2011-01-01 | BWBR0004043 | Toeslagenwet

This commit is contained in:
Coornhert 2011-01-01 12:00:00 +00:00
parent f228e8dd43
commit 47ebcc7fab

View file

@ -27,7 +27,8 @@ f. minimumloon:
1°. voor de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Stb. 1968, 657), gedeeld door 21,75, en
2°. voor de persoon, bedoeld in artikel 2, derde lid, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in verbinding met artikel 8, derde lid, van die wet, gedeeld door 21,75;
g. vervolgdagloon: het vervolgdagloon, bedoeld in artikel 21b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
g. vervolgdagloon: het vervolgdagloon, bedoeld in artikel 21b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
h. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht.
**2.**
@ -79,15 +80,15 @@ Vervallen
Recht op toeslag heeft een gehuwde, die:
a. recht heeft op loondervingsuitkering, en
b. per dag een inkomen heeft dat lager is dan € 59,80per 1 januari 2010: € 64,72.
b. per dag een inkomen heeft dat lager is dan € 59,80per 1 januari 2011: € 65,49.
**2.**
Recht op toeslag heeft een ongehuwde, die:
a. recht heeft op loondervingsuitkering;
b. een kind heeft jonger dan 18 jaar, dat niet als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind tot het huishouden van een ander behoort en voor wie hij op grond van de Algemene Kinderbijslagwet kinderbijslag ontvangt dan wel zal ontvangen, en
c. per dag een inkomen heeft dat lager is dan € 54,61per 1 januari 2010: € 61,31.
b. een kind heeft jonger dan 18 jaar, dat niet als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind tot het huishouden van een ander behoort en voor wie aan hem op grond van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet kinderbijslag wordt betaald, zal worden betaald of zou worden betaald indien artikel 7, tweede lid, van die wet niet van toepassing zou zijn, en
c. per dag een inkomen heeft dat lager is dan € 54,61per 1 januari 2011: € 61,98.
**3.**
@ -96,16 +97,16 @@ Behoudens het vierde lid heeft voorts recht op toeslag een ongehuwde, die:
a. recht heeft op loondervingsuitkering, en
b. per dag een inkomen heeft dat lager is dan:
1°. indien hij 23 jaar of ouder is: € 46,12per 1 januari 2010: € 49,25;
2°. indien hij 22 jaar is: € 35,29per 1 januari 2010: € 38,45;
3°. indien hij 21 jaar is: € 29,64per 1 januari 2010: € 32,40;
4°. indien hij 20 jaar is: € 24,76per 1 januari 2010: € 27,05;
5°. indien hij 19 jaar is: € 21,14per 1 januari 2010: € 22,74;
6°. indien hij 18 jaar is: € 19,06per 1 januari 2010: € 19,49.
1°. indien hij 23 jaar of ouder is: € 46,12per 1 januari 2011: € 49,79;
2°. indien hij 22 jaar is: € 35,29per 1 januari 2011: € 39,01;
3°. indien hij 21 jaar is: € 29,64per 1 januari 2011: € 32,81;
4°. indien hij 20 jaar is: € 24,76per 1 januari 2011: € 27,43;
5°. indien hij 19 jaar is: € 21,14per 1 januari 2011: € 23,00;
6°. indien hij 18 jaar is: € 19,06per 1 januari 2011: € 19,72.
**4.** Geen recht op toeslag heeft de in het derde lid bedoelde ongehuwde, die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt en behoort tot het huishouden van zijn ouders of pleegouders.
**5.** Zolang een gehuwde of ongehuwde geen recht heeft op een loondervingsuitkering omdat hem rechtens zijn vrijheid is ontnomen, heeft hij geen recht op toeslag.
**5.** Zolang een gehuwde of ongehuwde geen recht heeft op een loondervingsuitkering omdat hem rechtens zijn vrijheid is ontnomen of omdat hij zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, heeft hij geen recht op toeslag.
