From 47b60941caa3aace82f9d7e0a32a115fb60b363c Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 22 Dec 2009 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2009-12-22 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer --- wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md | 123 ++++++++------------- 1 file changed, 45 insertions(+), 78 deletions(-) diff --git a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md index ec9a30bd99f..a5a74a6f3b7 100644 --- a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md +++ b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md @@ -144,8 +144,6 @@ storten: op of in de bodem brengen van afvalstoffen om deze daar te laten; verwijdering: de handelingen die zijn genoemd in bijlage II A bij richtlijn nr. 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen; -waterkwaliteitsbeheerder: het bestuursorgaan dat bevoegd is tot vergunningverlening ingevolge de Wet verontreiniging oppervlaktewateren; - winningsafvalstoffen: afvalstoffen die rechtstreeks afkomstig zijn uit de prospectie, winning, behandeling en opslag van mineralen en de exploitatie van groeven, met uitzondering van afvalstoffen afkomstig van offshore-prospectie, -winning en -behandeling; RIVM: Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu, genoemd in de Wet op het RIVM. @@ -554,7 +552,7 @@ In dit hoofdstuk wordt onder Onze Ministers verstaan: Onze Minister, te zamen me ### Artikel 4.1b -**1.** Voorzover op de voorbereiding van een in deze wet voorzien plan of programma dat wordt genoemd in bijlage I bij richtlijn nr. 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de Richtlijnen 85/337/EEG en 96/61/EG van de Raad (PbEU L 156), de procedure van toepassing is die is voorgeschreven in hoofdstuk 7 of in de Wet op de waterhuishouding, geldt uitsluitend die procedure en blijven de bepalingen die terzake in andere hoofdstukken, onderscheidenlijk in deze wet, zijn opgenomen, voorzover nodig buiten toepassing. +**1.** Voorzover op de voorbereiding van een in deze wet voorzien plan of programma dat wordt genoemd in bijlage I bij richtlijn nr. 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de Richtlijnen 85/337/EEG en 96/61/EG van de Raad (PbEU L 156), de procedure van toepassing is die is voorgeschreven in hoofdstuk 7, geldt uitsluitend die procedure en blijven de bepalingen die terzake in andere hoofdstukken, onderscheidenlijk in deze wet, zijn opgenomen, voorzover nodig buiten toepassing. **2.** Een wijziging van bijlage I bij de in het eerste lid genoemde richtlijn gaat voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij een besluit van Onze Minister, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. @@ -598,7 +596,7 @@ c. de aanduiding van gebieden waarin de kwaliteit van het milieu of van een of m d. de wijze waarop het bereiken en instandhouden van de onder a , b en c bedoelde resultaten zal worden nagestreefd en de termijnen die daarbij zullen worden gehanteerd, alsmede de mate van prioriteit die aan het bereiken van die resultaten wordt gegeven; e. de redelijkerwijze te verwachten financiële, economische en ruimtelijke gevolgen van het te voeren milieubeleid. -**4.** In het plan geven Onze Ministers voorts aan in hoeverre het voorgenomen beleid is afgestemd op, dan wel leidt tot aanpassing van het nationale waterhuishoudingsbeleid en het nationale natuurbeleid, en in hoeverre en binnen welke termijn zij voornemens zijn de nota voor de waterhuishouding, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de waterhuishouding, respectievelijk het Natuurbeleidsplan, bedoeld in artikel 4 van de Natuurbeschermingswet 1998 te herzien. Met het geldende nationale milieubeleidsplan wordt tevens rekening gehouden bij de vaststelling van beleid op andere beleidsterreinen, voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu wordt geraakt. +**4.** In het plan geven Onze Ministers voorts aan in hoeverre het voorgenomen beleid is afgestemd op, dan wel leidt tot aanpassing van het nationale waterbeleid en het nationale natuurbeleid, en in hoeverre en binnen welke termijn zij voornemens zijn het nationale waterplan, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van de Waterwet, respectievelijk het Natuurbeleidsplan, bedoeld in artikel 4 van de Natuurbeschermingswet 1998 te herzien. Met het geldende nationale milieubeleidsplan wordt tevens rekening gehouden bij de vaststelling van beleid op andere beleidsterreinen, voor zover daarbij het belang van de bescherming van het milieu wordt geraakt. ### Artikel 4.4 @@ -624,7 +622,7 @@ e. de redelijkerwijze te verwachten financiële, economische en ruimtelijke gevo Het derde lid is niet van toepassing op besluiten: -a. met betrekking tot een nota voor de waterhuishouding als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de waterhuishouding; +a. met betrekking tot het nationale waterplan, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van de Waterwet; b. die door een orgaan van het Rijk worden genomen in de plaats van een orgaan van een ander openbaar lichaam, wegens het in gebreke blijven van dat orgaan. **5.