2013-01-01 | BWBR0007321 | Besluit rechtspositie vrijwillige politie

This commit is contained in:
Coornhert 2013-01-01 12:00:00 +00:00
parent 67fb3a93d2
commit 4830c05765

View file

@ -18,14 +18,15 @@ citeertitel: Besluit rechtspositie vrijwillige politie
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
a. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
b. de vrijwillige ambtenaar in opleiding: degene die door het bevoegd gezag is benoemd tot vrijwillige ambtenaar in opleiding en die is toegelaten tot de opleiding tot vrijwillige ambtenaar van politie;
c. vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel *c*, van de Politiewet 1993;
d. de vrijwillige ambtenaar van politie: de vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de vrijwillige ambtenaar in opleiding;
c. vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Politiewet 2012;
d. de vrijwillige ambtenaar van politie: de vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie en de vrijwillige ambtenaar in opleiding;
e. bevoegd gezag:
1e. de korpsbeheerder, voor zover het betreft de vrijwillige ambtenaar van politie, die werkzaam is bij een regionaal politiekorps;
2e. Onze Minister, voor zover het betreft de vrijwillige ambtenaar van politie, die werkzaam is bij het Korps landelijke politiediensten;
1. de korpschef, voor zover het betreft de vrijwillige ambtenaar van politie, die werkzaam is bij het landelijk politiekorps;
2. het College van procureurs-generaal, voor zover het betreft ambtenaren van de rijksrecherche;
f. de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012.
**2.** Voor de toepassing van dit besluit wordt onder echtgenote of echtgenoot mede verstaan de geregistreerde partner alsmede de levenspartner met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont en met het oogmerk duurzaam samen te leven een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding. Onder weduwe of weduwnaar wordt mede begrepen de achtergebleven geregistreerde partner alsmede de nabestaande partner. Tot gezinslid wordt in voorkomend geval mede gerekend de geregistreerde partner alsmede de levenspartner. Tegelijkertijd kan slechts een persoon als echtgenoot of echtgenote dan wel weduwe of weduwnaar worden aangemerkt. Het bevoegd gezag kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten.
@ -47,6 +48,24 @@ e. bevoegd gezag:
**3.** Degene die de opleiding tot vrijwillige ambtenaar van politie alsmede de daarop volgende proeftijd heeft voltooid, wordt in vaste dienst aangesteld.
### Artikel 3a
**1.**
Een aanstelling van een vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie kan in tijdelijke dienst plaatsvinden:
a. voor een proeftijd van één jaar, zonodig in bijzondere gevallen op aanvraag van de ambtenaar met één jaar te verlengen en zonodig ambtshalve te verlengen met de tijd, gedurende welke de ambtenaar de proeftijd niet in werkelijke dienst heeft doorgebracht;
b. ter vervanging van een wegens ziekte of uit anderen hoofde afwezige ambtenaar;
c. ter uitvoering van werkzaamheden van kennelijk tijdelijk karakter;
d. indien het een ambtenaar betreft die in dienst wordt genomen als leerling ter opleiding tot een functie binnen de politieorganisatie dan wel in verband met zijn verdere praktische opleiding of vorming, of indien een wijziging in de taak van het betrokken dienstvak is voorgenomen;
e. indien een wijziging in de taak van het betrokken dienstvak is voorgenomen.
**2.** Zodra de omstandigheid die leidde tot een aanstelling in tijdelijke dienst als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, zich niet meer voordoet, wordt de desbetreffende ambtenaar zo mogelijk in vaste dienst aangesteld.
**3.** In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en e, wordt in ieder geval aangenomen dat de omstandigheid die leidde tot een aanstelling in tijdelijke dienst zich niet meer voordoet, wanneer de ambtenaar sinds twee jaar zonder onderbreking van langer dan één maand , waarvan laatstelijk gedurende ten minste één jaar in zijn huidige betrekking, in dienst is. Dit geldt echter niet in die gevallen waarin vaststaat dat zijn werkzaamheden in de door hem vervulde betrekking binnen het jaar zullen worden beëindigd.
**4.** Bij ministeriële regeling worden criteria gegeven op grond waarvan de in het derde lid genoemde periode van twee jaar kan worden verlengd tot vijf jaar.
### Artikel 4
**1.**
@ -70,6 +89,12 @@ d. voldoet aan overige bij regeling van Onze Minister te stellen eisen.
**3.** Een onderzoek als bedoeld in het eerste lid, of een veiligheidsonderzoek wordt ingesteld nadat het bevoegde gezag de betrokkene overigens bekwaam en geschikt acht.
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing indien het een aanstelling betreft in een functie waarin technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie worden uitgevoerd.
### Artikel 4aa
Voor de aanstelling als vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie gelden dezelfde eisen, bedoeld in artikel 8 van het Besluit algemene rechtspositie politie.
### Artikel 4b
**1.**
@ -120,7 +145,7 @@ Aan de vrijwillige ambtenaar van politie wordt, zo mogelijk vóór de aanvaardin
a. de naam, de voornamen en de geboortedatum van de ambtenaar;
b. of de aanstelling geschiedt in vaste of in tijdelijke dienst al dan niet met een proeftijd en de duur van de eventuele proeftijd;
c. de functie waarin hij wordt aangesteld;
d. de plaats van tewerkstelling en het werkgebied, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen *m* en *n*, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
d. de plaats van tewerkstelling en het werkgebied, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen v en x, van het Besluit algemene rechtspositie politie;
e. de datum van ingang van de aanstelling;
f. de rang waarin hij wordt aangesteld en
