From 48c92ab63abe78deca0606f67d2418d0801e5961 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 6 Dec 2024 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2024-12-06 | BWBR0043833 | Beleidsregel ernstige inbreuken GVB 2020 --- .../BWBR0043833/README.md | 14 +++++++------- 1 file changed, 7 insertions(+), 7 deletions(-) diff --git a/beleidsregel/beleidsregel-ernstige-inbreuken-gvb-2020/BWBR0043833/README.md b/beleidsregel/beleidsregel-ernstige-inbreuken-gvb-2020/BWBR0043833/README.md index 52d2623e15b..90404f18093 100644 --- a/beleidsregel/beleidsregel-ernstige-inbreuken-gvb-2020/BWBR0043833/README.md +++ b/beleidsregel/beleidsregel-ernstige-inbreuken-gvb-2020/BWBR0043833/README.md @@ -58,7 +58,7 @@ a. artikel 140, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang (i) artikel 37, onderdeel 3, van verordening nr. 1005/2008; (ii) artikel 37, onderdeel 6, van verordening nr. 1005/2008, voor zover de in dit onderdeel verboden hulpverlening niet door een vissersvaartuig wordt geboden; (iii) artikel 37, onderdeel 9 of 10, van verordening nr. 1005/2008; -(iv) artikel 38, onderdeel 1, 2, 3, 5 of 6, van verordening nr. 1005/2008; of +(iv) artikel 38, onderdeel 1, 2, 3, 5, 6, 10 of 11, van verordening nr. 1005/2008; of (v) artikel 39, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008; b. artikel 140, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij. @@ -93,7 +93,7 @@ f. artikel 103 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 1 Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van: -a. artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 16, tweede lid, artikel 17, eerste lid, of artikel 35, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden, waarbij wat betreft artikel 17, eerste lid, onderdeel c, van de verordening vangstmogelijkheden geldt dat indien de daarin voorgeschreven maaswijdte niet in acht is genomen, dit enkel leidt tot een ernstige inbreuk indien de afwijking van de in de desbetreffende bepaling voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; +a. artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 16, tweede lid, artikel 17, artikel 19, eerste lid, of artikel 35, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden, waarbij wat betreft artikel 17, eerste lid, onderdelen a, c en d, tweede en derde lid, en artikel 19, eerste lid, onderdeel c, van de verordening vangstmogelijkheden geldt dat indien de daarin voorgeschreven maaswijdte niet in acht is genomen, dit enkel leidt tot een ernstige inbreuk indien de afwijking van de in de desbetreffende bepaling voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; b. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 8, vierde lid, artikel 9, eerste, tweede, derde, vierde of zesde lid, of artikel 12, eerste lid, van verordening 2019/1241; of c. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 12; en @@ -159,9 +159,9 @@ h. artikel 59 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 5, (iii) de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel niet in acht wordt genomen; i. artikel 59 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 6, eerste lid, van verordening nr. 2056/2001, voor zover de afwijking van de toegestane maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; j. artikel 60 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 5, tweede lid, van verordening nr. 494/2002, waarbij, voor zover dit artikel een bepaalde maaswijdte voorschrijft, het niet voldoen aan dat voorschrift slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien de afwijking van de toegestane maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; -k. artikel 16 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 10, tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee. +k. artikel 16 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 8 of artikel 11, tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee. -**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d, onder 1° en 4°, onderdeel e, onder 1°, 3°, 6°, 7°, 9° en 12°, respectievelijk onderdeel j, geldt ten aanzien van de daarin genoemde bepalingen uit de bijlagen van verordening 2019/1241, respectievelijk uit verordening nr. 494/2002, dat indien ingevolge verordening 2019/1241 bij wijze van uitzondering op die bepalingen een bepaalde visserijactiviteit is toegestaan onder de voorwaarde dat gevist wordt met een bepaald vistuig met een bepaalde maaswijdte, slechts wordt aangenomen dat niet aan die voorwaarde wordt voldaan en aldus sprake is van een inbreuk op de desbetreffende hoofdregel in die bepaling, indien de afwijking van de in de desbetreffende voorwaarde voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt. +**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, onderdeel d, onder 1° en 4°, onderdeel e, onder 1°, 3°, 6°, 7°, 9° en 12° en onderdeel j geldt ten aanzien van de daarin genoemde bepalingen dat indien ingevolge verordening 2019/1241 of artikel 17, vijfde lid, van de verordening vangstmogelijkheden bij wijze van uitzondering op die bepalingen een bepaalde visserijactiviteit is toegestaan onder de voorwaarde dat gevist wordt met een bepaald vistuig met een bepaalde maaswijdte, slechts wordt aangenomen dat niet aan die voorwaarde wordt voldaan en aldus sprake is van een inbreuk op de desbetreffende hoofdregel in die bepaling, indien de afwijking van de in de desbetreffende voorwaarde voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt. ### Artikel 10 @@ -215,16 +215,16 @@ a. artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij; b. artikel 113, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 35, tweede lid, van de controleverordening; c. artikel 113, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 36, tweede lid, van de controleverordening; d. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 15 respectievelijk 28 en bijlage VI, deel C, punt 2.1, 4, 5.1 of 6.1, bijlage VII, deel C, punt 2.3, bijlage VIII, deel C, punt 2.1 of 4.1, of bijlage XII, deel C, punt 4, van verordening 2019/1241; -e. artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 11, eerste lid, artikel 13, eerste zin, artikel 15, of artikel 22 van de verordening vangstmogelijkheden; +e. artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 10, eerste lid, 13, derde lid, eerste zin, artikel 15 of artikel 24 van de verordening vangstmogelijkheden; f. artikel 13, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 16, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden; -g. artikel 16 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 7, eerste lid of derde lid, of artikel 10, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee; of +g. artikel 16 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 7, eerste lid of derde lid, of artikel 11, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee; of h. artikel 17, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 21, van de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee. ### Artikel 16 Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel d, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van een van de volgende bepalingen voor zover gericht wordt of is gevist op de in deze bepalingen genoemde vissoorten: -a. artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 18, eerste lid, artikel 25, tweede lid, artikel 28, tweede lid, artikel, artikel 33, eerste lid, artikel 38, eerste lid, artikel 39, eerste zin, artikel 40, artikel 41, tweede lid, artikel 46, artikel 48, of artikel 55, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden; +a. artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 20, eerste lid, artikel 27, tweede lid, artikel 30, tweede lid, artikel 38, eerste lid, artikel 39, eerste zin, artikel 40, artikel 41, tweede lid, artikel 45, artikel 48, artikel 48ter, eerste lid, 48quater, eerste lid, of artikel 55 van de verordening vangstmogelijkheden en artikel 18, eerste lid, onderdelen o en p, en artikel 55, eerste lid, onderdelen j en k, van de verordening vangstmogelijkheden 2023; b. artikel 14 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 7 van verordening 2018/2025; of c. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 10, eerste en tweede lid, en artikel 15 in samenhang met bijlage V, deel C, punt 5.2 of 6.2, eerste volzin, bijlage VI, deel C, punt 9.2, eerste volzin, bijlage VII, deel C, punt 4.2, eerste volzin, bijlage XII, deel C, punt 1, van verordening 2019/1241, voor zover gericht op de in deze bepalingen genoemde vissoorten wordt of is gevist.