2007-06-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)

This commit is contained in:
Coornhert 2007-06-01 12:00:00 +00:00
parent 1c9ee6178d
commit 48a607de00

View file

@ -4328,7 +4328,7 @@ Als uitgangspunt wordt de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van
#### 9.2. Verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning
Nadat de vreemdeling een jaar verblijf in het kader van (verruimde) gezinshereniging heeft gehad, dient de verblijfsvergunning te worden verlengd. Daarbij wordt getoetst aan de algemene voorwaarden voor het verlengen van de verblijfsvergunning. Indien aan die voorwaarden wordt voldaan, en de hoofdpersoon een verblijfsrecht van niet-tijdelijke aard heeft, wordt de verblijfsvergunning verlengd voor de duur van vijf jaren.
Nadat de vreemdeling een jaar verblijf in het kader van (verruimde) gezinshereniging heeft gehad, dient de verblijfsvergunning te worden verlengd. Daarbij wordt getoetst aan de algemene voorwaarden voor het verlengen van de verblijfsvergunning.
Indien de verblijfsvergunning is verleend voor verblijf bij een minderjarige houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, wordt het feit dat die houder inmiddels de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt niet tegengeworpen in het kader van de verlenging. De verblijfsvergunning wordt om die enkele reden niet ingetrokken.
@ -5745,12 +5745,20 @@ B2 is van toepassing, met uitzondering van het beleid inzake voortgezet verblijf
#### 4.2. Nederlandse zeeschepen en mijnbouwinstallaties continentaal plat
Voor vreemdelingen die werkzaam zijn (geweest) op Nederlandse zeeschepen en boorplatformen (mijnbouwinstallaties) op het Nederlandse deel van het continentale plat zijn enkele specifieke verblijfsregelingen opgenomen. De bijzondere voorwaarden hiervoor zijn geregeld in de artikelen 3.34 tot en met 3.38 Vb.
Voor vreemdelingen die werkzaam zijn (geweest) op Nederlandse zeeschepen en boorplatformen (mijnbouwinstallaties) op het Nederlandse deel van het continentaal plat zijn enkele specifieke verblijfsregelingen opgenomen. De bijzondere voorwaarden hiervoor zijn geregeld in de artikelen 3.34 tot en met 3.38 Vb.
Afgezien van de bijzondere voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in de hier bedoelde gevallen gelden steeds de algemene voorwaarden en ook weigeringsgronden voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd.
Indien een vreemdeling beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van de onderstaande regelingen wordt hij geacht zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland te hebben verplaatst enkel omdat hij buiten Nederland arbeid verricht (zie B1/5.3.2).
Ingevolge artikel 3.37 Vb kunnen werknemers op mijnbouwinstallaties op het continentaal plat, sneller in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd regulier voor het doorbrengen van verlof in Nederland.
Met bedoelde verblijfsvergunning wordt het voor de werknemer op het continentaal plat mogelijk om binnen de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning de verlofperioden in Nederland door te brengen. Hiermee vervalt het risico van overstay, met negatieve gevolgen voor een volgende afgifte van een visum kort verblijf.
De werkzaamheden van de vreemdeling die in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning voor het doorbrengen van verlof in Nederland, vinden niet plaats op Nederlands grondgebied. Gelet hierop en gelet op de aard van de beperking die aan de hier bedoelde verblijfsvergunning is verbonden, wordt aan de verblijfsvergunning de arbeidsmarkt aantekening Arbeid niet toegestaan verbonden.
Met ingang van 1 juni 2007 is artikel 3.37 Vb gewijzigd. Gedurende een periode van zes maanden na inwerkingtreding van deze wijziging, wordt een overgangsregeling getroffen: Werknemers op mijnbouwinstallaties op het continentaal plat die daar op of vóór 1 juni 2007 zijn gestationeerd worden, gedurende de werking van de overgangsregeling, vrijgesteld van het mvv-vereiste indien zij, gedurende de geldigheidsduur van hun visum kort verblijf of de duur van hun vrije termijn in Nederland, een aanvraag indienen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 3.37, tweede lid, Vb.
Als Nederlands zeeschip wordt aangemerkt een schip dat onder Nederlandse vlag vaart en in Nederland is geregistreerd.
Mijnbouwinstallaties op het Nederlandse deel van het continentale plat omvatten zowel installaties voor proefboringen als voor exploitatie. Werkzaamheden op bevoorradingsschepen van de hier bedoelde installaties vallen echter niet onder deze regeling.
@ -5769,13 +5777,15 @@ De buitenlandse werknemer kan aanspraak maken op verlenging van de geldigheidsdu
Indien de vreemdeling, als genoemd onder B5/4.2, gezinshereniging of -vorming beoogt in Nederland (een verblijfsvergunning voor zijn gezinsleden op afhankelijke gronden), dient hij allereerst zelf te beschikken over een verblijfsvergunning (op zelfstandige gronden, zie artikel 3.34 Vb).
Voor de verlening van een verblijfsvergunning aan gezinsleden van een dergelijke vreemdeling gelden vervolgens artikel 3.13 tot en met 3.22 Vb (zie B2). Deze gezinsleden worden niet toegelaten tot de arbeidsmarkt. Op hen is B16 inzake voortgezet verblijf niet van toepassing, aangezien hun verblijfsrecht tijdelijk van aard is (zie artikel 3.5, tweede lid, aanhef en onder a, en 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, Vb).
Aan gezinsleden van een houder van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met het doorbrengen van verlof in Nederland, wordt indien de hoofdpersoon werkzaam is op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat eerst een verblijfsvergunning voor gezinshereniging verleend indien de hoofdpersoon een arbeidsverleden op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat heeft van ten minste zeven jaar (zie artikel 3.15, derde lid, Vb).
Voor de verlening van een verblijfsvergunning aan gezinsleden van een dergelijke vreemdeling gelden vervolgens de artikelen 3.13 tot en met 3.22 Vb (zie B2). Deze gezinsleden worden niet toegelaten tot de arbeidsmarkt. Op hen is B16 inzake voortgezet verblijf niet van toepassing, aangezien hun verblijfsrecht tijdelijk van aard is (zie artikel 3.5, tweede lid, aanhef en onder a, Vb en artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, Vb).
Voor het doorbrengen van verlof in Nederland dat plaatsvindt in de vrije termijn, dat wil zeggen de termijn gedurende welke het aan vreemdelingen krachtens artikel 12 Vw is toegestaan in Nederland te verblijven, is geen verblijfsvergunning vereist. In die gevallen is immers sprake van rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, aanhef en onder i, Vw (zie artikel 3.3 Vb).
Desgewenst kan de vreemdeling, als genoemd onder B5/4.2, voor het doorbrengen van verlof in Nederland in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, indien het verlof de vrije termijn overschrijdt. In dat geval is artikel 3.37 Vb van toepassing.
De verblijfsvergunning onder de beperking verband houdende met het doorbrengen van verlof wordt aangemerkt als tijdelijk van aard.
De verblijfsvergunning onder de beperking verband houdende met het doorbrengen van verlof wordt, ingevolge artikel 3.5, tweede lid, onder t, Vb aangemerkt als tijdelijk van aard.
Gezinsleden van de vreemdeling aan wie op grond van het vorenstaande een verblijfsvergunning is verleend onder een beperking verband houdende met het doorbrengen van verlof in Nederland worden niet toegelaten tot de arbeidsmarkt.
@ -7820,19 +7830,27 @@ Iedere burger van de Unie die gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar
Het onderscheid tussen rechtmatig verblijf in de vrije termijn en rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijft wel gehandhaafd ten aanzien van de familieleden die geen onderdaan zijn van een EU- of EER-lidstaat of Zwitserland. Het rechtmatig verblijf (in de zin van artikel 8, onder i, Vw) van het familielid dat niet de nationaliteit heeft van een EU- of EER-lidstaat of Zwitserland, blijkt in de eerste periode van drie maanden uit diens geldige paspoort met een op grond van artikel 9 Vw gestelde aantekening omtrent rechtmatig verblijf. Het rechtmatige verblijf kan voorts blijken uit het geldige paspoort, voorzien van het eventueel voor inreis benodigde visum of een recente aantekening omtrent inreis (inreisstempel, zie artikel 4.21 Vb) dan wel uit het geldige paspoort en een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfskaart.
Het familielid, dat niet zelf EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland is, wordt bij een verblijf van langer dan drie maanden na aanvraag in bezit gesteld van een document EU/EER, met de aantekening familielid van een burger van de Unie (zie bijlage 7c VV). De geldigheidsduur van dit document bedraagt vijf jaar vanaf de datum van afgifte, of is gelijk aan de (voorgenomen) periode van verblijf van de EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland van wie het rechtmatig verblijf afhankelijk is, indien dat voorgenomen verblijf korter dan vijf jaren bedraagt. In overige gevallen wordt de geldigheidsduur van het verblijfsdocument bepaald op vijf jaren.
Het familielid, dat niet zelf EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland is, wordt bij een verblijf van langer dan drie maanden na aanvraag in bezit gesteld van een document EU/EER, met de aantekening familielid van een burger van de Unie (zie bijlage 7e VV). De geldigheidsduur van dit document bedraagt vijf jaar vanaf de datum van afgifte, of is gelijk aan de (voorgenomen) periode van verblijf van de EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland van wie het rechtmatig verblijf afhankelijk is, indien dat voorgenomen verblijf korter dan vijf jaren bedraagt. In overige gevallen wordt de geldigheidsduur van het verblijfsdocument bepaald op vijf jaren.
Op het verblijfsdocument wordt de volgende aantekening geplaatst: arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist. Dit houdt in dat het familie- of gezinslid, ongeacht de nationaliteit, het recht heeft om arbeid, al dan niet in loondienst, te verrichten. Voor de behandeling van de aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van het daaraan verbonden verblijfsdocument is een legesbedrag verschuldigd. De aanmelding voor het indienen van een aanvraag moet ingevolge artikel 8.13, tweede lid, Vb, plaatsvinden binnen één maand na afloop van de periode van drie maanden rechtmatig verblijf op grond van artikel 8.11 Vb.
Op het verblijfsdocument wordt de volgende aantekening geplaatst: arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist. Dit houdt in dat het familie- of gezinslid, ongeacht de nationaliteit, het recht heeft om arbeid, al dan niet in loondienst, te verrichten. Voor de behandeling van de aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van het daaraan verbonden verblijfsdocument is een legesbedrag verschuldigd. De aanmelding voor het indienen van een aanvraag moet ingevolge artikel 8.13, tweede lid, Vb, plaatsvinden binnen één maand na afloop van de periode van drie maanden rechtmatig verblijf op grond van artikel 8.11 Vb.
Bij de aanvraag tot afgifte van het verblijfsdocument overlegt bedoeld familielid ingevolge artikel 8.13, derde lid, onder a tot en met g, Vb, de volgende documenten:
een geldig paspoort;
de verklaring van inschrijving van de vreemdeling bedoeld in artikel 8.7, eerste lid Vb (EU/EER- onderdaan of onderdaan van Zwitserland), bij wie hij in Nederland verblijft;
een document waaruit de familierechtelijke of duurzame relatie blijkt met de hierbovengenoemde vreemdeling;
voor zover hij in Nederland verblijft als familielid bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, onder c of d, Vb: bewijs dat hij een dergelijk familielid is;
voor zover hij in Nederland verblijft als familielid bedoeld in artikel 8.7, derde lid, Vb: een door de bevoegde instantie van het land van herkomst afgegeven verklaring dat hij ten laste komt van of inwoont bij de hierbovengenoemde vreemdeling, onderscheidelijk bewijs van ernstige gezondheidsredenen die de persoonlijk zorg door die vreemdeling noodzakelijk maken;
voor zover hij in Nederland verblijft als partner als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb: een relatieverklaring (vastgesteld bij regeling van de Minister);
voor zover hij in Nederland verblijft als minderjarig kind van de hierbovengenoemde partner: bewijs dat is voldaan aan het gestelde in de artikelen 3.13 tot en met 3.22 Vb.
voor zover hij in Nederland verblijft als familielid bedoeld in artikel 8.7, tweede lid, onder c of d, Vb:
bewijs dat hij een dergelijk familielid is;
voor zover hij in Nederland verblijft als familielid bedoeld in artikel 8.7, derde lid, Vb:
een door de bevoegde instantie van het land van herkomst afgegeven verklaring dat hij ten laste komt van of inwoont bij de hierbovengenoemde vreemdeling, onderscheidenlijk bewijs van ernstige gezondheidsredenen die de persoonlijk zorg door die vreemdeling noodzakelijk maken;
voor zover hij in Nederland verblijft als partner als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb:
een relatieverklaring (vastgesteld bij regeling van de Minister);
voor zover hij in Nederland verblijft als minderjarig kind van de hierbovengenoemde partner:
bewijs dat is voldaan aan het gestelde in de artikelen 3.13 tot en met 3.22 Vb.
Na indiening van deze aanvraag dient onmiddellijk een bewijs van aanvraag te worden verstrekt (verblijfsaantekening gemeenschapsonderdaan).
@ -7891,13 +7909,16 @@ Indien het familielid reeds duurzaam verblijf heeft (zie artikel 8.17 Vb) dan bl
In dit onderdeel wordt nader ingegaan op het recht op voortzetting van verblijf van familieleden van EU- EER-onderdanen en familieleden van onderdanen van Zwitserland, die zelf niet de nationaliteit van een EU- of EER-lidstaat of van Zwitserland hebben. Artikel 8.15 Vb ziet op het (niet-) beëindigen van het verblijfsrecht van deze familieleden. Het verblijfsrecht eindigt niet:
door periodes van afwezigheid uit Nederland van het familielid (zie artikel 8.15, eerste lid, onder a, b, c en d, Vb);
na het overlijden van de burger van de Unie (zie artikel 8.15, tweede lid, onder a en b, Vb);
door periodes van afwezigheid uit Nederland van het familielid (zie artikel 8.15, eerste lid, onder a,b,c en d, Vb);
na het overlijden van de burger van de Unie (zie artikel 8.15, tweede lid, onder a en b, Vb):
indien het familielid ten minste één jaar vóór het overlijden in Nederland verbleef;
voor voltooiing van de studie, indien hij als kind van genoemde onderdaan in Nederland verblijft en is ingeschreven bij een onderwijsinstelling, dan wel indien hij verzorgende ouder van bedoeld kind is;
na het vertrek uit Nederland van de onderdaan van de EU/EER of van Zwitserland (zie artikel 8.15, derde lid, Vb);
na het vertrek uit Nederland van de onderdaan van de EU/EER of van Zwitserland (zie artikel 8.15, derde lid, Vb):
voor de voltooiing van de studie, indien het familielid in Nederland verbleef als kind van genoemde onderdaan en voor studie is ingeschreven bij een onderwijsinstelling, dan wel indien hij de verzorgende ouder is van een zodanig kind;
na scheiding, ontbinding of nietigverklaring van huwelijk of beëindiging geregistreerd partnerschap;
na scheiding, ontbinding of nietigverklaring van huwelijk of beëindiging geregistreerd partnerschap:
het huwelijk of partnerschap heeft voor de beëindiging minimaal drie jaar geduurd, waarvan het familielid minimaal één jaar in Nederland heeft verbleven;
bij toewijzing ouderlijk gezag over de kinderen van burger van de Unie aan echtgenoot of partner, die niet EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland is;
in geval van een door de rechter bepaald omgangsrecht dat in Nederland moet worden uitgeoefend;