2014-01-01 | BWBR0011354 | Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001

This commit is contained in:
Coornhert 2014-01-01 12:00:00 +00:00
parent bd71eac08e
commit 48ceceea80

View file

@ -364,7 +364,7 @@ b. de woning op 1 januari 2001 ten aanzien van de belastingplichtige of personen
1. Voor de toepassing van afdeling 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt tot 1 januari 2031 met de eigendom van een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat bestemd is tot woning gelijkgesteld de eigendom van de binnenkant van een woning, terwijl het casco en de ondergrond worden gehuurd, mits deze eigendom door de belastingplichtige voor 1 januari 2001 is verworven van de verhuurder en vanaf de verwerving het geheel hem anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake de toepassing van artikel 3112, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 in deze gevallen.
De termijn van op 31 december 2000 bestaande schulden die zijn aangegaan ter verwerving dan wel voor verbetering of onderhoud van een eigen woning wordt voor de toepassing van artikel 10bis.10, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 geacht te zijn aangevangen op 1 januari 2001.
De termijn van op 31 december 2000 bestaande schulden die zijn aangegaan ter verwerving dan wel voor verbetering of onderhoud van een eigen woning wordt voor de toepassing van artikel 10bis.10, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 geacht te zijn aangevangen op 1 januari 2001.
1. Met betrekking tot de winst die ingevolge artikel 28, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in het jaar 2001 ter beschikking wordt gesteld van de aandeelhouders en houders van bewijzen van deelgerechtigdheid, blijven de bepalingen van hoofdstuk II, afdeling 3, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals die luidden op 31 december 2000, van toepassing, voorzover deze winst is toe te rekenen aan de vervreemding van aandelen in een vennootschap direct of indirect aan die vennootschap of aan liquidatie van een vennootschap.
2. De op basis van het eerste lid bepaalde inkomsten uit vermogen worden voor de toepassing van de Wet inkomstenbelasting 2001 aangemerkt als inkomen uit werk en woning.