** Voor de toepassing van het derde lid worden gevolgtrekkingen die overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid aan de Staten-Generaal zijn meegedeeld, aangemerkt als onderdeel van het plan. @@ -682,7 +680,7 @@ c. de archeologische attentiegebieden, die zijn aangewezen op grond van artikel behoudens voor zover bij die aanwijzing anders is bepaald. -**5.** In het plan geven provinciale staten voorts aan in hoeverre het voorgenomen beleid is afgestemd op, dan wel leidt tot aanpassing van het provinciale waterhuishoudingsbeleid, het provinciale ruimtelijk beleid of het provinciale verkeers- en vervoerbeleid en in hoeverre en binnen welke termijn zij voornemens zijn het geldende provinciale plan voor de waterhuishouding, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet op de waterhuishouding een of meer geldende structuurvisies als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening of het geldende provinciale verkeers- en vervoerplan als bedoeld in artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer, te herzien. +**5.** In het plan geven provinciale staten voorts aan in hoeverre het voorgenomen beleid is afgestemd op, dan wel leidt tot aanpassing van het regionale waterbeleid, het provinciale ruimtelijk beleid of het provinciale verkeers- en vervoerbeleid en in hoeverre en binnen welke termijn zij voornemens zijn het geldende regionale waterplan, bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de Waterwet, een of meer geldende structuurvisies als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening of het geldende provinciale verkeers- en vervoerplan als bedoeld in artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer, te herzien. ### Artikel 4.10 @@ -716,7 +714,7 @@ c. Onze Minister. Het derde lid is niet van toepassing op besluiten: -a. met betrekking tot een provinciaal plan voor de waterhuishouding als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet op de waterhuishouding; +a. met betrekking tot een regionaal waterplan als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de Waterwet; b. die door provinciale staten of gedeputeerde staten worden genomen in de plaats van een orgaan van een ander openbaar lichaam, wegens het in gebreke blijven van dat orgaan. **5.** @@ -852,7 +850,7 @@ b. een overzicht van de financiële gevolgen van de onder a bedoelde activiteite Het plan bevat ten minste: -a. een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 10.33, alsmede de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater als bedoeld in artikel 9a van de Wet op de waterhuishouding, en maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, als bedoeld in artikel 9b van laatstgenoemde wet en een aanduiding van het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn; +a. een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 10.33, alsmede de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater als bedoeld in artikel 3.5 van de Waterwet, en maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, als bedoeld in artikel 3.6 van laatstgenoemde wet en een aanduiding van het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn; b. een overzicht van de in de door het plan bestreken periode aan te leggen of te vervangen voorzieningen als bedoeld onder a ; c. een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen, bedoeld onder a en b , worden of zullen worden beheerd; d. de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen als bedoeld onder a, en van de in het plan aangekondigde activiteiten; @@ -860,7 +858,7 @@ e. een overzicht van de financiële gevolgen van de in het plan aangekondigde ac **3.** Indien in de gemeente een gemeentelijk milieubeleidsplan geldt, houdt de gemeenteraad met dat plan rekening bij de vaststelling van een gemeentelijk rioleringsplan. -**4.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aan gemeenten de plicht opleggen tot prestatievergelijking ten aanzien van de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10.33, alsmede de taken, bedoeld in de artikelen 9a en 9b van de Wet op de waterhuishouding. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de frequentie, inhoud en omvang van de prestatievergelijking. +**4.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aan gemeenten de plicht opleggen tot prestatievergelijking ten aanzien van de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10.33, alsmede de taken, bedoeld in de artikelen 3.5 en 3.6 van de Waterwet. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de frequentie, inhoud en omvang van de prestatievergelijking. ### Artikel 4.23 @@ -880,7 +878,7 @@ c. de beheerders van de oppervlaktewateren waarop het ingezamelde water wordt ge **1.** Gedeputeerde staten kunnen, nadat burgemeester en wethouders in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze naar voren te brengen, aan de gemeenteraad aanwijzingen geven omtrent de inhoud van het gemeentelijk rioleringsplan. Bij een aanwijzing wordt een termijn gesteld, binnen welke het plan in overeenstemming met de aanwijzing moet zijn gebracht. -**2.** Bij het geven van een aanwijzing houden gedeputeerde staten rekening met het geldende provinciale milieubeleidsplan en met het geldende provinciale waterhuishoudingsplan. +**2.** Bij het geven van een aanwijzing houden gedeputeerde staten rekening met het geldende provinciale milieubeleidsplan en met het geldende regionale waterplan. ## Hoofdstuk 5. Milieukwaliteitseisen @@ -2312,7 +2310,7 @@ c. het bevoegd gezag aan de vergunninghouder schriftelijk heeft verklaard dat de **2.** Het eerste lid is niet van toepassing op veranderingen ten aanzien waarvan, indien zij vergunningplichtig zouden zijn geweest, bij de voorbereiding van de besluiten terzake, een milieu-effectrapport had moeten worden gemaakt. -**3.** Een besluit inzake een verklaring als bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes weken na ontvangst van de melding, bekendgemaakt. +**3.** Een besluit inzake een verklaring als bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk acht weken na ontvangst van de melding, bekendgemaakt. **4.** Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee weken na de bekendmaking van de verklaring geeft het bevoegd gezag openbaar kennis daarvan. Indien de verklaring betrekking heeft op een inrichting die behoort tot een krachtens artikel 8.7, eerste lid, onder a, aangewezen categorie, zendt het bevoegd gezag bovendien een afschrift van de melding en de verklaring aan de inspecteur. @@ -2428,35 +2426,35 @@ Een ingevolge deze afdeling ambtshalve gegeven beschikking op de voorbereiding w **3.** De aanwijzing wordt vermeld in de beschikking van het bevoegd gezag, ter zake waarvan zij is gegeven. Een exemplaar ervan wordt gevoegd bij ieder exemplaar van die beschikking. -##### Paragraaf 8.1.3.2. Gevallen waarin mede een vergunning krachtens de +##### Paragraaf 8.1.3.2. Gevallen waarin mede een vergunning krachtens ### Artikel 8.28 -In gevallen waarin een vergunning krachtens deze wet wordt aangevraagd, die betrekking heeft op een inrichting van waaruit stoffen als bedoeld in artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren in het oppervlaktewater worden gebracht, worden, indien daarvoor een vergunning krachtens die wet vereist is, bij de toepassing van dit hoofdstuk, van hoofdstuk 13 en van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht de bepalingen van deze paragraaf in acht genomen. +In gevallen waarin een vergunning krachtens deze wet wordt aangevraagd, die betrekking heeft op een inrichting waartoe een gpbv-installatie behoort van waaruit stoffen als bedoeld in artikel 6.1 van de Waterwet in het oppervlaktewater worden gebracht, worden, indien daarvoor krachtens artikel 6.2 van die wet een vergunning vereist is, bij de toepassing van dit hoofdstuk, van hoofdstuk 13 en van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht de bepalingen van deze paragraaf in acht genomen. ### Artikel 8.29 -Indien in de vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren een bepaling wordt opgenomen als bedoeld in artikel 8.17 over de termijn waarvoor zij geldt, kan een gelijke bepaling worden opgenomen in de vergunning krachtens deze wet. +Indien in de vergunning krachtens artikel 6.2 van de Waterwet een bepaling wordt opgenomen als bedoeld in artikel 8.17 over de termijn waarvoor zij geldt, kan een gelijke bepaling worden opgenomen in de vergunning krachtens deze wet. ### Artikel 8.30 -**1.** De aanvraag om een vergunning of wijziging van de vergunning overeenkomstig artikel 8.24 wordt tegelijk ingediend met de aanvraag om verlening of wijziging van de vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren. De aanvraag wordt door de aanvrager tevens gezonden aan het bestuursorgaan dat tot verlening van de vergunning krachtens die wet bevoegd is. +**1.** De aanvraag om een vergunning of wijziging van de vergunning overeenkomstig artikel 8.24 wordt tegelijk ingediend met de aanvraag om verlening of wijziging van de vergunning krachtens artikel 6.2 van de Waterwet. De aanvraag wordt door de aanvrager tevens gezonden aan het bestuursorgaan dat tot verlening van de vergunning krachtens die wet bevoegd is. -**2.** Indien de aanvraag om verlening of wijziging van de vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren niet is ingediend binnen zes weken na het tijdstip waarop de aanvraag om een vergunning of wijziging van de vergunning krachtens deze wet is ingediend, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. +**2.** Indien de aanvraag om verlening of wijziging van de vergunning krachtens artikel 6.2 van de Waterwet niet is ingediend binnen zes weken na het tijdstip waarop de aanvraag om een vergunning of wijziging van de vergunning krachtens deze wet is ingediend, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. -**3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien de aanvraag om verlening of wijziging van de vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren buiten behandeling wordt gelaten. +**3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien de aanvraag om verlening of wijziging van de vergunning krachtens artikel 6.2 van de Waterwet buiten behandeling wordt gelaten. ### Artikel 8.31 -**1.** Het bestuursorgaan dat tot verlening van de vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren bevoegd is, brengt een advies uit met het oog op de samenhang tussen de beschikkingen op de onderscheidene aanvragen. Het advies wordt uitgebracht binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag om een vergunning of wijziging van de vergunning krachtens deze wet. +**1.** Het bestuursorgaan dat tot verlening van de vergunning krachtens artikel 6.2 van de Waterwet bevoegd is, brengt een advies uit met het oog op de samenhang tussen de beschikkingen op de onderscheidene aanvragen. Het advies wordt uitgebracht binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag om een vergunning of wijziging van de vergunning krachtens deze wet. -**2.** Het orgaan dat tot verlening van de vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren bevoegd is, wordt voorts in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een vergunning of wijziging van de vergunning. +**2.** Het orgaan dat tot verlening van de vergunning krachtens artikel 6.2 van de Waterwet bevoegd is, wordt voorts in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een vergunning of wijziging van de vergunning. **3.** In een geval als bedoeld in artikel 3:18, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht kan het bevoegd gezag de in het eerste lid bedoelde termijn met een bij zijn besluit te bepalen redelijke termijn verlengen. ### Artikel 8.31a -**1.** In een geval als bedoeld in artikel 8.28, waarin burgemeester en wethouders bevoegd zijn de beschikking op de aanvraag om de vergunning krachtens deze wet te verlenen, kunnen gedeputeerde staten, indien dat met het oog op de samenhang tussen de beschikkingen op de onderscheidene aanvragen in het belang van de bescherming van het milieu geboden is, en zo nodig in afwijking van regels, gesteld krachtens artikel 8.46, op een daartoe strekkend verzoek van het orgaan dat bevoegd is de vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren te verlenen, aan burgemeester en wethouders een bindende aanwijzing geven ter zake van de inhoud van die beschikking. +**1.** In een geval als bedoeld in artikel 8.28, waarin burgemeester en wethouders bevoegd zijn de beschikking op de aanvraag om de vergunning krachtens deze wet te verlenen, kunnen gedeputeerde staten, indien dat met het oog op de samenhang tussen de beschikkingen op de onderscheidene aanvragen in het belang van de bescherming van het milieu geboden is, en zo nodig in afwijking van regels, gesteld krachtens artikel 8.46, op een daartoe strekkend verzoek van het orgaan dat bevoegd is de vergunning krachtens artikel 6.2 van de Waterwet te verlenen, aan burgemeester en wethouders een bindende aanwijzing geven ter zake van de inhoud van die beschikking. **2.** Een aanwijzing wordt gegeven binnen acht weken na de dag waarop het ontwerp van de beschikking op de aanvraag overeenkomstig artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd. Zij wordt niet gegeven dan na overleg met het bevoegd gezag. @@ -2472,7 +2470,7 @@ Ten aanzien van een wijziging van een vergunning overeenkomstig de artikelen 8.2 ### Artikel 8.34 -**1.** Het bevoegd gezag kan een vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken, indien de krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren verleende vergunning geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken. +**1.** Het bevoegd gezag kan een vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken, indien de krachtens artikel 6.2 van de Waterwet verleende vergunning geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken. **2.** Met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking is artikel 8.25, achtste lid, van overeenkomstige toepassing. @@ -3330,10 +3328,10 @@ Een bestuursorgaan houdt er bij het uitoefenen van een bevoegdheid krachtens dez a. het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; b. verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; c. afvalwaterstromen gescheiden worden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; -d. huishoudelijk afvalwater en, voor zover doelmatig en kostenefficiënt, afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt worden ingezameld en naar een inrichting als bedoeld in artikel 15a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren getransporteerd; +d. huishoudelijk afvalwater en, voor zover doelmatig en kostenefficiënt, afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt worden ingezameld en naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet getransporteerd; e. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, wordt hergebruikt; f. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu wordt gebracht en -g. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d naar een inrichting als bedoeld in artikel 15a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren wordt getransporteerd. +g. ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet wordt getransporteerd. ### Artikel 10.30 @@ -3370,7 +3368,7 @@ b. het brengen van afvloeiend hemelwater of van grondwater in een voorziening vo ### Artikel 10.33 -**1.** De gemeenteraad of burgemeester en wethouders dragen zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 15a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren. +**1.** De gemeenteraad of burgemeester en wethouders dragen zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet. **2.** In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een inrichting als bedoeld in het eerste lid kunnen afzonderlijke systemen of andere passende systemen in beheer bij een gemeente, waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, indien met die systemen blijkens het gemeentelijk rioleringsplan eenzelfde graad van bescherming van het milieu wordt bereikt. @@ -3427,8 +3425,8 @@ b. die bevoegd is de betrokken afvalstoffen nuttig toe te passen of te verwijder 3°. krachtens artikel 10.52; 4°. op grond van een krachtens artikel 10.54, derde lid, verleende vrijstelling of een ontheffing krachtens artikel 10.63, derde lid, van het verbod, bedoeld in artikel 10.54, eerste lid; c. die krachtens artikel 10.50 is vrijgesteld van de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de artikelen 10.38 tot en met 10.40, 10.45, 10.46 en 10.48; -d. die op grond van een krachtens de Wet verontreiniging zeewater verleende ontheffing bevoegd is de betrokken afvalstoffen te lozen, dan wel aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig te nemen met het oogmerk ze te lozen; -e. die krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren bevoegd is afvalstoffen van de betrokken aard en samenstelling te brengen in oppervlaktewateren; +d. die op grond van een krachtens de Waterwet verleende vergunning bevoegd is de betrokken afvalstoffen te lozen, dan wel aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig te nemen met het oogmerk ze te lozen; +e. die krachtens de Waterwet bevoegd is afvalstoffen van de betrokken aard en samenstelling te brengen in oppervlaktewateren; f. die in een ander land dan Nederland is gevestigd, en die overeenkomstig de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen en titel 10.7 die afvalstoffen naar dat land brengt. ### Artikel 10.38 @@ -3858,7 +3856,7 @@ Vervallen ### Artikel 12.10 -**1.** Onze Minister, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, provinciale besturen, gemeentebesturen alsmede kwaliteitsbeheerders en kwantiteitsbeheerders als bedoeld in de Wet op de waterhuishouding, dragen er zorg voor dat overeenkomstig artikel 6 van de kaderrichtlijn water één of meer registers worden bijgehouden van de in bijlage IV van de kaderrichtlijn water bedoelde beschermde gebieden, voor zover die gebieden onder hun beheer vallen. +**1.** Onze Minister, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, provinciale besturen, gemeentebesturen alsmede beheerders als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet, dragen er zorg voor dat overeenkomstig artikel 6 van de kaderrichtlijn water één of meer registers worden bijgehouden van de in bijlage IV van de kaderrichtlijn water bedoelde beschermde gebieden, voor zover die gebieden onder hun beheer vallen. **2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aangaande de registers. Daarbij kan, in afwijking van het eerste lid, worden voorzien in de mogelijkheid dat de registratie van beschermde gebieden wordt gedaan door provinciale besturen dan wel Onze in het eerste lid genoemde ministers, mede als het gaat om gebieden die in beheer zijn bij andere bestuursorganen. @@ -3991,7 +3989,7 @@ In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere gegevens dan de in artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR bedoelde gegevens worden aangewezen, die in het PRTR-verslag moeten worden opgenomen. Als gegevens als bedoeld in de eerste volzin worden uitsluitend aangewezen gegevens omtrent de nadelige gevolgen voor het milieu die de inrichting in het verslagjaar heeft veroorzaakt, en die redelijkerwijs nodig zijn voor: -a. de vervulling door het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 van deze wet dan wel artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren voor de betrokken inrichting te verlenen, van de in artikel 18.2 van deze wet onderscheidenlijk artikel 29 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren bedoelde taak, +a. de vervulling door het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 van deze wet dan wel artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet voor de betrokken inrichting te verlenen, van de in artikel 18.2 van deze wet onderscheidenlijk artikel 8.1 van de Waterwet bedoelde taak, b. de vaststelling van het door die bestuursorganen of andere bestuursorganen te voeren milieubeleid en de controle op de voortgang van de uitvoering van dat beleid, of c. de uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie. @@ -4003,7 +4001,7 @@ Degene die de inrichting drijft, zendt gelijktijdig met toezending van het PRTR- ### Artikel 12.21 -**1.** Als bevoegde instantie als bedoeld in artikel 2, onder 2, van de EG-verordening PRTR en ingevolge deze titel wordt aangewezen het bestuursorgaan dat voor de inrichting bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 van deze wet of artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren te verlenen, dan wel, in geval op de inrichting de Mijnbouwwet van toepassing is, Onze Minister van Economische Zaken. +**1.** Als bevoegde instantie als bedoeld in artikel 2, onder 2, van de EG-verordening PRTR en ingevolge deze titel wordt aangewezen het bestuursorgaan dat voor de inrichting bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 van deze wet of artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet te verlenen, dan wel, in geval op de inrichting de Mijnbouwwet van toepassing is, Onze Minister van Economische Zaken. **2.** In afwijking van het eerste lid wordt Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen als bevoegde instantie voor inrichtingen waar activiteiten worden verricht als bedoeld in bijlage I, nummer 7, onder a, bij de EG-verordening PRTR. @@ -4135,19 +4133,15 @@ de Kernenergiewet, de Wet geluidhinder, -de Grondwaterwet, - de Wet inzake de luchtverontreiniging, -de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, - -de Wet verontreiniging zeewater, - de Wet bodembescherming, de Ontgrondingenwet, -de Wet bescherming Antarctica. +de Wet bescherming Antarctica, + +de Waterwet. ### Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen @@ -4519,7 +4513,7 @@ Indien degene tot wie een beschikking is gericht krachtens: a. de artikelen 8.1, eerste lid, onder b, 8.1, eerste lid, onder c, juncto 8.21, eerste lid, in gevallen waarin artikel 8.21, tweede lid, niet van toepassing is, 8.1, tweede lid, juncto 8.1, eerste lid, onder b, 8.1, eerste lid, onder c, 8.21, eerste lid, in gevallen waarin artikel 8.21, tweede lid, niet van toepassing is, 8.22, tweede lid, 8.23, eerste lid, 8.25, eerste lid, onder a en b, 8.34 of 8.39, tweede lid, b. artikel 9.2.2.1, eerste lid, juncto artikel 9.2.2.3, zevende lid, c. de artikelen 10.48 of 10.52 juncto één of meer der onder *a* genoemde bepalingen, -d. artikel 2, eerste lid, juncto 5, vijfde lid, onder *b*, van de Wet geluidhinder, +d. artikel 2, eerste lid, juncto 5, vijfde lid, onder b, van de Wet geluidhinder, e. de artikelen 13, eerste lid, onder b, juncto 16, vijfde lid, of 43, eerste lid, van de Wet inzake de luchtverontreiniging, f. de artikelen 30 of 31 van de Wet bodembescherming, @@ -4533,6 +4527,8 @@ zich ten gevolge daarvan voor kosten ziet gesteld dan wel schade lijdt, welke re **5.** Een beschikking op een verzoek om schadevergoeding wordt zo spoedig mogelijk gegeven, doch uiterlijk vier maanden na de datum waarop het verzoek is ontvangen, of, in gevallen als bedoeld in het vierde lid, uiterlijk zeven maanden na die datum. +**6.** Het in het eerste lid bedoelde gezag kan de beslissing, bedoeld in het vijfde lid, eenmaal voor ten hoogste twee maanden verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan. + ### Artikel 15.21 **1.** @@ -5939,9 +5935,9 @@ b. is ingetrokken, dan wel de bij de beschikking opgelegde last onder dwangsom o ### Artikel 18.2a -**1.** Onze betrokken Minister, gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en de waterkwaliteitsbeheerder hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de artikelen 1.1a en 10.1. +**1.** Onze betrokken Minister, gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en het bestuursorgaan dat tot verlening van vergunningen als bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet bevoegd is hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de artikelen 1.1a en 10.1. -**2.** Gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en de waterkwaliteitsbeheerder hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 10.2 en 10.54. +**2.** Gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders en het bestuursorgaan dat tot verlening van vergunningen als bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet bevoegd is hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 10.2 en 10.54. **3.** Onverminderd artikel 18.2, eerste lid, onder a, heeft Onze betrokken Minister tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 11.2 en 11.3. @@ -6206,14 +6202,7 @@ b. de andere adviseurs. ### Artikel 18.16 -**1.** - -De beschikking op een overeenkomstig artikel 18.14 gedaan verzoek wordt zo spoedig mogelijk gegeven, doch uiterlijk: - -a. indien het verzoek overeenkomstig artikel 18.14a is doorgezonden: zes weken na de datum waarop het verzoek is ontvangen door het bestuursorgaan waarbij het verzoek is ingediend; -b. in andere gevallen: vier weken na de datum waarop het verzoek is ontvangen. - -**2.** Indien het verzoek wordt ingewilligd, voegt het bestuursorgaan bij de bekendmaking van de beschikking aan de verzoeker een afschrift van de beschikking tot oplegging van een last onder bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van de vergunning of ontheffing. +Indien het verzoek, bedoeld in artikel 18.14, wordt ingewilligd, voegt het bestuursorgaan bij de bekendmaking van de beschikking aan de verzoeker een afschrift van de beschikking tot oplegging van een last onder bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of intrekking van de vergunning of ontheffing. ### Artikel 18.16a @@ -6428,18 +6417,14 @@ de Kernenergiewet, de Wet geluidhinder, -de Grondwaterwet, - de Wet inzake de luchtverontreiniging, -de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, - -de Wet verontreiniging zeewater, - de Wet bodembescherming, de Wet bescherming Antarctica, +de Waterwet, voor zover artikel 6.27, tweede lid, van die wet van toepassing is, + de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen en de artikelen 125 van de Gemeentewet, 122 van de Provinciewet, 61 van de Waterschapswet en 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het besluiten betreft die betrekking hebben op de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de wetten waarop hoofdstuk 18 van deze wet van toepassing is. @@ -6535,7 +6520,7 @@ In afwijking van artikel 20.3, eerste lid, eerste volzin, treedt een besluit als ### Artikel 20.9 -Indien in een geval als bedoeld in artikel 8.28 ingevolge dit hoofdstuk beroep is ingesteld tegen een beschikking op de aanvraag om verlening of wijziging van een vergunning krachtens artikel 7 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en krachtens artikel 8.1 of artikel 8.24 van deze wet een daarmee samenhangende beschikking is gegeven, kan de uitspraak in beroep ook op de laatstbedoelde beschikking betrekking hebben. +Indien in een geval als bedoeld in artikel 8.28 ingevolge dit hoofdstuk beroep is ingesteld tegen een beschikking op de aanvraag om verlening of wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet en krachtens artikel 8.1 of artikel 8.24 van deze wet een daarmee samenhangende beschikking is gegeven, kan de uitspraak in beroep ook op de laatstbedoelde beschikking betrekking hebben. ### Paragraaf 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer @@ -6565,7 +6550,7 @@ Vervallen ### Artikel 20.15 -De stichting heeft tot taak aan de administratieve rechter op diens verzoek deskundigenbericht uit te brengen inzake beroepen op grond van artikel 20.1 van deze wet. Op verzoek van de administratieve rechter brengt de stichting tevens deskundigenbericht uit inzake beroepen op grond van andere wetten, voor zover het onderwerpen betreft die samenhangen met aspecten van het milieubeheer waarvoor Onze Minister verantwoordelijk is. +De stichting heeft tot taak aan de administratieve rechter op diens verzoek deskundigenbericht uit te brengen inzake beroepen op grond van artikel 20.1 van deze wet alsmede beroepen tegen beschikkingen krachtens de hoofdstukken 6, 7 en 8 van de Waterwet met betrekking tot het lozen of storten van stoffen en het onttrekken van grondwater als bedoeld in artikel 6.1 van die wet. Op verzoek van de administratieve rechter brengt de stichting tevens deskundigenbericht uit inzake beroepen op grond van andere wetten, voor zover het onderwerpen betreft die samenhangen met aspecten van het milieubeheer waarvoor Onze Minister verantwoordelijk is. ### Artikel 20.16 @@ -6664,17 +6649,7 @@ Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering **1.** De hoofdstukken 8 en 17 en titel 12.3 van deze wet zijn niet van toepassing op inrichtingen waarvoor een vergunning is vereist krachtens artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet, behoudens voor zover uit de bepalingen van die wet anders blijkt. Die hoofdstukken en die titel zijn evenmin van toepassing op inrichtingen, voor zover daarvoor bij of krachtens andere dan in de eerste volzin genoemde bepalingen van die wet vergunning is vereist of algemene voorschriften gelden, behoudens voor zover uit de bij of krachtens die wet gestelde bepalingen anders blijkt. -**2.** - -Hoofdstuk 8 van deze wet is niet van toepassing op inrichtingen, voor zover daarvoor een vergunning of erkenning is vereist of algemene voorschriften gelden krachtens - -hoofdstuk VIIa van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, - -de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, - -de Grondwaterwet, - -behoudens voor zover uit de bepalingen van die wetten anders blijkt. +**2.** Hoofdstuk 8 van deze wet is niet van toepassing op inrichtingen, voor zover daarvoor een vergunning of erkenning is vereist of algemene voorschriften gelden krachtens hoofdstuk VIIa van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of de Waterwet, behoudens voor zover uit de bepalingen van die wetten anders blijkt. **3.** Hoofdstuk 8 van deze wet is niet van toepassing op inrichtingen waarin van buiten de inrichting afkomstige dierlijke meststoffen in de zin van de Meststoffenwet worden bewaard, bewerkt, verwerkt of vernietigd, voor zover het een doelmatig beheer van die stoffen betreft. @@ -6684,7 +6659,7 @@ behoudens voor zover uit de bepalingen van die wetten anders blijkt. **6.** Titel 9.2 is niet van toepassing op het vervoeren, het ten vervoer aanbieden en het ten vervoer aannemen, het laden en het lossen en het nederleggen tijdens het vervoer van stoffen, preparaten of micro-organismen, alsmede op het laten staan en het laten liggen van een vervoermiddel waarin of waarop zich zodanige stoffen, preparaten of micro-organismen of resten daarvan bevinden, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet luchtvaart, dan wel op de handelingen, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen ten aanzien van stoffen, preparaten of micro-organismen, voorzover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens die wet. In afwijking van de eerste volzin is titel 9.2 van toepassing met betrekking tot de verpakking van micro-organismen, zijnde genetisch gemodificeerde organismen, indien die organismen zich bij de handelingen, bedoeld in de eerste volzin, niet bevinden in een verpakking die voldoet aan de regels die terzake zijn gesteld bij of krachtens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of de Wet luchtvaart. -**7.** Krachtens titel 9.2 worden geen regels gesteld met betrekking tot het zich ontdoen van stoffen en preparaten door het brengen daarvan in oppervlaktewateren, voor zover in het stellen van zodanige regels is voorzien door het vaststellen van grenswaarden krachtens artikel 1a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren of daarvoor een verbod geldt krachtens artikel 3 van de Wet verontreiniging zeewater. +**7.** Krachtens titel 9.2 worden geen regels gesteld met betrekking tot het zich ontdoen van stoffen en preparaten door het brengen daarvan in oppervlaktewateren, voor zover in het stellen van zodanige regels is voorzien krachtens artikel 6.6 juncto artikel 6.2 of 6.3 van de Waterwet. **8.** @@ -6704,9 +6679,7 @@ hoofdstuk VIIa van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de Kernenergiewet, -de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, - -de Wet verontreiniging zeewater, +de Waterwet, behoudens voor zover uit de bepalingen van die wetten of van deze wet anders blijkt. @@ -6752,12 +6725,6 @@ Wet geluidhinder Wet inzake de luchtverontreiniging -Wet verontreiniging oppervlaktewateren - -Grondwaterwet - -Wet verontreiniging zeewater - Interimwet bodemsanering Wet voorkoming verontreiniging door schepen @@ -6770,8 +6737,6 @@ Meststoffenwet Wet energiebesparing toestellen -Wet op de waterhuishouding - Natuurbeschermingswet 1998 Wet vervoer gevaarlijke stoffen (*Stb.* 1995, 525) @@ -6782,4 +6747,6 @@ Wegenverkeerswet 1994 Flora- en faunawet +Waterwet + ## Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer