2024-07-01 | BWBR0002368 | Algemene Kinderbijslagwet
This commit is contained in:
parent
d179b20dbb
commit
48c17830f1
1 changed files with 45 additions and 11 deletions
|
|
@ -234,7 +234,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Het basiskinderbijslagbedrag over een kalenderkwartaal bedraagt € 399,27 per kind.
|
||||
**1.** Het basiskinderbijslagbedrag over een kalenderkwartaal bedraagt € 402,41 per kind.
|
||||
|
||||
**2.** Het basiskinderbijslagbedrag en het extra bedrag aan kinderbijslag, bedoeld in artikel 7a, tweede lid, bedraagt voor een kind dat woont buiten Nederland, een van de andere lidstaten van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en Zwitserland, een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage van het bedrag, genoemd in het eerste lid, respectievelijk artikel 7a, tweede lid. Het percentage wordt zo bepaald dat het een weergave is van de verhouding tussen het kostenniveau van het land waar het kind woonachtig is en dat van Nederland. Het percentage bedraagt maximaal 100.
|
||||
|
||||
|
|
@ -242,9 +242,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Het aan een verzekerde over een kalenderkwartaal te betalen bedrag aan kinderbijslag bedraagt voor een kind, dat op de eerste dag van dat kwartaal:
|
||||
|
||||
a. jonger is dan 6 jaar: € 279,49
|
||||
b. 6 jaar of ouder, maar jonger is dan 12 jaar: € 339,38 en
|
||||
c. 12 jaar en ouder, maar jonger is dan 18 jaar: € 399,27
|
||||
a. jonger is dan 6 jaar: € 281,69
|
||||
b. 6 jaar of ouder, maar jonger is dan 12 jaar: € 342,05 en
|
||||
c. 12 jaar en ouder, maar jonger is dan 18 jaar: € 402,41
|
||||
|
||||
van het op grond van het eerste en tweede lid vastgestelde basiskinderbijslagbedrag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -282,14 +282,30 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** De Sociale verzekeringsbank stelt op aanvraag vast of een recht op kinderbijslag bestaat. De aanvraag om het extra bedrag aan kinderbijslag, bedoeld in artikel 7a, tweede lid, wordt ingediend voor 1 december van het kalenderjaar na het kalenderjaar waarover recht op het extra bedrag aan kinderbijslag bestaat.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Sociale verzekeringsbank stelt:
|
||||
|
||||
a. op aanvraag vast of een recht op kinderbijslag bestaat;
|
||||
b. op aanvraag of, indien informatie is verschaft door het Centrum Indicatiestelling zorg, als bedoeld in artikel 9.1.3, tiende lid, van de Wet langdurige zorg, ambtshalve op basis daarvan vast of een recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, bestaat; en
|
||||
c. op aanvraag vast of een recht op het extra bedrag aan kinderbijslag, bedoeld in artikel 7a, tweede lid, bestaat.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door de Sociale verzekeringsbank beschikbaar gesteld aanvraagformulier. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de verder bij de aanvraag te verstrekken gegevens.
|
||||
|
||||
**3.** Het recht op kinderbijslag kan niet vroeger ingaan dan een jaar voorafgaand aan de eerste dag van het kalenderkwartaal tijdens welk de aanvraag om kinderbijslag werd ingediend. Het recht op kinderbijslag, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, kan niet vroeger ingaan dan de eerste dag van het kalenderkwartaal tijdens welk de aanvraag om kinderbijslag als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, werd ingediend.
|
||||
**3.** De aanvraag om het extra bedrag aan kinderbijslag, bedoeld in artikel 7a, tweede lid, wordt ingediend voor 1 december van het kalenderjaar na het kalenderjaar waarover het recht op het extra bedrag aan kinderbijslag bestaat.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de verzekerde nalaat een aanvraag om kinderbijslag in te dienen, kan deze aanvraag worden ingediend door het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, dat tevens adviseert aan wie de kinderbijslag wordt betaald.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het recht op kinderbijslag of een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, gaat niet eerder in dan:
|
||||
|
||||
a. indien het kinderbijslag betreft, een jaar voorafgaand aan de eerste dag van het kalenderkwartaal waarin de aanvraag om kinderbijslag werd ingediend; of
|
||||
b. indien het een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, betreft, zes maanden voorafgaand aan de eerste dag van het kalenderkwartaal:
|
||||
|
||||
1°. waarin de aanvraag om een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag werd ingediend; of
|
||||
2°. waarin het recht op zorg aanvangt op grond van het indicatiebesluit, bedoeld in artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg, indien het recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag ambtshalve wordt vastgesteld op basis van de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
### Artikel 14a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -416,7 +432,13 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** De Sociale verzekeringsbank betaalt de kinderbijslag en het extra bedrag aan kinderbijslag, bedoeld in artikel 7a, tweede lid, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie maanden na afloop van het kwartaal waarover recht op kinderbijslag bestaat, respectievelijk binnen drie maanden na indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 14, eerste lid, tweede zin.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Sociale verzekeringsbank betaalt:
|
||||
|
||||
a. de kinderbijslag zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie maanden na afloop van het kwartaal waarover recht op kinderbijslag bestaat, respectievelijk binnen drie maanden na indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a;
|
||||
b. de verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie maanden na indiening van de aanvraag of ontvangst van de informatie, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b; en
|
||||
c. het extra bedrag aan kinderbijslag, bedoeld in artikel 7a, tweede lid, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie maanden na indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel c.
|
||||
|
||||
**2.** Indien twee personen, die gezamenlijk een huishouden vormen, over eenzelfde tijdvak recht op kinderbijslag voor eenzelfde kind hebben, wordt de kinderbijslag uitbetaald aan degene van hen die zij gezamenlijk daartoe hebben aangewezen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -426,7 +448,12 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**5.** Indien twee of meer personen over eenzelfde tijdvak recht hebben op kinderbijslag voor eenzelfde kind, in andere situaties dan bedoeld in het tweede en vierde lid, wordt betaald de kinderbijslag waarop degene recht heeft die de hoogste bijdrage in het onderhoud van dit kind levert. Aan de andere personen wordt geen kinderbijslag uitbetaald.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de persoon aan wie op grond van het vierde of vijfde lid kinderbijslag zou moeten worden betaald indien hij een aanvraag zou hebben ingediend, geen aanvraag heeft ingediend, wordt de kinderbijslag, in afwijking van het vierde en vijfde lid, betaald aan de persoon die daartoe wel een aanvraag heeft ingediend. Indien de persoon, bedoeld in de eerste zin, die geen aanvraag heeft ingediend, alsnog een aanvraag indient, wordt de kinderbijslag aan hem betaald na afloop van het kalenderkwartaal waarin de aanvraag is ingediend, mits de aanvraag in de eerste twee maanden van dat kalenderkwartaal is ingediend. Indien de aanvraag, bedoeld in de tweede zin, is ingediend in de laatste maand van een kalenderkwartaal dan wordt de kinderbijslag aan hem betaald na afloop van het kalenderkwartaal volgend op het kalenderkwartaal waarin de aanvraag is ingediend.
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Zolang de persoon aan wie op grond van het vierde of vijfde lid kinderbijslag zou moeten worden betaald geen aanvraag daartoe heeft ingediend, blijft de kinderbijslag, in afwijking van het vierde en vijfde lid, betaald worden aan de persoon die daartoe wel een aanvraag heeft ingediend. Indien de persoon die geen aanvraag heeft ingediend, alsnog een aanvraag indient, wordt de kinderbijslag aan die persoon betaald:
|
||||
|
||||
a. na afloop van het kalenderkwartaal waarin de aanvraag is ingediend, indien deze is ingediend in de eerste twee maanden van dat kalenderkwartaal; of
|
||||
b. na afloop van het kalenderkwartaal volgend op het kalenderkwartaal waarin de aanvraag is ingediend, indien deze is ingediend in de laatste maand van dat kalenderkwartaal.
|
||||
|
||||
**7.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot situaties van samenloop, bedoeld in het tweede, vierde en vijfde lid, nadere en aanvullende regels worden gesteld waarbij bepaald kan worden dat aan een ander persoon de kinderbijslag wordt uitbetaald dan de persoon, bedoeld in het vierde en vijfde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -602,11 +629,18 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 29c
|
||||
|
||||
**1.** Een beschikking op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.
|
||||
**1.** Een beschikking op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag of na ontvangst van de informatie, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
**2.** De redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde lid is gedaan.
|
||||
**2.** De redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag of na ontvangst van de informatie, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, geen beschikking is gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in het derde lid is gedaan.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een beschikking niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
|
||||
**3.** Indien een beschikking niet binnen de termijn van acht weken kan worden gegeven, wordt die termijn met een redelijke termijn verlengd en wordt de aanvrager of, indien geen sprake is van een aanvrager, degene aan wie de kinderbijslag wordt uitbetaald daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Indien ambtshalve op basis van de verschafte informatie bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, niet wordt overgegaan tot vaststelling van een recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, wordt hiervan binnen een redelijke termijn schriftelijk in kennis gesteld:
|
||||
|
||||
a. degene aan wie de kinderbijslag wordt uitbetaald; of
|
||||
b. degene aan wie het indicatiebesluit, bedoeld in artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg, is gericht, als geen kinderbijslag wordt uitbetaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 29d
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue