From 482ec8cab6a5d302efda75a194235bf6172c73fd Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 May 2024 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2024-05-01 | BWBR0014168 | Mijnbouwwet --- wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md | 257 ++++++++------------------ 1 file changed, 75 insertions(+), 182 deletions(-) diff --git a/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md b/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md index 032eedc8f18..f9b398c40d3 100644 --- a/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md +++ b/wet/mijnbouwwet/BWBR0014168/README.md @@ -141,7 +141,9 @@ Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorberei **2.** Een vergunning wordt evenmin verleend, voorzover deze bij het in werking treden zou gaan gelden voor een voorkomen waarvoor op dat tijdstip reeds een door een ander gehouden opslagvergunning geldt. -**3.** Het eerste lid blijft buiten toepassing ten aanzien van de in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere delfstoffen. +**3.** Een vergunning wordt evenmin verleend, voor zover deze bij het in werking treden zou gaan gelden voor een gebied dat is gelegen binnen het op grond van artikel 2.44, eerste lid, van de Omgevingswet aangewezen Natura 2000-gebied Waddenzee. + +**4.** Het eerste lid blijft buiten toepassing ten aanzien van de in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere delfstoffen. ### Artikel 7a @@ -326,9 +328,11 @@ b. een groter gebied. **3.** Een aanvraag om verlenging van het tijdvak waarvoor een vergunning geldt wordt slechts ingewilligd, indien het in de vergunning vastgestelde tijdvak onvoldoende is om de activiteiten, waarvoor de vergunning geldt, te voltooien en deze activiteiten zijn verricht in overeenstemming met de vergunning. In een beschikking, waarbij het tijdvak waarvoor een vergunning geldt wordt verlengd, kan het gebied waarvoor die vergunning geldt worden beperkt tot een deel van het gebied. Artikel 11, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. -**4.** Een aanvraag om verkleining van het gebied waarvoor een vergunning geldt, wordt slechts ingewilligd met inachtneming van artikel 11, derde en vierde lid. +**4.** In afwijking van het derde lid wordt een aanvraag om verlenging van het tijdvak waarvoor een vergunning geldt afgewezen indien de vergunning geldt voor een gebied dat is gelegen binnen het op grond van artikel 2.44, eerste lid, van de Omgevingswet aangewezen Natura 2000-gebied Waddenzee. -**5.** Van een beschikking tot wijziging van een vergunning wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. +**5.** Een aanvraag om verkleining van het gebied waarvoor een vergunning geldt, wordt slechts ingewilligd met inachtneming van artikel 11, derde en vierde lid. + +**6.** Van een beschikking tot wijziging van een vergunning wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. ### Artikel 19 @@ -369,9 +373,8 @@ h. in verband met een vaststelling of wijziging van bij of krachtens een algemen i. in verband met veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten inzake de veiligheid voor omwonenden of het voorkomen van schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan, j. in verband met veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten inzake het planmatig gebruik of beheer van delfstoffen, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen, k. voor zover de vergunning geldt voor de op grond van artikel 1.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming aangewezen Natura 2000-gebieden Waddenzee en Noordzeekustzone, -l. voor zover de vergunning geldt voor een gebied gelegen binnen de Waddenzee als aangewezen krachtens de Omgevingswet of op de Waddeneilanden, -m. voor zover de vergunning geldt voor het op grond van de Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld (Trb. 1973, 155) aangewezen werelderfgoedgebied Waddenzee, of -n. indien een mijnbouwwerk voor de winning van delfstoffen kan worden hergebruikt voor de winning van aardwarmte en daarvoor een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c en d, is ingediend. +l. voor zover de vergunning geldt voor een gebied gelegen binnen de Waddenzee als aangewezen krachtens de Omgevingswet of op de Waddeneilanden, of +m. voor zover de vergunning geldt voor het op grond van de Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld (Trb. 1973, 155) aangewezen werelderfgoedgebied Waddenzee. **2.** Onze Minister gaat niet over tot gehele of gedeeltelijke intrekking op grond van het eerste lid, onderdeel d of e, dan nadat hij de houder schriftelijk heeft gewaarschuwd en de houder of de in artikel 22 bedoelde aangewezen persoon zich na de waarschuwing voortdurend of opnieuw aan de overtreding schuldig maakt. @@ -803,7 +806,7 @@ c. groter risico voor omwonenden of grotere schade aan gebouwen of infrastructur Een aanvraag om vervolgvergunning aardwarmte wordt geheel of gedeeltelijk afgewezen indien: a. de in de aanvraag beschreven winning onaanvaardbare risico’s met zich brengt voor de veiligheid van omwonenden of onaanvaardbare schade kan veroorzaken aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan; -b. geen financiële zekerheid, anders dan bedoeld in de artikelen 46 en 47, kan worden gesteld ter dekking van de schade door verontreiniging van grondwater of bodem in verband met de opsporing en winning van aardwarmte indien de in de aanvraag aangegeven aardlagen zich geheel of gedeeltelijk bevinden onder een gebied dat is aangewezen voor de winning van drinkwater uit grondwater. +b. geen financiële zekerheid, anders dan bedoeld in de artikelen 46 en 47, kan worden gesteld ter dekking van de aansprakelijkheid voor de schade door verontreiniging van grondwater of bodem in verband met de opsporing en winning van aardwarmte indien de in de aanvraag aangegeven aardlagen zich geheel of gedeeltelijk bevinden onder een gebied dat is aangewezen voor de winning van drinkwater uit grondwater. **2.** @@ -1360,9 +1363,7 @@ e. de kosten op jaarbasis van het winnen van de delfstoffen; f. de bodembeweging ten gevolge van de winning alsmede de daarmee verband houdende activiteiten en de maatregelen ter voorkoming van schade door bodembeweging, voorzover het winnen van delfstoffen niet geschiedt in het continentaal plat, tenzij Onze Minister anders heeft bepaald; g. de risico’s voor omwonenden, gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan met een risicobeoordeling, voor zover het winnen van delfstoffen niet geschiedt in het continentaal plat. -**2.** De Technische commissie bodembeweging brengt aan Onze Minister advies uit omtrent het eerste lid, onderdeel f. - -**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het winningsplan. +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het winningsplan. ### Artikel 36 @@ -1372,12 +1373,17 @@ Onze Minister kan zijn instemming met het opgestelde winningsplan slechts geheel a. indien het in het winningsplan aangeduide gebied door Onze Minister niet geschikt wordt geacht voor de in het winningsplan vermelde activiteit om reden van het belang van de veiligheid voor omwonenden of het voorkomen van schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan, b. in het belang van het planmatig gebruik of beheer van delfstoffen, aardwarmte, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen, -c. indien nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan, of -d. indien nadelige gevolgen voor de natuur worden veroorzaakt. +c. indien nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan, +d. indien nadelige gevolgen voor de natuur worden veroorzaakt, of +e. op grond van het gebrek aan efficiëntie en verantwoordelijkheidszin, daaronder mede verstaan maatschappelijke verantwoordelijkheidszin, waarvan de vergunninghouder blijk heeft gegeven bij activiteiten onder deze vergunning of een eerdere vergunning op grond van deze wet. **2.** Onze Minister kan zijn instemming verlenen onder beperkingen of daaraan voorschriften verbinden, indien deze gerechtvaardigd worden door een grond als genoemd in het eerste lid. -**3.** Onze Minister kan zijn instemming intrekken of beperkingen en voorschriften stellen of wijzigen, indien dat gerechtvaardigd wordt door veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten inzake een grond als genoemd in het eerste lid. +**3.** Onze Minister kan zijn instemming intrekken of beperkingen en voorschriften stellen of wijzigen, indien dat gerechtvaardigd wordt door veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten inzake een grond als genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d. + +**4.** Onze Minister weigert de instemming met een winningsplan voor het winnen van delfstoffen, voor zover de winning zou geschieden uit een voorkomen dat geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen het op grond van artikel 2.44, eerste lid, van de Omgevingswet aangewezen Natura 2000-gebied Waddenzee. + +**5.** Onze Minister weigert de instemming met de wijziging van een winningsplan voor het winnen van delfstoffen uit een voorkomen dat geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen het op grond van artikel 2.44, eerste lid, van de Omgevingswet aangewezen Natura 2000-gebied Waddenzee, voor zover die wijziging een verlenging van het tijdvak of een uitbreiding van de omvang van de winning betreft. ### Artikel 37 @@ -1427,7 +1433,7 @@ Vervallen ### Artikel 44 -**1.** De houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 25 meldt binnen vier weken nadat een mijnbouwwerk buiten werking is, aan Onze Minister om welke reden het mijnbouwwerk buiten werking is en welke maatregelen zijn of worden genomen, tenzij het mijnbouwwerk tijdelijk buiten werking is in een geval dat krachtens artikel 49, vierde lid, is aangewezen. +**1.