– bij eerste overtreding en € 11.250,– bij recidive. #### . Categorie II @@ -368,52 +365,52 @@ o Artikel 9, lid 8 Wpbr Plicht het verstrekte legitimatiebewijs bij zich te dragen. -Boetebedrag € 300,–. +Boetebedrag € 300,–. o Artikel 10, lid 4 Wpbr Plicht om bewijsstukken betreffende installateurs en apparatuur voorhanden te hebben. -Boetebedrag € 300,– +Boetebedrag € 300,– o Artikel 11 lid 2 Wpbr Plicht inlichtingen te verstrekken aan ambtenaren, bedoeld in artikel 141 onder b en c, Wetboek van Strafvordering. -Boetebedrag € 2.000,–. +Boetebedrag € 2.000,–. o Artikel 12 lid 1 Wpbr Plicht gevolg te geven aan aanwijzingen van de korpschef dan wel de Commandant van de Koninklijke Marechaussee. -Boetebedrag € 2.000,–. +Boetebedrag € 2.000,–. o Artikel 12 lid 2 Wpbr Plicht de korpschef van de regionale eenheid dan wel de Commandant van de Koninklijke Marechaussee bij een luchtvaartterrein te informeren wanneer een begin wordt gemaakt met nieuwe beveiligingswerkzaamheden. -Boetebedrag € 500,–. +Boetebedrag € 500,–. o Artikel 12, lid 1 Rpbr i.v.m. artikel 6, sub d Wpbr Plicht tot dragen van het vastgestelde embleem op het uniform. -Boetebedrag € 300,–. +Boetebedrag € 300,–. o Artikel 13 Rpbr i.v.m. artikel 6 sub e Wpbr Plicht om het juist(e) (ingevulde) legitimatiebewijs te gebruiken. -Boetebedrag € 300,–. +Boetebedrag € 300,–. o Artikel 19 lid 2 Rpbr i.v.m. artikel 6, sub i Wpbr Plicht nieuwe werkzaamheden op correcte wijze via het vastgestelde aanmeldingsformulier aan te melden bij korpschef. -Boetebedrag € 300,–. +Boetebedrag € 300,–. o Artikel 22 Rpbr i.v.m. artikel 6 sub i Wpbr Plicht voor PAC nieuwe werkzaamheden aan te melden bij de korpschef -Boetebedrag € 500,–. +Boetebedrag € 500,–. o Artikel 13, lid 7 Rpbr i.v.m. artikel 6, sub e Wpbr Plicht om een register bij de houden met gegevens over de legitimatiebewijzen. -Boetebedrag € 2.000,–. +Boetebedrag € 2.000,–. #### . Categorie III @@ -421,16 +418,16 @@ Administratieve nalatigheid. o Artikel 18, lid 2 i.v.m. artikel 6 sub h Wpbr o Plicht om klachten ter kennis te brengen bij de Minister van Veiligheid en Justitie. -o Boetebedrag € 300,–. +o Boetebedrag € 300,–. o Artikel 13, lid 6 Rpbr i.v.m. artikel 6, sub e Wpbr o Plicht om bewijs in te nemen en te overhandigen aan de korpschef. -o Boetebedrag € 300,– +o Boetebedrag € 300,– -Categorie I: maximum boete € 11.250 +Categorie I: maximum boete € 11.250 -Categorie II: maximum boete € 7.000 +Categorie II: maximum boete € 7.000 -Categorie III: maximum boete € 1.000. +Categorie III: maximum boete € 1.000. ### 11.3. Intrekking @@ -451,4 +448,4 @@ Indien zich buitenlandse beveiligingsorganisaties of buitenlandse beveiligers bi ## 13. Publicatie, inwerkingtreding en citeertitel -Deze beleidsregels worden gepubliceerd in de Staatscourant en kunnen worden aangehaald als Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus 2014. De beleidsregels treden in werking op 1 mei 2014. +Deze beleidsregels worden gepubliceerd in de Staatscourant en kunnen worden aangehaald als Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus 2014. De beleidsregels treden in werking op 1 mei 2014.