2018-08-24 | BWBR0037402 | Beleidsregel macrodoelmatigheid beroepsonderwijs

This commit is contained in:
Coornhert 2018-08-24 12:00:00 +00:00
parent 5aa93e0aa9
commit 485d889af1

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Beleidsregel macrodoelmatigheid beroepsonderwijs
bwb_id: BWBR0037402
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2015-12-24'
datum_inwerkingtreding: '2018-08-24'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037402
citeertitel: Beleidsregel macrodoelmatigheid beroepsonderwijs
---
@ -16,31 +16,17 @@ citeertitel: Beleidsregel macrodoelmatigheid beroepsonderwijs
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a. *minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap;
b. *wet:* de Wet educatie en
beroepsonderwijs;
c. *adviescommissie macrodoelmatigheid mbo:* de
onafhankelijke adviescommissie bedoeld in artikel 6.1.4a, tweede lid, van de
wet;
d. *beroepsopleiding:* beroepsopleiding als bedoeld in
artikel 7.2.2, eerste lid,
onderdeel b tot en met e, van de wet
e. *instelling:* instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de
wet;
f. *zorgplicht arbeidsmarktperspectief:* de zorgplicht
bedoeld in artikel 6.1.3, eerste lid, van de
wet;
g. *zorgplicht doelmatigheid:* de zorgplicht bedoeld in
artikel 6.1.3, derde lid, van de
wet.
a. *minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. *wet:* de Wet educatie en beroepsonderwijs;
c. *adviescommissie macrodoelmatigheid mbo:* de onafhankelijke adviescommissie bedoeld in artikel 6.1.4a, tweede lid, van de wet;
d. *beroepsopleiding:* beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b tot en met e, van de wet
e. *instelling:* instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de wet;
f. *zorgplicht arbeidsmarktperspectief:* de zorgplicht bedoeld in artikel 6.1.3, eerste lid, van de wet;
g. *zorgplicht doelmatigheid:* de zorgplicht bedoeld in artikel 6.1.3, derde lid, van de wet.
### Artikel 2
Deze beleidsregel heeft betrekking op de wijze waarop de minister de bevoegdheden,
bedoeld in de artikelen 6.1.1, tweede lid,
en 6.1.4, eerste lid, onder c, van de
wet uitoefent.
Deze beleidsregel heeft betrekking op de wijze waarop de minister de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 6.1.1, tweede lid, en 6.1.4, eerste lid, onder c, van de wet uitoefent.
### Paragraaf 2. Zorgplichten macrodoelmatigheid
@ -48,37 +34,27 @@ Deze beleidsregel heeft betrekking op de wijze waarop de minister de bevoegdhede
**1.**
De minister kan een onderzoek naar de naleving van de zorgplicht
arbeidsmarktperspectief dan wel de zorgplicht doelmatigheid starten:
De minister kan een onderzoek naar de naleving van de zorgplicht arbeidsmarktperspectief dan wel de zorgplicht doelmatigheid starten:
a. indien een of meer instellingen, het bedrijfsleven, een gemeente of andere
belanghebbenden daartoe een verzoek hebben ingediend in verband met een
vermoeden van niet-naleving van een dan wel beide genoemde zorgplichten.
b. op basis van inzichten verkregen uit een thematische doorlichting van het
opleidingenaanbod door de adviescommissie macrodoelmatigheid mbo;
c. naar aanleiding van onder meer wetenschappelijk onderzoek en andere
publicaties, of
a. indien een of meer instellingen, het bedrijfsleven, een gemeente of andere belanghebbenden daartoe een verzoek hebben ingediend in verband met een vermoeden van niet-naleving van een dan wel beide genoemde zorgplichten.
b. op basis van inzichten verkregen uit een thematische doorlichting van het opleidingenaanbod door de adviescommissie macrodoelmatigheid mbo;
c. naar aanleiding van onder meer wetenschappelijk onderzoek en andere publicaties, of
d. naar aanleiding van onderzoek door de Inspectie van het Onderwijs;
**2.** Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan bij de minister worden
ingediend. Bij het verzoek moeten actuele en zo volledig mogelijke gegevens, die het
vermoeden van niet-naleven onderbouwen, worden toegevoegd.
**2.** Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan bij de minister worden ingediend. Bij het verzoek moeten actuele en zo volledig mogelijke gegevens, die het vermoeden van niet-naleven onderbouwen, worden toegevoegd.
**3.** Indien de gegevens, bedoeld in het tweede lid, ontbreken, kan de minister
besluiten het verzoek buiten behandeling te laten.
**3.** Indien de gegevens, bedoeld in het tweede lid, ontbreken, kan de minister besluiten het verzoek buiten behandeling te laten.
**4.**
Een verzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a , kan per post worden
ingediend bij:
Een verzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a , kan per post worden ingediend bij:
- de minister van OCW
- t.a.v. de adviescommissie macrodoelmatigheid mbo
- Postbus 85498
- 2508 CD DEN HAAG
Elektronische indiening is mogelijk via het daartoe bestemde formulier op de
website:
Elektronische indiening is mogelijk via het daartoe bestemde formulier op de website:
- www.cmmbo.nl
@ -86,137 +62,67 @@ Elektronische indiening is mogelijk via het daartoe bestemde formulier op de
**1.**
Er kan in ieder geval aanleiding zijn voor een onderzoek naar de naleving van de
zorgplicht arbeidsmarktperspectief bij een beroepsopleiding indien blijkt dat:
Er kan in ieder geval aanleiding zijn voor een onderzoek naar de naleving van de zorgplicht arbeidsmarktperspectief bij een beroepsopleiding indien blijkt dat:
a. Ruim een jaar na afstuderen 30% of meer van de gediplomeerden van de
betreffende beroepsopleiding geen baan heeft gevonden, of
b. Ruim een jaar na afstuderen 50% of meer van de werkende gediplomeerden van de
betreffende beroepsopleiding geen baan heeft gevonden op het niveau van de
opleiding.
a. Ruim een jaar na afstuderen 30% of meer van de gediplomeerden van de betreffende beroepsopleiding geen baan heeft gevonden, of
b. Ruim een jaar na afstuderen 50% of meer van de werkende gediplomeerden van de betreffende beroepsopleiding geen baan heeft gevonden op het niveau van de opleiding.
**2.**
Er kan in ieder geval aanleiding zijn voor een onderzoek naar de naleving van de
zorgplicht doelmatigheid bij een beroepsopleiding indien blijkt dat:
Er kan in ieder geval aanleiding zijn voor een onderzoek naar de naleving van de zorgplicht doelmatigheid bij een beroepsopleiding indien blijkt dat:
a. door twee of meer instellingen in hetzelfde verzorgingsgebied eenzelfde
beroepsopleiding wordt aangeboden en bij tenminste één van de instellingen voor
de betreffende beroepsopleiding, 18 of minder deelnemers zijn ingeschreven,
b. er landelijk minder dan 50 deelnemers zijn ingeschreven voor de betreffende
beroepsopleiding en deze deelnemers verdeeld zijn over twee of meer
instellingen, of
c. er binnen de regio overleg heeft plaatsgevonden tussen twee of meer
instellingen over het doelmatig aanbieden van een opleiding en dit overleg niet
geleid heeft tot een voor partijen aanvaardbare situatie.
a. door twee of meer instellingen in hetzelfde verzorgingsgebied eenzelfde beroepsopleiding wordt aangeboden en bij tenminste één van de instellingen voor de betreffende beroepsopleiding, 18 of minder deelnemers zijn ingeschreven,
b. er landelijk minder dan 50 deelnemers zijn ingeschreven voor de betreffende beroepsopleiding en deze deelnemers verdeeld zijn over twee of meer instellingen, of
c. er binnen de regio overleg heeft plaatsgevonden tussen twee of meer instellingen over het doelmatig aanbieden van een opleiding en dit overleg niet geleid heeft tot een voor partijen aanvaardbare situatie.
**3.** Indien de minister aanleiding ziet voor een onderzoek dan vraagt hij advies aan de
commissie macrodoelmatigheid mbo. Daartoe stuurt hij het dossier door naar de
adviescommissie.
**3.** Indien de minister aanleiding ziet voor een onderzoek dan vraagt hij advies aan de commissie macrodoelmatigheid mbo. Daartoe stuurt hij het dossier door naar de adviescommissie.
### Artikel 5
Aan de hand van in ieder geval de volgende criteria wordt beoordeeld of voldaan is
aan de zorgplicht arbeidsmarktperspectief:
Aan de hand van in ieder geval de volgende criteria wordt beoordeeld of voldaan is aan de zorgplicht arbeidsmarktperspectief:
a. heeft 70% of meer van de gediplomeerden van de betreffende beroepsopleiding ruim
een jaar na afstuderen een baan gevonden;
b. heeft 50% of meer van de werkende gediplomeerden van de betreffende
beroepsopleiding ruim een jaar na afstuderen een baan gevonden op het niveau van
de opleiding;
c. heeft het bevoegd gezag zich voldoende rekenschap gegeven van de verwachte
behoefte aan gediplomeerden van de betreffende beroepsopleiding op de regionale
arbeidsmarkt, hetgeen wordt ondersteund met actuele en zo volledig mogelijke data
waarmee die behoefte aannemelijk wordt gemaakt;
d. heeft het bevoegd gezag in voldoende mate bezien, indien het een
beroepsopleiding betreft die mede op de landelijke arbeidsmarkt is gericht, wat de
verwachte behoefte aan gediplomeerden op de landelijke arbeidsmarkt is, en is op
basis hiervan het aanbieden van de betreffende beroepsopleiding te
rechtvaardigen;
e. heeft het bevoegd gezag bij het inschrijven van deelnemers in voldoende mate met
andere aanbieders van eenzelfde beroepsopleiding afstemming bereikt met het oog op
het arbeidsmarktperspectief van de betreffende beroepsopleiding;
f. heeft het bevoegd gezag zich voldoende rekenschap gegeven van de bijdrage van de
betreffende beroepsopleiding aan doorstroom naar een hoger opleidingsniveau of
naar het hoger beroepsonderwijs;
g. heeft het bevoegd gezag onderzocht of de benodigde
beroepspraktijkvormingsplaatsen in voldoende mate beschikbaar zijn voor het aantal
deelnemers van de betreffende beroepsopleiding, en
h. borgt het bevoegd gezag de toegankelijkheid van onderwijs voor kansarme groepen
in de arbeidsmarktregio met het verzorgen van de betreffende
beroepsopleiding.
a. heeft 70% of meer van de gediplomeerden van de betreffende beroepsopleiding ruim een jaar na afstuderen een baan gevonden;
b. heeft 50% of meer van de werkende gediplomeerden van de betreffende beroepsopleiding ruim een jaar na afstuderen een baan gevonden op het niveau van de opleiding;
c. heeft het bevoegd gezag zich voldoende rekenschap gegeven van de verwachte behoefte aan gediplomeerden van de betreffende beroepsopleiding op de regionale arbeidsmarkt, hetgeen wordt ondersteund met actuele en zo volledig mogelijke data waarmee die behoefte aannemelijk wordt gemaakt;
d. heeft het bevoegd gezag in voldoende mate bezien, indien het een beroepsopleiding betreft die mede op de landelijke arbeidsmarkt is gericht, wat de verwachte behoefte aan gediplomeerden op de landelijke arbeidsmarkt is, en is op basis hiervan het aanbieden van de betreffende beroepsopleiding te rechtvaardigen;
e. heeft het bevoegd gezag bij het inschrijven van deelnemers in voldoende mate met andere aanbieders van eenzelfde beroepsopleiding afstemming bereikt met het oog op het arbeidsmarktperspectief van de betreffende beroepsopleiding;
f. heeft het bevoegd gezag zich voldoende rekenschap gegeven van de bijdrage van de betreffende beroepsopleiding aan doorstroom naar een hoger opleidingsniveau of naar het hoger beroepsonderwijs;
g. heeft het bevoegd gezag onderzocht of de benodigde beroepspraktijkvormingsplaatsen in voldoende mate beschikbaar zijn voor het aantal deelnemers van de betreffende beroepsopleiding, en
h. borgt het bevoegd gezag de toegankelijkheid van onderwijs voor kansarme groepen in de arbeidsmarktregio met het verzorgen van de betreffende beroepsopleiding.