** De houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 25, van een startvergunning aardwarmte of van een vervolgvergunning aardwarmte meldt binnen vier weken nadat een mijnbouwwerk buiten werking is, aan Onze Minister om welke reden het mijnbouwwerk buiten werking is en welke maatregelen zijn of worden genomen, tenzij het mijnbouwwerk tijdelijk buiten werking is in een geval dat krachtens artikel 49, vierde lid, is aangewezen. **2.** De houder van een vergunning verwijdert een mijnbouwwerk dat buiten werking is, tenzij het mijnbouwwerk tijdelijk buiten werking is in een geval als bedoeld in het eerste lid. @@ -1475,7 +1481,7 @@ b. ambtshalve intrekken indien: ### Artikel 44c -**1.** De houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 25 verwijdert het mijnbouwwerk overeenkomstig het verwijderingsplan en de voorschriften die aan de instemming zijn verbonden. +**1.** De houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 25, van een startvergunning aardwarmte of van een vervolgvergunning aardwarmte verwijdert het mijnbouwwerk overeenkomstig het verwijderingsplan en de voorschriften die aan de instemming zijn verbonden. **2.** Als het verwijderingsplan is uitgevoerd, overlegt de houder van een vergunning aan Onze Minister een rapport over de verwijdering. @@ -1694,7 +1700,7 @@ b. de verplichtingen van de exploitant of de eigenaar inzake eventuele opmerking ### Artikel 47 -**1.** Onze Minister kan bepalen dat de houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 25, binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn zekerheid stelt aan de Staat der Nederlanden voor het verwijderen van een mijnbouwwerk. +**1.** Onze Minister kan bepalen dat de houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 25, van een startvergunning aardwarmte of van een vervolgvergunning aardwarmte, binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn zekerheid stelt aan de Staat der Nederlanden voor het verwijderen van een mijnbouwwerk. **2.** De zekerheid wordt gesteld vanaf een tijdstip, voor een bedrag, met een termijn en op een wijze die Onze Minister voldoende acht. @@ -1801,12 +1807,7 @@ c. gedeputeerde staten van de provincie waarin het werk geheel of voor het groot ### Artikel 52a -In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - -– *gasopslag Norg:* de ondergrondse gasopslag bij Norg waarvoor op basis van artikel 25 op 1 april 2003 vergunning is verleend; -– *netbeheerder:* de vennootschap die op grond van artikel 2, eerste lid, van de Gaswet is aangewezen als beheerder van het landelijk gastransportnet, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel n, van de Gaswet; -– *veiligheidsbelang:* de veiligheidsrisico’s voor omwonenden als gevolg van bodembeweging veroorzaakt door de winning van gas uit het Groningenveld en de veiligheidsrisico’s als gevolg van het niet kunnen voorzien van eindafnemers van de benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas; -– *winningsvergunning Groningenveld:* de op basis van het koninklijk besluit van 30 mei 1963, nr. 39 (Stcrt. 126) verleende winningsvergunning voor zover het het Groningenveld betreft. +In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder *winningsvergunning Groningenveld:* op basis van het koninklijk besluit van 30 mei 1963, nr. 39 (Stcrt. 126) verleende winningsvergunning voor zover het het Groningenveld betreft. ### Artikel 52b @@ -1820,80 +1821,42 @@ De artikelen 21, derde lid, tweede volzin, 33, 34, 35 en 36 zijn niet van toepas ### Artikel 52d -**1.** Onze Minister stelt de operationele strategie voor het Groningenveld vast. - -**2.** - -Onze Minister betrekt bij de vaststelling het veiligheidsbelang en het maatschappelijk belang dat verbonden is aan het niet kunnen voorzien van eindafnemers van de benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas en kijkt hierbij in het bijzonder: - -a. in hoeverre wordt voldaan aan de veiligheidsnorm van 10^-5; -b. in hoeverre de leveringszekerheid van verschillende categorieën eindafnemers wordt geborgd; -c. naar het tempo van de afbouw van de vraag; -d. naar het tempo van versterken van gebouwen; -e. naar maatschappelijke ontwrichting als gevolg van bodembeweging veroorzaakt door de winning van gas uit het Groningenveld; -f. naar maatschappelijke ontwrichting als gevolg van het afsluiten van verschillende categorieën eindafnemers. - -**3.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de invulling van de veiligheidsnorm van 10^-5 en de verschillende categorieën eindafnemers. - -**4.** Onze Minister kan de operationele strategie wijzigen indien dat gerechtvaardigd wordt door het veiligheidsbelang of het maatschappelijk belang dat verbonden is aan het niet kunnen voorzien van eindafnemers van de benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas. - -**5.** Onze Minister motiveert bij de vaststelling, als bedoeld in tweede en vierde lid, voor een ieder inzichtelijk en navolgbaar op welke wijze een zwaarwegend belang is toegekend aan de veiligheidsrisico’s voor omwonenden als gevolg van bodembeweging veroorzaakt door de winning van gas uit het Groningenveld. - -**6.** - -Onze Minister stelt in de gelegenheid binnen zes weken advies uit te brengen over de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste lid: - -a. gedeputeerde staten van een provincie binnen het gebied waarop de operationele strategie betrekking heeft; -b. burgemeesters en wethouders van een gemeente binnen het gebied waarop de operationele strategie betrekking heeft; -c. het dagelijks bestuur van een waterschap binnen het gebied waarop de operationele strategie betrekking heeft. - -**7.** Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht door een ieder. +Vervallen ### Artikel 52e -**1.** De houder van de winningsvergunning Groningenveld meldt een te verwachten langdurige en substantiële afwijking van de operationele strategie aan Onze Minister. - -**2.** - -Onze Minister kan aan de houder van de winningsvergunning Groningenveld in aanvulling op of in afwijking van de operationele strategie een tijdelijke maatregel opleggen indien: - -a. uit een melding als bedoeld in artikel 10a, elfde lid, van de Gaswet volgt dat de vraag naar gas uit het Groningenveld substantieel wijzigt ten opzichte van de raming waarop de operationele strategie is gebaseerd; -b. een melding als bedoeld in het eerste lid of een onverwachte gebeurtenis aanleiding geeft tot een andere verdeling van de winning over de clusters; -c. een ernstige aantasting van de veiligheid van omwonenden van het Groningenveld ontstaat of dreigt te ontstaan. +Vervallen ### Artikel 52f -De houder van de winningsvergunning Groningenveld is verplicht de winning van het Groningenveld uit te voeren overeenkomstig de door Onze Minister vastgestelde operationele strategie en indien die is opgelegd, een tijdelijke maatregel als bedoeld in artikel 52e, tweede lid. +Vervallen ### Artikel 52g -**1.** De houder van de winningsvergunning Groningenveld voert de door Onze Minister vastgestelde operationele strategie en indien die is opgelegd, een tijdelijke maatregel als bedoeld in artikel 52e, tweede lid, op zodanige wijze uit dat de nadelige gevolgen van de gaswinning uit het Groningenveld zoveel mogelijk worden beperkt. +**1.** -**2.** De houder van de winningsvergunning Groningenveld neemt alle noodzakelijke maatregelen om de gevolgen van een zwaar ongeval voor mens en milieu te beperken. +De houder van de winningsvergunning Groningenveld dan wel indien deze vergunning haar gelding heeft verloren, de laatste houder daarvan, neemt alle maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om: -**3.** Na beëindiging van de winning uit het Groningenveld neemt de houder van de winningsvergunning Groningenveld dan wel, indien deze vergunning haar gelding heeft verloren, de laatste houder daarvan, alle maatregelen die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden om nadelige gevolgen van de gaswinning uit het Groningenveld zoveel mogelijk te beperken. +a. na beëindiging van de gaswinning uit het Groningenveld de nadelige gevolgen van die winning zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken; +b. te voorkomen dat als gevolg van een mijnbouwwerk dat buiten werking is nadelige gevolgen voor mens en milieu worden veroorzaakt. -**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het uitvoeren van de door Onze Minister vastgestelde operationele strategie. +**2.** Dit lid is nog niet in werking getreden. + +**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden. + +**4.** Dit lid is nog niet in werking getreden. + +**5.** Dit lid is nog niet in werking getreden. + +**6.** Dit lid is nog niet in werking getreden. ### Artikel 52h -**1.** - -De houder van de winningsvergunning Groningenveld zendt binnen een maand na afloop van een gasjaar een rapportage aan Onze Minister en de inspecteur-generaal der mijnen over: - -a. het temperatuurscenario dat zich in het afgelopen gasjaar heeft voorgedaan; -b. de hoeveelheid gewonnen gas uit het Groningenveld in het afgelopen gasjaar; -c. de inzet van de clusters en de gasopslag Norg; -d. of de winning conform de door Onze Minister vastgestelde operationele strategie is uitgevoerd; -e. de waargenomen bodembeweging. - -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de rapportage, bedoeld in het eerste lid. +Vervallen ### Artikel 52i -**1.** In aanvulling op artikel 36, tweede lid, kan Onze Minister zijn instemming met een opslagplan verlenen onder beperkingen of daaraan voorschriften verbinden gelet op het belang van het minimaliseren van de gaswinning uit het Groningenveld. - -**2.** In aanvulling op artikel 36, derde lid, kan Onze Minister zijn instemming met een opslagplan intrekken of beperkingen en voorschriften stellen of wijzigen gelet op het belang van het minimaliseren van de gaswinning uit het Groningenveld. +Vervallen ## Hoofdstuk 5. Financiële bepalingen @@ -2522,9 +2485,7 @@ b. afdrachten in verband met andere vergunningen dan die tot het opsporen en het Dit hoofdstuk is niet van toepassing ten aanzien van vergunningen als bedoeld in de artikelen 24 en 24c. -## Hoofdstuk 6. Adviseurs - -### Paragraaf 6.1. De Mijnraad +## Hoofdstuk 6. De Mijnraad ### Artikel 105 @@ -2548,9 +2509,8 @@ c. een besluit tot wijziging van een instemming met een winningsplan en een besl 1°. de effecten van de wijze van winning alsmede de daarmee verband houdende activiteiten, 2°. de effecten van de bodembeweging ten gevolge van de winning en de maatregelen ter voorkoming van schade door bodembeweging, 3°. de risico’s voor omwonenden, gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan; -d. een vaststelling van een operationele strategie als bedoeld in artikel 52d, eerste lid; -e. de verlening of intrekking van een startvergunning aardwarmte; -f. de verlening of intrekking van een vervolgvergunning aardwarmte indien hiervoor de procedure, bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt gevolgd. +d. de verlening of intrekking van een startvergunning aardwarmte; +e. de verlening of intrekking van een vervolgvergunning aardwarmte indien hiervoor de procedure, bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt gevolgd. ### Artikel 106 @@ -2588,108 +2548,49 @@ De Mijnraad verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van z Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Mijnraad geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de raad opgeborgen in het archief van dat ministerie. -### Paragraaf 6.2. De Technische commissie bodembeweging - ### Artikel 113 -In deze paragraaf wordt verstaan onder: - -a. commissie: Technische commissie bodembeweging; -b. mijnbouwactiviteiten: activiteiten als bedoeld in de artikelen 1, onderdeel d tot en met i, en 51; -c. mijnbouwondernemer: natuurlijke persoon of rechtspersoon die mijnbouwactiviteiten verricht. +Vervallen ### Artikel 114 -**1.** Er is een Technische commissie bodembeweging. - -**2.** - -De commissie heeft tot taak om in verband met de gevolgen van mijnbouwactiviteiten voor beweging van de aardbodem en schade die daarvan het gevolg kan zijn: - -a. Onze Minister desgevraagd te adviseren over door hem te geven beschikkingen; -b. Onze Minister desgevraagd de inlichtingen te verstrekken die nodig zijn voor de beoordeling van de uitvoerbaarheid van voorgenomen wettelijke voorschriften; -c. degene bij wie schade is te verwachten door bodembeweging die redelijkerwijs het gevolg kan zijn van mijnbouwactiviteiten, desgevraagd kosteloos inlichtingen te verstrekken omtrent het verband tussen de bodembeweging en de mijnbouwactiviteiten; -d. degene bij wie zaakschade is opgetreden door bodembeweging die redelijkerwijs het gevolg kan zijn van mijnbouwactiviteiten, desgevraagd advies te geven omtrent het verband tussen die schade en de mijnbouwactiviteiten alsmede de hoogte van het schadebedrag. - -**3.** Onze Minister vraagt in elk geval advies aan de commissie voordat hij op grond van artikel 46 een bedrag waarvoor zekerheid moet worden gesteld, vaststelt of wijzigt. - -**4.** De commissie brengt aan Onze Minister advies uit omtrent bodembeweging als bedoeld artikel 31b, onderdeel m. +Vervallen ### Artikel 115 -**1.** De Technische commissie bodembeweging bestaat uit een voorzitter en ten hoogste negen andere leden. - -**2.** De voorzitter en de andere leden van de commissie worden door Onze Minister benoemd, geschorst en ontslagen. De benoeming van de leden geschiedt op grond van hun deskundigheid op gebieden die van belang zijn voor de mijnbouw en met de mijnbouw verwante activiteiten. De commissie kan uit zijn midden ondervoorzitters aanwijzen. - -**3.** De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. +Vervallen ### Artikel 116 -**1.** Alvorens de commissie om advies als bedoeld in artikel 114, tweede lid, onderdeel d, wordt gevraagd, stelt degene die schade heeft geleden die naar zijn mening aan een mijnbouwondernemer kan worden toegerekend, deze schriftelijk aansprakelijk onder vordering van schadevergoeding. De aansprakelijkstelling geschiedt binnen drie maanden na het moment waarop de benadeelde bekend is geworden of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn met de schade. - -**2.** De in het eerste lid bedoelde benadeelde kan de commissie om advies verzoeken, indien binnen drie maanden na de datum van verzending van de aansprakelijkheidstelling geen overeenstemming is bereikt met de mijnbouwondernemer over vergoeding van de schade. - -**3.** Een adviesaanvraag wordt uiterlijk binnen een maand na het verstrijken van de termijn, genoemd in het tweede lid, ingediend bij de commissie. De commissie kan op verzoek van de benadeelde of de betrokken mijnbouwondernemer de termijn verlengen met een door haar te bepalen periode. - -**4.** Indien de benadeelde in onzekerheid verkeert tot welke mijnbouwondernemer de aansprakelijkstelling moet worden gericht, verstrekt de commissie, voorzover haar bekend, hem naam en adres van de bedoelde onderneming. +Vervallen ### Artikel 117 -**1.** Van de adviesaanvrager, bedoeld in artikel 114, tweede lid, onderdeel d, wordt door het secretariaat van de commissie een bijdrage geheven. - -**2.** - -De bijdrage is: - -€ 90 voor een natuurlijk persoon, en - -€ 181 voor andere dan onder a bedoelde personen. - -**3.** Het advies wordt in behandeling genomen nadat de aanvrager het verschuldigde bedrag op een door het secretariaat te bepalen wijze heeft voldaan. - -**4.** Indien uit het advies blijkt dat de schade geheel of gedeeltelijk kan worden toegerekend aan mijnbouwactiviteiten, wordt de bijdrage terugbetaald aan de aanvrager. Dit geldt uitsluitend als het bedrag, genoemd in het advies van de commissie, hoger is dan het bedrag dat de mijnbouwondernemer bereid was te betalen naar aanleiding van de aansprakelijkstelling, bedoeld in artikel 116. - -**5.** De in het tweede lid genoemde bedragen kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd voorzover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft. +Vervallen ### Artikel 118 -**1.** De commissie neemt een adviesaanvraag niet in behandeling, indien er kennelijk geen verband bestaat tussen de schade en de mijnbouwactiviteiten. - -**2.** Indien de commissie een adviesaanvraag in behandeling neemt, zendt zij afschrift van de adviesaanvraag aan de betrokken mijnbouwondernemer. Deze kan desgewenst binnen een maand na de datum van verzending schriftelijk reageren op de aanvraag. +Vervallen ### Artikel 119 -**1.** De commissie stelt onderzoek in naar het oorzakelijk verband tussen de verrichte mijnbouwactiviteiten en de schade, alsmede naar de hoogte van het schadebedrag. Zij kan deskundigen opdracht verlenen onderzoek te verrichten. - -**2.** De commissie brengt binnen drie, doch uiterlijk binnen zes maanden na het moment waarop de adviesaanvraag is ingediend, een voorlopig advies uit aan de adviesaanvrager en de mijnbouwondernemer. - -**3.** De adviesaanvrager en de mijnbouwondernemer kunnen schriftelijk bedenkingen inbrengen tegen het voorlopig advies binnen een maand na de datum van verzending van het voorlopig advies. - -**4.** De commissie stelt vervolgens een definitief advies vast. - -**5.** Het advies bevat een oordeel over het oorzakelijk verband tussen de verrichte mijnbouwactiviteiten en de schade, alsmede de hoogte van het schadebedrag. +Vervallen ### Artikel 120 -**1.** De commissie kan van de mijnbouwondernemer alle inlichtingen vorderen die zij nodig acht ter uitvoering van de haar in artikel 114, tweede lid, opgedragen taken. - -**2.** De mijnbouwondernemer verstrekt de commissie binnen een door haar gestelde redelijke termijn de gewenste inlichtingen. - -**3.** Indien de commissie inlichtingen heeft verkregen ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 114, tweede lid, onderdeel d, verstrekt zij deze aan de adviesaanvrager, tenzij deze gegevens op grond van artikel 5.1, eerste lid, onderdeel c, of tweede lid, onderdeel f, van de Wet open overheid niet openbaar kunnen worden gemaakt. +Vervallen ### Artikel 121 -De artikelen 107 tot en met 112 zijn van overeenkomstige toepassing op de Technische commissie bodembeweging. +Vervallen ### Artikel 122 -Bij ministeriële regeling worden in elk geval nadere regels gesteld omtrent de bij de adviesaanvraag te verstrekken gegevens en kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de adviesprocedure, bedoeld in artikel 114, tweede lid, onderdeel d. - -### Paragraaf 6.3. Overige adviseurs +Vervallen ### Artikel 122a -Onze Minister vraagt TNO, genoemd in artikel 1, onderdeel c, van de TNO-wet, te adviseren of de voorgestelde operationele strategie of strategieën, bedoeld in artikel 52c, tweede lid, gelet op de winning van de hoeveelheid gas die ten hoogste uit het Groningenveld benodigd is om eindafnemers van de hoeveelheid laagcalorisch gas te voorzien, de gevolgen van de winning uit het Groningenveld voor omwonenden, gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan zoveel mogelijk beperkt. +Vervallen ## Hoofdstuk 7. Rapportage @@ -2744,8 +2645,7 @@ b. de opgespoorde aardgasvoorkomens waarbij wordt aangegeven: c. de omvang van de opgespoorde en overige aardgasreserves waarbij de aardgasreserves die in geologisch of geografisch opzicht met elkaar samenhangen afzonderlijk worden vermeld; d. een raming van de winning van aardgas per vergunninggebied, dan wel gebieden die in geologisch of geografisch opzicht met elkaar samenhangen over een periode van tien jaar, aanvangend met het jaar waarin het overzicht aan de beide kamers der Staten-Generaal wordt gezonden; e. de bestaande en toekomstige faciliteiten voor de ondergrondse opslag van aardgas; -f. de winningsplannen, als bedoeld in artikel 34, die zijn ingediend en waarvoor de instemming van Onze Minister is gegeven; -g. de door Onze Minister vastgestelde operationele strategieën, bedoeld in artikel 52d. +f. de winningsplannen, als bedoeld in artikel 34, die zijn ingediend en waarvoor de instemming van Onze Minister is gegeven. ## Hoofdstuk 8. Toezicht, handhaving en retributies @@ -2765,7 +2665,7 @@ De inspecteur-generaal der mijnen heeft tot taak: a. het uitoefenen van: -1°. het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels, met uitzondering van het bij of krachtens artikel 52 en de hoofdstukken 5, 6 en 9 bepaalde met uitzondering van artikel 111, artikel 120, tweede lid, en artikel 111 in samenhang met artikel 121, +1°. het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels, met uitzondering van het bij of krachtens artikel 52 en de hoofdstukken 5, 6 en 9 bepaalde met uitzondering van artikel 111; 2°. het toezicht op de naleving van de bij of krachtens een andere wet gestelde regels waarvoor ambtenaren van het Staatstoezicht op de mijnen zijn aangewezen als toezichthouders, en 3°. de taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 18.5a van de Omgevingswet; b. Onze Minister te adviseren bij besluiten die Onze Minister neemt inzake mijnbouw; @@ -2777,8 +2677,7 @@ g. kennisgevingen, bedoeld in de artikelen 45m, 45n, 45o, 45p, te beoordelen; h. een mechanisme op te zetten voor vertrouwelijke melding van veiligheids- en milieukwesties met betrekking tot activiteiten die zien op de opsporing of winning van koolwaterstoffen en het onderzoeken van deze meldingen; i. regelmatig kennis, gegevens en ervaringen uit te wisselen met toezichthouders van andere lidstaten overeenkomstig artikel 27 van richtlijn 2013/30/EU; j. informatie uit te wisselen overeenkomstig artikel 23 van richtlijn 2013/30/EU; -k. informatie te publiceren overeenkomstig artikel 24 van richtlijn 2013/30/EU; -l. Onze Minister te adviseren of de voorgestelde operationele strategie of strategieën, bedoeld in artikel 52c, tweede lid, gelet op de winning van de hoeveelheid gas die ten hoogste uit het Groningenveld benodigd is om eindafnemers van de hoeveelheid laagcalorisch gas te voorzien, de verwachte bodembeweging minimaliseert en de gevolgen daarvan voor omwonenden, gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan zoveel mogelijk beperkt. +k. informatie te publiceren overeenkomstig artikel 24 van richtlijn 2013/30/EU. **2.** De inspecteur-generaal der mijnen stelt na elke inspectie, verricht in het kader van paragraaf 3.2 een verslag op over de naleving van de voorschriften en de voorgeschreven maatregelen. Het verslag wordt ter kennis gebracht van de betrokken houder van een vergunning voor permanent opslaan van CO_2 of, indien de vergunning door meerdere personen wordt gehouden, een aangewezen persoon als bedoeld in artikel 22, en binnen twee maanden na de inspectie openbaar gemaakt. @@ -2848,7 +2747,7 @@ c. te voorzien in maaltijden en andere benodigdheden. ### Artikel 132 -De inspecteur-generaal der mijnen is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen, met uitzondering van de verplichtingen die bij of krachtens de artikelen 47, eerste lid, 48, eerste lid, en 52 en de hoofdstukken 5, 6 en 9, zijn gesteld met uitzondering van artikel 111, artikel 120, tweede lid, en artikel 111 in samenhang met artikel 121, en is bevoegd tot uitoefening van de taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 18.5a van de Omgevingswet. +De inspecteur-generaal der mijnen is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen, met uitzondering van de verplichtingen die bij of krachtens de artikelen 47, eerste lid, 48, eerste lid, en 52 en de hoofdstukken 5, 6 en 9, zijn gesteld met uitzondering van artikel 111, en is bevoegd tot uitoefening van de taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 18.5a van de Omgevingswet. ### Paragraaf 8.4. Retributie @@ -2881,7 +2780,13 @@ b. de door de inspecteur-generaal uit te voeren taken als bedoeld in artikel 127 ### Artikel 134 -**1.** Onder de in dit hoofdstuk gebruikte begrippen wordt verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 113. +**1.** + +In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: + +a. *mijnbouwactiviteiten:* activiteiten als bedoeld in de artikelen 1, onderdeel d tot en met i, en 51; +b. *mijnbouwondernemer:* natuurlijke persoon of rechtspersoon die mijnbouwactiviteiten verricht; +c. *schadeadvies:* advies van een door Onze Minister ingestelde commissie over het verband tussen zaakschade die is opgetreden door bodembeweging die redelijkerwijs het gevolg kan zijn van mijnbouwactiviteiten en de mijnbouwactiviteiten, alsmede over de hoogte van het schadebedrag. **2.** Dit hoofdstuk is van toepassing op mijnbouwondernemers voorzover deze mijnbouwactiviteiten verrichten aan de landzijde van de in de bijlage bij deze wet vastgelegde lijn. @@ -2937,18 +2842,14 @@ c. de schade niet reeds geheel of gedeeltelijk uit anderen hoofde is vergoed. ### Artikel 138 -**1.** - -Indien op het moment waarop zich een van de gebeurtenissen, genoemd in 137, onderdeel a of b, voordoet de persoon, bedoeld in de aanhef van dat artikel nog geen adviesaanvraag als bedoeld in artikel 114, tweede lid, onderdeel d, had ingediend, dient die persoon alsnog een aanvraag in: +Indien zich een van de gebeurtenissen, genoemd in artikel 137, onderdeel a of b, voordoet, dient de persoon, bedoeld in de aanhef van dat artikel, een aanvraag voor een schadeadvies in: a. uiterlijk drie maanden na het moment waarop de desbetreffende gebeurtenis zich heeft voorgedaan, of, b. als hij op dat moment nog niet met de schade bekend kon zijn, binnen drie maanden na het moment waarop hij met de schade bekend is geworden of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn. -**2.** De artikelen 117 tot en met 119 zijn van toepassing, met dien verstande dat de artikelen 118, tweede lid, en 119, tweede en derde lid, voorzover betrekking hebbend op de mijnbouwondernemer, buiten toepassing blijven. De commissie zendt Onze Minister afschriften van de adviesaanvraag en het voorlopig advies. - ### Artikel 139 -**1.** De persoon, bedoeld in artikel 137, dient zijn verzoek bij het waarborgfonds in uiterlijk drie maanden na het moment waarop de commissie het advies, bedoeld in artikel 119, vierde lid, heeft vastgesteld en overlegt daarbij in ieder geval dat advies. +**1.** De persoon, bedoeld in artikel 137, dient zijn verzoek bij Onze Minister voor het waarborgfonds in uiterlijk drie maanden na ontvangst van het schadeadvies en overlegt daarbij in ieder geval dat advies. **2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de indiening en de behandeling van, alsmede de beslissing op het verzoek. @@ -2956,21 +2857,11 @@ b. als hij op dat moment nog niet met de schade bekend kon zijn, binnen drie maa ### Artikel 140 -**1.** - -Onze Minister kent een natuurlijke persoon van wie in het voorlopig advies, bedoeld in artikel 119, tweede lid, dan wel het definitieve advies, bedoeld in artikel 119, vierde lid, is vastgesteld dat bij hem zaakschade als gevolg van mijnbouwactiviteiten is opgetreden op diens verzoek een voorschot ten laste van het waarborgfonds toe, indien: - -a. de mijnbouwondernemer bedenkingen heeft tegen het voorlopig advies dan wel het definitieve advies betwist, en -b. noodzakelijke maatregelen moeten worden getroffen ter herstel of beperking van de schade. -Het bedrag dat aan voorschotten kan worden verstrekt bedraagt ten hoogste 60 procent van het schadebedrag dat in het voorlopig advies wordt vermeld. - -**2.** Indien in een overeenkomst als bedoeld in artikel 900 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak wordt vastgesteld dat de schade niet het gevolg is van de mijnbouwactiviteiten dan wel het schadebedrag op een lager bedrag wordt vastgesteld dan het bedrag dat in totaal aan voorschotten is verstrekt, betaalt de persoon, bedoeld in het eerste lid, binnen drie maanden na het moment waarop die overeenkomst is gesloten of die uitspraak is gedaan het voorschot dan wel het verschil tussen het schadebedrag en het voorschot terug aan het waarborgfonds. +Vervallen ### Artikel 141 -**1.** De persoon, bedoeld in artikel 140, eerste lid, kan vanaf het moment waarop de commissie een voorlopig advies als bedoeld in artikel 119, tweede lid, heeft uitgebracht, een verzoek om een voorschot indienen. Hij overlegt daarbij in ieder geval dat voorlopig advies. - -**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de indiening en de behandeling van, alsmede de beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 140, eerste lid. +Vervallen ## Hoofdstuk 9a. Projectbesluit voor de aanleg of uitbreiding van mijnbouwwerken en pijpleidingen ten behoeve van de winning van koolwaterstoffen en de opslag van stoffen @@ -3257,7 +3148,7 @@ De wijziging van de bijlage bij deze wet bij wet van 21 december 2016, houdende ### Artikel 167c -Bij de instemming met het winningsplan voor het Groningenveld in 2018 op grond van artikel 34, neemt Onze Minister, in aanvulling op artikel 36, de bijzondere functie van het Groningenveld voor het kunnen voorzien van eindafnemers van de benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas in acht. +Vervallen ### Artikel 167d @@ -3313,11 +3204,13 @@ Artikel 86a geldt uitsluitend voor een houder van een toewijzing zoekgebied aard ### Artikel 167o -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Het bepaalde bij of krachtens paragraaf 6.2 en artikel 139 eerste lid, zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel H, van de Wet van 17 april 2024, houdende wijziging van de Gaswet en de Mijnbouwwet in verband met de beëindiging van de gaswinning uit het Groningenveld (Stb. 2024, 95), blijft van toepassing op adviezen die voorafgaand aan het moment van die inwerkingtreding aan de Technische commissie bodembeweging zijn gevraagd. ### Artikel 167p -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Artikel 36, eerste lid, aanhef en onderdeel e, is niet van toepassing op een winningsplan dat voor de datum van inwerkingtreding van dat onderdeel is ingediend. + +**2.** Artikel 36, vierde en vijfde lid, is niet van toepassing op een winningsplan, een gewijzigd winningsplan of een geactualiseerd winningsplan dat door de houder van een winningsvergunning op grond van artikel 34 bij Onze Minister is ingediend en waarmee nog niet is ingestemd voor de datum van inwerkingtreding van die artikelleden. ## Hoofdstuk 12. Intrekking en wijziging van enige wetten