diff --git a/wet/bankwet-1998/BWBR0009508/README.md b/wet/bankwet-1998/BWBR0009508/README.md index 2b99a901961..ff2849089dd 100644 --- a/wet/bankwet-1998/BWBR0009508/README.md +++ b/wet/bankwet-1998/BWBR0009508/README.md @@ -21,10 +21,11 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. de Bank: De Nederlandsche Bank N.V.; b. Onze Minister: Onze Minister van Financiën; c. het Verdrag: het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; -d. de Europese Centrale Bank: de Europese Centrale Bank, bedoeld in artikel 13 van het Verdrag betreffende de Europese Unie; -e. het Europees Stelsel van Centrale Banken: het Europees Stelsel van Centrale Banken, bedoeld in artikel 282, eerste lid, van het Verdrag; -f. de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken: de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank, bedoeld in artikel 129, tweede lid, van het Verdrag; -g. verordening valsemunterij: verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (PbEG 2001, L 181). +d. de Europese Centrale Bank: de Europese Centrale Bank, bedoeld in artikel 13 van het Verdrag betreffende de Europese Unie; +e. het Europees Stelsel van Centrale Banken: het Europees Stelsel van Centrale Banken, bedoeld in artikel 282, eerste lid, van het Verdrag; +f. de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken: de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank, bedoeld in artikel 129, tweede lid, van het Verdrag; +g. verordening valsemunterij: verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (PbEG 2001, L 181); +h. verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme: verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk bankenafwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2014, L 225). **2.** De Bank vormt een integrerend onderdeel van het Europees Stelsel van Centrale Banken met betrekking tot de taken en plichten die het Verdrag aan dat Stelsel opdraagt. @@ -36,9 +37,9 @@ g. verordening valsemunterij: verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van de **1.** Ter uitvoering van het Verdrag heeft de Bank als doelstelling het handhaven van prijsstabiliteit. -**2.** Ter uitvoering van het Verdrag ondersteunt de Bank, onverminderd het doel van prijsstabiliteit, het algemene economische beleid in de Europese Unie teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie omschreven doelstellingen van de Unie. +**2.** Ter uitvoering van het Verdrag ondersteunt de Bank, onverminderd het doel van prijsstabiliteit, het algemene economische beleid in de Europese Unie teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie omschreven doelstellingen van de Unie. -**3.** De Bank handelt in overeenstemming met het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging, waarbij een doelmatige allocatie van middelen wordt bevorderd, en met inachtneming van de beginselen die zijn neergelegd in artikel 119 van het Verdrag. +**3.** De Bank handelt in overeenstemming met het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging, waarbij een doelmatige allocatie van middelen wordt bevorderd, en met inachtneming van de beginselen die zijn neergelegd in artikel 119 van het Verdrag. **4.** De Bank heeft voorts als doelstelling het uitvoeren van taken, anders dan die bedoeld in artikel 3, voorzover deze haar bij of krachtens de wet zijn opgedragen. @@ -49,7 +50,7 @@ g. verordening valsemunterij: verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van de Ter uitvoering van het Verdrag draagt de Bank in het kader van het Europees Stelsel van Centrale Banken bij aan de vervulling van de volgende taken a. het bepalen van het monetaire beleid en het ten uitvoer leggen van dat beleid; -b. het verrichten van valutamarktoperaties in overeenstemming met artikel 219 van het Verdrag; +b. het verrichten van valutamarktoperaties in overeenstemming met artikel 219 van het Verdrag; c. het aanhouden en beheren van de officiële externe reserves; d. het verzorgen van de geldsomloop voorzover deze uit bankbiljetten bestaat; e. het bevorderen van de goede werking van het betalingsverkeer. @@ -67,12 +68,17 @@ De Bank heeft tot taak: a. het uitoefenen van toezicht op financiële instellingen op de voet van de daarvoor geldende wettelijke regelingen; b. het bevorderen van de goede werking van het betalingsverkeer; c. het bevorderen van de stabiliteit van het financiële stelsel; -d. het verzamelen van statistische gegevens en het vervaardigen van statistieken op de voet van de daarvoor geldende wettelijke regelingen. +d. het verzamelen van statistische gegevens en het vervaardigen van statistieken op de voet van de daarvoor geldende wettelijke regelingen; +e. het uitoefenen van afwikkelingstaken met betrekking tot banken en beleggingsondernemingen op voet van de daarvoor geldende wettelijke regelingen. **2.** De Bank kan de in het eerste lid genoemde taken mede uitvoeren in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, op de voet van de daarvoor geldende wettelijke regelingen. **3.** De Bank kan, na toestemming bij koninklijk besluit, in het algemeen belang zowel in het Europese deel van Nederland als in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba andere taken uitvoeren dan de in deze wet genoemde. +### Artikel 4a + +De Bank neemt bij de uitoefening van haar taak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, tot uitgangspunt dat een beroep op de publieke middelen wordt vermeden. Indien met het oog op de afwikkelingsdoelstellingen, bedoeld in artikel 14 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, een beroep op buitengewone openbare financiële steun onvermijdelijk is, wordt dat beroep beperkt tot hetgeen noodzakelijk is ter verwezenlijking van die doelstellingen. + ### Paragraaf 2. Werkzaamheden ### Artikel 5 @@ -113,7 +119,7 @@ c. in het algemeen belang andere werkzaamheden verrichten dan bedoeld in deze pa ### Artikel 9a -**1.** Kredietinstellingen, betalingsdienstverleners en economische operatoren als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de verordening valsemunterij controleren alle ontvangen eurobankbiljetten op hun geschiktheid voor circulatie alvorens deze biljetten weer in omloop te brengen. +**1.** Kredietinstellingen, betalingsdienstverleners en economische operatoren als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de verordening valsemunterij controleren alle ontvangen eurobankbiljetten op hun geschiktheid voor circulatie alvorens deze biljetten weer in omloop te brengen. **2.** De geschiktheidscontrole van eurobankbiljetten wordt uitgevoerd volgens de daartoe door de Europese Centrale Bank vastgestelde procedures. @@ -123,7 +129,7 @@ c. in het algemeen belang andere werkzaamheden verrichten dan bedoeld in deze pa ### Artikel 9b -**1.** Met het toezicht op de naleving van artikel 9a, eerste tot en met derde lid, en, voor zover dat artikel betrekking heeft op eurobankbiljetten, artikel 6, eerste lid, van de verordening valsemunterij zijn belast de bij besluit van de Bank aangewezen personen. +**1.** Met het toezicht op de naleving van artikel 9a, eerste tot en met derde lid, en, voor zover dat artikel betrekking heeft op eurobankbiljetten, artikel 6, eerste lid, van de verordening valsemunterij zijn belast de bij besluit van de Bank aangewezen personen. **2.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. @@ -139,7 +145,7 @@ c. artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht. **2.** De Bank is tevens bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete ter zake van overtreding van de in het eerste lid genoemde artikelen. -**3.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bij de daarin omschreven overtredingen het bedrag van de op te leggen bestuurlijke boete bepaald, met diende verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 50.000 bedraagt. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder ter zake van eenzelfde overtreding, wordt het bedrag van de bestuurlijke boete, bedoeld in de eerste volzin, voor een afzonderlijke overtreding verdubbeld. +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bij de daarin omschreven overtredingen het bedrag van de op te leggen bestuurlijke boete bepaald, met diende verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 50.000 bedraagt. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder ter zake van eenzelfde overtreding, wordt het bedrag van de bestuurlijke boete, bedoeld in de eerste volzin, voor een afzonderlijke overtreding verdubbeld. **4.** Indien tegen een besluit tot oplegging van een bestuurlijke boete bezwaar of beroep wordt aangetekend, schorst dit de verplichting tot betaling van de boete totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. De schorsing van de verplichting tot betaling schorst niet de berekening van de wettelijke rente. @@ -176,7 +182,7 @@ In afwijking van artikel 9e verstrekt de Bank gegevens aan de in artikel 9d, eer **1.** De Bank is bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom ter handhaving van artikel 9d, derde lid, indien de in het eerste lid, onderdeel b, van dat artikel bedoelde rechtspersonen en de in het tweede lid van dat artikel bedoelde ondernemingen, vrije beroepsbeoefenaren, instellingen en rechtspersonen de in die artikelleden bedoelde gegevens niet, niet tijdig of niet volledig verstrekken. -**2.** De Bank is tevens bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete ter zake van overtreding van artikel 9d, derde lid. Artikel 9c, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 10.000 bedraagt. +**2.** De Bank is tevens bevoegd tot oplegging van een bestuurlijke boete ter zake van overtreding van artikel 9d, derde lid. Artikel 9c, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 10.000 bedraagt. ## Hoofdstuk III. Bepalingen betreffende de vennootschap @@ -186,7 +192,7 @@ Artikel 153 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op de B ### Artikel 11 -Bepalingen van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die bij toepassing op de Bank strijdigheid opleveren met het Verdrag of de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken zijn niet van toepassing op de Bank. Met het oog op de uitvoering van artikel 131 van het Verdrag worden deze bepalingen bij algemene maatregel van bestuur aangewezen. +Bepalingen van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die bij toepassing op de Bank strijdigheid opleveren met het Verdrag of de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken zijn niet van toepassing op de Bank. Met het oog op de uitvoering van artikel 131 van het Verdrag worden deze bepalingen bij algemene maatregel van bestuur aangewezen. ### Artikel 12 @@ -206,12 +212,20 @@ Bepalingen van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die bij toepassing op de Bank s ### Artikel 12a -**1.** Bij of krachtens de statuten kan worden bepaald dat taken van de directie die voortvloeien uit artikel 4, eerste lid, worden toebedeeld aan één of meer directeuren en dat zij hieromtrent rechtsgeldig namens de Bank kunnen besluiten. Bepaling krachtens de statuten als bedoeld in de eerste volzin geschiedt schriftelijk. +**1.** Bij of krachtens de statuten kan worden bepaald dat taken van de directie die voortvloeien uit artikel 4, eerste lid, onderdeel a, worden toebedeeld aan één of meer directeuren en dat zij hieromtrent rechtsgeldig namens de Bank kunnen besluiten. Bepaling krachtens de statuten als bedoeld in de eerste volzin geschiedt schriftelijk. **2.** De directeur of directeuren aan wie de taken, bedoeld in het eerste lid, zijn toebedeeld, kunnen door de directie worden gemachtigd tot uitoefening van de bevoegdheden die nodig zijn voor het vervullen van deze taken, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet. **3.** Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:81 en 10:6 van de Algemene wet bestuursrecht omvat de machtiging, bedoeld in het tweede lid, tevens de bevoegdheid om beleid te bepalen ten aanzien van de taken, bedoeld in het tweede lid, tenzij dit in een mandaatbesluit is uitgesloten. +### Artikel 12b + +**1.** Eén van de directeuren is belast met de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e. Deze directeur is niet tevens belast met de uitoefening van de taken, bedoeld in de artikelen 3 en 4, eerste lid, onderdeel a, voor zover het betreft het toezicht op banken, en onderdeel c. + +**2.** Ter zake van besluitvorming in de directie waarbij de taak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, wordt uitgeoefend, worden aan de directeur, bedoeld in het eerste lid, evenveel stemmen toegekend als aan de overige leden van de directie tezamen. Bij staking van de stemmen, beslist de stem van de directeur, bedoeld in het eerste lid. + +**3.** Het tweede lid is niet van toepassing op besluitvorming waarbij toepassing wordt gegeven aan de artikelen 3A:9 tot en met 3A:11 van de Wet op het financieel toezicht en aan de artikelen 8 tot en met 11 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme. + ### Artikel 13 **1.** De raad van commissarissen bestaat uit ten minste zeven en ten hoogste tien leden. @@ -228,7 +242,7 @@ Bepalingen van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die bij toepassing op de Bank s ### Artikel 14 -**1.** Ten behoeve van Onze Minister kan degene die ingevolge artikel 13, tweede lid, tot lid van de raad van commissarissen is benoemd op verzoek van Onze Minister of uit eigen beweging en met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag bij de directie van de Bank gegevens en inlichtingen inwinnen over de wijze waarop de Bank haar taken uitvoert. Hij kan op verzoek van Onze Minister of uit eigen beweging en met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag zijn bevindingen aan Onze Minister kenbaar maken. +**1.** Ten behoeve van Onze Minister kan degene die ingevolge artikel 13, tweede lid, tot lid van de raad van commissarissen is benoemd op verzoek van Onze Minister of uit eigen beweging en met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag bij de directie van de Bank gegevens en inlichtingen inwinnen over de wijze waarop de Bank haar taken uitvoert. Hij kan op verzoek van Onze Minister of uit eigen beweging en met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag zijn bevindingen aan Onze Minister kenbaar maken. **2.** De directie van de Bank is gehouden de in het eerste lid bedoelde persoon telkens op diens aanvraag al die gegevens en inlichtingen te verstrekken, welke hij tot behoorlijke uitoefening van zijn taak als bedoeld in het eerste lid, nodig acht, met uitzondering van gegevens en inlichtingen die ingevolge het Verdrag of de in artikel 4 bedoelde wettelijke regelingen geheim zijn. @@ -268,13 +282,13 @@ c. ten minste negen en ten hoogste elf leden die steeds voor vier jaar worden be ### Artikel 18 -**1.** Onze Minister is, met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag, bevoegd de Bank met betrekking tot de taken en werkzaamheden ter verwezenlijking van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde doelstelling, gegevens of inlichtingen te vragen die naar zijn oordeel nodig zijn ter bepaling van het financieel-economisch beleid van de regering. +**1.** Onze Minister is, met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag, bevoegd de Bank met betrekking tot de taken en werkzaamheden ter verwezenlijking van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde doelstelling, gegevens of inlichtingen te vragen die naar zijn oordeel nodig zijn ter bepaling van het financieel-economisch beleid van de regering. **2.** De Bank is, met inachtneming van artikel 10.4 en artikel 37 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, verplicht aan Onze Minister de in het eerste lid bedoelde gegevens en inlichtingen te verstrekken. ### Artikel 19 -Met betrekking tot de taken en werkzaamheden ter verwezenlijking van de doelstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, kan de president van de Bank, met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag en van artikel 10.4 en artikel 37 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, door elk der beide kamers der Staten-Generaal op hun verzoek worden gehoord. +Met betrekking tot de taken en werkzaamheden ter verwezenlijking van de doelstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, kan de president van de Bank, met inachtneming van artikel 130 van het Verdrag en van artikel 10.4 en artikel 37 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken, door elk der beide kamers der Staten-Generaal op hun verzoek worden gehoord. ### Artikel 20