2018-07-01 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A)

This commit is contained in:
Coornhert 2018-07-01 12:00:00 +00:00
parent f584a2b1b9
commit 482ebe2ad2

View file

@ -670,50 +670,58 @@ Een haven of luchthaven wordt hierbij in zijn geheel beschouwd als grensdoorlaat
#### 7.2. Toegang onder voorwaarden
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag toegang onder voorwaarden verlenen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang onder voorwaarden aan:
aan een vreemdeling voor kort verblijf;
aan een niet-visumplichtige vreemdeling die zijn verblijfsdoel in die zin wijzigt dat hij nog slechts kort verblijf beoogt.
een vreemdeling die kort verblijf beoogt;
een niet-MVVplichtige vreemdeling die zijn verblijfsdoel wijzigt en kort verblijf beoogt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag bij toegang onder voorwaarden geen redenen hebben om:
De ambtenaar belast met de grensbewaking kan aan de vreemdeling die de toegang onder voorwaarden is verleend niet:
• de vreemdeling de toegang om redenen genoemd in artikel 6, eerste lid, SGC te weigeren;
aan te nemen dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de in artikel 12 Vw gestelde voorwaarden voor verblijf in de vrije termijn.
• de toegang op grond van artikel 6, eerste lid, SGC weigeren;
tegenwerpen dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de in artikel 12 Vw gestelde voorwaarden voor verblijf in de vrije termijn.
Bij toegang onder voorwaarden stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking aantekeningen in het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling. Deze aantekeningen zien in ieder geval op:
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een aantekening als blijk van de verleende toegang aan de vreemdeling. Deze aantekeningen zien in ieder geval op:
• het stellen van zekerheid (zie A1/4.6 Vc);
• het opleggen van een meldplicht aan de vreemdeling.
Daarnaast mag de ambtenaar belast met de grensbewaking toegang onder voorwaarden tot het Beneluxgebied verlenen aan visumplichtige transitpassagiers van vliegtuigen die door omstandigheden buiten hun wil hun reis niet kunnen voortzetten en die:
• in het bezit zijn van een voor het Beneluxgebied geldig document voor grensoverschrijding;
• niet in het bezit zijn van het vereiste visum.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang tot het Beneluxgebied in uitsluitend de volgende situaties:
• de onderbreking van de reis vindt plaats wegens van de wil van de vreemdeling onafhankelijke omstandigheden zoals ongunstige weersomstandigheden of technische storingen;
• de vreemdeling vertrekt van één van de daartoe aangewezen luchthavens;
• de vreemdeling is in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding en tickets op grond waarvan zijn doorreis en toegang tot het land van bestemming vaststaat;
• de vreemdeling voldoet aan artikel 12, eerste lid, onder b en d, Vw.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent de toegang voor de duur die noodzakelijk is om de doorreis van de vreemdeling per eerstvolgende gelegenheid te kunnen voortzetten. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de toegang weigeren aan vreemdelingen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor deze regeling bedoeld is.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt in het geldige document voor grensoverschrijding van de transitpassagier een aantekening als blijk van de verleende toegang aan de transitpassagier. De tekst van deze aantekening luidt:
Toegang tot het Beneluxgebied verleend van … geldig tot … (vermelding relevante artikel en lid). De ambtenaar belast met de grensbewaking kan een territoriaal beperkt visum verlenen met een geldigheidsduur die noodzakelijk is om de doorreis te kunnen voortzetten. De ambtenaar belast met de grensbewaking plaats een inreisstempel en handtekening in het document voor grensoverschrijding.
De ambtenaar belast met de grensbewaking beperkt de territoriale geldigheid van de toegang wanneer het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling niet geldig is voor België of Luxemburg. In dat geval geeft de ambtenaar belast met de grensbewaking bij de aantekening aan voor welk(e) Beneluxlidsta(a)t(en) deze geldig is.
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft onmiddellijk kennis aan de ambtenaren van de KMar belast met het toezicht op vreemdelingen, evenals aan de vreemdelingenpolitie als de vreemdeling aan wie toegang is verleend niet op het voorgeschreven tijdstip is vertrokken.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt de aantekeningen door middel van het aanbrengen van de sticker Doorlating onder voorwaarden in het geldige document voor grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking plaatst het inreisstempel half op en half onder het laminaat van de sticker.
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft kennis van de toegang onder voorwaarden door een formulier (zie model M20) te zenden aan de Korpschef van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een garantverklaring, als die is afgegeven, met deze kennisgeving mee. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt de door de vreemdeling overgelegde verklaringen mee als een niet-visumplichtige vreemdeling zijn verblijfsdoel wijzigt in kort verblijf.
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft kennis van de toegang onder voorwaarden door een formulier (zie model M20) te zenden aan de Korpschef van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een garantverklaring, als die is afgegeven, met deze kennisgeving mee.
De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt de door de vreemdeling overgelegde verklaringen mee als een niet-visumplichtige vreemdeling zijn verblijfsdoel wijzigt in kort verblijf.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt bij het opleggen van de meldplicht dat de vreemdeling zich binnen drie dagen moet aanmelden bij de vreemdelingenpolitie in de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. Als de vreemdeling in verband met een zaterdag, zondag of feestdag niet in staat is te voldoen aan de verplichting tot aanmelding binnen drie dagen, stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking in het geldig document voor grensoverschrijding de volgende aantekening: aanmelden uiterlijk op ... (datum).
Het hoofd van de grensdoorlaatpost stelt zonder voorafgaande machtiging een niet-visumplichtige zeeman in het bezit van een bijzonder doorlaatbewijs, mits zijn identiteit op enigerlei wijze kan worden aangetoond, als de vreemdeling:
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft onmiddellijke kennis aan de ambtenaren van de KMar belast met het toezicht op vreemdelingen, evenals aan de vreemdelingenpolitie als de vreemdeling aan wie toegang is verleend niet op het voorgeschreven tijdstip is vertrokken.
In artikel 2.4 Vb zijn bepalingen opgenomen op basis waarvan toegang wordt verleend aan vreemdelingen die als passagier van een vliegtuig landen op een vliegveld in het Beneluxgebied en die niet in het bezit zijn van vereiste reisvisum of doorreisvisum voor toegang in het Beneluxgebied. Dit is de zogenaamde Clausuleregeling.
De ambtenaar belast met de grensbewaking past de Clausuleregeling toe op visumplichtige vreemdelingen die door omstandigheden buiten hun wil hun reis niet kunnen voortzetten en:
• in het bezit zijn van een voor het gehele Beneluxgebied geldig document voor grensoverschrijding;
• de onderbreking van de reis vindt plaats wegens onafhankelijke omstandigheden zoals ongunstige weersomstandigheden of technische storingen;
• de vreemdeling vertrekt uit het Beneluxgebied van de luchthaven die op zijn vliegticket genoemd staat;
• de vreemdeling is in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding en tickets; op grond waarvan zijn doorreis en toegang tot het land van bestemming vaststaat en
• de vreemdeling voldoet aan artikel 12, eerste lid, onder b en d, Vw.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent de toegang voor de duur die noodzakelijk is om de door- of terugreis van de vreemdeling per eerstvolgende gelegenheid te kunnen voortzetten.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de toegang weigeren aan vreemdelingen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor de Clausuleregeling bedoeld is.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt in het geval van toegangsverlening aan de vreemdeling op grond van de Clausuleregeling een afzonderlijke verklaring aan de vreemdeling (Model 21, zie bijlage 5 VV).
De ambtenaar belast met de grensbewaking plaatst een Clausulestempel voorzien van het verbalisantennummer van de afgevende ambtenaar en de datum van de (vermoedelijke) uitreis in het document voor grensoverschrijding. In de uitsparing van de Clausulestempel wordt bij inreis tevens een inreisstempel geplaatst.
Deze verklaring dient door de vreemdeling bij uitreis bij de ambtenaar belast met de grensbewaking van één van de daartoe aangewezen luchthavens binnen het Beneluxgebied te worden ingeleverd. In de uitsparing van de Clausulestempel wordt bij uitreis een uitreisstempel geplaatst.
De ambtenaar belast met de grensbewaking kan eveneens conform de voorwaarden van artikel 25 van de Verordening (EG) Nr.810/2009 (Visumcode) een territoriaal beperkt visum verlenen met een geldigheidsduur die noodzakelijk is om de doorreis te kunnen voortzetten.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de toegang weigeren aan vreemdelingen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor deze regeling voor het beperkt territoriaal visum bedoeld is.
De ambtenaar belast met de grensbewaking beperkt de territoriale geldigheid van de toegang wanneer het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling niet geldig is voor België of Luxemburg. In dat geval geeft de ambtenaar belast met de grensbewaking aan voor welke Beneluxlidsta(a)t(en) de toegang geldig is.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt zonder voorafgaande machtiging een niet-visumplichtige zeeman in het bezit van een bijzonder doorlaatbewijs, mits zijn identiteit op enigerlei wijze kan worden aangetoond, als de vreemdeling:
• in een ziekenhuis behandeld moet worden; en
• niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding.
@ -2071,9 +2079,9 @@ Voor de ambtshalve toets in reguliere zaken wordt verwezen naar paragraaf B1/3.4
##### 7.2.4. Bewijsmiddelen
De vreemdeling legt bij de aanvraag voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw in ieder geval de volgende bewijsmiddelen over:
De vreemdeling legt bij de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw in ieder geval de volgende bewijsmiddelen over:
1. een ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring, niet ouder dan zes maanden, met vermelding van behandelaar(s) bij wie de vreemdeling momenteel onder behandeling staat;
1. een ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring, niet ouder dan zes maanden, met vermelding van de behandelaar(s) bij wie de vreemdeling momenteel onder behandeling staat;
2. een gedagtekend en ondertekend schriftelijk bewijs van de medische behandelaar(s), niet ouder dan zes weken op het moment waarop het bewijs overgelegd wordt, waaruit blijkt:
• de naam, het adres en het registratienummer van het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg of het Nederlands Instituut van Psychologen van de behandelaar(s);
@ -2087,6 +2095,7 @@ De vreemdeling legt bij de aanvraag voor uitstel van vertrek op grond van artike
• de voorgeschreven medicatie (indien van toepassing);
• het beloop van de behandeling en de te verwachten duur ervan.
4. een kopie van een geldig document voor grensoverschrijding en/of identiteitsdocument of andere bewijsmiddelen waarmee de vreemdeling inzicht in zijn identiteit en nationaliteit geeft.
5. een ingevulde en ondertekende verklaring paspoort of identiteitsbewijs bij medische omstandigheden (zie www.ind.nl).
De relevante medische gegevens moeten aan alle volgende voorwaarden voldoen:
@ -2170,17 +2179,25 @@ De DT&V stelt vast of er sprake is van voldoende medewerking door de vreemdeling
De IND kan besluiten om toepassing te geven aan artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming.
###### 7.3.2.1. Tijdens beoordeling verzoek om uitstel vertrek
###### 7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
De IND stelt vast of de vreemdeling alle relevante bewijsmiddelen heeft overgelegd die nodig zijn om bij het BMA een medisch advies op te vragen voor de beoordeling van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw (zie paragraaf A3/7.2.4 Vc).
De IND stelt vast of de vreemdeling alle bewijsmiddelen heeft overgelegd die nodig zijn om bij het BMA een medisch advies op te vragen voor de beoordeling van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw (zie paragraaf A3/7.2.4 Vc).
De IND past artikel 64 Vw toe in afwachting van de beslissing op de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, als de IND vaststelt dat:
De IND past artikel 64 Vw toe, in afwachting van de beslissing op de aanvraag om uitstel van vertrek, als de IND vaststelt dat:
• de vreemdeling een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw heeft ingediend;
• de vreemdeling bij de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw alle relevante bewijsmiddelen als genoemd in paragraaf A3/7.2.4 Vc heeft overgelegd op de wijze zoals beschreven in die paragraaf; en
• het BMA heeft aangegeven niet binnen twee weken een medisch advies te kunnen uitbrengen.
• de vreemdeling bij deze aanvraag alle bewijsmiddelen als genoemd in paragraaf A3/7.2.4 Vc heeft overgelegd op de wijze zoals beschreven in die paragraaf; en
• het BMA heeft aangegeven geen medisch advies binnen twee weken uit te kunnen brengen.
De IND verleent uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw in dit geval voor maximaal zes maanden vanaf de datum van de beschikking, waarbij artikel 64 Vw wordt toegepast. Artikel 64 Vw vervalt, nadat de zes maanden zijn verstreken of na het definitieve besluit op de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw dan wel het besluit als bedoeld in paragraaf A3/7.1.5. juncto. paragraaf 7.3.2.2. Als de IND na zes maanden nog geen besluit heeft genomen, past de IND ambtshalve opnieuw artikel 64 Vw toe. Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, is de werkwijze zoals beschreven onder paragraaf A3/7.3.1 Vc, met betrekking tot het plaatsen van een sticker Verblijfsaantekening algemeen, van toepassing. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, wordt de vreemdeling, in afwijking van paragraaf A3/7.3.1 Vc, in het bezit gesteld van een brief van de IND waarin staat dat het uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw geldt voor een periode van zes maanden of zoveel korter totdat de IND een besluit op de aanvraag op grond van artikel 64 Vw heeft genomen.
De IND verleent in dat geval uitstel van vertrek voor maximaal zes maanden vanaf de datum van de beschikking, waarbij artikel 64 Vw wordt toegepast. Het uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw vervalt;
• nadat de zes maanden zijn verstreken; of
• na het definitieve besluit op de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw; of
• na het besluit als bedoeld in paragraaf A3/7.1.5. en paragraaf 7.3.2.2.
Als de IND na zes maanden nog geen besluit heeft genomen, past de IND ambtshalve opnieuw artikel 64 Vw toe.
Paragraaf A3/7.3.1 Vc is van toepassing met betrekking tot het plaatsen van een verblijfssticker dan wel het verstrekken van een brief of W2-document.
De vreemdeling aan wie het in deze paragraaf beschreven uitstel van vertrek is verleend, heeft recht op opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op zijn aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw als hij een uitgeprocedeerde asielzoeker is of een asielzoeker die zich in de hoger beroepsfase van de asielprocedure bevindt.
@ -2606,11 +2623,11 @@ De vreemdeling hoeft geen verklaring als bedoeld in artikel 6.6 lid 4 onder d Vb
#### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
De IND neemt uitsluitend in de volgende drie situaties aan dat sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden die leiden tot de inwilliging van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring:
De IND neemt uitsluitend in de volgende drie situaties aan dat er sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden die leiden tot de inwilliging van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring:
a. strijd met artikel 8 EVRM;
b. strijd met artikel 3 EVRM is duurzaam en het handhaven van de ongewenstverklaring is disproportioneel;
c. artikel 3.105b of artikel 3.105e Vb is van toepassing.
a. strijdigheid met artikel 8 EVRM;
b. strijdigheid met artikel 3 EVRM is duurzaam en het handhaven van de ongewenstverklaring is disproportioneel;
c. artikel 3.105c of artikel 3.105e Vb is van toepassing.
Bij de beoordeling van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring, betrekt de IND in ieder geval alle feiten en omstandigheden die zijn genoemd in paragraaf B7/3.8 Vc.
@ -2630,18 +2647,16 @@ Een vreemdeling moet in ieder geval voldoen aan een grotere inspanningsverplicht
• aan hem artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen; of
• hij een gevaar vormt voor de nationale veiligheid.
De IND neemt disproportionaliteit aan als de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich in Nederland in een uitzonderlijke situatie bevindt. Bij de beoordeling betrekt de IND in ieder geval de aard en ernst van het gepleegde misdrijf.
De IND neemt disproportionaliteit aan als de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich in Nederland in een uitzonderlijke situatie bevindt. Bij de beoordeling betrekt de IND in ieder geval de aard en ernst van het gepleegde misdrijf. Als de vreemdeling disproportionaliteit aannemelijk heeft gemaakt, willigt de IND de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring in.
Als de vreemdeling disproportionaliteit aannemelijk heeft gemaakt, willigt de IND de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring in.
Als een ongewenstverklaarde vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, heft de IND de ongewenstverklaring op en verleent de vreemdeling op grond van artikel 3.105b Vb, respectievelijk artikel 3.105e Vb, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling:
Als een ongewenstverklaarde vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, heft de IND de ongewenstverklaring op. De IND verleent de vreemdeling op grond van artikel 3.105c Vb, respectievelijk artikel 3.105e Vb, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling:
• aannemelijk maakt dat hij vluchteling is als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder a, Vw; of
• bij terugkeer een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een behandeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw.
De IND heft de ongewenstverklaring niet op en verleent de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.105b Vb, respectievelijk artikel 3.105e Vb, als:
De IND heft de ongewenstverklaring niet op en verleent de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.105c Vb, respectievelijk artikel 3.105e Vb, als:
• de vreemdeling zich heeft schuldig gemaakt aan verstoringen van de openbare orde als omschreven in artikel 3.105b Vb of artikel 3.105e Vb; of
• de vreemdeling zich heeft schuldig gemaakt aan verstoringen van de openbare orde als omschreven in artikel 3.105c Vb of artikel 3.105e Vb; of
• artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing is.
#### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring