From 4833b2f7122847468d3c802bff8a908e95d5f1c3 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 8 Mar 2017 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] =?UTF-8?q?2017-03-08=20|=20BWBR0037093=20|=20Reglement=20?= =?UTF-8?q?Participatiefonds=20voor=20het=20Primair=20Onderwijs=20en=20de?= =?UTF-8?q?=20Expertisecentra=20voor=20het=20schooljaar=202015=E2=80=93201?= =?UTF-8?q?6?= MIME-Version: 1.0 Content-Type: text/plain; charset=UTF-8 Content-Transfer-Encoding: 8bit --- .../BWBR0037093/README.md | 642 +++++++++--------- 1 file changed, 321 insertions(+), 321 deletions(-) diff --git a/zbo/reglement-participatiefonds-voor-het-primair-onderwijs-en-de-expertisecentra-voo/BWBR0037093/README.md b/zbo/reglement-participatiefonds-voor-het-primair-onderwijs-en-de-expertisecentra-voo/BWBR0037093/README.md index a8872cd0301..ab3f70f46ee 100644 --- a/zbo/reglement-participatiefonds-voor-het-primair-onderwijs-en-de-expertisecentra-voo/BWBR0037093/README.md +++ b/zbo/reglement-participatiefonds-voor-het-primair-onderwijs-en-de-expertisecentra-voo/BWBR0037093/README.md @@ -23,7 +23,7 @@ Het bestuur van de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs besluit, gelet 3. *Benoeming of aanstelling in reguliere betrekking:* een (her)benoeming of (her)aanstelling niet zijnde een vervangingsaanstelling. 4. *Bestuursvoorschriften:* de bestuursvoorschriften en bijlagen zoals die door het bestuur van het Participatiefonds zijn vastgesteld ter bevordering van een correcte toepassing van het reglement Participatiefonds. 5. *Budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid:* het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid dat werkgevers ontvangen op basis van Titel IV, Afdeling 6 van de WPO dan wel op basis van Titel V, Afdeling 6 van de WEC. -6. *CAO PO:* de collectieve arbeidsovereenkomst voor het primair onderwijs zoals die tussen de PO-Raad en de organisaties van werknemers in het onderwijs voor de periode 1 juli 2014 tot 1 juli 2015 is overeengekomen en welke tot nader order van kracht blijft. +6. *CAO PO:* de collectieve arbeidsovereenkomst voor het primair onderwijs zoals die tussen de PO-Raad en de organisaties van werknemers in het onderwijs voor de periode 1 juli 2014 tot 1 juli 2015 is overeengekomen en welke tot nader order van kracht blijft. 7. *Centrale diensten:* diensten zoals bedoeld in artikel 68 WPO en artikel 69 WEC. 8. *Detachering:* de situatie dat onderwijspersoneel op eigen verzoek of met zijn instemming voor bepaalde tijd op basis van een detacheringsovereenkomst wordt belast met werkzaamheden bij een andere werkgever. 9. *Dienstverband in het kader van vervanging:* een tijdelijk dienstverband van een werknemer ter vervanging van een afwezige werknemer wegens de hieronder limitatief opgesomde gronden van afwezigheid. @@ -36,7 +36,7 @@ Het bestuur van de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs besluit, gelet 6. Buitengewoon verlof als bedoeld in artikel 8.18 CAO-PO voor zover verleend met behoud van salaris. 7. Betaald dan wel onbetaald ouderschapsverlof (artikelen 8.19, 8.20 en 8.21 CAO-PO). 8. Verlof wegens zwangerschap en/of bevalling. -9. Studieverlof van de leraar die gebruik maakt van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008. +9. Studieverlof van de leraar die gebruik maakt van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008. Vervanging voor deze gronden van afwezigheid wordt aangemerkt als vervanging in de zin van het reglement Participatiefonds. 10. *In- en doorstroombanen:* banen die worden vervuld door weknemers voor wie de werkgever destijds subsidie ontving als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het van het Besluit in-en doorstroombanen (stb. 1999, 591) @@ -51,13 +51,13 @@ Vervanging voor deze gronden van afwezigheid wordt aangemerkt als vervanging in 19. *Onderwijspersoneel:* de benoemde directeur, het personeel benoemd in een functie voor het geven van onderwijs, het personeel benoemd in een andere functie dan het geven van onderwijs, het personeel dat is benoemd voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van meer dan een school of meer dan een school als bedoeld in de WEC, waaronder begrepen de leden van het bestuur van die scholen die zijn benoemd door een raad van toezicht als bedoeld in artikel 17c, derde lid van de WPO, voor zover die leden mede zijn benoemd op basis van een arbeidsovereenkomst of een akte van aanstelling, dan wel de benoemde directeur, het personeel benoemd in een functie voor het geven van onderwijs, het personeel benoemd in een andere functie dan het geven van onderwijs, het personeel dat is benoemd voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van meer dan een school of meer dan een school als bedoeld in de WPO,waaronder begrepen de leden van het bestuur van die scholen die zijn benoemd door een raad van toezicht als bedoeld in artikel 28i, derde lid van de WEC, voor zover die leden mede zijn benoemd op basis van een arbeidsovereenkomst of een akte van aanstelling. 20. *Ontslag:* ontslag op grond van de opzeggings- en ontslagronden, genoemd in de CAO PO en tussentijdse beëindiging van een tijdelijk dienstverband. 21. *Ontslagbeleid:* de regeling Ontslagbeleid conform artikel 10.4 en 10.5 van de CAO PO. -22. *Outplacement:* Bij outplacement in de zin van het Reglement dient er sprake te zijn van een planmatige begeleiding door een derde van een met ontslag bedreigde werknemer bij het verwerven van een reguliere betrekking elders, waarbij een brede oriëntatie op de arbeidsmarkt en een wezenlijke financiële inspanning van de werkgever kenmerkend zijn (zie de uitspraak van de Raad van State van 9 mei 2007, zaaknummer 200606432/1). +22. *Outplacement:* Bij outplacement in de zin van het Reglement dient er sprake te zijn van een planmatige begeleiding door een derde van een met ontslag bedreigde werknemer bij het verwerven van een reguliere betrekking elders, waarbij een brede oriëntatie op de arbeidsmarkt en een wezenlijke financiële inspanning van de werkgever kenmerkend zijn (zie de uitspraak van de Raad van State van 9 mei 2007, zaaknummer 200606432/1). 23. *Participatiefonds:* de rechtspersoon als bedoeld in artikel 184 van de WPO en in artikel 170 van de WEC waarbij de werkgever verplicht is aangesloten in verband met kosten van uitkeringen aan gewezen personeel en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid. -24. *Prestatiebox:* de Regeling prestatiebox primair onderwijs als bedoeld in de Staatscourant nr. 1417, d.d. 27 januari 2012 +24. *Prestatiebox:* de Regeling prestatiebox primair onderwijs als bedoeld in de Staatscourant nr. 1417, d.d. 27 januari 2012 25. *Reorganisatie:* een verandering in de organisatie van één of meer scholen of een Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband, waaronder ook begrepen de opheffing van bestaande en/of de introductie van nieuwe functies, die gepaard gaan met ingrijpende personele gevolgen. 26. *Samenwerkingsverband:* samenwerkingsverband zoals bedoeld in artikel 18 van de WPO en artikel 28a van de WEC 27. *Samenwerkende werkgevers:* besturen die in het kader van het sectorplan PO een gezamenlijk transfercentrum hebben opgericht. -28. *Schooljaar:* een schooljaar loopt van 1 augustus tot en met 31 juli van het opvolgende kalenderjaar. +28. *Schooljaar:* een schooljaar loopt van 1 augustus tot en met 31 juli van het opvolgende kalenderjaar. 29. *Schoolsoort:* het basisonderwijs en de scholen voor speciaal basisonderwijs als bedoeld in de WPO en het speciaal onderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de WEC. 30. *Schoonmaakpersoneel:* werknemers waarvan in de functieomschrijving is opgenomen het schoonmaken en schoonhouden van de binnenzijde van het schoolgebouw en waarvoor de bekostiging is genormeerd in de materiële vergoeding. 31. *Sociaal Plan:* een door de werkgever en door tenminste drie van de vier vakcentrales ondertekend Sociaal Plan conform artikel 10.3 de CAO PO. @@ -91,7 +91,7 @@ De werkgever is verplicht, op de wijze zoals bepaald in de bestuursvoorschriften **1.** Werkgevers die een subsidie ontvangen als bedoeld in de subsidieregeling Regionale Transfercentra PO, kunnen een verzoek indienen bij het Participatiefonds om eenmalig als samenwerkende werkgevers een restitutie van de premie van het Participatiefonds te ontvangen. -**2.** De in het eerste lid bedoelde restitutie bedraagt € 50.000,-- en wordt bij toekenning uitgekeerd aan de penvoerder van het regionaal transfercentrum als bedoeld in artikel 5 van de subsidieregeling Regionale Transfercentra PO. +**2.** De in het eerste lid bedoelde restitutie bedraagt € 50.000,-- en wordt bij toekenning uitgekeerd aan de penvoerder van het regionaal transfercentrum als bedoeld in artikel 5 van de subsidieregeling Regionale Transfercentra PO. **3.** De penvoerder van de werkgevers die voor een in voorgaande leden bedoelde premierestitutie in aanmerking willen komen, doet daartoe een verzoek door het inzenden van een bij het Participatiefonds verkrijgbaar formulier. @@ -322,9 +322,9 @@ Als het dienstverband is ontbonden op grond van de artikelen 7:671b dan wel 7:67 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -374,9 +374,9 @@ d. de conclusie dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -427,9 +427,9 @@ c. de conclusie dat het niet mogelijk is de eigen functie van de werknemer aan t De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -452,7 +452,7 @@ Als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 3.7, vierde lid, CAO PO **2.** De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst. -**3.** Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.7 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. +**3.** Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.7 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. ### Artikel 4:6:2 @@ -491,11 +491,11 @@ Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsv ### Artikel 4:6:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een niet voortgezet of beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten of beëindigen van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:6:5 @@ -509,9 +509,9 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer of werknemers betre De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -561,9 +561,9 @@ d. de conclusie dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -634,9 +634,9 @@ d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de ges De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -708,9 +708,9 @@ d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de ges De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -733,7 +733,7 @@ Als ontslag is verleend op grond van artikel 3.8, zevende lid, van de CAO PO, me **2.** De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit. -**3.** Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.7 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. +**3.** Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.7 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. ### Artikel 4:12:2 @@ -772,11 +772,11 @@ Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsv ### Artikel 4:12:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een niet voortgezet of beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten of beëindigen van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:12:5 @@ -790,9 +790,9 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer of werknemers betre De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -853,9 +853,9 @@ d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de ges De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -956,8 +956,8 @@ d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de ges De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -1009,8 +1009,8 @@ d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de ges De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -1033,7 +1033,7 @@ Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het **2.** De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten. -**3.** Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.7 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. +**3.** Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.7 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. ### Artikel 4:21:2 @@ -1067,13 +1067,13 @@ a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers die ### Artikel 4:21:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. -**2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **3.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een niet voortgezet of beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste of tweede lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten of beëindigen van het dienstverband. -**4.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**4.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:21:5 @@ -1083,8 +1083,8 @@ a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers die De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -1145,8 +1145,8 @@ d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de ges De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -1431,7 +1431,7 @@ Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder ### Artikel 4:36:1 -**1.** De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die studieverlof genoot op grond van het scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008. +**1.** De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die studieverlof genoot op grond van het scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008. **2.** @@ -1445,8 +1445,8 @@ c. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan. Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van benoeming dan overlegt de werkgever naast de akte van benoeming: -a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer studieverlof heeft genoten op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008; en -b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008 genoot, heeft vervangen. +a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer studieverlof heeft genoten op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008; en +b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008 genoot, heeft vervangen. ### 4.3. Formatieve beëindigingsgronden bij een vast dienstverband @@ -1535,7 +1535,7 @@ Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat he Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven in artikel 4:38:2 in de schooljaren 2013–2014, 2014–2015 en 2015–2016 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. -De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2014 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. +De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2014 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. ### Artikel 4:38:6 @@ -1547,11 +1547,11 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 4:38:8 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het beëindigen van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:38:9 @@ -1561,9 +1561,9 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de beëindigingsdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -1613,11 +1613,11 @@ b. de beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden tijdens de lo ### Artikel 4:39:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:39:5 @@ -1667,7 +1667,7 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 1 ### Artikel 4:41:2 -**1.** De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2016, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2015, zijn gedaald. +**1.** De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2016, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2015, zijn gedaald. **2.** De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging Materieel. De werkgever gebruikt daarvoor de modelberekening ‘Kostenvergelijking materieel’ van het Participatiefonds. @@ -1677,29 +1677,29 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 1 In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan de werkgever op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen: -A. Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015, *of* -B. Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2016, *of* -C. Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2016 +A. Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015, *of* +B. Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2016, *of* +C. Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2016 **2.** De werkgever overlegt, afhankelijk van de ontslagdatum, de vergelijking zoals bepaald in artikel 4:41:3 onder A, B of C: -A. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2015 +A. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2015 -1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2015 en 2016. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. -B. beëindiging dienstverband per 1 januari 2016 +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +B. beëindiging dienstverband per 1 januari 2016 -1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2016 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2016 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2015 en 2016. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. -C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2016 +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2016 -1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2016 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2016 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2015 en 2016. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2016 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2016 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. ### Artikel 4:41:4 @@ -1713,9 +1713,9 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -1780,11 +1780,11 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een ### Artikel 4:42:6 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de bekostiging van de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het beëindigen van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van bekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van bekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. ### Artikel 4:42:7 @@ -1794,9 +1794,9 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -1833,9 +1833,9 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 1 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de datum van de beëindiging van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, heeft de werkgever het ondersteuningsaanbod verlengd tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -1939,7 +1939,7 @@ Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat he **3.** Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. -**4.** De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2014 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. +**4.** De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2014 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. ### Artikel 4:45:6 @@ -1951,11 +1951,11 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 4:45:8 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een verleend ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het ontslag. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:45:9 @@ -1965,9 +1965,9 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2013,7 +2013,7 @@ b. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gem ### Artikel 4:46:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per 1 augustus wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per 1 augustus wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst. @@ -2064,7 +2064,7 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 1 ### Artikel 4:48:2 -**1.** De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging Materieel op 1 januari 2016, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2015, zijn gedaald. +**1.** De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging Materieel op 1 januari 2016, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2015, zijn gedaald. **2.** De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging Materieel. De werkgever gebruikt daarvoor de modelberekening ‘Kostenvergelijking materieel’ van het Participatiefonds. @@ -2074,29 +2074,29 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 1 In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen: -• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015, *of* -• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2016, *of* -• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2016. +• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015, *of* +• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2016, *of* +• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2016. **2.** De werkgever overlegt, afhankelijk van de ontslagdatum, de vergelijking zoals bepaald in artikel 4:48:3 onder A, B of C: -A. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2015 +A. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2015 -1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2015 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2015 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2015 en 2016. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. -B. beëindiging dienstverband per 1 januari 2016 +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +B. beëindiging dienstverband per 1 januari 2016 -1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 januari 2016 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 januari 2016 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2015 en 2016. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. -C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2016 +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2016 -1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2016 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2016 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2015 en 2016. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel vanaf 1 januari 2016 tot en met de datum van ontslag aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel vanaf 1 januari 2016 tot en met de datum van ontslag aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. ### Artikel 4:48:4 @@ -2110,9 +2110,9 @@ Als er meerdere ontslagen gemeld worden, overlegt de werkgever de onderlinge vol De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2173,11 +2173,11 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een ### Artikel 4:49:6 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per 1 augustus wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per 1 augustus wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten of beëindigen van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:49:7 @@ -2187,9 +2187,9 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2222,9 +2222,9 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 1 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, heeft de werkgever het ondersteuningsaanbod verlengd tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2257,8 +2257,8 @@ Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2314,7 +2314,7 @@ Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voo Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven in artikel 4:52:1 in de schooljaren 2013–2014, 2014–2015 en 2014–2015 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. -De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2014 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. +De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2014 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. ### Artikel 4:52:5 @@ -2322,11 +2322,11 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 4:52:6 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:52:7 @@ -2336,8 +2336,8 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2383,11 +2383,11 @@ d. het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de ande Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven in artikel 4:53:1 in de schooljaren 2013–2014, 2014–2015 en 2015–2016 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. -De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2014 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. +De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2014 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. ### Artikel 4:53:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband. @@ -2401,8 +2401,8 @@ De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per Indien de werkgever niet over een sociaal plan beschikt, overlegt hij de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2450,7 +2450,7 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 1 ### Artikel 4:55:1 -**1.** De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2016, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2015, zijn gedaald. +**1.** De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2016, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2015, zijn gedaald. **2.** De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging Materieel. De werkgever gebruikt daarvoor de modelberekening ‘kostenvergelijking materieel’ van het Participatiefonds. @@ -2460,29 +2460,29 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 1 In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen: -• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2015, *of* -• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2016, *of* -• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2016 +• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2015, *of* +• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2016, *of* +• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2016 **2.** De werkgever overlegt, afhankelijk van de datum waarop het tijdelijk dienstverband niet wordt voortgezet, de vergelijking zoals bepaald in artikel 4:55:3 onder A, B of C: -A. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2015 +A. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2015 -1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2015 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. +1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2015 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2015 en 2016. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. -B. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2016 +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +B. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2016 -1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 januari 2016 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. +1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 januari 2016 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2015 en 2016. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. -C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2016 +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2016 -1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2016 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. +1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2016 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2015 en 2016. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2016 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2016 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. ### Artikel 4:55:3 @@ -2492,8 +2492,8 @@ C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2016 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband langer dan 6 maanden maar korter dan 12 maanden +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband langer dan 6 maanden maar korter dan 12 maanden **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2540,11 +2540,11 @@ Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voo ### Artikel 4:56:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een niet voortgezet dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot niet voortzetten van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een niet voortgezet dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot niet voortzetten van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:56:5 @@ -2554,8 +2554,8 @@ Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voo De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband langer dan 6 maanden maar korter dan 12 maanden; +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband langer dan 6 maanden maar korter dan 12 maanden; **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2643,11 +2643,11 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 4:57:8 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een verleend ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het ontslag. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:57:9 @@ -2657,9 +2657,9 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2708,7 +2708,7 @@ b. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gem ### Artikel 4:58:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per 1 augustus wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per 1 augustus wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst. @@ -2789,7 +2789,7 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 4:59:8 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:59:9 @@ -2799,9 +2799,9 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever overlegt daartoe de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -2873,11 +2873,11 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 4:60:7 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:60:8 @@ -2887,8 +2887,8 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -3008,7 +3008,7 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 4:62:8 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 4:62:9 @@ -3018,8 +3018,8 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever overlegt daartoe de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -3103,9 +3103,9 @@ d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de ges De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -3166,9 +3166,9 @@ d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de ges De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -3259,9 +3259,9 @@ d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de ges De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -3284,7 +3284,7 @@ Als ontslag is verleend op grond artikel 4.7, onder k, CAO PO, met als reden dat **2.** De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit. -**3.** Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.7 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. +**3.** Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.7 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. ### Artikel 5:9:2 @@ -3327,11 +3327,11 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer of werknemers betre ### Artikel 5:9:5 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een niet voortgezet of beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten of beëindigen van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 5:9:6 @@ -3341,9 +3341,9 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer of werknemers betre De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -3394,9 +3394,9 @@ c. de conclusie dat het niet mogelijk is de eigen functie van de werknemer aan t De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -3446,9 +3446,9 @@ d. de conclusie dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -3498,9 +3498,9 @@ d. de conclusie dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -3523,7 +3523,7 @@ Als het dienstverband is beëindigd op grond artikel 4.7, onder k, CAO PO, met a **2.** De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst. -**3.** Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.7 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. +**3.** Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.7 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. ### Artikel 5:13:2 @@ -3566,11 +3566,11 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer of werknemers betre ### Artikel 5:13:5 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een niet voortgezet of beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten of beëindigen van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 5:13:6 @@ -3580,9 +3580,9 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer of werknemers betre De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -3661,8 +3661,8 @@ c. de conclusie dat het niet mogelijk is de eigen functie van de werknemer aan t De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het tijdelijk dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -3715,8 +3715,8 @@ d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de ges De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het tijdelijk dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -3769,7 +3769,7 @@ Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het **2.** De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten. -**3.** Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.7 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. +**3.** Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.7 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. ### Artikel 5:23:2 @@ -3808,13 +3808,13 @@ Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsv ### Artikel 5:23:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. -**2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **3.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een niet voortgezet of beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste of tweede lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten of beëindigen van het dienstverband. -**4.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**4.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 5:23:5 @@ -3824,8 +3824,8 @@ Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsv De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het tijdelijk dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -3886,8 +3886,8 @@ d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de ges De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het tijdelijk dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -4172,7 +4172,7 @@ Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 4.4, onder ### Artikel 5:38:1 -**1.** De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die studieverlof genoot op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008. +**1.** De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die studieverlof genoot op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008. **2.** @@ -4186,8 +4186,8 @@ c. de periode waarvoor de aanstelling is aangegaan. Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van aanstelling overlegt de werkgever naast de akte van aanstelling: -a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer studieverlof heeft genoten op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008; en -b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008 genoot, heeft vervangen. +a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer studieverlof heeft genoten op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008; en +b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008 genoot, heeft vervangen. ### Artikel 5:39 @@ -4268,7 +4268,7 @@ Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat he Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven in artikel 5:40:2 in de schooljaren 2013–2014, 2014–2015 en 2015–2016 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. -De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2013 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. +De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2013 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. ### Artikel 5:40:6 @@ -4280,11 +4280,11 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 5:40:8 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de bekostiging van de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het beëindigen van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van bekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van bekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. ### Artikel 5:40:9 @@ -4294,9 +4294,9 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -4352,11 +4352,11 @@ b. het ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan. ### Artikel 5:41:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de bekostiging van de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het beëindigen van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van bekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van bekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. ### Artikel 5:41:5 @@ -4405,7 +4405,7 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 1 ### Artikel 5:43:2 -**1.** De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2016, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2015, zijn gedaald. +**1.** De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2016, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2015, zijn gedaald. **2.** De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging materieel. De werkgever gebruikt daarvoor de modelberekening ‘kostenvergelijking materieel’ van het Participatiefonds. @@ -4415,29 +4415,29 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 1 In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen: -• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015, *of* -• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2016, *of* -• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2016 +• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015, *of* +• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2016, *of* +• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2016 **2.** De werkgever overlegt, afhankelijk van de ontslagdatum, de vergelijking zoals bepaald in artikel 5:43:3 onder A, B of C: -A. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2015 +A. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2015 -1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2015 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2015 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2015 en 2016. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. -B. beëindiging dienstverband per 1 januari 2016 +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +B. beëindiging dienstverband per 1 januari 2016 -1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 januari 2016 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 januari 2016 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2015 en 2016. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. -C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2016 +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2016 -1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2016 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2016 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2015 en 2016. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel vanaf 1 januari 2016 tot en met de datum van ontslag aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel vanaf 1 januari 2016 tot en met de datum van ontslag aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. ### Artikel 5:43:4 @@ -4451,9 +4451,9 @@ Als er meerdere ontslagen gemeld worden, overlegt de werkgever de onderlinge vol De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -4522,11 +4522,11 @@ Als er meerdere ontslagen gemeld worden, overlegt de werkgever de onderlinge vol ### Artikel 5:44:6 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een verleend ontslagper een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het ontslag. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 5:44:7 @@ -4544,9 +4544,9 @@ Als er meerdere ontslagen gemeld worden, overlegt de werkgever de onderlinge vol De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -4583,9 +4583,9 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 1 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -4687,7 +4687,7 @@ Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat he Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven in artikel 5:47:2 in de schooljaren 2013–2014, 2014–2015 en 2015–2016 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. -De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2014 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. +De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2014 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. ### Artikel 5:47:6 @@ -4699,11 +4699,11 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 5:47:8 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het beëindigen van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 5:47:9 @@ -4713,9 +4713,9 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -4771,11 +4771,11 @@ b. het ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan. ### Artikel 5:48:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het beëindigen van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 5:48:5 @@ -4825,7 +4825,7 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 1 ### Artikel 5:50:2 -**1.** De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2016, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2015, zijn gedaald. +**1.** De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2016, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2015, zijn gedaald. **2.** De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging materieel. De werkgever gebruikt daarvoor de modelberekening ‘kostenvergelijking materieel’ van het Participatiefonds. @@ -4835,29 +4835,29 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 1 In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen: -• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015, *of* -• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2016, *of* -• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2016 +• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015, *of* +• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2016, *of* +• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2016 **2.** De werkgever overlegt, afhankelijk van de ontslagdatum, de vergelijking zoals bepaald in artikel 5:50:3 onder A, B of C: -A. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2015 +A. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2015 -1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2015 en 2016. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. -B. beëindiging dienstverband per 1 januari 2016 +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +B. beëindiging dienstverband per 1 januari 2016 -1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2016 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2016 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2015 en 2016. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. -C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2016 +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2016 -1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2016 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. +1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2016 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2015 en 2016. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2016 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2016 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. ### Artikel 5:50:4 @@ -4871,9 +4871,9 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -4942,11 +4942,11 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer of werknemers betre ### Artikel 5:51:6 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het beëindigen van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 5:51:7 @@ -4964,9 +4964,9 @@ Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer of werknemers betre De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -5003,9 +5003,9 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 1 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -5089,7 +5089,7 @@ Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voo Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven in artikel 5:54:1 in de schooljaren 2013–2014, 2014–2015 en 2015–2016 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. -De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2014 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. +De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2014 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. ### Artikel 5:54:5 @@ -5097,11 +5097,11 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 5:54:6 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 5:54:7 @@ -5111,8 +5111,8 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -5158,11 +5158,11 @@ d. het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de ande Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven in artikel 5:54:1 in de schooljaren 2013–2014, 2014–2015 en 2015–2016 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. -De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2014 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. +De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2014 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. ### Artikel 5:55:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband. @@ -5176,8 +5176,8 @@ De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per Indien de werkgever niet over een sociaal plan beschikt, overlegt hij de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -5225,7 +5225,7 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 1 ### Artikel 5:57:1 -**1.** De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2016, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2015, zijn gedaald. +**1.** De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2016, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2015, zijn gedaald. **2.** De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging Materieel. De werkgever gebruikt daarvoor de modelberekening ‘kostenvergelijking materieel’ van het Participatiefonds. @@ -5235,29 +5235,29 @@ Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 1 In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen: -• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015, *of* -• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2016, *of* -• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2016 +• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015, *of* +• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2016, *of* +• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2016 **2.** De werkgever overlegt, afhankelijk van de ontslagdatum, de vergelijking zoals bepaald in artikel 5:57:3 onder A, B of C: -A. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2015 +A. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2015 -1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2015 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. +1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2015 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2015 en 2016. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. -B. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2016 +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +B. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2016 -1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 januari 2016 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. +1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 januari 2016 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2015 en 2016. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. -C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2016 +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2016 -1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2016 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. +1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2016 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2015 en 2016 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2016 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2015, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2015 en 2016. -3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2016 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. +3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2016 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. ### Artikel 5:57:3 @@ -5267,8 +5267,8 @@ C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2016 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband langer dan 6 maanden maar korter dan 12 maanden +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband langer dan 6 maanden maar korter dan 12 maanden **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -5315,11 +5315,11 @@ Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voo ### Artikel 5:58:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een niet voortgezet dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot niet voortzetten van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een niet voortgezet dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot niet voortzetten van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 5:58:5 @@ -5337,8 +5337,8 @@ Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voo De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband langer dan 6 maanden maar korter dan 12 maanden; +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband langer dan 6 maanden maar korter dan 12 maanden; **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -5369,8 +5369,8 @@ Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het tijdelijk dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -5458,11 +5458,11 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 5:60:8 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een verleend ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het ontslag. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 5:60:9 @@ -5472,9 +5472,9 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -5523,7 +5523,7 @@ b. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gem ### Artikel 5:61:4 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per 1 augustus wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per 1 augustus wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst. @@ -5604,7 +5604,7 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 5:62:8 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 5:62:9 @@ -5614,9 +5614,9 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever overlegt daartoe de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; -b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; -c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. +a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; +b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; +c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -5688,11 +5688,11 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 5:63:7 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. **2.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband. -**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**3.** Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 10.4, zesde lid, van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 5:63:8 @@ -5702,8 +5702,8 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -5821,7 +5821,7 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die ### Artikel 5:65:8 -**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. +**1.** Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. ### Artikel 5:65:9 @@ -5831,8 +5831,8 @@ Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die De werkgever overlegt daartoe de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: -a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; -b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. +a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; +b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. **3.** Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. @@ -5853,7 +5853,7 @@ Dit reglement kan worden aangehaald als het ‘Reglement Participatiefonds voor ### Artikel 6:2 -Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag volgend op die, waarop het in de Staatscourant is gepubliceerd en heeft betrekking op alle dienstverbanden die zijn of worden beëindigd dan wel niet worden voortgezet in de periode van 1 augustus 2015 tot en met 31 juli 2016. +Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag volgend op die, waarop het in de Staatscourant is gepubliceerd en heeft betrekking op alle dienstverbanden die zijn of worden beëindigd dan wel niet worden voortgezet in de periode van 1 augustus 2015 tot en met 31 juli 2016. ### Artikel 6:3