2024-01-01 | BWBR0002489 | Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965
This commit is contained in:
parent
c173d650c5
commit
4755e884cf
1 changed files with 29 additions and 11 deletions
|
|
@ -44,7 +44,7 @@ b. bij wijze van arbeidstherapie werkzaam is.
|
|||
|
||||
### Artikel 2b
|
||||
|
||||
**1.** Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van de thuiswerker of van de hulp van de thuiswerker, die persoonlijk arbeid verricht tegen een bruto-inkomen, dat doorgaans over een maand ten minste zal bedragen 2/5 maal het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel *a*, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, dan wel, voor degene, die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt en wiens bruto-inkomen uitsluitend in verband met zijn leeftijd op een lager bedrag is vastgesteld, 2/5 maal het krachtens genoemde wet voor een werknemer van dezelfde leeftijd geldende bedrag.
|
||||
**1.** Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van de thuiswerker of van de hulp van de thuiswerker, die persoonlijk arbeid verricht tegen een bruto-inkomen, dat doorgaans over een maand ten minste zal bedragen 2/5 maal het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, dan wel, voor degene, die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt en wiens bruto-inkomen uitsluitend in verband met zijn leeftijd op een lager bedrag is vastgesteld, 2/5 maal het eerstgenoemde bedrag vermenigvuldigd met het krachtens genoemde wet voor een werknemer van dezelfde leeftijd geldende percentage.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot een arbeidsverhouding die is aangegaan voor korter dan een maand.
|
||||
|
||||
|
|
@ -56,7 +56,7 @@ b. bij wijze van arbeidstherapie werkzaam is.
|
|||
|
||||
### Artikel 2c
|
||||
|
||||
**1.** Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van degene, die persoonlijk arbeid verricht op doorgaans ten minste 2 dagen per week tegen een bruto-inkomen dat doorgaans over een week ten minste zal bedragen 2/5 maal het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel *b*, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, dan wel, voor degene, die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt en wiens bruto-inkomen uitsluitend in verband met zijn leeftijd op een lager bedrag is vastgesteld, 2/5 maal het krachtens genoemde wet voor een werknemer van dezelfde leeftijd geldende bedrag.
|
||||
**1.** Als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van degene, die persoonlijk arbeid verricht op doorgaans ten minste 2 dagen per week tegen een bruto-inkomen dat doorgaans over een week ten minste zal bedragen 2/5 maal het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel *b*, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, gedeeld door 4 1/3, dan wel, voor degene, die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt en wiens bruto-inkomen uitsluitend in verband met zijn leeftijd op een lager bedrag is vastgesteld, 2/5 maal het eerstgenoemde bedrag gedeeld door 4 1/3 en vervolgens vermenigvuldigd met het krachtens genoemde wet voor een werknemer van dezelfde leeftijd geldende percentage.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot een arbeidsverhouding die is aangegaan voor korter dan een maand.
|
||||
|
||||
|
|
@ -249,12 +249,12 @@ f. perioden waarin de werknemer een tot zijn huishouden behorend kind heeft verz
|
|||
**1.** | Indien voor de toepassing van artikel 18a, eerste lid, van de wet een percentage per dienstjaar wordt toegepast van | wordt het in artikel 18a, derde lid, van de wet bedoelde bedrag vervangen door | |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| meer dan | maar niet meer dan | |
|
||||
| – | 27,216% | € 13.033 |
|
||||
| 27,216% | 28,608% | € 14.714 |
|
||||
| – | 27,216% | € 14.009 |
|
||||
| 27,216% | 28,608% | € 15.816 |
|
||||
|
||||
**2.** | Indien de belastingplichtige bij het einde van het kalenderjaar | en voor de toepassing van artikel 38r, eerste lid, van de wet een percentage per dienstjaar wordt toegepast van | wordt het in artikel 18a, derde lid, van de wet bedoelde bedrag vervangen door |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| | niet meer dan | € 13.033 |
|
||||
| | niet meer dan | € 14.009 |
|
||||
| 15 jaar of ouder, doch jonger dan 20 jaar is | 17,3% | |
|
||||
| 20 jaar of ouder, doch jonger dan 25 jaar is | 18,0% | |
|
||||
| 25 jaar of ouder, doch jonger dan 30 jaar is | 19,1% | |
|
||||
|
|
@ -269,7 +269,7 @@ f. perioden waarin de werknemer een tot zijn huishouden behorend kind heeft verz
|
|||
|
||||
**3.** | Indien de belastingplichtige bij het einde van het kalenderjaar | en voor de toepassing van artikel 38r, eerste lid van de wet een percentage per dienstjaar wordt toegepast van | wordt het in artikel 18a, derde lid, bedoelde bedrag vervangen door | |
|
||||
| --- | --- | --- | --- |
|
||||
| | meer dan | maar niet meer dan | € 14.714 |
|
||||
| | meer dan | maar niet meer dan | € 15.816 |
|
||||
| 15 jaar of ouder, doch jonger dan 20 jaar is | 17,3% | 18,1% | |
|
||||
| 20 jaar of ouder, doch jonger dan 25 jaar is | 18,0% | 18,9% | |
|
||||
| 25 jaar of ouder, doch jonger dan 30 jaar is | 19,1% | 20,0% | |
|
||||
|
|
@ -414,7 +414,7 @@ b. het als leerkracht of beoefenaar van wetenschap door een instelling op het ge
|
|||
|
||||
Vergoedingen en verstrekkingen aan extraterritoriale werknemers van kosten, respectievelijk ter voorkoming van kosten van verblijf buiten het land van herkomst worden, ten aanzien van ingekomen werknemers op gezamenlijk verzoek van de werknemer en de inhoudingsplichtige, in elk geval beschouwd als vergoeding voor extraterritoriale kosten tot (bewijsregel):
|
||||
|
||||
a. 30% van de grondslag, waarbij de grondslag de som is van:
|
||||
a. 30% van de grondslag voor een periode van ten hoogste 20 maanden, 20% van de grondslag voor de daaropvolgende periode van ten hoogste 20 maanden en 10% van de grondslag voor de daaropvolgende periode van ten hoogste 20 maanden, waarbij de grondslag de som is van:
|
||||
|
||||
1°. het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking ter zake van het verblijf buiten het land van herkomst dat is genoten tijdens de looptijd van de bewijsregel en waarover met toepassing van de artikelen 20a, 20b, 26 en 26b van de wet belasting wordt geheven, voor zover de ingekomen of uitgezonden werknemer ter zake geen recht heeft op voorkoming van dubbele belasting;
|
||||
2°. de vergoeding voor extraterritoriale kosten, bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdeel e, van de wet;
|
||||
|
|
@ -422,11 +422,13 @@ b. het bedrag van de schoolgelden.
|
|||
|
||||
**2.** In geval van verstrekkingen zijn de waarderingsregels krachtens artikel 13 van de wet van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de werknemer gedurende de tewerkstelling of gedurende een deel daarvan geen vergoeding geniet waarop artikel 31a, achtste lid, van de wet van toepassing is, leidt dat niet tot een verlenging van een of meer van de perioden van 20 maanden. Bij een werknemer als bedoeld in artikel 10ef geldt, met inachtneming van de eerste zin, vanaf de datum van tewerkstelling gedurende de eerste periode van 20 maanden 30% van de grondslag, gedurende de daaropvolgende periode van 20 maanden 20% van de grondslag en voor de daaropvolgende periode van 20 maanden 10% van de grondslag, voor zover de maximale looptijd ingevolge de artikelen 10ec tot en met 10ef nog niet is verstreken.
|
||||
|
||||
### Artikel 10eb
|
||||
|
||||
**1.** Een werknemer bezit specifieke deskundigheid indien het loon, bedoeld in paragraaf 3.3.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, op jaarbasis meer bedraagt dan € 41.954.
|
||||
**1.** Een werknemer bezit specifieke deskundigheid indien het loon, bedoeld in paragraaf 3.3.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, op jaarbasis meer bedraagt dan € 46.107.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid bezit een werknemer die in het wetenschappelijk onderwijs een Nederlandse mastergraad of een hiermee gelijkwaardige buitenlandse graad heeft behaald en die de leeftijd van 30 jaar nog niet heeft bereikt, specifieke deskundigheid indien het loon, bedoeld in paragraaf 3.3.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, op jaarbasis meer bedraagt dan € 31.891.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid bezit een werknemer die in het wetenschappelijk onderwijs een Nederlandse mastergraad of een hiermee gelijkwaardige buitenlandse graad heeft behaald en die de leeftijd van 30 jaar nog niet heeft bereikt, specifieke deskundigheid indien het loon, bedoeld in paragraaf 3.3.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, op jaarbasis meer bedraagt dan € 35.048.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -489,6 +491,21 @@ Bij vermindering van de looptijd volgens dit hoofdstuk wordt elke periode waarme
|
|||
|
||||
**2.** Indien het verzoek is gedaan binnen vier maanden na aanvang van de tewerkstelling als extraterritoriale werknemer door de inhoudingsplichtige, werkt de beschikking terug tot en met de aanvang van de tewerkstelling als extraterritoriale werknemer. Indien het verzoek later is gedaan, is de beschikking van toepassing met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het verzoek is gedaan.
|
||||
|
||||
**3.** De inspecteur kan ambtshalve of op verzoek de beschikking in het voordeel van de werknemers of inhoudingsplichtige herzien in het geval van onjuistheden op het moment van het vaststellen van die beschikking.
|
||||
|
||||
**4.** De inspecteur kan de beschikking in het nadeel van de werknemer of de inhoudingsplichtige intrekken of herzien in het geval van onjuistheden op het moment van het vaststellen van die beschikking. Een intrekking of herziening heeft alleen gevolgen voor een toekomstig loontijdvak.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het vierde lid kan een intrekking of herziening ook gevolgen hebben voor voorafgaande en lopende loontijdvakken indien:
|
||||
|
||||
a. de inspecteur aannemelijk maakt dat de inhoudingsplichtige of de werknemer te kwader trouw is ter zake van het feit dat heeft geleid tot een onjuistheid in de beschikking;
|
||||
b. de inspecteur aannemelijk maakt dat ten gevolge van een fout van de inspecteur de beschikking onjuist is vastgesteld en die fout de werknemer of inhoudingsplichtige redelijkerwijs kenbaar is.
|
||||
|
||||
**6.** Een intrekking of herziening in het nadeel van de werknemer of inhoudingsplichtige geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking. Rechtsmiddelen tegen deze beschikking kunnen uitsluitend betrekking hebben op de intrekking of herziening.
|
||||
|
||||
**7.** Een intrekking of herziening in het nadeel van de werknemer of de inhoudingsplichtige is mogelijk voor zover de beschikking een loontijdvak bevat waarover de bevoegdheid tot naheffing, bedoeld in artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, niet is vervallen.
|
||||
|
||||
### Artikel 10ej
|
||||
|
||||
De inhoudingsplichtige wordt voor de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk ten aanzien van een ingekomen werknemer geacht dezelfde inhoudingsplichtige te zijn als de zonder onderbreking voorafgaande inhoudingsplichtigen van de werknemer mits:
|
||||
|
|
@ -546,7 +563,8 @@ v. tegemoetkomingen ingevolge artikel 33a van de Algemene Ouderdomswet;
|
|||
w. uitkeringen in verband met de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd op grond van de artikelen 3 en 9 van de Kaderwet SZW-subsidies;
|
||||
x. uitkeringen op grond van de Gesetz zur Zahlbarmachung von Renten aus Beschäftigungen in einem Ghetto;
|
||||
y. uitkeringen op grond van de Bundesgesetz zur Entschädigung für auf dem Gebiet des ehemaligen Deutschen Reiches lebende Opfer der NS-Verfolgung;
|
||||
z. uitkeringen uit het Härtefonds für rassisch Verfolgte nicht jüdischen Glaubens.
|
||||
z. uitkeringen uit het Härtefonds für rassisch Verfolgte nicht jüdischen Glaubens;
|
||||
aa. uitkeringen op grond van artikel 3 van het Besluit bijzondere militaire pensioenen of op grond van de artikelen 8 of 11, tweede lid, van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde inkomsten worden aangemerkt als loon uit vroegere arbeid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -556,7 +574,7 @@ Ingeval een verzekeraar als bedoeld in artikel 19a van de wet overeenkomt met de
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
Ten aanzien van de in artikel 33, tweede lid, onderdeel c, onder 1°, van de wet bedoelde werknemers, met uitzondering van degenen die een uitkering ontvangen op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004, herrekent de inhoudingsplichtige bij het einde van het kalenderjaar volgens bij ministeriële regeling te stellen regels de op de voet van de in die bepaling bedoelde tabel geheven belasting zodanig dat uiteindelijk de belasting zoveel mogelijk wordt geheven als hadden de werknemers loon uit vroegere arbeid genoten niet zijnde uitkeringen ingevolge de Participatiewet. Bij de in de vorige volzin bedoelde herrekening wordt het bedrag van de in aanmerking te nemen heffingskorting, in afwijking in zoverre van artikel 23, tweede lid, van de wet, verminderd met het volgens bij ministeriële regeling te stellen regels te bepalen bedrag aan heffingskorting voor de loonbelasting, met uitzondering van de arbeidskorting en de werkbonus, waarmee ten aanzien van de werknemer reeds rekening is gehouden bij de inhouding van belasting op ander loon.
|
||||
Ten aanzien van de in artikel 33, tweede lid, onderdeel c, onder 1°, van de wet bedoelde werknemers, met uitzondering van degenen die een uitkering ontvangen op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004, herrekent de inhoudingsplichtige bij het einde van het kalenderjaar volgens bij ministeriële regeling te stellen regels de op de voet van de in die bepaling bedoelde tabel geheven belasting zodanig dat uiteindelijk de belasting zoveel mogelijk wordt geheven als hadden de werknemers loon uit vroegere arbeid genoten niet zijnde uitkeringen ingevolge de Participatiewet. Bij de in de vorige volzin bedoelde herrekening wordt het bedrag van de in aanmerking te nemen heffingskorting, in afwijking in zoverre van artikel 23, tweede lid, van de wet, verminderd met het volgens bij ministeriële regeling te stellen regels te bepalen bedrag aan heffingskorting voor de loonbelasting, met uitzondering van de arbeidskorting, waarmee ten aanzien van de werknemer reeds rekening is gehouden bij de inhouding van belasting op ander loon.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Belastingheffing van artiesten, beroepssporters en buitenlandse gezelschappen (
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue