diff --git a/amvb/besluit-natuurbescherming/BWBR0038662/README.md b/amvb/besluit-natuurbescherming/BWBR0038662/README.md index f70d932cf47..eeacba6ec44 100644 --- a/amvb/besluit-natuurbescherming/BWBR0038662/README.md +++ b/amvb/besluit-natuurbescherming/BWBR0038662/README.md @@ -23,10 +23,10 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: – *korpschef:* korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012; – *ontwikkelingsruimte:* deel van de depositieruimte dat, met inachtneming van de in voorkomend geval op grond van artikel 2.7, derde lid, gestelde regels, beschikbaar is voor toedeling in of reservering voor besluiten als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid; – *CITES-basisverordening:* - verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEG L 61); + verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEG L 61); – *CITES-uitvoeringsverordening:* - verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie van 6 mei 2006, houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEU 2006, L 166); -– *Verordening invasieve uitheemse soorten:* verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PbEU L 317); + verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie van 6 mei 2006, houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEU 2006, L 166); +– *Verordening invasieve uitheemse soorten:* verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PbEU L 317); – *voor stikstof gevoelige habitats:* voor stikstof gevoelige leefgebieden voor vogelsoorten, natuurlijke habitats en habitats van soorten waarvoor een instandhoudingsdoelstelling geldt; – *wet:* Wet natuurbescherming. @@ -50,7 +50,7 @@ a. aanleg, uitbreiding en, voor zover van toepassing, inrichting, alsmede wijzig 3°. militaire terreinen en oefengebieden, alsmede de inrichtingen, bedoeld in categorie 29 van bijlage I, onder C, bij het Besluit omgevingsrecht; 4°. militaire luchthavens, de luchthaven Schiphol en overige burgerluchthavens van nationale betekenis als bedoeld in artikel 8.1, tweede lid, van de Wet luchtvaart; 5°. het landelijke gastransportnet, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel n, van de Gaswet; -6°. hoogspanningsverbindingen met een spanning van ten minste 220 kV en de daarmee verbonden schakel- en transformatorstations en andere hulpmiddelen; +6°. hoogspanningsverbindingen met een spanning van ten minste 220 kV en de daarmee verbonden schakel- en transformatorstations en andere hulpmiddelen; b. activiteiten ten aanzien van: 1°. het voorkomen of tegengaan van landwaartse verplaatsing van de kustlijn als bedoeld in artikel 2.7 van de Waterwet; @@ -65,11 +65,11 @@ f. uitoefening van de volgende vormen van visserij: 2°. sleepnetvisserij in zoute wateren; g. lozing van afvalwater in de Waddenzee; h. activiteiten van buitenlandse mogendheden; -i. activiteiten die direct het op 19 april 1839 te Londen gesloten Tractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de scheiding der wederzijdse grondgebieden (Trb. 1966, nr. 161) raken; +i. activiteiten die direct het op 19 april 1839 te Londen gesloten Tractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de scheiding der wederzijdse grondgebieden (Trb. 1966, nr. 161) raken; j. activiteiten van of namens een lid van het Koninklijk Huis, en k. activiteiten die geheel of grotendeels plaatsvinden in: -1°. het grensgebied, bedoeld in artikel 1 van de op 14 mei 1962 te Bennekom tot stand gekomen aanvullende Overeenkomst bij het Eems-Dollardverdrag (Trb. 1962, nr. 54); +1°. het grensgebied, bedoeld in artikel 1 van de op 14 mei 1962 te Bennekom tot stand gekomen aanvullende Overeenkomst bij het Eems-Dollardverdrag (Trb. 1962, nr. 54); 2°. de exclusieve economische zone van Nederland, bedoeld in de Rijkswet instelling exclusieve economische zone, of 3°. andere niet-provinciaal ingedeelde gebieden. @@ -255,7 +255,7 @@ b. naar verwachting in het daarop volgende programma beschikbaar zal zijn, in he **1.** -De ontwikkelingsruimte voor een in het programma opgenomen Natura 2000-gebied, kan, met uitzondering van de ruimte die in het programma is toegedeeld aan in het programma beschreven projecten en andere handelingen als bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, van de wet, overeenkomstig de uitgangspunten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel h, door het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van het desbetreffende besluit, worden toegedeeld in: +De ontwikkelingsruimte voor een in het programma opgenomen Natura 2000-gebied, kan, met uitzondering van de ruimte die in het programma is toegedeeld aan in het programma beschreven projecten als bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, van de wet, overeenkomstig de uitgangspunten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel h, door het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van het desbetreffende besluit, worden toegedeeld in: a. een beheerplan als bedoeld in artikel 2.3 van de wet voor zover in dat beheerplan een project of andere handeling als bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, van de wet is beschreven; b. een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de wet; @@ -269,20 +269,20 @@ g. een ander besluit dat bij ministeriële regeling is aangewezen. **3.** Bij ministeriële regeling worden, met inachtneming van de uitgangspunten, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel h, nadere regels gesteld over de wijze van bepaling van de omvang van de op enig moment voor toedeling beschikbare ontwikkelingsruimte en de omvang van de bij een besluit als bedoeld in het eerste lid toe te delen ontwikkelingsruimte. -**4.** Het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid waarin ontwikkelingsruime is toegedeeld kan dit besluit intrekken of wijzigen, indien het project of de andere handeling waarop dit besluit betrekking heeft, nadat het besluit onherroepelijk is geworden, niet is gerealiseerd, onderscheidenlijk is verricht. +**4.** Het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid waarin ontwikkelingsruime is toegedeeld kan dit besluit intrekken of wijzigen, indien het project waarop dit besluit betrekking heeft, nadat het besluit onherroepelijk is geworden, niet is gerealiseerd. ### Artikel 2.8 -**1.** Bij ministeriële regeling kunnen projecten en andere handelingen, of categorieën van projecten of andere handelingen worden aangewezen waarvoor gedurende het tijdvak van het programma ontwikkelingsruimte wordt gereserveerd voor de toedeling daarvan in besluiten als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, waarbij een voorkeursvolgorde voor de toedeling kan worden aangegeven. +**1.** Bij ministeriële regeling kunnen projecten en andere handelingen, of categorieën van projecten worden aangewezen waarvoor gedurende het tijdvak van het programma ontwikkelingsruimte wordt gereserveerd voor de toedeling daarvan in besluiten als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, waarbij een voorkeursvolgorde voor de toedeling kan worden aangegeven. **2.** -Als projecten of andere handelingen als bedoeld in het eerste lid kunnen worden genoemd of beschreven projecten of andere handelingen die voldoen aan elk van de volgende voorwaarden: +Als projecten als bedoeld in het eerste lid kunnen worden genoemd of beschreven projecten die voldoen aan elk van de volgende voorwaarden: -a. het project of de andere handeling is aantoonbaar van nationaal of provinciaal maatschappelijk belang; -b. het is aannemelijk dat voor het project of de andere handeling in het tijdvak, bedoeld in artikel 2.1, zesde lid, ontwikkelingsruimte wordt toegedeeld in een besluit als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid. +a. het project of is aantoonbaar van nationaal of provinciaal maatschappelijk belang; +b. het is aannemelijk dat voor het project of in het tijdvak, bedoeld in artikel 2.1, zesde lid, ontwikkelingsruimte wordt toegedeeld in een besluit als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid. -**3.** De omvang van de ontwikkelingsruimte die voor projecten en andere handelingen als bedoeld in het eerste lid wordt gereserveerd, is zodanig dat er niet onnodig inbreuk wordt gemaakt op de omvang van de ontwikkelingsruimte die resteert voor toedeling aan andere projecten of handelingen dan die bedoeld in het eerste lid. +**3.** De omvang van de ontwikkelingsruimte die voor projecten als bedoeld in het eerste lid wordt gereserveerd, is zodanig dat er niet onnodig inbreuk wordt gemaakt op de omvang van de ontwikkelingsruimte die resteert voor toedeling aan andere projecten dan die bedoeld in het eerste lid. **4.** Een reservering vervalt geheel of voor een bepaald gedeelte, nadat het bevoegd gezag voor een besluit als bedoeld in het eerste lid aan Onze Minister heeft verklaard dat het de gereserveerde ontwikkelingsruimte, onderscheidenlijk dat gedeelte van de ontwikkelingsruimte gedurende het tijdvak van het programma niet zal toedelen. Nadat de eerste helft van het tijdvak van het programma is verstreken, gaan de bevoegde gezagen na of er reserveringen zijn ten aanzien waarvan de eerste volzin wordt toegepast. @@ -321,48 +321,19 @@ b. de gewijzigde uitvoering of vervangende maatregelen in het licht van de insta **3.** Een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, wordt vastgesteld in overeenstemming met de bestuursorganen, bedoeld in artikel 2.1, vierde lid. -### Titel 2.2. Grenswaarden stikstof en externe saldering +### Titel 2.2. Externe saldering ### Artikel 2.12 -**1.** - -Het verbod, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de wet, is niet van toepassing op projecten en andere handelingen ten aanzien waarvan is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: - -a. het project of de andere handeling: - -1°. veroorzaakt in geen enkel Natura 2000-gebied een stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitats die afzonderlijk en, ingeval het project of de handeling betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, in cumulatie met andere projecten of andere handelingen met betrekking tot dezelfde inrichting die feitelijk worden gerealiseerd, onderscheidenlijk plaatsvinden in de periode waarvoor het programma geldt dan wel waarvoor eerder gedurende die periode een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de wet of een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onderdeel d, is verleend, de waarde van 1 mol per hectare per jaar overschrijdt, of -2°. betreft een project of andere handeling als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, dat betrekking heeft op een hoofdweg als bedoeld in artikel 1 van de Tracéwet of dat betrekking heeft op een hoofdvaarweg als bedoeld in artikel 1 van de Tracéwet en geheel of gedeeltelijk de scheepvaartfunctie betreft, en dat wordt gerealiseerd, onderscheidenlijk die wordt verricht op een grotere afstand gerekend tot het desbetreffende Natura 2000-gebied dan, ingeval van een hoofdweg, 3 kilometer, gemeten vanaf het midden van de rijbaan, of, ingeval van een hoofdvaarweg, 5 kilometer, gemeten vanaf het midden van de vaarweg, en -b. het project of de andere handeling heeft voor het desbetreffende Natura 2000-gebied geen andere mogelijke gevolgen dan stikstofdepositie, die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in het desbetreffende Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. - -**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, geldt, in plaats van de in dat onderdeel genoemde waarde van 1 mol per hectare per jaar, voor het desbetreffende Natura 2000-gebied als waarde 0,05 mol per hectare per jaar, als uit het krachtens artikel 2.9, zevende lid, van de wet voorgeschreven rekenmodel op enig moment is gebleken dat ten aanzien van een hectare van een voor stikstof gevoelige habitat in dat gebied 5% of minder beschikbaar is van het deel van de depositieruimte dat in het kader van het programma op voorhand beschikbaar was gesteld ten behoeve van projecten of andere handelingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. - -**3.** Ingeval het tweede lid van toepassing is, doet Onze Minister hiervan elektronisch mededeling op een bij ministeriële regeling aangewezen internetadres. - -**4.** Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen, nadat het tweede lid van toepassing is geworden, besluiten dat met ingang van een door hen vastgesteld tijdstip voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, weer een waarde van 1 mol per hectare per jaar geldt, als naar hun oordeel voldoende depositieruimte in het kader van het programma op voorhand beschikbaar is gesteld ten behoeve van projecten of andere handelingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. Dit besluit wordt genomen in overeenstemming met de bevoegde gezagen, bedoeld in artikel 2.1, vierde lid. - -**5.** Het besluit, bedoeld in het vierde lid, wordt bekend gemaakt door plaatsing in de Staatscourant. - -**6.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de op grond van het vierde lid geldende waarde van 1 mol per hectare per jaar. - -**7.** - -Het tweede lid is niet van toepassing ten aanzien van: - -a. projecten en andere handelingen als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid; -b. projecten en andere handelingen die op het moment waarop zij overeenkomstig krachtens artikel 2.9, achtste lid, van de wet gestelde regels zijn gemeld, dan wel, als geen melding is voorgeschreven, op het moment dat de realisatie aanving, onderscheidenlijk op het moment dat zij voor het eerst werden verricht een stikstofdepositie veroorzaakten die, rekening houdend met de in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, bedoelde cumulatie, de in dat onderdeel genoemde waarde van 1 mol per hectare per jaar niet overschreed, en die sindsdien niet significant zijn gewijzigd; -c. projecten en andere handelingen voor zover deze stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden die niet in het programma zijn opgenomen. +Vervallen ### Artikel 2.13 -Gedurende het tijdvak waarvoor een op grond van artikel 2.1 vastgesteld programma geldt, betrekt het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit over verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de wet, of op grond van artikel 6.10a, eerste en tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht bevoegd is te verklaren geen bedenkingen tegen de verlening van een omgevingsvergunning te hebben, bij het nemen van dat besluit, onderscheidenlijk het geven van de verklaring van geen bedenkingen niet de stikstofdepositie die het project of de andere handeling veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied, indien: - -a. het project of de andere handeling ten aanzien van de stikstofdepositie voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 1°, in samenhang met artikel 2.12, tweede, vierde, zesde en zevende lid, of -b. ingeval het project of de andere handeling betrekking heeft op een hoofdweg of hoofdvaarweg als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, dat project of die handeling wordt gerealiseerd, onderscheidenlijk wordt verricht op een grotere afstand dan de in dat onderdeel genoemde, op de hoofdweg of hoofdvaarweg betrekking hebbende afstand. +Vervallen ### Artikel 2.14 -**1.** Het bestuursorgaan dat bevoegd is tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de wet, of op grond van artikel 6.10a, eerste en tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht bevoegd is te verklaren geen bedenkingen tegen de verlening van een omgevingsvergunning te hebben, kan in uitzonderlijke gevallen en uitsluitend ingeval verzekerd is dat een goede werking van het programma, bedoeld in artikel 2.1, niet in gevaar komt, besluiten dat artikel 5.5, derde lid, van de wet met betrekking tot een project dat of andere handeling die stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied buiten toepassing blijft. Het bestuursorgaan neemt dit besluit in overeenstemming met de bestuursorganen die het beheerplan, bedoeld in artikel 2.3 van de wet, vaststellen voor de in het programma, bedoeld in artikel 2.1, opgenomen Natura 2000-gebieden waarin de stikstofdepositie die het project of de andere handeling veroorzaakt hoofdzakelijk plaatsvindt. +**1.** Het bestuursorgaan dat bevoegd is tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de wet, of op grond van artikel 6.10a, eerste en tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht bevoegd is te verklaren geen bedenkingen tegen de verlening van een omgevingsvergunning te hebben, kan in uitzonderlijke gevallen en uitsluitend ingeval verzekerd is dat een goede werking van het programma, bedoeld in artikel 2.1, niet in gevaar komt, besluiten dat artikel 5.5, derde lid, van de wet met betrekking tot een project dat stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied buiten toepassing blijft. Het bestuursorgaan neemt dit besluit in overeenstemming met de bestuursorganen die het beheerplan, bedoeld in artikel 2.3 van de wet, vaststellen voor de in het programma, bedoeld in artikel 2.1, opgenomen Natura 2000-gebieden waarin de stikstofdepositie die het project veroorzaakt hoofdzakelijk plaatsvindt. **2.** @@ -378,11 +349,11 @@ Voor de toepassing van artikel 2.7, derde lid, aanhef en onderdeel a, in samenha a. blijkens de passende beoordeling is verzekerd dat, in samenhang met voor dat project getroffen maatregelen, per saldo nergens in het Natura 2000-gebied de stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats als gevolg van dat project toeneemt, en, b. ingeval het Natura 2000-gebied is opgenomen in het programma, bedoeld in artikel 2.1, de gevolgen van de in onderdeel a bedoelde maatregelen niet al zijn betrokken bij de ecologische beoordeling, bedoeld in artikel 2.5. -**4.** Het bestuursorgaan kan ter vermindering van de belasting door stikstofdepositie van het desbetreffende Natura 2000-gebied aan het verlenen van de vergunning voor een project of andere handeling als voorwaarde verbinden dat de stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in het Natura 2000-gebied die wordt veroorzaakt door het project of de andere handeling, niet groter is dan de door het bestuursorgaan geregistreerde en voor dat project of die andere handeling beschikbaar gestelde afname van stikstofdepositie op deze habitats als gevolg van de beëindiging van een of meer bepaalde andere projecten of andere handelingen. +**4.** Het bestuursorgaan kan ter vermindering van de belasting door stikstofdepositie van het desbetreffende Natura 2000-gebied aan het verlenen van de vergunning voor een project als voorwaarde verbinden dat de stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in het Natura 2000-gebied die wordt veroorzaakt door het project of de andere handeling, niet groter is dan de door het bestuursorgaan geregistreerde en voor dat project beschikbaar gestelde afname van stikstofdepositie op deze habitats als gevolg van de beëindiging van een of meer bepaalde andere projecten. **5.** Gedeputeerde staten, onderscheidenlijk provinciale staten, kunnen bij het toepassen van artikel 2.4 van de wet, in elk geval de verplichting opleggen dat de stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in het Natura 2000-gebied geheel dan wel voor een bepaald deel, niet groter is dan de door gedeputeerde staten geregistreerde en voor het project of de andere handeling beschikbaar gestelde afname van stikstofdepositie op deze habitats als gevolg van de beëindiging van een of meer bepaalde andere projecten of andere handelingen. -**6.** De bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, dragen zorg voor een actueel overzicht van de gevolgen van de projecten en andere handelingen ten aanzien waarvan een besluit als bedoeld in het eerste lid is genomen voor de stikstofdepositie. Deze gegevens worden betrokken bij de toepassing van artikel 2.2, eerste lid, onderdeel j. +**6.** De bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, dragen zorg voor een actueel overzicht van de gevolgen van de projecten ten aanzien waarvan een besluit als bedoeld in het eerste lid is genomen voor de stikstofdepositie. Deze gegevens worden betrokken bij de toepassing van artikel 2.2, eerste lid, onderdeel j. ## Hoofdstuk 3. Soorten @@ -423,7 +394,7 @@ De toestemming, bedoeld in artikel 3.20, vierde lid, van de wet: a. is voorzien van een aantekening van de korpschef, waaruit blijkt dat het jachtveld waarop de jacht wordt uitgeoefend, voldoet aan artikel 3.12, voor zover bij de uitoefening van de jacht gebruik wordt gemaakt van een geweer; b. is voorzien van de namen, voornamen en geboortedata van degenen aan wie de toestemming wordt verleend, en -c. heeft een geldigheidsduur die uiterlijk verstrijkt op 31 maart volgende op de datum van ondertekening van de toestemming. +c. heeft een geldigheidsduur die uiterlijk verstrijkt op 31 maart volgende op de datum van ondertekening van de toestemming. **2.** Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is niet van toepassing indien de toestemming wordt verleend aan de jachtopzichter. @@ -485,7 +456,7 @@ d. in open verbinding met het water is ten minste één vangpijp aanwezig die on **1.** Het verbod, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, geldt niet voor de jacht op de wilde eend gedurende een half uur voor zonsopkomst en een half uur na zonsondergang. -**2.** Het verbod, bedoeld in artikel 3.6, vijfde lid, geldt niet voor de jacht vanuit vaartuigen die varen met een snelheid van ten hoogste 5 kilometer per uur. +**2.** Het verbod, bedoeld in artikel 3.6, vijfde lid, geldt niet voor de jacht vanuit vaartuigen die varen met een snelheid van ten hoogste 5 kilometer per uur. **3.** @@ -633,7 +604,7 @@ Als afzonderlijke jachtvelden worden beschouwd, ook ingeval zij grenzen aan gron a. gronden als bedoeld in het derde lid, onderdelen a of b; b. delen van gronden waarbij de verbinding tussen deze delen op enig punt smaller is dan 50 meter, en -c. delen van gronden die van elkaar worden gescheiden door een autosnelweg als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of door een water, breder dan 10 meter, indien de jachthouder niet gerechtigd is om daarop de jacht uit te oefenen. +c. delen van gronden die van elkaar worden gescheiden door een autosnelweg als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of door een water, breder dan 10 meter, indien de jachthouder niet gerechtigd is om daarop de jacht uit te oefenen. ### Artikel 3.13 @@ -649,7 +620,7 @@ c. delen van gronden die van elkaar worden gescheiden door een autosnelweg als b **1.** De munitie die wordt gebruikt in een geweer als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, van de wet voldoet aan het tweede of het derde lid. -**2.** Hagelpatronen bestaan uit hagelkorrels met een doorsnede van 3,5 millimeter of minder en bevatten geen metallisch lood. +**2.** Hagelpatronen bestaan uit hagelkorrels met een doorsnede van 3,5 millimeter of minder en bevatten geen metallisch lood. **3.** Kogelpatronen zijn geen militaire kogelpatronen, met inbegrip van fosfor- of lichtspoorpatronen, kogelpatronen met volmantel of kogels die niet vervormen bij het treffen. @@ -689,9 +660,9 @@ e. vanuit een luchtvaartuig. **1.** De verzekering, bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, onderdeel c, van de wet, is gesloten met een financiële onderneming die ingevolge artikel 2.48 van de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang mag uitoefenen. -**2.** De verzekering geeft dekking van 1 april tot 1 april van het jaar daaropvolgend en is van kracht voor geheel Nederland. +**2.** De verzekering geeft dekking van 1 april tot 1 april van het jaar daaropvolgend en is van kracht voor geheel Nederland. -**3.** De verzekering dekt de aansprakelijkheid voor een bedrag van ten minste € 1.000.000,– per gebeurtenis. +**3.** De verzekering dekt de aansprakelijkheid voor een bedrag van ten minste € 1.000.000,– per gebeurtenis. **4.** @@ -785,9 +756,9 @@ e. zij beschikt over: ### Artikel 3.21 -**1.** De jachtakte geldt van 1 april tot 1 april van het daaropvolgende kalenderjaar en is van kracht voor heel Nederland. +**1.** De jachtakte geldt van 1 april tot 1 april van het daaropvolgende kalenderjaar en is van kracht voor heel Nederland. -**2.** De valkeniersakte geldt van 1 april tot 1 april van het vijfde daaropvolgende kalenderjaar en is van kracht voor heel Nederland. +**2.** De valkeniersakte geldt van 1 april tot 1 april van het vijfde daaropvolgende kalenderjaar en is van kracht voor heel Nederland. **3.