2004-01-01 | BWBR0004630 | Verplaatsingskostenbesluit 1989

This commit is contained in:
Coornhert 2004-01-01 12:00:00 +00:00
parent 00ad3cc1bb
commit 478a64a02a

View file

@ -18,11 +18,10 @@ citeertitel: Verplaatsingskostenbesluit 1989
Naar de regels bij of krachtens dit besluit kan
a. een tegemoetkoming worden verleend ter zake van uitgaven, gedaan in verband met een verhuizing dan wel in verband met het reizen naar en van de plaats van tewerkstelling;
b. een voorziening worden getroffen voor het reizen naar en van de plaats van tewerkstelling;
c. een bedrag in rekening worden gebracht voor in verband met het reizen naar en van de plaats van tewerkstelling getroffen voorzieningen.
a. een tegemoetkoming of vergoeding worden verleend ter zake van uitgaven, gedaan in verband met een verhuizing dan wel in verband met het reizen naar en van de plaats van tewerkstelling;
b. een voorziening worden getroffen voor het reizen naar en van de plaats van tewerkstelling.
**2.** Indien uit anderen hoofde reeds in enigerlei vorm aanspraak bestaat op een tegemoetkoming voor de in het eerste lid bedoelde uitgaven, wordt de tegemoetkoming krachtens dit besluit slechts verleend tot het bedrag, waarmee deze tegemoetkoming de eerstbedoelde aanspraak overschrijdt.
**2.** Indien uit anderen hoofde reeds in enigerlei vorm aanspraak bestaat op een tegemoetkoming, vergoeding of voorziening voor de in het eerste lid bedoelde uitgaven, wordt de tegemoetkoming, vergoeding of voorziening krachtens dit besluit slechts verleend tot het bedrag, waarmee deze tegemoetkoming, vergoeding of voorziening de eerstbedoelde aanspraak overschrijdt.
**3.**
@ -211,75 +210,47 @@ Bij een verplaatsing naar een land buiten Europa alsmede Kreta of IJsland en ter
### Artikel 11a
**1.** Het bevoegde gezag kan ter uitvoering van een vervoerplan, dat voorziet in een vermindering van de mobiliteit, in het bijzonder waar dit het individueel autogebruik betreft, voor het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling een openbaar vervoerbewijs dan wel een openbaar vervoer vastrechtkaart verstrekken of anderszins vervoer organiseren (vervoer van overheidswege).
**2.** Het bevoegde gezag kan de betrokkene aan wie een openbaar vervoerbewijs of een openbaar vervoer vastrechtkaart is verstrekt alsmede de betrokkene die gebruik maakt van anderszins georganiseerd vervoer daarvoor een bedrag in rekening brengen.
**3.** Het bedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt vastgesteld volgens nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te stellen regels.
Vervallen
## Hoofdstuk IV. De tegemoetkoming in reis- en pensionkosten
### Artikel 12
**1.** Dit artikel is van toepassing voor zover artikel 11*a* geen toepassing heeft gevonden.
**1.** De betrokkene heeft aanspraak op vergoeding van de gemaakte kosten van het dagelijks reizen per openbaar vervoer tussen de woning en de plaats van tewerkstelling.
**2.** De betrokkene die geen opdracht heeft om te verhuizen, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen de woning en plaats van tewerkstelling, indien de te reizen afstand meer dan tien kilometer bedraagt.
**3.** De betrokkene die opdracht van het bevoegde gezag heeft gekregen naar of naar de nabijheid van de standplaats te verhuizen en daarin, ondanks alle pogingen daartoe niet slaagt, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, zolang hij bij de verhuizing in aanmerking zou kunnen komen voor een tegemoetkoming in de verhuiskosten en de te reizen afstand meer dan tien kilometer bedraagt.
**4.** Een betrokkene als bedoeld in het derde lid, die naar het oordeel van het bevoegde gezag niet dagelijks heen en weer kan reizen, heeft, tenzij van overheidswege al dan niet tegen betaling in huisvesting wordt voorzien, aanspraak op een tegemoetkoming in de pensionkosten voor verblijf in een pension in of nabij de standplaats, benevens een tegemoetkoming voor ten hoogste één maal per week in de reiskosten voor gezinsbezoek, dan wel voor reiskosten naar de plaats waar hij metterwoon nog gevestigd is. Indien de betrokkene er niet in slaagt om een pension in de standplaats te betrekken en hij zich naar het oordeel van het bevoegde gezag daartoe voldoende inspanningen heeft getroost, heeft hij tevens aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen het pension nabij de standplaats en de plaats van tewerkstelling.
**5.** Indien een betrokkene als bedoeld in het derde en vierde lid, naar het oordeel van het bevoegde gezag niet alles, wat redelijkerwijs van hem mag worden verwacht, heeft gedaan om zo spoedig mogelijk te verhuizen, komt hij niet langer in aanmerking voor de tegemoetkomingen als bedoeld in het derde en vierde lid.
**6.** Een betrokkene die een functie voor betrekkelijk korte duur bekleedt of voor betrekkelijk korte duur elders is geplaatst en als gevolg daarvan niet behoeft te verhuizen kan in afwijking van het tweede lid een tegemoetkoming in de reiskosten als bedoeld in het derde lid worden verleend, dan wel een tegemoetkoming overeenkomstig het vierde lid, indien de betrokkene, naar het oordeel van het bevoegde gezag niet dagelijks heen en weer kan reizen.
**7.** De betrokkene die in verband met een verplaatsing opdracht van het bevoegde gezag heeft gekregen om naar of naar de nabijheid van de toekomstige standplaats te verhuizen en die voor de datum van verplaatsing verhuist, heeft tot een maximumtermijn van drie maanden aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het reizen tussen de nieuwe woning en de plaats van tewerkstelling als bedoeld in het derde lid, dan wel op de tegemoetkoming als bedoeld in het vierde lid.
**8.** De tegemoetkomingen, bedoeld in dit artikel, worden vastgesteld volgens nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te stellen regels.
**9.** Onze Minister is bevoegd om in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van de betrokkenen voor wie de plaats van tewerkstelling buiten Nederland is gelegen, regels vast te stellen, die afwijken van de in het achtste lid bedoelde regels.
**2.** In plaats van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd gezag ook de noodzakelijke vervoerbewijzen verstrekken.
### Artikel 12a
**1.**
Onze Minister kan, ter uitvoering van een vervoerplan als bedoeld in artikel 11*a*, eerste lid, de aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het reizen, bedoeld in artikel 12, tweede, derde, vierde, zesde en zevende lid, beperken tot één of meer van de volgende situaties:
a. er wordt tezamen met één of meer andere betrokkenen dan wel niet-betrokkenen gebruik gemaakt van een motorvoertuig;
b. er wordt gebruik gemaakt van openbare middelen van vervoer;
c. er wordt gebruik gemaakt van een fiets.
**2.** Onze Minister kan bepalen dat de aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het reizen door een betrokkene als bedoeld in artikel 12, tweede, derde, vierde, zesde en zevende lid, niet bestaat voor zover er gebruik kan worden gemaakt van vervoer van overheidswege.
De betrokkene die naar het oordeel van het bevoegd gezag de plaats van tewerkstelling niet of niet doelmatig per openbaar vervoer kan bereiken, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de gemaakte reiskosten.
### Artikel 12b
**1.**
De betrokkene die naar het oordeel van het bevoegd gezag de plaats van tewerkstelling met het openbaar vervoer kan bereiken maar daarvan geen gebruik maakt, heeft aanspraak op een gedeelte van de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 12a.
Onze Minister kan, ter uitvoering van een vervoerplan als bedoeld in artikel 11*a*, eerste lid, regels stellen krachtens welke voor betrokkene een tegemoetkoming in reiskosten wordt verstrekt die afwijkt van een krachtens artikel 12 vastgestelde tegemoetkoming indien de belanghebbende voor het reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling:
### Artikel 12ba
a. gebruik maakt van een eigen motorvoertuig tezamen met één of meer anderen;
b. meerijdt in een motorvoertuig van een ander.
**1.** De betrokkene die opdracht van het bevoegde gezag heeft gekregen naar of naar de nabijheid van de standplaats te verhuizen en daarin, ondanks alle pogingen daartoe, niet slaagt, heeft aanspraak op een voorziening voor, dan wel vergoeding van respectievelijk tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling als bedoeld in de artikelen 12, 12a en 12b, zolang hij bij de verhuizing in aanmerking zou kunnen komen voor een tegemoetkoming in de verhuiskosten.
**2.** De tegemoetkoming in reiskosten wordt in de in het eerste lid, onderdeel *b*, bedoelde situatie slechts uitbetaald aan die ander.
**2.** Een betrokkene, bedoeld in het eerste lid, die naar het oordeel van het bevoegde gezag niet dagelijks heen en weer kan reizen, heeft, tenzij van overheidswege al dan niet tegen betaling in huisvesting wordt voorzien, aanspraak op een tegemoetkoming in de pensionkosten voor verblijf in een pension in of nabij de standplaats, benevens een vergoeding voor ten hoogste één maal per week in de reiskosten voor gezinsbezoek, dan wel voor reiskosten naar de plaats waar hij feitelijk nog gevestigd is.
**3.** Geen tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid kan worden vastgesteld voor betrokkenen die op 10 kilometer of minder van de plaats van tewerkstelling woonachtig zijn.
**3.** De betrokkene, bedoeld in het tweede lid, heeft tevens aanspraak op een voorziening voor, dan wel vergoeding van respectievelijk tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen tussen het pension en de plaats van tewerkstelling als bedoeld in de artikelen 12, 12a en 12b.
**4.** De betrokkene die voor het reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling meerijdt met een ander ten behoeve waarvan een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt, ontvangt geen tegemoetkoming in de reiskosten als bedoeld in artikel 12.
**4.** Indien de betrokkene, bedoeld in het eerste en tweede lid, naar het oordeel van het bevoegde gezag niet alles, wat redelijkerwijs van hem mag worden verwacht, heeft gedaan om zo spoedig mogelijk te verhuizen, komt hij niet langer in aanmerking voor de vergoeding, voorziening en tegemoetkomingen als bedoeld in het eerste respectievelijk tweede en derde lid.
**5.**
**5.** De betrokkene die een functie voor betrekkelijk korte duur bekleedt of voor betrekkelijk korte duur elders is geplaatst en als gevolg daarvan niet behoeft te verhuizen, kan een vergoeding, voorziening en tegemoetkomingen overeenkomstig het eerste respectievelijk tweede en derde lid worden verleend, indien de betrokkene naar het oordeel van het bevoegde gezag niet dagelijks heen en weer kan reizen.
De maximale afstand tussen de woning en de plaats van tewerkstelling waarover een tegemoetkoming per afgelegde kilometer als bedoeld in het eerste lid kan worden berekend bedraagt:
**6.** De betrokkene die in verband met een verplaatsing opdracht van het bevoegde gezag heeft gekregen om naar of naar de nabijheid van de toekomstige standplaats te verhuizen en die voor de datum van verplaatsing verhuist, heeft tot een maximumtermijn van drie maanden aanspraak op een vergoeding, voorziening en tegemoetkomingen als bedoeld in het eerste respectievelijk tweede en derde lid.
a. 25 kilometer voor de betrokkene die geen opdracht van het bevoegde gezag heeft gekregen om te verhuizen;
b. 60 kilometer voor de betrokkene die opdracht heeft gekregen om naar of naar de nabijheid van de standplaats te verhuizen.
### Artikel 12bb
**6.** De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per afgelegde kilometer ten hoogste het bedrag vastgesteld krachtens artikel 15b, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de loonbelasting 1964.
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt bij ministeriële regeling nadere regels vast ten aanzien van de vergoeding, voorziening en tegemoetkomingen als bedoeld in de artikelen 12, 12a, 12b en 12ba.
## Hoofdstuk IV A. Extra tegemoetkoming in reis- of verhuiskosten
### Artikel 12c
Onze Minister kan artikel 49m of 49n van het Algemeen Rijksambtenarenreglement dan wel artikel 84*m* of 84*n* van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing verklaren op de betrokkene, die anders dan in het kader van een reorganisatie in een andere functie wordt herplaatst of geplaatst.
Onze Minister kan artikel 49n van het Algemeen Rijksambtenarenreglement dan wel artikel 84n van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing verklaren op de betrokkene, die anders dan in het kader van een reorganisatie in een andere functie wordt herplaatst of geplaatst.
### Artikel 12d
@ -301,7 +272,7 @@ Het bevoegde gezag kan ter zake van de in of krachtens dit besluit bedoelde tege
**1.** Onze Minister kan voor zover nodig in afwijking van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels beslissen in individuele gevallen, waarin deze regels naar zijn oordeel niet of niet naar redelijkheid voorzien.
**2.** Onze Minister kan ten aanzien van een door hem aan te wijzen groep van betrokkenen in afwijking van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels beslissen, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.
**2.** Onze Minister is bevoegd om in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van de betrokkene voor wie de plaats van tewerkstelling buiten Nederland is gelegen, bij ministeriële regeling regels vast te stellen, die afwijken van artikel 12bb.
### Artikel 16