From 48f7ffc6174fab33646c9f635c41bf39f9f332c7 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 23 Jun 2017 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2017-06-23 | BWBR0006516 | Besluit algemene rechtspositie politie --- .../BWBR0006516/README.md | 83 ++++++++----------- 1 file changed, 36 insertions(+), 47 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-algemene-rechtspositie-politie/BWBR0006516/README.md b/amvb/besluit-algemene-rechtspositie-politie/BWBR0006516/README.md index ce762efa43b..50138fd42a0 100644 --- a/amvb/besluit-algemene-rechtspositie-politie/BWBR0006516/README.md +++ b/amvb/besluit-algemene-rechtspositie-politie/BWBR0006516/README.md @@ -19,28 +19,26 @@ citeertitel: Besluit algemene rechtspositie politie In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie; -b. aspirant: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als aspirant en die is toegelaten tot een initiële opleiding; +b. aspirant: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als aspirant en die is toegelaten tot een politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012; c. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Politiewet 2012, met uitzondering van de aspirant gedurende het theoretische opleidingsdeel, waarbij voor de toepassing van dit besluit de ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, gelijk wordt gesteld aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Politiewet 2012; -d. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012, waarbij voor de toepassing van dit besluit de ambtenaar, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, werkzaam bij het LSOP en de ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de rijksrecherche, wordt gelijkgesteld met ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012; +d. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012, waarbij voor de toepassing van dit besluit de directeur van de Politieacademie, zijn plaatsvervanger en de ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de rijksrecherche, worden gelijkgesteld met ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012; e. ambtenaar van de rijksrecherche: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de Politiewet 2012; f. vakantiewerker: een scholier of student die ten tijde van onderbreking van zijn opleiding wegens vakantie, voor een periode van ten hoogste acht weken is aangesteld voor het verrichten van ondersteunende werkzaamheden; g. AOW-gerechtigde leeftijd: de leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet, waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat; -h. het LSOP: het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs; +h. vervallen; i. ambtenaar: de aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, de ambtenaar van de rijksrecherche en de vakantiewerker; j. volledige betrekking: een betrekking die een arbeidstijd van gemiddeld 36 uur per week omvat; k. deelbetrekking: een betrekking die een arbeidstijd van gemiddeld minder dan 36 uur per week omvat; l. bevoegd gezag: -1. Onze Minister voor zover het betreft de korpschef; -2. de korpschef, voor zover het betreft de aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij een eenheid zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012; -3. de raad van toezicht van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs; -4. het college van bestuur van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs; -5. het College van procureurs-generaal, voor zover het betreft de ambtenaar van de rijksrecherche; +1. Onze Minister voor zover het betreft de korpschef, de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger; +2. de korpschef, voor zover het betreft de aspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij een onderdeel als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012; +3. het College van procureurs-generaal, voor zover het betreft de ambtenaar van de rijksrecherche; m. salaris: hetgeen daaronder in het Besluit bezoldiging politie wordt verstaan; n. bezoldiging: hetgeen daaronder in het Besluit bezoldiging politie wordt verstaan; o. detachering: tijdelijke tewerkstelling elders buiten het gezagsbereik van het bevoegd gezag; p. arbodienst: een arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet; -q. deskundige persoon: een deskundige persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b of c, van die wet. +q. deskundige persoon: een deskundige persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b of c, van die wet; r. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; s. zijn arbeid: hetgeen daaronder wordt verstaan ingevolge artikel 19 van de Ziektewet; t. arts: een in Nederland gevestigde arts, die als arts is ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg; @@ -55,16 +53,16 @@ x. werkgebied: 1. indien het betreft een ambtenaar die werkzaam is bij een regionale eenheid : het gebied of het door het bevoegd gezag aangewezen gedeelte daarvan dat de desbetreffende regionale eenheid bestrijkt; 2. indien het betreft een ambtenaar die werkzaam is bij een landelijke eenheid of een ambtenaar van de rijksrecherche: Nederland dan wel het door het bevoegd gezag aangewezen gedeelte van Nederland waarin de plaats van tewerkstelling is gelegen, of -3. indien het betreft een ambtenaar, werkzaam bij het LSOP of een ondersteunende dienst: het door het bevoegd gezag aangewezen gedeelte van Nederland waarin de plaats van tewerkstelling is gelegen. +3. indien het betreft een ambtenaar, werkzaam bij de Politieacademie of een ondersteunende dienst: het door het bevoegd gezag aangewezen gedeelte van Nederland waarin de plaats van tewerkstelling is gelegen; y. beroepsziekte: een ziekte, welke in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en die niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten; z. dienstongeval: een ongeval, welk in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en dat niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten; aa Pensioenreglement: het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; bb. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP; cc. vervallen; dd. vervallen; -ee. initiële opleiding: een door Onze Minister aangewezen opleiding, gericht op de voorbereiding van de uitvoering van algemene politietaken waarvoor in het kader van de landelijke kwalificatiestructuur, bedoeld in artikel 14 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, competentiegerichte eindtermen zijn vastgesteld; -ff. theoretisch opleidingsdeel: de periode of perioden waarin de aspirant aan een opleidingsinstituut in het kader van de initiële opleiding onderwijs volgt; -gg. praktische opleidingsdeel: de periode of perioden waarin de aspirant de politietaak bij een regionale eenheid of een landelijke eenheid uitvoert in het kader van de initiële opleiding; +ee. vervallen; +ff. theoretisch opleidingsdeel: de periode of perioden waarin de aspirant aan de Politieacademie in het kader van een politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012 onderwijs volgt; +gg. beroepspraktijkvorming: de periode of perioden waarin de aspirant de politietaak bij een regionale eenheid of een landelijke eenheid uitvoert in het kader van een politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012; hh. functie: het samenstel van door de ambtenaar te verrichten opgedragen werkzaamheden, zoals vastgelegd in het LFNP; ii. LFNP: Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie: het door Onze Minister vastgestelde geheel van functiebeschrijvingen, onderverdeeld naar vakgebieden, inclusief de waardering, en de aan het gebouw verbonden en omschreven werkterreinen, aandachtsgebieden en specifieke functionaliteiten; jj. vakgebied: een clustering van in essentie gelijkgerichte activiteiten, resultaten en beoogde effecten op basis van voor dat vakgebied geldende processen; @@ -98,7 +96,7 @@ qq. consignatie: het zich in opdracht van het daartoe bevoegde gezag bereikbaar ### Artikel 2b -**1.** Indien betrokkene direct voorafgaand aan de aanstelling nog geen ambtenaar in de zin van dit besluit was en hij krachtens de artikelen 28, eerste en derde lid, 38, tweede lid, en artikel 45, tweede lid, van de Politiewet 2012 bij koninklijk besluit wordt benoemd, kan op zijn aanvraag aanstelling plaatsvinden in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd waarbij dit besluit gedeeltelijk, of andere algemene maatregelen van bestuur als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Politiewet 2012, die specifiek betrekking hebben op ambtenaren in de zin van dit besluit, geheel of gedeeltelijk, buiten toepassing kunnen worden verklaard. Na benoeming wordt aan de ondernemingsraad gemotiveerd aangegeven dat bij het werven zowel de interne als de externe arbeidsmarkt in ogenschouw is genomen. +**1.** Indien betrokkene direct voorafgaand aan de aanstelling nog geen ambtenaar in de zin van dit besluit was en hij krachtens de artikelen 28, eerste en derde lid, 38, tweede lid, 42, vierde lid, artikel 45, tweede lid, en 76, eerste lid, van de Politiewet 2012 bij koninklijk besluit wordt benoemd, kan op zijn aanvraag aanstelling plaatsvinden in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd waarbij dit besluit gedeeltelijk, of andere algemene maatregelen van bestuur als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Politiewet 2012, die specifiek betrekking hebben op ambtenaren in de zin van dit besluit, geheel of gedeeltelijk, buiten toepassing kunnen worden verklaard. Na benoeming wordt aan de ondernemingsraad gemotiveerd aangegeven dat bij het werven zowel de interne als de externe arbeidsmarkt in ogenschouw is genomen. **2.** Onverminderd het eerste lid, bedraagt de aanspraak op vakantie ten minste 144 uur per kalenderjaar bij een volledige betrekking en naar evenredigheid bij een andere betrekkingsomvang. @@ -108,15 +106,15 @@ qq. consignatie: het zich in opdracht van het daartoe bevoegde gezag bereikbaar ### Artikel 3 -**1.** De aspirant wordt gedurende het eerste leerjaar van de initiële opleiding tijdelijk aangesteld voor de duur van één jaar. +**1.** De aspirant wordt gedurende het eerste leerjaar van een politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012 tijdelijk aangesteld voor de duur van één jaar. **2.** Indien de aspirant aan het eind van het eerste leerjaar een positief studieadvies ontvangt, dan wel door middel van vrijstelling door een eerder gevolgde opleiding instroomt in het tweede leerjaar, wordt hij aangesteld in tijdelijke dienst voor maximaal twee jaar bij het volgen van de driejarige of kortere opleiding. -**3.** Na het voltooien van de driejarige initiële opleiding, wordt de aspirant aangesteld in vaste dienst als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak tenzij het bevoegd gezag anders beslist. +**3.** Na het voltooien van een driejarige politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012, wordt de aspirant aangesteld in vaste dienst als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak tenzij het bevoegd gezag anders beslist. -**4.** Indien de aspirant een vierjarige initiële opleiding volgt, wordt hij nadat hij aan het eind van het eerste leerjaar een positief studieadvies ontvangt, aangesteld in tijdelijke dienst voor twee jaar voor het tweede en derde leerjaar. +**4.** Indien de aspirant een vierjarige politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012 volgt, wordt hij nadat hij aan het eind van het eerste leerjaar een positief studieadvies ontvangt, aangesteld in tijdelijke dienst voor twee jaar voor het tweede en derde leerjaar. -**5.** Aan het eind van het derde leerjaar van de aspirant, bedoeld in het vierde lid, wordt de aspirant vast aangesteld als aspirant, tenzij het bevoegd gezag anders beslist. Na het voltooien van de vierjarige initiële opleiding wordt de aanstelling gewijzigd in aanstelling als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak. +**5.** Aan het eind van het derde leerjaar van de aspirant, bedoeld in het vierde lid, wordt de aspirant vast aangesteld als aspirant, tenzij het bevoegd gezag anders beslist. Na het voltooien van een vierjarige politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012 wordt de aanstelling gewijzigd in aanstelling als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak. **6.** Het bevoegd gezag kan, in bijzondere gevallen, van het bepaalde in dit artikel afwijken. @@ -184,7 +182,7 @@ b. voldoet aan door het bevoegd gezag te stellen eisen met betrekking tot een ps c. voldoet aan door het bevoegd gezag te stellen eisen met betrekking tot een geneeskundige keuring als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de medische keuringen, indien aan de vervulling van de functie bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid moeten worden gesteld. Het bevoegd gezag stelt vast voor welke functies een onderzoek naar de medische geschiktheid noodzakelijk is; -d. voldoet aan de overige door het bevoegd gezag te stellen eisen die specifiek gerelateerd zijn aan de functie binnen het landelijk politiekorps, de rijksrecherche dan wel binnen het LSOP. +d. voldoet aan de overige door het bevoegd gezag te stellen eisen die specifiek gerelateerd zijn aan de functie binnen het landelijk politiekorps, de rijksrecherche dan wel binnen de Politieacademie. **2.** Teneinde vast te stellen of de persoon, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, in voldoende mate geschikt en bekwaam is voor de vervulling van de functie, kan het bevoegd gezag de gegevens die door de betrokkene desgevraagd zijn verstrekt, verifiëren en zonodig aanvullen. @@ -200,7 +198,7 @@ d. voldoet aan de overige door het bevoegd gezag te stellen eisen die specifiek Het tweede lid is niet van toepassing indien: -a het een aanstelling betreft in een functie waarin technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie of de rijksrecherche worden uitgevoerd, in een functie bij het LSOP of bij een ondersteunende dienst of als vakantiewerker en het bevoegd gezag heeft bepaald dat voor de functie slechts een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële gegevens is vereist, of +a het een aanstelling betreft in een functie waarin technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie of de rijksrecherche worden uitgevoerd, in een functie bij de Politieacademie of bij een ondersteunende dienst of als vakantiewerker en het bevoegd gezag heeft bepaald dat voor de functie slechts een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële gegevens is vereist, of b het een functie betreft als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet veiligheidsonderzoeken. **4.** Een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid wordt ingesteld nadat het bevoegde gezag de betrokkene overigens bekwaam en geschikt acht. @@ -266,7 +264,7 @@ Zo waarlijk helpe mij God almachtig (Dat beloof ik)!». **3.** De overige ambtenaren van politie die op grond van artikel 28, derde lid, van de Politiewet 2012 deel uitmaken van de leiding van de politie, de politiechef en de korpschef leggen de eden dan wel verklaringen en beloften af ten overstaan van Onze Minister. -**4.** De ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, leggen de eden dan wel de verklaringen en beloften af ten overstaan van de voorzitter van de raad van toezicht van het LSOP. +**4.** De directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger leggen de eden dan wel de verklaringen en beloften af ten overstaan van Onze Minister. **5.** De ambtenaren van de rijksrecherche leggen de eden dan wel verklaringen en beloften af ten overstaan van Onze Minister. @@ -363,7 +361,7 @@ b. indien op grond van artikel 2:2 of 2:5 van de Arbeidstijdenwet die wet niet v Consignatie wordt slechts opgedragen: a. boven de voor de ambtenaar krachtens dit artikel vastgestelde diensttijden, en -b. tot een door het bevoegd gezag of een daartoe aangewezen ambtenaar vast te stellen aantal uren per jaar, met dien verstande dat dit maximum niet geldt voor de Commissie LSOP. De opgedragen consignatie is geen dienst of activiteit in de zin van het elfde lid. +b. tot een door het bevoegd gezag of een daartoe aangewezen ambtenaar vast te stellen aantal uren per jaar. De opgedragen consignatie is geen dienst of activiteit in de zin van het elfde lid. **15.** @@ -445,7 +443,7 @@ Vervallen ### Artikel 14 -**1.** Het LSOP roostert voor de aspirant gedurende de initiële opleiding 172,8 vakantie-uren per kalenderjaar in. Per kalenderjaar worden ten minste twee kalenderweken aaneengesloten ingeroosterd. +**1.** De Politieacademie roostert voor de aspirant gedurende een politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012 172,8 vakantie-uren per kalenderjaar in. Per kalenderjaar worden ten minste twee kalenderweken aaneengesloten ingeroosterd. **2.** De aspirant die in deeltijd is aangesteld, heeft recht op een evenredig aantal vakantie-uren. @@ -992,12 +990,14 @@ In bijzondere gevallen kan aan de ambtenaar een tegemoetkoming worden verleend i **2.** Het bevoegd gezag voert een registratie op grond van de ingevolge het eerste lid gedane opgaven. -**3.** Nevenwerkzaamheden die gemeld zijn door de korpschef, de leiding van de politie, de ambtenaren die deel uitmaken van de leiding van de landelijke eenheden, de politiechefs, de ambtenaren die deel uitmaken van de leiding van de ondersteunende eenheden of het College van Bestuur van het LSOP worden openbaar gemaakt met vermelding van eventueel door het desbetreffende bevoegd gezag aan het verrichten van nevenwerkzaamheden gestelde beperkingen. +**3.** Nevenwerkzaamheden die gemeld zijn door de korpschef, de leiding van de politie, de ambtenaren die deel uitmaken van de leiding van de landelijke eenheden, de politiechefs, de ambtenaren die deel uitmaken van de leiding van de ondersteunende eenheden of de plaatsvervanger van de directeur van de Politieacademie worden openbaar gemaakt met vermelding van eventueel door het desbetreffende bevoegd gezag aan het verrichten van nevenwerkzaamheden gestelde beperkingen. **4.** Het is de ambtenaar verboden nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of het goed functioneren van de dienst, voor zover dit in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. **5.** Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen omtrent het verbod, bedoeld in het vierde lid. +**6.** Het eerste tot en met vijfde lid zijn niet van toepassing op de directeur van de Politieacademie. + ### Artikel 55abis De ambtenaren die behoren tot de leiding van de politieorganisatie, zowel op landelijke als op regionale eenheden, onthouden zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt schaden of kunnen schaden. @@ -1046,7 +1046,7 @@ Vervallen **1.** Bij een reorganisatie zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing. -**2.** onder reorganisatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: een wijziging in de organisatiestructuur, de omvang of de taakinhoud van een regionale of landelijke eenheid, twee of meer regionale of landelijke eenheden, het LSOP, een ondersteunende dienst of een onderdeel daarvan alsmede het organisatieonderdeel waar de ambtenaren van de rijksrecherche werkzaam zijn, die belangrijke gevolgen heeft voor de werkgelegenheid in kwantitatieve en kwalitatieve zin. +**2.** Onder reorganisatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: een wijziging in de organisatiestructuur, de omvang of de taakinhoud van een regionale of landelijke eenheid, twee of meer regionale of landelijke eenheden, een ondersteunende dienst of een onderdeel daarvan, de Politieacademie alsmede het organisatieonderdeel waar de ambtenaren van de rijksrecherche werkzaam zijn, die belangrijke gevolgen heeft voor de werkgelegenheid in kwantitatieve en kwalitatieve zin. **3.** De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van overeenkomstige toepassing op de overgang van een ambtenaar vanwege een privatisering of verzelfstandiging van een dienstonderdeel van de politie als gevolg waarvan ambtenaren overgaan naar een private onderneming of enig ander bestuursorgaan, tenzij bij algemene maatregel van bestuur anders is bepaald. @@ -1363,7 +1363,7 @@ Onverminderd het bepaalde over de toekenning van een vertrekstimuleringspremie d **3.** De hernieuwde aanstelling gaat in binnen drie werkdagen na melding van het ontslag bij het bevoegd gezag. -**4.** Gegarandeerd wordt uitsluitend een hernieuwde aanstelling bij de oorspronkelijke eenheid met een bezoldiging overeenkomstig de bezoldiging bij vertrek, tenzij de ambtenaar weigert. +**4.** Gegarandeerd wordt uitsluitend een hernieuwde aanstelling bij de oorspronkelijke eenheid of ondersteunende dienst met een bezoldiging overeenkomstig de bezoldiging bij vertrek, tenzij de ambtenaar weigert. **5.** De ambtenaar die was aangewezen als herplaatsingskandidaat op het moment van ontslag op eigen verzoek, wordt bij terugkeer aangewezen als herplaatsingskandidaat voor de op het moment van ontslag resterende termijn, met een minimum van drie maanden. @@ -1422,8 +1422,7 @@ Indien de ambtenaar verhinderd is zijn dienst te verrichten, is hij verplicht da Het bevoegd gezag kan in het belang van de dienst, in overeenstemming met de ambtenaar, met ingang van een door het ter zake bevoegd gezag te bepalen tijdstip, een ambtenaar detacheren: a. bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie, mits de detachering op aanvraag van of in overeenstemming met Onze Minister plaatsvindt; -b. bij het LSOP, mits de detachering op aanvraag van of in overeenstemming met de bestuursraad van het instituut plaatsvindt; -c. bij een door Onze Minister aan te wijzen organisatie. +b. bij een door Onze Minister aan te wijzen organisatie. **2.** Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bij koninklijk besluit is aangesteld, is voor de detachering de instemming van Onze Minister vereist. @@ -1501,7 +1500,7 @@ c. de ambtenaar binnen een periode van drie jaar na afronding van de opleiding d ### Artikel 68 -**1.** Het bevoegd gezag kan de ambtenaar verplichten de door de dienst geleden schade, voor zover deze aan de ambtenaar is te wijten, geheel of gedeeltelijk te vergoeden. Ten aanzien van gevallen waarin de schade minder bedraagt dan € 226,89 kan de het bevoegd gezag dan wel, indien het een aspirant betreft, de directeur van een instelling, de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid uitoefenen. +**1.** Het bevoegd gezag kan de ambtenaar verplichten de door de dienst geleden schade, voor zover deze aan de ambtenaar is te wijten, geheel of gedeeltelijk te vergoeden. Ten aanzien van gevallen waarin de schade minder bedraagt dan € 226,89 kan de het bevoegd gezag dan wel, indien het een aspirant betreft, de directeur van de Politieacademie de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid uitoefenen. **2.** Het bedrag van de schadevergoeding wordt niet vastgesteld dan nadat de ambtenaar in de gelegenheid is gesteld zich schriftelijk of mondeling te verantwoorden. @@ -1558,9 +1557,9 @@ b indien de ambtenaar strafrechtelijk wordt veroordeeld. **2.** Met inachtneming van de door het bevoegd gezag ter zake vastgestelde regels wordt de ambtenaar die een aanvraag daartoe indient dan wel ten aanzien van wie dit door het bevoegd gezag nodig wordt geacht, beoordeeld over de wijze waarop hij zijn functie vervult en zijn gedragingen tijdens de uitoefening van die functie. Aan de aanvraag van de ambtenaar om overeenkomstig dit lid te worden beoordeeld, wordt niet eerder voldaan dan na het verstrijken van één jaar sedert de vastlegging van de voorafgaande over hem uitgebrachte beoordeling. -**3.** Met inachtneming van de door het bevoegd gezag ter zake vastgestelde regels worden toekomstverwachtingen opgemaakt over de ambtenaar die in beschouwing wordt genomen voor een binnen afzienbare tijd te verwachten plaatsing in een hoger gewaardeerde functie van een onderdeel van het landelijk politiekorps dan wel binnen het LSOP. Ook kunnen toekomstverwachtingen worden opgemaakt voor een ambtenaar die in de nabije toekomst een verplaatsing naar een andere niet hoger gewaardeerde functie in een onderdeel van het landelijk politiekorps dan wel binnen het LSOP aanvraagt of ten aanzien van wie een dergelijke verplaatsing wenselijk wordt geacht, mits de mogelijkheid tot een dergelijke verplaatsing reëel aanwezig is en het bevoegd gezag instemt met de wens van de ambtenaar. +**3.** Met inachtneming van de door het bevoegd gezag ter zake vastgestelde regels worden toekomstverwachtingen opgemaakt over de ambtenaar die in beschouwing wordt genomen voor een binnen afzienbare tijd te verwachten plaatsing in een hoger gewaardeerde functie van een onderdeel van het landelijk politiekorps dan wel binnen de Politieacademie. Ook kunnen toekomstverwachtingen worden opgemaakt voor een ambtenaar die in de nabije toekomst een verplaatsing naar een andere niet hoger gewaardeerde functie in een onderdeel van het landelijk politiekorps dan wel binnen de Politieacademie aanvraagt of ten aanzien van wie een dergelijke verplaatsing wenselijk wordt geacht, mits de mogelijkheid tot een dergelijke verplaatsing reëel aanwezig is en het bevoegd gezag instemt met de wens van de ambtenaar. -**4.** Onder toekomstverwachting wordt in dit verband verstaan: een systematische bezinning op de behoeften en potentiële capaciteiten van de ambtenaar, bekeken in het kader van de mogelijkheden binnen het desbetreffende onderdeel van het landelijk politiekorps of het LSOP, welke bezinning uitmondt in concrete afspraken alsmede het daarop tijdig actie ondernemen. +**4.** Onder toekomstverwachting wordt in dit verband verstaan: een systematische bezinning op de behoeften en potentiële capaciteiten van de ambtenaar, bekeken in het kader van de mogelijkheden binnen het desbetreffende onderdeel van het landelijk politiekorps of de Politieacademie, welke bezinning uitmondt in concrete afspraken alsmede het daarop tijdig actie ondernemen. **5.** @@ -1576,11 +1575,7 @@ Met inachtneming van de door Onze Minister ter zake vastgestelde gespreksleidraa ### Artikel 72a -Een diploma verbonden aan het voltooien van een initiële opleiding, die de ambtenaar is begonnen vóór 1 januari 2002, wordt voor wat betreft de benoembaarheid van de ambtenaar in een functie, bij nader door Onze Minister te stellen regels, gelijkgesteld aan een diploma verbonden aan een voltooide initiële opleiding van na 1 januari 2002 en aan een diploma verbonden aan een politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012. - -### Artikel 72a - -Een diploma verbonden aan het voltooien van een initiële opleiding, die de ambtenaar is begonnen vóór 1 januari 2002, wordt voor wat betreft de benoembaarheid van de ambtenaar in een functie, bij nader door Onze Minister te stellen regels, gelijkgesteld aan een diploma verbonden aan een voltooide initiële opleiding van na 1 januari 2002. +Vervallen ### Artikel 73 @@ -1810,7 +1805,7 @@ Vervallen **3.** -Aan de aspirant die gedurende de initiële opleiding en aan de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak dan wel de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve of andere taken ten dienste van de politie, die gedurende de proeftijd niet de geschiktheid blijkt te bezitten die voor de dienst wordt vereist, kan eervol ontslag worden verleend, mits een opzeggingstermijn in acht wordt genomen van: +Aan de aspirant die gedurende een politieopleiding als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012 en aan de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak dan wel de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve of andere taken ten dienste van de politie, die gedurende de proeftijd niet de geschiktheid blijkt te bezitten die voor de dienst wordt vereist, kan eervol ontslag worden verleend, mits een opzeggingstermijn in acht wordt genomen van: a. drie maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste twaalf maanden ononderbroken in dienst is geweest; b. twee maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste zes maanden maar korter dan twaalf maanden ononderbroken in dienst is geweest of @@ -1955,9 +1950,7 @@ De regeling, bedoeld in het tweede lid, wordt getroffen: a. bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister, indien het een korpschef van een regionale eenheid, dan wel een lid van de leiding van een regionale eenheid, dat in het bijzonder verantwoordelijk is voor de recherchefunctie, betreft, alsmede indien het de korpschef, dan wel een lid van de leiding van een landelijke eenheid betreft; b. bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister, indien het een andere ambtenaar dan die bedoeld in onderdeel a betreft, werkzaam bij een regionale eenheid of een landelijke eenheid, die bij koninklijk besluit is benoemd; c. bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister, indien het een ambtenaar van de rijksrecherche betreft, die bij koninklijk besluit is benoemd; -d. door Onze Minister, indien het een ambtenaar betreft, werkzaam bij een regionale eenheid of bij het Korps landelijke politiediensten die niet bij koninklijk besluit is benoemd; -e. bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister, indien het een ambtenaar betreft, werkzaam bij de Politieacademie die bij koninklijk besluit is benoemd; -f. door het college van bestuur van het LSOP, indien het een ambtenaar betreft, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, die niet bij koninklijk besluit is benoemd. +d. door Onze Minister, indien het een ambtenaar betreft, werkzaam bij een regionale eenheid of bij het Korps landelijke politiediensten die niet bij koninklijk besluit is benoemd. ### Artikel 96 @@ -1969,10 +1962,6 @@ Aan de ambtenaar die als gevolg van een ontslag op grond van de artikelen 89, ee ### Artikel 98 -In geval de directeur van de Politieacademie of zijn plaatsvervanger wordt ontslagen wegens zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen, niet zijnde ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie, kan bij koninklijk besluit een regeling getroffen worden waarbij hem een uitkering wordt toegekend die met het oog op de omstandigheden redelijk is te achten. Deze uitkering zal in geen geval minder mogen zijn dan die welke de directeur van de Politieacademie of zijn plaatsvervanger zou toekomen krachtens het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie in geval van ontslag als daar bedoeld. - -### Artikel 98 - Vervallen ## Hoofdstuk XI. Overgangs- en slotbepalingen @@ -1981,7 +1970,7 @@ Vervallen **1.** Een ambtenaar die op grond van afdeling 1, hoofdstuk 2, artikel 1, van de Invoeringswet Politiewet 1993 naar een politieregio dan wel het Korps landelijke politiediensten is overgegaan en die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van de Politiewet 1993 aanspraken had op grond van het Ambtenarenreglement voor de rijkspolitie 1975, het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie 1958, de Rechtstoestandsregeling opleiding ter verkrijging van het diploma van inspecteur van gemeentepolitie of van officier der rijkspolitie, of artikel VII van het Besluit van 24 juni 1992, houdende wijziging van het Ambtenarenreglement voor de rijkspolitie 1975, het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie 1958, het Bezoldigingsreglement politie 1958, het Besluit geneeskundige verzorging politie 1984 en het Besluit overleg en medezeggenschap politie in verband met het tot stand brengen van een eenvormige rechtspositie voor alle politieambtenaren, behoudt deze aanspraken. -**2.** Een ambtenaar, werkzaam bij het LSOP, die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van de LSOP-wet aanspraken op grond van het Ambtenarenreglement LSOP had, behoudt deze aanspraken. +**2.** Een ambtenaar die tot 1 januari 2017 werkzaam was bij het LSOP en met ingang van die datum werkzaam is bij de politie, die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van de LSOP-wet aanspraken op grond van het Ambtenarenreglement LSOP had, behoudt deze aanspraken. ### Artikel 99a @@ -2058,7 +2047,7 @@ b. met 100% van 7,2 uur in 2009 tot en met 2011 en met 85% van 7,2 uur in 2012 e ### Artikel 100 -**1.** De artikelen 12, 12a, 13, eerste tot en met derde lid, 15 tot en met 22, 24, 25, 28, 43 tot en met 48, 58, 61, 62, 64, 71 en 72 zijn op de aspirant niet van toepassing, met dien verstande dat artikel 12 en 12a wel van toepassing zijn op de aspirant gedurende het praktische opleidingsdeel. +**1.** De artikelen 12, 12a, 13, eerste tot en met derde lid, 15 tot en met 22, 24, 25, 28, 43 tot en met 48, 58, 61, 62, 64, 71 en 72 zijn op de aspirant niet van toepassing, met dien verstande dat artikel 12 en 12a wel van toepassing zijn op de aspirant gedurende de beroepspraktijkvorming. **2.** De artikelen 13, 15 tot en met 28, 43 tot en met 48, 58, 59, 61, 64, en 71 zijn op de vakantiewerker niet van toepassing. @@ -2072,7 +2061,7 @@ Het Ambtenarenreglement voor de rijkspolitie 1975, het Ambtenarenreglement voor ### Artikel 102a -Dit besluit berust op artikel 47, eerste lid, van de Politiewet 2012. +Dit besluit berust op de artikelen 47, eerste lid, en 81, eerste lid, van de Politiewet 2012. ### Artikel 103