**6.** Zolang een gehuwde of ongehuwde de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, heeft hij geen recht op toeslag.
@ -143,10 +144,10 @@ Geen recht op toeslag heeft de persoon die inkomensondersteuning als bedoeld in
Als inkomen wordt aangemerkt:
a. voor een gehuwde: de som van het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven van hemzelf en van zijn echtgenoot;
b. voor een ongehuwde: zijn inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven.
a. voor een gehuwde: de som van het inkomen uit arbeid of overig inkomen van hemzelf en van zijn echtgenoot;
b. voor een ongehuwde: zijn inkomen uit arbeid of overig inkomen.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere en zonodig afwijkende regels gesteld met betrekking tot het inkomen, bedoeld in het eerste lid. Daarbij kunnen tevens nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vaststelling van het inkomen, bedoeld in het eerste lid, alsmede de periode waarop die vaststelling betrekking heeft.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat onder inkomen uit arbeid of overig inkomen als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen dat gedeeltelijk, niet, of niet langer wordt genoten als gevolg van gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene in aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten.
### Artikel 7
@ -167,9 +168,9 @@ b. indien en voor zover het inkomen uit arbeid meer bedraagt dan het in onderdee
### Artikel 8
**1.** Voor de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen € 59,80per 1 januari 2010: € 64,72 en het inkomen per dag.
**1.** Voor de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen € 59,80per 1 januari 2011: € 65,49 en het inkomen per dag.
**2.** Voor de persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen € 54,61per 1 januari 2010: € 61,31 en het inkomen per dag.
**2.** Voor de persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen € 54,61per 1 januari 2011: € 61,98 en het inkomen per dag.
**3.** Voor de persoon, bedoeld in artikel 2, derde lid, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen het in artikel 2, derde lid, onderdeel b, bij de leeftijd van die persoon genoemd bedrag en het inkomen per dag.
@ -228,6 +229,8 @@ b. de toepasselijkheid van deze artikelen ook is uitgesloten voor de toekenning
**6.** De vakantie-uitkering wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
**7.** Het recht op toeslag kan niet worden vastgesteld over perioden gelegen voor één jaar voorafgaande aan de dag waarop de aanvraag om toeslag werd ingediend. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd in bijzondere gevallen af te wijken van de vorige zin.
### Artikel 11a
**1.**
@ -250,11 +253,11 @@ Degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke verte
### Artikel 14
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen weigert de toeslag tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger van een verplichting als bedoeld in artikel 13 of artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, dan wel ter zake van het niet binnen de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Centrale organisatie werk en inkomen daarvoor vastgestelde termijn nakomen door genoemde personen van een verplichting als bedoeld in artikel 12, of in de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen weigert de toeslag tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger van een verplichting als bedoeld in artikel 13 of artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, dan wel ter zake van het niet binnen de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen daarvoor vastgestelde termijn nakomen door genoemde personen van een verplichting als bedoeld in artikel 12.
**2.** Een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de belanghebbende de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet tijdig nakomen van een verplichting als bedoeld in artikel 12, of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen indien dit niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van toeslag, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot of zijn wettelijk vertegenwoordiger een zodanige waarschuwing is gegeven.
**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet tijdig nakomen van een verplichting als bedoeld in artikel 12, indien dit niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van toeslag, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot of zijn wettelijk vertegenwoordiger een zodanige waarschuwing is gegeven.
**4.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
@ -264,7 +267,7 @@ Degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke verte
### Artikel 14a
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 2 269 ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger van een verplichting als bedoeld in artikel 12 of in artikel 28, tweede lid, of 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 2 269 ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger van een verplichting als bedoeld in artikel 12.
**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting als bedoeld in artikel 12 indien dit niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van toeslag, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijk vertegenwoordiger, een zodanige waarschuwing is gegeven.
@ -372,7 +375,7 @@ Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd in bijzondere gevall
### Artikel 19
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaalt de vakantie-uitkering, voor zover niet reeds eerder betaald, jaarlijks in de maand mei over de aan die maand voorafgaande twaalf maanden.
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaalt de vakantie-uitkering, voor zover niet reeds eerder betaald, jaarlijks in de maand mei over de aan die maand voorafgaande maanden.
**2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaalt de vakantie-uitkering, voor zoveel mogelijk, samen met de vakantie-uitkering over de loondervingsuitkering in één bedrag.
@ -456,16 +459,16 @@ Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van een wetteli
Na het overlijden van de toeslaggerechtigde wordt met ingang van de dag na het overlijden, de toeslag in de vorm van een overlijdensuitkering uitbetaald:
a. aan de langstlevende van de echtgenoten;
b. bij ontstentenis van de in onderdeel *a* bedoelde persoon, aan de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond;
c. bij ontstentenis van de in de onderdelen *a* en *b* bedoelde personen, aan degene ten aanzien van wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde.
b. bij ontstentenis van de in onderdeel a bedoelde persoon, aan de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond;
c. bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen, aan degene met wie de overledene in gezinsverband leefde.
**2.** Met de toeslaggerechtigde, wordt voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld, degene wiens overlijden heeft plaats gevonden in de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt doch voor het bereiken van deze leeftijd is overleden, en die recht op een toeslag zou hebben gehad indien artikel 29, negende lid, van de Ziektewet, artikel 43, onderdeel f, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 49, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 19, eerste lid, onderdeel a, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, artikel 2:11, eerste lid, onderdeel d, of artikel 3:19, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten over de dag van zijn overlijden niet van toepassing zou zijn geweest.
**2.** Met de toeslaggerechtigde, wordt voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld, degene wiens overlijden heeft plaats gevonden in de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt doch voor het bereiken van deze leeftijd is overleden, en die recht op een toeslag zou hebben gehad indien artikel 29, vierde lid, van de Ziektewet, artikel 43, onderdeel f, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 49, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 19, eerste lid, onderdeel a, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, artikel 2:11, eerste lid, onderdeel d, of artikel 3:19, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten over de dag van zijn overlijden niet van toepassing zou zijn geweest.
**3.** De overlijdensuitkering is gelijk aan het bedrag van de toeslag over één maand, doch niet over de zaterdagen en zondagen, berekend naar de hoogte van die toeslag op de dag of laatstelijk voor de dag van overlijden van de toeslaggerechtigde.
**4.** Voor de toepassing van het tweede lid, wordt ervan uitgegaan dat aan de verzekerde een toeslag was toegekend.
**5.** De overlijdensuitkering wordt op verzoek aan de rechthebbende of rechthebbenden genoemd in het eerste lid, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uitbetaald.
**5.** De overlijdensuitkering wordt ambtshalve of op verzoek aan de rechthebbende of rechthebbenden genoemd in het eerste lid, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uitbetaald.
**6.** De overlijdensuitkering wordt in een bedrag ineens uitbetaald.
@ -545,8 +548,6 @@ Vervallen
**2.** Indien een beschikking als bedoeld in het eerste lid niet binnen de toepasselijke termijn kan worden gegeven, wordt dit schriftelijk aan de aanvrager medegedeeld onder vermelding van een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
**3.** Indien in verband met het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden de beschikking niet binnen de toepasselijke termijn gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
### Artikel 37
**1.** Onverminderd artikel 36, worden de beschikkingen op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.
@ -555,8 +556,6 @@ Vervallen
**3.** Indien een beschikking niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
**4.** Indien in verband met het geven van een beschikking als bedoeld in het eerste lid informatie is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden de beschikking niet binnen acht weken gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.
### Artikel 37a
In afwijking van artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan van het horen van een belanghebbende worden afgezien indien de belanghebbende niet binnen een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gestelde redelijke termijn, verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord.