2004-01-01 | BWBR0002221 | Algemene Ouderdomswet
This commit is contained in:
parent
8b5ac1825a
commit
4765228aa6
1 changed files with 24 additions and 44 deletions
|
|
@ -197,9 +197,9 @@ b. de met toepassing van het geldende premiepercentage, in te houden premie op g
|
|||
|
||||
Het bruto-ouderdomspensioen, vastgesteld met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens het eerste tot en met het achtste lid, bedraagt per maand:
|
||||
|
||||
a. voor de pensioengerechtigde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *a*, € 869,24 per 1 juli 2003: € 913,42;
|
||||
b. voor de pensioengerechtigde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *b*, € 598,07 per 1 juli 2003: € 627,04;
|
||||
c. voor de pensioengerechtigde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *c*, € 1.077,54 per 1 juli 2003: € 1132,16.
|
||||
a. voor de pensioengerechtigde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *a*, € 869,24 per 1 januari 2004: € 921,28;
|
||||
b. voor de pensioengerechtigde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *b*, € 598,07 per 1 januari 2004: € 631,76;
|
||||
c. voor de pensioengerechtigde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *c*, € 1.077,54 per 1 januari 2004: € 1141,28.
|
||||
|
||||
### Artikel 9a
|
||||
|
||||
|
|
@ -223,7 +223,7 @@ c. de gezinsleden van de in de onderdelen a of b bedoelde pensioengerechtigde.
|
|||
|
||||
**2.** Op de volledige bruto-toeslag wordt in mindering gebracht het inkomen van de echtgenoot van de pensioengerechtigde uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven, vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in artikel 11.
|
||||
|
||||
**3.** De met toepassing van het tweede lid berekende niet-volledige bruto-toeslag wordt voor de toepassing van artikelen 29, tweede lid, en 72, tweede lid, uitgedrukt in een percentage van de volledige bruto-toeslag. Dit percentage wordt rekenkundig afgerond op een veelvoud van éénhonderdste.
|
||||
**3.** De met toepassing van het tweede lid berekende niet-volledige bruto-toeslag wordt voor de toepassing van artikel 29, tweede lid, aanhef en onderdeel b, uitgedrukt in een percentage van de volledige bruto-toeslag. Dit percentage wordt rekenkundig afgerond op een veelvoud van éénhonderdste.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de vaststelling van het inkomen, bedoeld in de vorige leden en in de artikelen 8, eerste lid, en 11, alsmede de periode waarop de vaststelling betrekking heeft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -390,7 +390,7 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i
|
|||
|
||||
**2.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd, ouderdomspensioen op grond van deze wet ontvangt, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd tenuitvoergelegd door verrekening met dat pensioen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd, een uitkering ontvangt op grond van de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, betaalt de betrokken gemeente, onderscheidenlijk het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor diens machtiging nodig is, op haar verzoek aan de Sociale verzekeringsbank.
|
||||
**3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd, een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, betaalt de betrokken gemeente, onderscheidenlijk het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor diens machtiging nodig is, op haar verzoek aan de Sociale verzekeringsbank.
|
||||
|
||||
**4.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd geen pensioen of uitkering als bedoeld in het tweede of derde lid ontvangt of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering toepassing van het derde lid niet mogelijk is, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op zijn kosten betekend en tenuitvoergelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -467,7 +467,9 @@ b. indien de pensioengerechtigde van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt ka
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** De Sociale verzekeringsbank is bevoegd een voorschot te betalen op een nog niet toegekend ouderdomspensioen.
|
||||
|
||||
**2.** Voorzover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, wordt een voorschot als bedoeld in het eerste lid beschouwd als ouderdomspensioen op grond van deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
@ -548,12 +550,16 @@ Degene, die over een maand recht heeft op ouderdomspensioen, heeft over die maan
|
|||
|
||||
De bruto-vakantie-uitkering wordt zodanig vastgesteld, dat:
|
||||
|
||||
a. de netto-vakantie-uitkering per maand van een gehuwde pensioengerechtigde, aan wie een volledige bruto-toeslag is toegekend als bedoeld in artikel 9, negende lid, gelijk is aan de netto-minimumvakantiebijslag per maand;
|
||||
b. de netto-vakantie-uitkering per maand van de ongehuwde pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, gelijk is aan 90% van de netto-minimumvakantiebijslag per maand;
|
||||
c. de netto-vakantie-uitkering per maand van een ongehuwde pensioengerechtigde gelijk is aan 70% van de netto-minimumvakantiebijslag per maand;
|
||||
d. de netto-vakantie-uitkering per maand van de gehuwde pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid onderdeel b, van wie de echtgenoot 65 jaar of ouder is dan wel jonger is dan 65 jaar maar voor wie geen recht op toeslag bestaat als bedoeld in artikel 8, eerste lid, gelijk is aan 50% van de netto-minimumvakantiebijslag per maand.
|
||||
a. de netto-vakantie-uitkering per maand van de ongehuwde pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, gelijk is aan 90% van de netto-minimumvakantiebijslag per maand;
|
||||
b. de netto-vakantie-uitkering per maand van een ongehuwde pensioengerechtigde gelijk is aan 70% van de netto-minimumvakantiebijslag per maand;
|
||||
c. de netto-vakantie-uitkering per maand van de gehuwde pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid onderdeel b, van wie de echtgenoot 65 jaar of ouder is dan wel jonger is dan 65 jaar maar voor wie geen recht op toeslag bestaat als bedoeld in artikel 8, eerste lid, gelijk is aan 50% van de netto-minimumvakantiebijslag per maand.
|
||||
|
||||
**2.** De bruto-vakantie-uitkering per maand van een gehuwde pensioengerechtigde aan wie een niet-volledige toeslag is toegekend met toepassing van het bepaalde in artikel 10, tweede lid, is gelijk aan de bruto-vakantie-uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *d*, vermeerderd met de met behulp van de in artikel 10, derde lid, bedoelde percenten over het verschil tussen de vastgestelde bruto-vakantie-uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *a* en *d*, berekende bruto-vakantie-uitkering.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De bruto-vakantie-uitkering per maand van een gehuwde pensioengerechtigde:
|
||||
|
||||
a. aan wie een volledige toeslag is toegekend is gelijk aan tweemaal de bruto-vakantie-uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c;
|
||||
b. aan wie een niet-volledige toeslag is toegekend met toepassing van artikel 10, tweede lid, is gelijk aan de bruto-vakantie-uitkering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, vermeerderd met de met behulp van de in artikel 10, derde lid, bedoelde percenten over het verschil tussen de vastgestelde bruto-vakantie-uitkering, bedoeld in onderdeel a en de vastgestelde bruto-vakantie-uitkering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
|
||||
|
||||
**3.** Onder de in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, bedoelde netto-vakantie-uitkeringen worden verstaan de in het zesde lid, onderdelen a tot en met d, bedoelde bruto-vakantie-uitkeringen na aftrek van de daarvan in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon van 65 jaar of ouder met toepassing van de tabel voor bijzondere beloningen waarin de arbeidskorting, bedoeld in artikel 22a van de Wet op de loonbelasting 1964, niet is verwerkt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -565,12 +571,12 @@ d. de netto-vakantie-uitkering per maand van de gehuwde pensioengerechtigde, bed
|
|||
|
||||
De bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens het eerste tot en met het vijfde lid, bedraagt per maand:
|
||||
|
||||
a. voor de gehuwde pensioengerechtigde, aan wie een volledige bruto-toeslag is toegekend als bedoeld in artikel 9, negende lid, € 62,08 per 1 juli 2003: € 63,57;
|
||||
b. voor de ongehuwde pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, € 55,87per 1 juli 2003: € 57,21;
|
||||
c. voor de ongehuwde pensioengerechtigde, € 43,45 per 1 juli 2003: € 44,49;
|
||||
a. voor de gehuwde pensioengerechtigde, aan wie een volledige bruto-toeslag is toegekend als bedoeld in artikel 9, negende lid, € 62,08 per 1 januari 2004: € 56,29;
|
||||
b. voor de ongehuwde pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, € 55,87per 1 januari 2004: € 43,78;
|
||||
c. voor de ongehuwde pensioengerechtigde, € 43,45 per 1 januari 2004: € 31,27;
|
||||
d. voor de gehuwde pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van wie de echtgenoot 65 jaar of ouder is dan wel jonger is dan 65 jaar maar voor wie geen recht op toeslag bestaat als bedoeld in artikel 8, eerste lid, € 31,04per 1 juli 2003: € 31,78.
|
||||
|
||||
**7.** In de gevallen, dat op het ouderdomspensioen, genoemd in artikel 9, tiende lid, met toepassing van artikel 13 een korting wordt toegepast, wordt op de in het negende lid genoemde bruto-vakantie-uitkering, een evenredige korting toegepast.
|
||||
**7.** In de gevallen, dat op het ouderdomspensioen, genoemd in artikel 9, tiende lid, met toepassing van artikel 13 een korting wordt toegepast, wordt op de in het zesde lid genoemde bruto-vakantie-uitkering, een evenredige korting toegepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 29a
|
||||
|
||||
|
|
@ -578,11 +584,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** De bedragen, genoemd in artikel 29, negende lid, worden bij ministeriële regeling telkens herzien, voor zover er in de in artikel 29, eerste en tweede lid, bedoelde gelijkheid een verstoring optreedt.
|
||||
**1.** De bedragen, genoemd in artikel 29, zesde lid, worden bij ministeriële regeling telkens herzien, voor zover er in de in artikel 29, eerste en tweede lid, bedoelde gelijkheid een verstoring optreedt.
|
||||
|
||||
**2.** Een herziening overeenkomstig het vorige lid, vindt plaats met ingang van de dag, waarop de verstoring optreedt, met dien verstande, dat wanneer de verstoring optreedt met ingang van een andere dag van een maand, deze herziening plaatsvindt met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die, waarin de verstoring optreedt.
|
||||
|
||||
**3.** De op grond van de vorige leden herziene bedragen treden in de plaats van de bedragen, genoemd in artikel 29, negende lid.
|
||||
**3.** De op grond van de vorige leden herziene bedragen treden in de plaats van de bedragen, genoemd in artikel 29, zesde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
|
|
@ -810,33 +816,7 @@ Ten aanzien van het bedrag van het ouderdomspensioen bedoeld in artikel 58, blij
|
|||
|
||||
### Artikel 62
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Artikel 8a is tot 1 januari 2004 niet van toepassing op de pensioengerechtigde, die:
|
||||
|
||||
a. op 31 december 1999 op grond van artikel 8 recht heeft op een toeslag;
|
||||
b. op die dag niet woont in Nederland, en
|
||||
c. op 1 januari 2003 woont in een van de in het vierde lid aangewezen landen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Artikel 9a is tot 1 januari 2004 niet van toepassing op de pensioengerechtigde, die:
|
||||
|
||||
a. op 31 december 1999 aanspraak heeft op een bruto-ouderdomspensioen gelijk aan het bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid, onderdeel a of c;
|
||||
b. op die dag niet woont in Nederland, en
|
||||
c. op 1 januari 2003 woont in een van de in het vierde lid aangewezen landen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de pensioengerechtigde, die:
|
||||
|
||||
a. op en na 1 februari 1994 recht heeft op ouderdomspensioen op grond van artikel II van de wet van 23 oktober 1993 tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet (wijziging in de verhouding van ouderdomspensioen en toeslag, Stb. 592);
|
||||
b. op 31 december 1999 niet woont in Nederland, en
|
||||
c. op 1 januari 2003 woont in een van de in het vierde lid aangewezen landen.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid worden de volgende landen aangewezen: Armenië, Barbados, Belize, Benin, Burkina Faso, Botswana, China, Colombia, Dominicaanse Republiek, Eritrea, Ethiopië, Gambia, Ghana, Guatemala, Honduras, Jamaica, Japan, Kenia, Koeweit, Madagaskar, Maleisië, Mali, Mauritius, Nicaragua, Nigeria, Oekraïne, Pakistan, Russische Federatie, Sri Lanka, St. Vincent & Grenadines, Swaziland, Tanzania, Togo, Venezuela, Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland, uitsluitend voorzover het de Baljuwschappen Jersey en Guernsey betreffen,Vietnam en Zimbabwe.
|
||||
|
||||
**5.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2004.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IX. Strafbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue