diff --git a/wet/wet-subsidiëring-landelijke-onderwijsondersteunende-activiteiten-2013/BWBR0034162/README.md b/wet/wet-subsidiëring-landelijke-onderwijsondersteunende-activiteiten-2013/BWBR0034162/README.md index cf48854cebd..202048215af 100644 --- a/wet/wet-subsidiëring-landelijke-onderwijsondersteunende-activiteiten-2013/BWBR0034162/README.md +++ b/wet/wet-subsidiëring-landelijke-onderwijsondersteunende-activiteiten-2013/BWBR0034162/README.md @@ -14,8 +14,8 @@ citeertitel: Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -- *instelling:* rechtspersoon die op grond van artikel 2 of artikel 3 subsidie ontvangt, -- *Onze Minister:* Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en, voor wat betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Economische Zaken. +- *instelling:* rechtspersoon die op grond van artikel 2 of artikel 3 subsidie ontvangt, +- *Onze Minister:* Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. ### Artikel 2 @@ -36,24 +36,23 @@ d. het uitvoeren van aanvullende activiteiten, niet zijnde activiteiten gericht Stichting Cito Instituut voor Toetsontwikkeling heeft tot taak: -a. het ontwikkelen van de centrale eindtoets, bedoeld in artikel 9b, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 18b, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, en de toets, bedoeld in artikel 9b, tweede lid, tweede volzin, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 18b, tweede lid, tweede volzin, van de Wet op de expertisecentra. -b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden, -c. het ontwikkelen van de rekentoets, bedoeld in artikel 29, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, -d. het ontwikkelen van de centrale examens, bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs BES, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, -e. het uitvoeren van onderzoek ter ondersteuning van de taken, genoemd in dit artikel, of -f. het uitvoeren van aanvullende activiteiten die samenhangen met de taken, genoemd in dit artikel. +a. het ontwikkelen van de centrale eindtoets, bedoeld in artikel 9b, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 18b, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, en de toets, bedoeld in artikel 9b, tweede lid, tweede volzin, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 18b, tweede lid, tweede volzin, van de Wet op de expertisecentra. +b. het ontwikkelen van de rekentoets, bedoeld in artikel 29, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, +c. het ontwikkelen van de centrale examens, bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs BES, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, +d. het uitvoeren van onderzoek ter ondersteuning van de taken, genoemd in dit artikel, of +e. het uitvoeren van aanvullende activiteiten die samenhangen met de taken, genoemd in dit artikel. **2.** Onze Minister kan Stichting Cito Instituut voor Toetsontwikkeling subsidie verstrekken voor de taken, genoemd in het eerste lid. -**3.** Onze Minister kan Stichting Cito Instituut voor Toetsontwikkeling subsidie verstrekken voor het ontwikkelen van de toetsen, bedoeld in artikel 11, zevende lid, van de Wet op de expertisecentra. +**3.** Onze Minister kan Stichting Cito Instituut voor Toetsontwikkeling subsidie verstrekken voor het ontwikkelen van de toetsen, bedoeld in artikel 11, zevende lid, van de Wet op de expertisecentra. ### Artikel 4 -Subsidies voor de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met e worden per boekjaar verstrekt. +Subsidies voor de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met d worden per boekjaar verstrekt. ### Artikel 5 -Onze Minister maakt eenmaal per twee jaar voor 1 april een Kaderbrief SLOA bekend op het terrein van leerplanontwikkeling en de doelen van toetsen en examens. De Kaderbrief SLOA heeft betrekking op de twee kalenderjaren die volgen op het jaar waarin de brief bekend wordt gemaakt. +Onze Minister maakt eenmaal per twee jaar voor 1 april een Kaderbrief SLOA bekend op het terrein van leerplanontwikkeling en de doelen van toetsen en examens. De Kaderbrief SLOA heeft betrekking op de twee kalenderjaren die volgen op het jaar waarin de brief bekend wordt gemaakt. ### Artikel 6 @@ -76,31 +75,31 @@ e. de verplichtingen van de instellingen, f. de vaststelling van de subsidie, g. intrekking en wijziging van de subsidieverlening of subsidievaststelling, h. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten, -i. het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht, of +i. het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht, of j. andere criteria voor de verstrekking van subsidie. **2.** Bij de regels, bedoeld in het eerste lid, wordt voor zover nodig onderscheid gemaakt tussen subsidie voor: -a. de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met e, en -b. de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, en artikel 3, eerste lid, onderdeel f. +a. de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met d, en +b. de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, en artikel 3, eerste lid, onderdeel e. ### Artikel 8 -**1.** Onze Minister stelt jaarlijks het bedrag vast dat ten hoogste beschikbaar is voor de verlening van subsidies ten behoeve van de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met e. Hij bepaalt daarbij hoe het beschikbare bedrag of de beschikbare bedragen worden verdeeld. +**1.** Onze Minister stelt jaarlijks het bedrag vast dat ten hoogste beschikbaar is voor de verlening van subsidies ten behoeve van de taken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met d. Hij bepaalt daarbij hoe het beschikbare bedrag of de beschikbare bedragen worden verdeeld. -**2.** Onze Minister kan jaarlijks het bedrag vaststellen dat ten hoogste beschikbaar is voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, en artikel 3, eerste lid, onderdeel f. Hij kan daarbij bepalen hoe het beschikbare bedrag of de beschikbare bedragen worden verdeeld. +**2.** Onze Minister kan jaarlijks het bedrag vaststellen dat ten hoogste beschikbaar is voor de activiteiten, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, en artikel 3, eerste lid, onderdeel e. Hij kan daarbij bepalen hoe het beschikbare bedrag of de beschikbare bedragen worden verdeeld. ### Artikel 9 -De voor de taken, genoemd in artikel 2 en 3, gebruikte gegevens en de resultaten van die taken worden door de instellingen openbaar gemaakt, tenzij bijzondere omstandigheden zich hiertegen verzetten. Bij ministeriële regeling en bij de subsidieverlening kan worden bepaald dat openbaarmaking geheel of gedeeltelijk achterwege blijft. +De voor de taken, genoemd in artikel 2 en 3, gebruikte gegevens en de resultaten van die taken worden door de instellingen openbaar gemaakt, tenzij bijzondere omstandigheden zich hiertegen verzetten. Bij ministeriële regeling en bij de subsidieverlening kan worden bepaald dat openbaarmaking geheel of gedeeltelijk achterwege blijft. ### Artikel 10 -**1.** Tenzij anders overeengekomen werkt de instelling mee aan het overdragen van intellectuele eigendomsrechten ten behoeve van Onze Minister ter zake van de taken, genoemd in artikel 2 en 3, en doet voor zover de Auteurswet dit toestaat, tevens afstand van persoonlijkheidsrechten als bedoeld in de Auteurswet die haar of haar personeel toebehoren. +**1.** Tenzij anders overeengekomen werkt de instelling mee aan het overdragen van intellectuele eigendomsrechten ten behoeve van Onze Minister ter zake van de taken, genoemd in artikel 2 en 3, en doet voor zover de Auteurswet dit toestaat, tevens afstand van persoonlijkheidsrechten als bedoeld in de Auteurswet die haar of haar personeel toebehoren. -**2.** Voor zover de taken, genoemd in artikel 2 en 3, tot stand komen met gebruikmaking van reeds bestaande, niet aan de instelling toekomende intellectuele eigendomsrechten, draagt de instelling zorg voor het verlenen van adequate gebruiksrechten aan Onze Minister. +**2.** Voor zover de taken, genoemd in artikel 2 en 3, tot stand komen met gebruikmaking van reeds bestaande, niet aan de instelling toekomende intellectuele eigendomsrechten, draagt de instelling zorg voor het verlenen van adequate gebruiksrechten aan Onze Minister. ### Artikel 11 @@ -122,7 +121,7 @@ Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de ### Artikel 13 -**1.** Na de inwerkingtreding van deze wet berust de Regeling OCW-subsidies mede op artikel 7 van deze wet. +**1.** Na de inwerkingtreding van deze wet berust de Regeling OCW-subsidies mede op artikel 7 van deze wet. **2.** De Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten wordt ingetrokken.