### Artikel 6
Aan de hand van in ieder geval de volgende criteria wordt beoordeeld of voldaan
wordt aan de zorgplicht doelmatigheid:
Aan de hand van in ieder geval de volgende criteria wordt beoordeeld of voldaan wordt aan de zorgplicht doelmatigheid:
a. wordt door twee of meer instellingen in hetzelfde verzorgingsgebied eenzelfde
beroepsopleiding aangeboden en zijn bij geen van de instellingen voor de
betreffende beroepsopleiding, 18 of minder deelnemers ingeschreven,
b. zijn er landelijk minder dan 50 deelnemers ingeschreven voor de betreffende
beroepsopleiding en zijn deze deelnemers niet verdeeld zijn over twee of meer
instellingen;
c. heeft het bevoegd gezag zich voldoende rekenschap gegeven van het aantal
vergelijkbare bekostigde beroepsopleidingen in hetzelfde verzorgingsgebied;
d. heeft het bevoegd gezag de afstemming met andere bevoegd gezagsorganen gezocht
en afdoende aangestuurd op samenwerking opdat een doelmatig aanbod van de
betreffende beroepsopleiding(en) tot stand komt;
e. heeft het bevoegd gezag zich voldoende rekenschap gegeven, indien het een
beroepsopleiding betreft die mede op de landelijke arbeidsmarkt is gericht, van
het aantal vergelijkbare bekostigde opleidingen op landelijk niveau;
f. heeft het bevoegd gezag aan de hand van een realistische onderbouwing de
verwachte ontwikkeling van de deelnemersaantallen voor de betreffende
beroepsopleiding in kaart gebracht. En heeft het bevoegd gezag zich voldoende
rekenschap gegeven van de gevolgen die het opstarten van de nieuwe
beroepsopleiding heeft op de deelnemersaantallen van vergelijkbare bekostigde
beroepsopleidingen in dezelfde arbeidsmarktregio;
g. heeft het bevoegd gezag in voldoende mate de samenwerking gezocht met het
bedrijfsleven om te komen tot een doelmatige organisatie van de betreffende
beroepsopleiding en andere vergelijkbare beroepsopleidingen in de regio, en;
h. heeft het bevoegd gezag bij het starten van een nieuwe beroepsopleiding in
voldoende mate rekening gehouden met de aanwezigheid van reeds bestaande
(kapitaalintensieve) infrastructuren bij vergelijkbare beroepsopleidingen bij
andere instellingen.
a. wordt door twee of meer instellingen in hetzelfde verzorgingsgebied eenzelfde beroepsopleiding aangeboden en zijn bij geen van de instellingen voor de betreffende beroepsopleiding, 18 of minder deelnemers ingeschreven,
b. zijn er landelijk minder dan 50 deelnemers ingeschreven voor de betreffende beroepsopleiding en zijn deze deelnemers niet verdeeld zijn over twee of meer instellingen;
c. heeft het bevoegd gezag zich voldoende rekenschap gegeven van het aantal vergelijkbare bekostigde beroepsopleidingen in hetzelfde verzorgingsgebied;
d. heeft het bevoegd gezag de afstemming met andere bevoegd gezagsorganen gezocht en afdoende aangestuurd op samenwerking opdat een doelmatig aanbod van de betreffende beroepsopleiding(en) tot stand komt;
e. heeft het bevoegd gezag zich voldoende rekenschap gegeven, indien het een beroepsopleiding betreft die mede op de landelijke arbeidsmarkt is gericht, van het aantal vergelijkbare bekostigde opleidingen op landelijk niveau;
f. heeft het bevoegd gezag aan de hand van een realistische onderbouwing de verwachte ontwikkeling van de deelnemersaantallen voor de betreffende beroepsopleiding in kaart gebracht. En heeft het bevoegd gezag zich voldoende rekenschap gegeven van de gevolgen die het opstarten van de nieuwe beroepsopleiding heeft op de deelnemersaantallen van vergelijkbare bekostigde beroepsopleidingen in dezelfde arbeidsmarktregio;
g. heeft het bevoegd gezag in voldoende mate de samenwerking gezocht met het bedrijfsleven om te komen tot een doelmatige organisatie van de betreffende beroepsopleiding en andere vergelijkbare beroepsopleidingen in de regio, en;
h. heeft het bevoegd gezag bij het starten van een nieuwe beroepsopleiding in voldoende mate rekening gehouden met de aanwezigheid van reeds bestaande (kapitaalintensieve) infrastructuren bij vergelijkbare beroepsopleidingen bij andere instellingen.