g. het gegeven dat de eden dan wel de verklaringen en beloften zijn afgelegd, en de datum waarop dit is gebeurd.
@ -255,7 +280,7 @@ Vervallen
**1.**
Van de vrijwillig ambtenaar van politie en de gewezen vrijwillig ambtenaar van politie die geheel of gedeeltelijk op kosten van de regio of het Rijk een opleiding hebben verkregen, kunnen deze kosten geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien:
Van de vrijwillig ambtenaar van politie en de gewezen vrijwillig ambtenaar van politie die geheel of gedeeltelijk op kosten van het bevoegd gezag een opleiding hebben verkregen, kunnen deze kosten geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien:
a. de opleiding niet met goed gevolg is afgerond door toedoen van de vrijwillig ambtenaar van politie of in het geval het niet met goed gevolg afronden aan eigen schuld van de vrijwillig ambtenaar van politie is te wijten;
b. de opleiding voortijdig wordt beëindigd door toedoen van de vrijwillig ambtenaar van politie of in het geval de beëindiging aan eigen schuld van de vrijwillig ambtenaar van politie is te wijten;
@ -269,7 +294,7 @@ c. de vrijwillig ambtenaar van politie binnen een periode van drie jaar na afron
### Artikel 21
**1.** Het bevoegd gezag kan de vrijwillige ambtenaar van politie verplichten de door de dienst geleden schade, voor zover deze aan de ambtenaar is te wijten, geheel of gedeeltelijk te vergoeden. Ten aanzien van gevallen waarin de schade minder bedraagt dan € 226,89 kan de korpschef dan wel, indien het een vrijwillige ambtenaar in opleiding betreft, de directeur van de instelling waar hij deze opleiding volgt, de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid uitoefenen.
**1.** Het bevoegd gezag kan de vrijwillige ambtenaar van politie verplichten de door de dienst geleden schade, voor zover deze aan de ambtenaar is te wijten, geheel of gedeeltelijk te vergoeden. Ten aanzien van gevallen waarin de schade minder bedraagt dan € 226,89 kan het bevoegd gezag dan wel, indien het een vrijwillige ambtenaar in opleiding betreft, de directeur van de instelling waar hij deze opleiding volgt, de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid uitoefenen.
**2.** Het bedrag van de schadevergoeding wordt niet vastgesteld dan nadat de ambtenaar in de gelegenheid is gesteld zich schriftelijk of mondeling te verantwoorden.
@ -279,7 +304,7 @@ c. de vrijwillig ambtenaar van politie binnen een periode van drie jaar na afron
**2.** De ambtenaar heeft geen aanspraak, bedoeld in het eerste lid, indien hij terzake van die schade rechten tegenover derden kan doen gelden. Indien de ambtenaar zijn rechten tegenover derden aan de regio dan wel het Rijk cedeert, wordt hij in het genot gesteld van het in geld uitgedrukte bedrag van de schade.
**3.** Indien de regio dan wel het Rijk terzake van de door voornoemde cessie verkregen rechten een civiele vordering instelt, worden de kosten die hieruit voor de regio dan wel het Rijk voortvloeien, niet op de ambtenaar verhaald.
**3.** Indien het bevoegd gezag terzake van de door voornoemde cessie verkregen rechten een civiele vordering instelt, worden de kosten die hieruit voor het bevoegd gezag voortvloeien, niet op de ambtenaar verhaald.
### Artikel 22a
@ -431,6 +456,18 @@ c. wanneer naar het oordeel van het bevoegd gezag het belang van de dienst dit v
**5.** Het ontslag, bedoeld in het vierde lid, wordt verleend met ingang van een dag niet vroeger dan een maand en niet later dan drie maanden na de dag waarop de aanvraag om ontslag is ontvangen.
### Artikel 38a
**1.** Aan de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve of andere taken ten dienste van de politie, die tegen het einde van de proeftijd, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel a, niet voldoet aan de eisen van bekwaamheid of geschiktheid, wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag, volgend op die waarop de proeftijd is verstreken.
**2.**
De vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die is aangesteld voor onbepaalde tijd, kan ontslag worden verleend, mits een opzegtermijn in acht wordt genomen van:
a. drie maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste twaalf maanden ononderbroken in dienst is geweest;
b. twee maanden, indien de ambtenaar ten tijde van opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste zes maanden doch korter dan twaalf maanden ononderbroken in dienst is geweest of
c. één maand, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand korter dan zes maanden ononderbroken in dienst is geweest.
### Artikel 39
Aan de ambtenaar die in verband met de aanvaarding van een functie in een publiekrechtelijk college waarin hij is aangesteld of verkozen, tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt, wordt, indien hij ophoudt zodanige functie te bekleden en hij naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in actieve dienst kan worden hersteld, eervol ontslag verleend.
@ -460,7 +497,7 @@ Een vrijwillige ambtenaar van politie kan ook op andere gronden, dan die welke i
### Artikel 42
De artikelen 3 en 13 van het Besluit overleg en medezeggenschap 1994 zijn van overeenkomstige toepassing op vrijwillige ambtenaren van politie.
Artikel 3 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 is van overeenkomstige toepassing op vrijwillige ambtenaren van politie.
## Hoofdstuk III. Financiële rechtspositie
@ -496,6 +533,10 @@ Degene die in de periode van 1 april 1994 tot en met de dag voorafgaand aan de i
Het koninklijk besluit van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken van 25 november 1964, houdende wijziging van het koninklijk besluit van 24 december 1957, *Stb.* 559 en vaststelling van de Rechtstoestandsregeling reservepolitie (*Stb.* 473) wordt ingetrokken.
### Artikel 49a
Dit besluit berust op artikel 47, eerste lid, Politiewet 2012.
### Artikel 50
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.