** De jachtakte en de valkeniersakte verliezen hun geldigheid van rechtswege op het tijdstip waarop een rechterlijke uitspraak waarbij aan de houder de bevoegdheid tot het gebruik van een geweer, onderscheidenlijk van jachtvogels ter uitoefening van het bepaalde bij of krachtens de wet is ontzegd, voor tenuitvoerlegging vatbaar wordt. @@ -812,7 +783,7 @@ b. het besluit op aanvragen van jachtakten en valkeniersakten. ### Artikel 3.23 -De eigenaar van een eendenkooi gebruikt voor de afpaling van de eendenkooi, bedoeld in artikel 3.30, negende lid, van de wet palen die zijn voorzien van het opschrift «Eendenkooi van x, met recht van afpaling op y meter, gerekend uit het midden der kooi», waarbij wordt ingevuld voor: +De eigenaar van een eendenkooi gebruikt voor de afpaling van de eendenkooi, bedoeld in artikel 3.30, negende lid, van de wet palen die zijn voorzien van het opschrift «Eendenkooi van x, met recht van afpaling op y meter, gerekend uit het midden der kooi», waarbij wordt ingevuld voor: – x: de naam van de eigenaar van de desbetreffende eendenkooi; – y: het aantal meters waarop het afpalingsrecht betrekking heeft. @@ -833,8 +804,8 @@ De eigenaar van een eendenkooi gebruikt voor de afpaling van de eendenkooi, bedo Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op: -a. uit het wild afkomstige dieren en planten die na 10 juni 1994 aantoonbaar overeenkomstig de op dat moment geldende regelgeving aan de natuur zijn onttrokken van de soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn; -b. uit het wild afkomstige dieren en planten die na 10 juni 1994 aantoonbaar overeenkomstig de op dat moment geldende regelgeving aan de natuur zijn onttrokken van de soorten, genoemd in bijlage I of II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, niet zijnde soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, en +a. uit het wild afkomstige dieren en planten die na 10 juni 1994 aantoonbaar overeenkomstig de op dat moment geldende regelgeving aan de natuur zijn onttrokken van de soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn; +b. uit het wild afkomstige dieren en planten die na 10 juni 1994 aantoonbaar overeenkomstig de op dat moment geldende regelgeving aan de natuur zijn onttrokken van de soorten, genoemd in bijlage I of II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, niet zijnde soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, en c. uit het wild afkomstige vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. ### Artikel 3.25 @@ -870,7 +841,7 @@ c. de wijze waarop een merkteken wordt aangevraagd. Degene die een levend gefokt dier of een levende gekweekte plant onder zich heeft, houdt een administratie bij met betrekking tot dat dier of die plant, indien het dier of de plant behoort tot: -a. de soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn; +a. de soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn; b. de soorten, genoemd in bijlage A bij de CITES-basisverordening, met uitzondering van de in bijlage X bij de CITES-uitvoeringsverordening genoemde diersoorten en de hybriden daarvan; c. de diersoorten, genoemd in bijlage B bij de CITES-basisverordening, met uitzondering van: @@ -922,9 +893,9 @@ Het is verboden dieren, planten, producten, nesten of eieren van dieren of produ ### Artikel 3.30 -**1.** Als verordening als bedoeld in artikel 3.36, onderdeel e, van de wet wordt aangewezen verordening (EEG) nr. 3254/91 van de Raad van 4 november 1991 houdende een verbod op het gebruik van de wildklem in de Gemeenschap en op het binnenbrengen in de Gemeenschap van pelzen en produkten die vervaardigd zijn van bepaalde in het wild levende diersoorten uit landen waar gebruik wordt gemaakt van de wildklem of andere vangmethoden die niet stroken met de internationale normen voor humane vangst met behulp van vallen (PbEG 1991, L 308). +**1.** Als verordening als bedoeld in artikel 3.36, onderdeel e, van de wet wordt aangewezen verordening (EEG) nr. 3254/91 van de Raad van 4 november 1991 houdende een verbod op het gebruik van de wildklem in de Gemeenschap en op het binnenbrengen in de Gemeenschap van pelzen en produkten die vervaardigd zijn van bepaalde in het wild levende diersoorten uit landen waar gebruik wordt gemaakt van de wildklem of andere vangmethoden die niet stroken met de internationale normen voor humane vangst met behulp van vallen (PbEG 1991, L 308). -**2.** Als richtlijn als bedoeld in artikel 3.36, onderdeel e, van de wet wordt aangewezen richtlijn 83/129/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de invoer in de Lid-Staten van huiden van bepaalde zeehondenjongen en daarvan vervaardigde produkten (PbEG 1983, L 91). +**2.** Als richtlijn als bedoeld in artikel 3.36, onderdeel e, van de wet wordt aangewezen richtlijn 83/129/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de invoer in de Lid-Staten van huiden van bepaalde zeehondenjongen en daarvan vervaardigde produkten (PbEG 1983, L 91). ### Titel 3.5. Regels ter uitvoering van eu-verordeningen inzake invasieve uitheemse soorten @@ -958,7 +929,7 @@ Als gedragingen als bedoeld in artikel 7.6, eerste lid, van de wet worden aangew a. het binnenbrengen in de Gemeenschap van een specimen in strijd met het bepaalde in artikel 4, derde en vierde lid, van de CITES-basisverordening; b. handelen in strijd met een voorwaarde of vereiste, verbonden aan een vergunning of certificaat op grond van artikel 11, derde lid, van de CITES-basisverordening, voor zover de voorwaarde of het vereiste ziet op de administratie, de verstrekking van gegevens of het merken van dieren, planten of eieren; -c. handelen in strijd met de artikelen 33, eerste lid, onderdeel c, en 40, eerste lid, onderdeel d, van de CITES-uitvoeringsverordening van de Commissie van 4 mei 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PB L 166), en +c. handelen in strijd met de artikelen 33, eerste lid, onderdeel c, en 40, eerste lid, onderdeel d, van de CITES-uitvoeringsverordening van de Commissie van 4 mei 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PB L 166), en d. handelen in strijd met het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3.27 en 3.28 van dit besluit. **2.** De op grond van 7.6, tweede lid, vast te stellen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 50% van het bedrag dat is vastgesteld voor de eerste categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. @@ -1021,13 +992,13 @@ Wijzigt het Uitvoeringsbesluit rijkscoördinatieregeling energie-infrastructuurp ### Artikel 5.13 -**1.** Artikel 5.5, derde lid, van de wet is niet van toepassing op een besluit op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, of 47a, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998, die is ingediend vóór 1 juli 2015. +**1.** Artikel 5.5, derde lid, van de wet is niet van toepassing op een besluit op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, of 47a, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998, die is ingediend vóór 1 juli 2015. **2.** De artikelen 2.7, 2.8 en 2.9 zijn niet van toepassing op projecten, plannen en andere handelingen die stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied veroorzaken indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: -a. voor het project, het plan of de andere handeling was vóór 1 juli 2015 een besluit als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, in voorbereiding bij het desbetreffende bestuursorgaan; +a. voor het project, het plan of de andere handeling was vóór 1 juli 2015 een besluit als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, in voorbereiding bij het desbetreffende bestuursorgaan; b. de voor het nemen van het desbetreffende besluit beschikbare gegevens en bescheiden zijn naar het oordeel van het desbetreffende bestuursorgaan voldoende voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van het desbetreffende besluit en bovendien, ingeval het besluit betrekking heeft op een project als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel a, van de wet, is een volledige passende beoordeling als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van de wet gemaakt, en c. degene die het desbetreffende project zal realiseren, onderscheidenlijk de andere handeling zal verrichten, heeft een tijdige uitvoering verzekerd van de maatregelen die in het kader van de realisering van het project, onderscheidenlijk het verrichten van de andere handeling worden getroffen om te verzekeren dat de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebied niet zullen worden aangetast als gevolg van het project, onderscheidenlijk om verslechteringen of significant verstorende effecten als gevolg van de andere handeling te voorkomen.