### Artikel 7
**1.**
Bij het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 6.1.4, eerste lid, onder c,
van de wet dan wel bij het geven van een waarschuwing, als bedoeld in
artikel 6.1.5, lid 2a, van de
wet betrekt de minister in ieder geval de volgende aspecten:
Bij het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 6.1.4, eerste lid, onder c, van de wet dan wel bij het geven van een waarschuwing, als bedoeld in artikel 6.1.5, lid 2a, van de wet betrekt de minister in ieder geval de volgende aspecten:
a. de verwachte gevolgen van het besluit op de kwaliteit van het
opleidingenaanbod in het betreffende verzorgingsgebied van de betrokken
instellingen;
b. de verwachte gevolgen van het besluit voor de keuzevrijheid van deelnemers,
en
c. de verwachte gevolgen van het besluit voor de toegankelijkheid van onderwijs
voor kansarme groepen.
d. de verwachte gevolgen van het besluit voor de financiële stabiliteit van de
instelling.
a. de verwachte gevolgen van het besluit op de kwaliteit van het opleidingenaanbod in het betreffende verzorgingsgebied van de betrokken instellingen;
b. de verwachte gevolgen van het besluit voor de keuzevrijheid van deelnemers, en
c. de verwachte gevolgen van het besluit voor de toegankelijkheid van onderwijs voor kansarme groepen.
d. de verwachte gevolgen van het besluit voor de financiële stabiliteit van de instelling.
**2.**
De minister maakt het advies van de adviescommissie macrodoelmatigheid mbo
openbaar:
De minister maakt het advies van de adviescommissie macrodoelmatigheid mbo openbaar:
a. tegelijk met het openbaar maken van het besluit tot het ontnemen van rechten,
genoemd in artikel
1.3.1, ten aanzien van een beroepsopleiding indien niet of niet meer
wordt voldaan aan een of meer zorgplichten bedoeld in artikel 6.1.3, van de
wet;
b. tegelijk met het openbaar maken van de waarschuwing bedoeld in artikel 6.1.5, lid 2a, van de
wet; of
c. na het nemen van de beslissing geen gebruik te maken van de bevoegdheid,
bedoeld in artikel 6.1.4,
eerste lid, onder c, van de wet.
a. tegelijk met het openbaar maken van het besluit tot het ontnemen van rechten, genoemd in artikel 1.3.1, ten aanzien van een beroepsopleiding indien niet of niet meer wordt voldaan aan een of meer zorgplichten bedoeld in artikel 6.1.3, van de wet;
b. tegelijk met het openbaar maken van de waarschuwing bedoeld in artikel 6.1.5, lid 2a, van de wet; of
c. na het nemen van de beslissing geen gebruik te maken van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 6.1.4, eerste lid, onder c, van de wet.
Het advies wordt in bovengenoemde gevallen openbaar gemaakt door het elektronisch
beschikbaar te stellen op de website van de adviescommissie macrodoelmatigheid
mbo.
Het advies wordt in bovengenoemde gevallen openbaar gemaakt door het elektronisch beschikbaar te stellen op de website van de adviescommissie macrodoelmatigheid mbo.
