diff --git a/wet/kernenergiewet/BWBR0002402/README.md b/wet/kernenergiewet/BWBR0002402/README.md index fbdd52b4da0..1b33fc6f9c6 100644 --- a/wet/kernenergiewet/BWBR0002402/README.md +++ b/wet/kernenergiewet/BWBR0002402/README.md @@ -103,12 +103,14 @@ Vervallen Het is verboden zonder vergunning: a. splijtstoffen of ertsen te vervoeren, voorhanden te hebben, binnen of buiten Nederlands grondgebied te brengen of te doen brengen, dan wel zich daarvan te ontdoen; -b. een inrichting, waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt, splijtstoffen kunnen worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt, dan wel splijtstoffen worden opgeslagen, op te richten, inwerking te brengen, in werking te houden, buiten gebruik te stellen, te ontmantelen of te wijzigen; +b. een inrichting, waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt, splijtstoffen kunnen worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt, dan wel splijtstoffen worden opgeslagen, op te richten, inwerking te brengen, in werking te houden, buiten gebruik te stellen of te wijzigen of een inrichting, waarin kernenergie kon worden vrijgemaakt, splijtstoffen konden worden vervaardigd, bewerkt of verwerkt, dan wel splijtstoffen werden opgeslagen, te ontmantelen; c. een uitrusting, geschikt om een vaartuig of ander vervoermiddel door middel van kernenergie voort te bewegen, daarin aan te brengen of aangebracht te houden, dan wel zodanige daarin aangebrachte uitrusting in werking te brengen, in werking te houden of te wijzigen. ### Artikel 15a -Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tezamen zijn, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat indien het vervoer van splijtstoffen of ertsen, of lozing in oppervlaktewater betreft, met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit indien het lozing in oppervlaktewater of lozing in lucht betreft, en met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport indien het medische stralingstoepassingen betreft, bevoegd te beslissen op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 15. +**1.** Met ingang van 31 december 2033 vervalt de op grond van artikel 15, onder b, verleende vergunning voor het in werking houden van de in 1973 in werking gebrachte kernenergiecentrale Borssele, voorzover het betreft het vrijmaken van kernenergie. + +**2.** Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder b, voor het vrijmaken van kernenergie in de in het eerste lid genoemde inrichting na het in het eerste lid genoemde tijdstip wordt, onverminderd het overigens bij of krachtens deze wet bepaalde, buiten behandeling gelaten. ### Artikel 15aa @@ -127,9 +129,11 @@ d. de energievoorziening; e. het zeker stellen van de betaling van de vergoeding, aan derden toekomende voor schade of letsel, hun toegebracht; f. de nakoming van internationale verplichtingen. -**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen naast de in het eerste lid bedoelde belangen andere belangen worden aangewezen. +**2.** Onverminderd het eerste lid kan een vergunning voor het oprichten van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, worden geweigerd, indien de in de aanvraag beschreven techniek voor het vrijmaken van kernenergie, het vervaardigen, bewerken of verwerken van splijtstoffen dan wel het opslaan van splijtstoffen in de inrichting naar het oordeel van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bij het in werking brengen van de inrichting zal zijn verouderd. -**3.** Indien Wij niet binnen drie maanden na het in werking treden van een algemene maatregel van bestuur als in het tweede lid bedoeld aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal een voorstel van wet hebben doen toekomen tot wijziging van deze wet overeenkomstig die maatregel of indien zodanig voorstel wordt ingetrokken of verworpen, trekken Wij de maatregel onverwijld in. +**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen naast de in het eerste lid bedoelde belangen andere belangen worden aangewezen. + +**4.** Indien Wij niet binnen drie maanden na het in werking treden van een algemene maatregel van bestuur als in het tweede lid bedoeld aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal een voorstel van wet hebben doen toekomen tot wijziging van deze wet overeenkomstig die maatregel of indien zodanig voorstel wordt ingetrokken of verworpen, trekken Wij de maatregel onverwijld in. ### Artikel 15c @@ -153,6 +157,10 @@ f. de nakoming van internationale verplichtingen. **2.** Een voorschrift kan de verplichting inhouden dat met betrekking tot in het voorschrift geregelde, daarbij aangegeven onderwerpen moet worden voldaan aan nadere eisen die door een bij het voorschrift aangewezen bestuursorgaan worden gesteld. Bij het voorschrift kan worden aangegeven hoe die eisen door het betrokken bestuursorgaan moeten worden bekendgemaakt. Bij het stellen van een nadere eis wordt het tijdstip bepaald, waarop ten aanzien van die eis de verplichting ingaat. +### Artikel 15f + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 16 **1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld betreffende de wijze, waarop de aanvraag om een vergunning dient te geschieden, en de gegevens, welke van de aanvrager kunnen worden verlangd. @@ -205,13 +213,13 @@ Op een voor een inrichting verleende vergunning als bedoeld in artikel 15, onder ### Artikel 19 -**1.** Het bevoegd gezag kan beperkingen waaronder een vergunning is verleend, en voorschriften die daaraan zijn verbonden, wijzigen, aanvullen of intrekken, dan wel alsnog beperkingen aanbrengen of voorschriften aan een vergunning verbinden ter bescherming van de bij of krachtens artikel 15*b* aangewezen belangen. +**1.** Het bevoegd gezag kan beperkingen waaronder een vergunning is verleend, en voorschriften die daaraan zijn verbonden, wijzigen, aanvullen of intrekken, dan wel alsnog beperkingen aanbrengen of voorschriften aan een vergunning verbinden ter bescherming van de bij of krachtens artikel 15b aangewezen belangen. **2.** Een ieder, met uitzondering van de vergunninghouder, kan het bevoegd gezag verzoeken een vergunning in het belang van de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen met toepassing van het eerste lid te wijzigen. **3.** Op aanvraag van de vergunninghouder kan het bevoegd gezag beperkingen waaronder een vergunning is verleend, en voorschriften die daaraan zijn verbonden, wijzigen, aanvullen of intrekken, dan wel alsnog beperkingen aanbrengen of voorschriften aan een vergunning verbinden. -**4.** In een geval als bedoeld in artikel 15*b*, derde lid, trekt het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk nadat de betrokken algemene maatregel van bestuur is ingetrokken, de ingevolge die maatregel aan een vergunning verbonden voorschriften in. Tot het tijdstip waarop de beschikking tot intrekking van kracht wordt, blijven de voorschriften gelden. +**4.** In een geval als bedoeld in artikel 15b, vierde lid, trekt het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk nadat de betrokken algemene maatregel van bestuur is ingetrokken, de ingevolge die maatregel aan een vergunning verbonden voorschriften in. Tot het tijdstip waarop de beschikking tot intrekking van kracht wordt, blijven de voorschriften gelden. ### Artikel 20 @@ -225,17 +233,21 @@ Op een voor een inrichting verleende vergunning als bedoeld in artikel 15, onder **2.** Op de voorbereiding van een beschikking krachtens het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing en zijn paragraaf 8.1.3.2 en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing, tenzij het een geval betreft als bedoeld in artikel 17, tweede lid. +**3.** Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan een vergunning voor het ontmantelen van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, tevens intrekken wanneer de ontmanteling van die inrichting is voltooid. + ### Artikel 21 -**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter bescherming van de bij of krachtens artikel 15*b* aangewezen belangen regels worden gesteld met betrekking tot daartoe bij de maatregel aangewezen categorieën van splijtstoffen, ertsen, inrichtingen of uitrustingen dan wel onderdelen van inrichtingen of uitrustingen. Bij de maatregel kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. +**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter bescherming van de bij of krachtens artikel 15b aangewezen belangen regels worden gesteld met betrekking tot daartoe bij de maatregel aangewezen categorieën van splijtstoffen, ertsen, inrichtingen of uitrustingen dan wel onderdelen van inrichtingen of uitrustingen. Bij de maatregel kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. **2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de bij artikel 15 gestelde verboden in daarbij aangewezen categorieën van gevallen niet gelden met betrekking tot splijtstoffen, ertsen, inrichtingen of uitrustingen, behorende tot een bij die maatregel aangewezen categorie. -**3.** Ten aanzien van bij de regels te stellen voorschriften zijn de artikelen 8.12 tot en met 8.16 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat, bij toepassing van het tweede lid, het stellen van financiële zekerheid slechts kan worden voorgeschreven in de vorm van het sluiten van een verzekering tegen aansprakelijkheid voor schade, voortvloeiend uit de nadelige gevolgen voor de bij of krachtens artikel 15*b* aangewezen belangen, die de inrichting veroorzaakt. +**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de buitengebruikstelling en ontmanteling van bij of krachtens die maatregel aangewezen categorieën van inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b. Bij of krachtens de maatregel kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. -**4.** Indien bij een maatregel krachtens het eerste lid tevens toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan de verplichting worden opgelegd tot het melden van de handelingen ten aanzien waarvan de bij artikel 15 gestelde verboden niet gelden. +**4.** Ten aanzien van bij de regels te stellen voorschriften zijn de artikelen 8.12 tot en met 8.16 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat, bij toepassing van het tweede lid, het stellen van financiële zekerheid slechts kan worden voorgeschreven in de vorm van het sluiten van een verzekering tegen aansprakelijkheid voor schade, voortvloeiend uit de nadelige gevolgen voor de bij of krachtens artikel 15b aangewezen belangen, die de inrichting veroorzaakt. -**5.** De artikelen 8.40, tweede lid, 8.41, tweede, derde en vierde lid en 8.42 van de Wet milieubeheer zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder "Onze Minister" wordt verstaan: Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te zamen. +**5.** Indien bij een maatregel krachtens het eerste lid tevens toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan de verplichting worden opgelegd tot het melden van de handelingen ten aanzien waarvan de bij artikel 15 gestelde verboden niet gelden. + +**6.** De artikelen 8.40, tweede lid, 8.41, tweede, derde en vierde lid en 8.42 van de Wet milieubeheer zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder "Onze Minister" wordt verstaan: Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te zamen. ### Afdeling 3. Inbezitneming van splijtstoffen en ertsen @@ -247,7 +259,7 @@ Op een voor een inrichting verleende vergunning als bedoeld in artikel 15, onder **3.** De krachtens artikel 58, eerste lid, aangewezen ambtenaren zijn bevoegd met betrekking tot ongeoorloofd aanwezig bevonden splijtstoffen en ertsen en de voorwerpen, welke tot hun verpakking of berging dienen of hebben gediend, een last onder bestuursdwang op te leggen. -**4.** Door toepassing van bestuursdwang in bezit genomen goederen worden overgedragen aan een door Ons, op voordracht van Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, aan te wijzen instelling of persoon. Deze geeft van de overdracht kennis in de *Staatscourant* en een of meer nieuwsbladen. +**4.** Door toepassing van bestuursdwang in bezit genomen goederen worden overgedragen aan een door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen instelling of persoon. Deze geeft van de overdracht kennis in de *Staatscourant* en een of meer nieuwsbladen. ### Artikel 23 @@ -275,8 +287,8 @@ De voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatreg a. een maatregel als in artikel 13 bedoeld: door Onze Minister van Economische Zaken; b. een maatregel als in artikel 14 bedoeld: door Onze Minister van Economische Zaken; -c. een maatregel als in artikel 15*b* bedoeld: door Onze Ministers, wie het aangaat; -d. een maatregel als in artikel 16, 17 of 21 bedoeld: door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, met dien verstande dat, indien de maatregel betrekking heeft op het vervoeren van splijtstoffen of ertsen, de voordracht mede wordt gedaan door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. +c. een maatregel als in artikel 15b bedoeld: door Onze Ministers, wie het aangaat; +d. een maatregel als in artikel 16, 17 of 21 bedoeld: door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. **2.** Ten aanzien van bij een algemene maatregel van bestuur, vastgesteld krachtens artikel 14, geregelde onderwerpen, kan Onze Minister van Economische Zaken nadere regels stellen. @@ -300,7 +312,7 @@ Ieder die radioactieve stoffen bereidt, vervoert, voorhanden heeft, toepast, bin **2.** -In afwijking van het eerste lid zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer niet van toepassing met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking op de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 29: +In afwijking van het eerste lid zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer niet van toepassing op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 29: a. voor het vervoeren, het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer, het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van radioactieve stoffen, dan wel het voorhanden hebben of zich ontdoen van zodanige stoffen die zullen ontstaan tijdens het gebruik van splijtstoffen in een inrichting of uitrusting, ten aanzien waarvan een vergunning krachtens artikel 15, onder b of c, is vereist; b. voor het bereiden, voorhanden hebben, toepassen of zich ontdoen van radioactieve stoffen in overeenkomstige gevallen als bedoeld in artikel 17, derde lid, met dien verstande dat de in dat lid, onder a, 3°, bedoelde bevoegdheden worden uitgeoefend door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; @@ -344,7 +356,7 @@ Ten aanzien van het bepaalde in het vierde lid, zijn de artikelen 8.40, tweede l a. indien de in dat artikellid bedoelde nadere regels betrekking hebben op medische stralingstoepassingen, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. indien de in dat artikellid bedoelde nadere regels betrekking hebben op toepassingen met radioactieve stoffen of toestellen in het kader van activiteiten in de zin van de Mijnbouwwet, Onze Minister van Economische Zaken; -c. indien de in dat artikellid bedoelde nadere regels betrekking hebben op het vervoer van radioactieve stoffen of lozing in oppervlaktewater, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; +c. indien de in dat artikellid bedoelde nadere regels betrekking hebben op lozing in oppervlaktewater, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; d. indien de in dat artikellid bedoelde nadere regels betrekking hebben op lozing in oppervlaktewater of lozing in lucht, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. **6.** Indien bij een algemene maatregel van bestuur als in het eerste lid bedoeld wordt afgeweken van bij of krachtens andere wetten gestelde regelen, blijven deze in zoverre buiten toepassing. @@ -357,7 +369,7 @@ d. indien de in dat artikellid bedoelde nadere regels betrekking hebben op lozin **3.** De krachtens artikel 58, eerste lid, aangewezen ambtenaren zijn bevoegd met betrekking tot ongeoorloofd aanwezig bevonden radioactieve stoffen en de voorwerpen, welke tot hun verpakking of berging dienen of hebben gediend, een last onder bestuursdwang op te leggen. -**4.** Door toepassing van bestuursdwang in bezit genomen goederen worden overgedragen aan een door Ons, op voordracht van Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, aan te wijzen instelling of persoon. Deze geeft van de overdracht kennis in de *Staatscourant* en een of meer nieuwsbladen. +**4.** Door toepassing van bestuursdwang in bezit genomen goederen worden overgedragen aan een door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen instelling of persoon. Deze geeft van de overdracht kennis in de *Staatscourant* en een of meer nieuwsbladen. **5.** De artikelen 23 en 24 zijn van overeenkomstige toepassing. @@ -396,7 +408,7 @@ f. regelen, welke de verplichting inhouden tot melding van het gebruik van bij d ### Artikel 35 -De voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatregel van bestuur krachtens dit hoofdstuk wordt Ons gedaan door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Indien de maatregel betrekking heeft op medische stralingstoepassingen, wordt de voordracht mede door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gedaan. Indien de maatregel betrekking heeft op toepassingen met radioactieve stoffen of toestellen in het kader van activiteiten in de zin van de Mijnbouwwet, wordt de voordracht mede door Onze Minister van Economische Zaken gedaan. Indien de maatregel betrekking heeft op lozing in oppervlaktewater of lozing in lucht, wordt de voordracht mede door Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gedaan. Indien de maatregel betrekking heeft op het vervoer van radioactieve stoffen of lozing in oppervlaktewater, wordt de voordracht mede door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat gedaan. +De voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatregel van bestuur krachtens dit hoofdstuk wordt Ons gedaan door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Indien de maatregel betrekking heeft op medische stralingstoepassingen, wordt de voordracht mede door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gedaan. Indien de maatregel betrekking heeft op toepassingen met radioactieve stoffen of toestellen in het kader van activiteiten in de zin van de Mijnbouwwet, wordt de voordracht mede door Onze Minister van Economische Zaken gedaan. Indien de maatregel betrekking heeft op lozing in oppervlaktewater of lozing in lucht, wordt de voordracht mede door Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gedaan. Indien de maatregel betrekking heeft op lozing in oppervlaktewater, wordt de voordracht mede door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat gedaan. ## Hoofdstuk V. Maatregelen met betrekking tot werkzaamheden of verblijf in ruimten @@ -810,7 +822,7 @@ f. de taakverdeling tussen Onze in het eerste lid genoemde Ministers. ### Artikel 69a -**1.** Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kunnen op verzoek een instelling aanwijzen die de bevoegdheden, bedoeld in artikel 69, tweede lid, uitoefent. +**1.** Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen op verzoek een instelling aanwijzen die de bevoegdheden, bedoeld in artikel 69, derde lid, uitoefent. **2.** Aan de aanwijzing van een instelling, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschriften worden verbonden. @@ -824,7 +836,7 @@ f. de taakverdeling tussen Onze in het eerste lid genoemde Ministers. ### Artikel 69c -**1.** Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kunnen een krachtens artikel 69a, eerste lid, aangewezen instelling aanwijzingen geven met betrekking tot de uitoefening van haar taak. Zij treden daarbij niet in individuele gevallen. +**1.** Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen een krachtens artikel 69a, eerste lid, aangewezen instelling aanwijzingen geven met betrekking tot de uitoefening van haar taak. Zij treden daarbij niet in individuele gevallen. **2.** Een krachtens artikel 69a, eerste lid, aangewezen instelling is gehouden overeenkomstig de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, te handelen. @@ -836,9 +848,13 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorzieningen worden getroffen voor he **1.** Een krachtens deze wet verleende vergunning is persoonlijk. -**2.** Na het overlijden van een vergunninghouder blijft de vergunning gedurende vier weken van kracht ten behoeve van diens rechtverkrijgenden, die het bedrijf voortzetten, mits door of namens hen binnen een week na dit overlijden daarvan aan Onze Minister, die de vergunning heeft verleend, kennis wordt gegeven onder opgaaf van de namen van hen, die het bedrijf voortzetten. Wanneer binnen deze vier weken een aanvraag om een nieuwe vergunning is ingediend, blijft eerstbedoelde vergunning verder van kracht totdat op die aanvraag onherroepelijk is beslist. Gedurende het van kracht blijven van de vergunning kan zij overeenkomstig de artikelen 19 tot en met 20*a* worden gewijzigd of ingetrokken. +**2.** Na het overlijden van een vergunninghouder blijft de vergunning gedurende vier weken van kracht ten behoeve van diens rechtverkrijgenden, die het bedrijf voortzetten, mits door of namens hen binnen een week na dit overlijden daarvan aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kennis wordt gegeven onder opgaaf van de namen van hen, die het bedrijf voortzetten. Wanneer binnen deze vier weken een aanvraag om een nieuwe vergunning is ingediend, blijft eerstbedoelde vergunning verder van kracht totdat op die aanvraag onherroepelijk is beslist. Gedurende het van kracht blijven van de vergunning kan zij overeenkomstig de artikelen 19 tot en met 20a worden gewijzigd of ingetrokken. -**3.** De vergunninghouder kan de vergunning geheel of gedeeltelijk aan een ander overdragen, indien daarvoor toestemming is gegeven door Onze Ministers die de vergunning hebben verleend. Aan de toestemming kunnen voorschriften worden verbonden. +**3.** De vergunninghouder kan de vergunning geheel of gedeeltelijk aan een ander overdragen, indien daarvoor toestemming is gegeven door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Aan de toestemming kunnen voorschriften worden verbonden. + +### Artikel 70a + +Op een overeenkomst, gesloten door de eigenaar van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt, met de Staat der Nederlanden, die verband houdt met die inrichting, is artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in dat artikel bedoelde rechtsgevolgen mede zullen gelden voor verplichtingen van eerstgenoemde partij om ten aanzien van die inrichting iets te doen. ### Artikel 71 @@ -871,12 +887,14 @@ b. op daartoe strekkend verzoek ontheffing verlenen. ### Artikel 76 -**1.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 21, 29, 32, 34, 37 of 38a wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de *Staatscourant* bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis te brengen van Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en, behoudens ingeval het een maatregel krachtens artikel 21 betreft, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. +**1.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 14, 15c, 15f, 16, 17, 17a, 18a, 21, 29, 32, 34, 37, 38a, 67, 68, 73 of 75 wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de *Staatscourant* bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis te brengen van Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en, behoudens ingeval het een maatregel krachtens artikel 21 betreft, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. **2.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst. **3.** Ten aanzien van bij een algemene maatregel van bestuur, vastgesteld krachtens artikel 67, geregelde onderwerpen kunnen Onze betrokken Ministers nadere regelen stellen. +**4.** Hetgeen ingevolge deze wet bij algemene maatregel van bestuur kan worden geregeld, kan in afwijking daarvan bij ministeriële regeling worden geregeld, indien de regels uitsluitend strekken ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, tenzij voor een juiste uitvoering wijziging van een algemene maatregel van bestuur of de wet noodzakelijk is. Op de vaststelling van een ministeriële regeling zijn de artikelen 26 en 35 van overeenkomstige toepassing. + ### Artikel 76a Een gedraging in strijd met een voorschrift dat is verbonden aan een krachtens deze wet verleende vergunning, is verboden.