### Paragraaf 3. Alleenrecht kleinschalige en unieke opleidingen
@ -226,18 +132,10 @@ Het advies wordt in bovengenoemde gevallen openbaar gemaakt door het elektronisc
De minister kan in de volgende gevallen een onderzoek instellen:
a. indien een instelling aan de minister het signaal afgeeft een kleinschalige en
unieke beroepsopleiding, die door geen andere uit s Rijks kas bekostigde
instelling wordt aangeboden, niet langer te willen aanbieden; of
b. naar aanleiding van een melding over het voornemen tot het beëindigen van een
kleinschalige en unieke opleiding als bedoeld in artikel 6.1.2 van de
wet.
a. indien een instelling aan de minister het signaal afgeeft een kleinschalige en unieke beroepsopleiding, die door geen andere uit s Rijks kas bekostigde instelling wordt aangeboden, niet langer te willen aanbieden; of
b. naar aanleiding van een melding over het voornemen tot het beëindigen van een kleinschalige en unieke opleiding als bedoeld in artikel 6.1.2 van de wet.
**2.** Bij het signaal, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden actuele en zo volledig
mogelijke gegevens toegevoegd en eventueel de gedane melding bij het Meld- en
Expertisepunt Specialistisch Vakmanschap, die aantonen dat het een al dan niet
kleinschalige en unieke beroepsopleiding betreft die van belang blijft voor de
arbeidsmarkt.
**2.** Bij het signaal, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden actuele en zo volledig mogelijke gegevens toegevoegd en eventueel de gedane melding bij het Meld- en Expertisepunt Specialistisch Vakmanschap, die aantonen dat het een al dan niet kleinschalige en unieke beroepsopleiding betreft die van belang blijft voor de arbeidsmarkt.
**3.**
@ -251,76 +149,43 @@ Postbus 85498
2508 CD DEN HAAG
Elektronische indiening is mogelijk via het daartoe bestemde formulier op de
website: www.cmmbo.nl.
Elektronische indiening is mogelijk via het daartoe bestemde formulier op de website: www.cmmbo.nl.
### Artikel 9
**1.** Na een signaal, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder
a, is er in ieder geval aanleiding voor het vragen van een advies in
verband met het behoud van een unieke kleinschalige beroepsopleiding, als bedoeld in
artikel 6.1.1, tweede lid, van de
wet indien blijkt dat het landelijk aantal deelnemers dat ingeschreven
staat op de kwalificatie dan wel indien van toepassing op een cluster samenhangende
kwalificaties, gebaseerd op onder andere de koppeltabel van de
Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven, minder dan 50 deelnemers
per leerjaar bedraagt en er voldoende arbeidsmarktperspectief lijkt te zijn.
**1.** Na een signaal, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, is er in ieder geval aanleiding voor het vragen van een advies in verband met het behoud van een unieke kleinschalige beroepsopleiding, als bedoeld in artikel 6.1.1, tweede lid, van de wet indien blijkt dat het landelijk aantal deelnemers dat ingeschreven staat op de kwalificatie dan wel indien van toepassing op een cluster samenhangende kwalificaties, gebaseerd op onder andere de koppeltabel van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven, minder dan 50 deelnemers per leerjaar bedraagt en er voldoende arbeidsmarktperspectief lijkt te zijn.
**2.** De minister vraagt advies aan de adviescommissie macrodoelmatigheid mbo. Daartoe
stuurt hij de onder hem rustende ter zake doende gegevens naar de
adviescommissie.
**2.** De minister vraagt advies aan de adviescommissie macrodoelmatigheid mbo. Daartoe stuurt hij de onder hem rustende ter zake doende gegevens naar de adviescommissie.
**3.** Indien het signaal geen aanleiding geeft voor het vragen van een advies aan de
adviescommissie macrodoelmatigheid mbo brengt de minister de instelling die het
signaal heeft gegeven daarvan op de hoogte.
**3.** Indien het signaal geen aanleiding geeft voor het vragen van een advies aan de adviescommissie macrodoelmatigheid mbo brengt de minister de instelling die het signaal heeft gegeven daarvan op de hoogte.
### Artikel 10
**1.** De commissie macrodoelmatigheid mbo betrekt in ieder geval de in het tweede lid
vermelde criteria en overwegingen bij haar advies of er sprake is van een zodanig
kleinschalige unieke beroepsopleiding die van belang blijft voor de arbeidsmarkt en
die daadwerkelijk dreigt te verdwijnen.
**1.** De commissie macrodoelmatigheid mbo betrekt in ieder geval de in het tweede lid vermelde criteria en overwegingen bij haar advies of er sprake is van een zodanig kleinschalige unieke beroepsopleiding die van belang blijft voor de arbeidsmarkt en die daadwerkelijk dreigt te verdwijnen.
**2.**
Criteria en overwegingen die van belang zijn voor een besluit omtrent artikel 6.1.1, tweede lid, van de
wet zijn:
Criteria en overwegingen die van belang zijn voor een besluit omtrent artikel 6.1.1, tweede lid, van de wet zijn:
a. er is sprake van een beroepsopleiding voor een beroepsgroep met een constante
landelijke omvang die beperkt is;
b. er sprake is van een vervangingsvraag waarbij het aantal gediplomeerde
deelnemers dat de desbetreffende beroepsopleiding jaarlijks verlaat onder deze
vervangingsvraag ligt;
c. de te leren kennis en vaardigheden onderscheiden zich van andere (verwante)
kwalificaties doordat het merendeel van de inhoud van de betreffende
beroepsopleiding niet overlapt met die van beroepsopleidingen gericht op andere
kwalificaties;
d. er sprake is van een structurele en duurzame betrokkenheid van het
bedrijfsleven, werkorganisaties dan wel de beroepsgroep bij het in stand houden
van de beroepsopleiding, door het aanbieden van voldoende stageplaatsen, zich in
te zetten ten behoeve van de professionalisering van vakdocenten en het
ondersteunen van onderwijsfaciliteiten.
a. er is sprake van een beroepsopleiding voor een beroepsgroep met een constante landelijke omvang die beperkt is;
b. er sprake is van een vervangingsvraag waarbij het aantal gediplomeerde deelnemers dat de desbetreffende beroepsopleiding jaarlijks verlaat onder deze vervangingsvraag ligt;
c. de te leren kennis en vaardigheden onderscheiden zich van andere (verwante) kwalificaties doordat het merendeel van de inhoud van de betreffende beroepsopleiding niet overlapt met die van beroepsopleidingen gericht op andere kwalificaties;
d. er sprake is van een structurele en duurzame betrokkenheid van het bedrijfsleven, werkorganisaties dan wel de beroepsgroep bij het in stand houden van de beroepsopleiding, door het aanbieden van voldoende stageplaatsen, zich in te zetten ten behoeve van de professionalisering van vakdocenten en het ondersteunen van onderwijsfaciliteiten.
**3.** De adviescommissie macrodoelmatigheid mbo betrekt bij haar advies het totaal aan
onderwijsvoorzieningen binnen de sector.
**3.** De adviescommissie macrodoelmatigheid mbo betrekt bij haar advies het totaal aan onderwijsvoorzieningen binnen de sector.
### Artikel 11
**1.** De minister maakt het advies van de adviescommissie macrodoelmatigheid mbo
openbaar nadat hij een besluit heeft genomen omtrent de toepassing van artikel 6.1.1, tweede lid, van de
wet.
**1.** De minister maakt het advies van de adviescommissie macrodoelmatigheid mbo openbaar nadat hij een besluit heeft genomen omtrent de toepassing van artikel 6.1.1, tweede lid, van de wet.
**2.** Het advies wordt openbaar gemaakt door het elektronisch beschikbaar te stellen op
de website van de adviescommissie macrodoelmatigheid mbo.
**2.** Het advies wordt openbaar gemaakt door het elektronisch beschikbaar te stellen op de website van de adviescommissie macrodoelmatigheid mbo.
### Paragraaf 4. Slotbepalingen
### Artikel 12
Deze beleidsregel treedt in werking de dag na de datum van uitgifte van de
Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.
Deze beleidsregel treedt in werking de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.
### Artikel 13
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel macrodoelmatigheid
beroepsonderwijs.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel macrodoelmatigheid beroepsonderwijs.