From 491eeed614fc9d3e6738ee0c06d5aebb6f548366 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Sep 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2006-09-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B) --- .../BWBR0012289/README.md | 132 +++++++++++++++++- 1 file changed, 131 insertions(+), 1 deletion(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md index d89a2a514b3..a637e3254af 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md @@ -4648,6 +4648,16 @@ De korpschef wordt middels een signalering in het BVV op de hoogte gesteld van d 200613514-07-200614326-07-2006200613514-07-200616-07-2006 +### 6. Verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd + +### 7. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd + +### 8. Intrekking van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd + +### 9. Procedurele bepalingen + +### 10. Rechtsmiddelen + ## B2. Gezinshereniging en gezinsvorming ### 1. Inleiding @@ -7948,6 +7958,18 @@ Gebleken is dat er op incidentele basis in de gemeentelijke basisadministratie p Het tijdelijke verblijf buiten Nederland voor het vervullen van de militaire dienstplicht of wegens detentie wordt niet geacht de verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland tot gevolg te hebben, indien de vreemdeling binnen zes maanden na beëindiging van die dienstplicht of detentie in het bezit van een geldige verblijfsvergunning regulier naar Nederland terugkeert of (na het verstrijken van de geldigheidsduur van de vergunning) om wedertoelating verzoekt. In dat laatste geval wordt de aanvraag getoetst aan de voorwaarden voor voortgezet verblijf. +### 7. Beperking en arbeidsmarkaantekening + +### 8. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning + +### 9. Aard van het verblijfsrecht + +### 10. Verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning + +### 11. Verblijfsvergunning in afwachting van verzoek ex + +### 12. Buiten Nederland wegens detentie, militaire dienst of uitzending + ## B5. Arbeid [Verwijzingen: B7, B10, B11, artikel 8, 14, 16, 18, 19, 20, 33, 115 Vreemdelingenwet, artikel 2, 4,12 Wet arbeid vreemdelingen, artikel 38, eerste lid, Arbeidsvoorzieningswet 1996, Koninklijk Besluit van 23 augustus 1995 (Stb. 1995, 406)] @@ -8503,6 +8525,26 @@ Een grensoverschrijdende dienstverrichter is: Als aantekening wordt vermeld: ‘Andere arbeid niet toegestaan’. +#### 4.2. Nederlandse zeeschepen en mijnbouwinstallaties continentaal plat + +#### 4.3. Internationale luchtvaart, wegtransport en binnenscheepvaart + +#### 4.4. Grensoverschrijdende dienstverrichters + +#### 4.5. Stagiaires en practicanten + +#### 4.6. Gastdocent, wetenschappelijk onderzoeker, EU-actieprogramma + +#### 4.7. Verblijf in de vrije termijn + +#### 4.8. Vreemdelingen werkzaam geweest als geprivilegieerde vreemdeling + +#### 4.9. Werknemers in de sportsector + +#### 4.10. Sleutelpersoneel bedrijf van land met Europa-overeenkomst + +#### 4.11. Directeuren-(groot)aandeelhouders + ### 5. Stagiaires en practicanten #### 5.1. Inleiding @@ -10445,6 +10487,14 @@ Als vanwege een ongewisse situatie in het land van herkomst het BMA buiten staat 200415009-08-200404-08-2004200415009-08-200404-08-200411-08-2004 +### 7. Beperking en arbeidsmarktaantekening + +### 8. Afhankelijke gezinsleden + +### 9. Afwijzing + +### 10 + ## B9. Slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel ### 1. Inleiding @@ -10570,6 +10620,24 @@ Voor het plaatsen van het vermoedelijk slachtoffer op een opvangadres meldt de k 20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +##### 3.2.1. Opschorting van de verwijdering + +##### 3.2.2. Registratie door de politie + +##### 3.2.3. Briefadres + +##### 3.2.4. Het bescheid rechtmatig verblijf + +##### 3.2.5. Meldplicht + +##### 3.2.6. Aanmelding bij de Stichting tegen vrouwenhandel + +##### 3.2.7. Opvang en huisvesting + +##### 3.2.8. Kosten van levensonderhoud + +##### 3.2.9. Medische bijstand en rechtshulp + #### 3.3. Kosten van levensonderhoud Nadat is vastgesteld dat het vermoedelijk slachtoffer bedenktijd wenst voor het overwegen tot het doen van aangifte, verstrekt de korpschef het aanvraagformulier voor de Regeling verstrekkingen aan bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb) aan het vermoedelijk slachtoffer. De Rvb wordt verstrekt teneinde het vermoedelijk slachtoffer in staat te stellen in haar of zijn kosten van levensonderhoud te voorzien. @@ -10678,6 +10746,8 @@ De korpschef stelt het vermoedelijk slachtoffer op het moment dat hij of zij hie 200522011-11-200501-11-20052005/54200522011-11-200501-11-20052005/5413-11-2005 +##### 4.1.1. Bescheid rechtmatig verblijf + #### 4.2. De situatie na de aangifte Na afgifte van de verblijfsvergunning kan het slachtoffer zich voor vervolgopvang wenden tot de zorgcoördinator in de regio waar hij of zij reeds verblijft of, in het geval er geen regionale zorgcoördinator beschikbaar is, tot de STV. Vervolgopvang op een andere locatie kan aangewezen zijn, indien de opvanglocatie die in de bedenktijdfase werd geboden niet geschikt is voor een langduriger verblijf. @@ -10686,6 +10756,14 @@ De zorgcoördinator ziet toe op het regelen van het medische onderzoek. Indien h De zorgcoördinator draagt er zorg voor dat het slachtoffer goed wordt geïnformeerd over de juridische consequenties van het doen van aangifte. Indien juridisch advies noodzakelijk blijkt, kan een rechtshulpverlener worden ingeschakeld. De rechtshulpverlener ontvangt hiervoor de gebruikelijke financiering van de Raad voor Rechtsbijstand. +##### 4.2.1. Beëindiging Rvb + +##### 4.2.2. Opvang + +##### 4.2.3. Medisch onderzoek + +##### 4.2.4. Rechtshulp + #### 4.3. Wens tot vertrek na aangifte Doet het vermoedelijk slachtoffer aangifte, maar geeft hij of zij te kennen uit Nederland te willen vertrekken, dan meldt de korpschef dit aan de contactpersoon mensenhandel van de IND. Indien het vermoedelijk slachtoffer bereid is te getuigen in het proces tegen de verdachte neemt de contactpersoon mensenhandel van de IND contact op met het Openbaar Ministerie. Acht het Openbaar Ministerie het voor de procesgang tegen de verdachte noodzakelijk dat betrokkene als getuige (ter zitting) kan worden gehoord, dan worden daar in overleg met de aangever nadere afspraken over gemaakt. Het verdient aanbeveling om, indien mogelijk, voorafgaande aan het vertrek contact op te nemen met de STV, zodat er afspraken kunnen worden gemaakt met niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) in de landen van herkomst. NGO’s kunnen in dit geval een dubbele functie vervullen. Zij kunnen het vermoedelijk slachtoffer bijstaan bij het herintegreren na terugkeer en het zorgen voor het in stand houden van de contacten tussen het vermoedelijk slachtoffer en de betreffende Nederlandse instanties. @@ -10792,7 +10870,7 @@ De verblijfsvergunning wordt in beginsel voor de periode van één jaar verleend -200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-200514-08-2006Stcrt. 2006, 225, datum inwerkingtreding 17-11-2006, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van deze tekst. Deze wijziging werkt terug tot en met 14-08-2006.VerlengingsaanvraagDe geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan worden verlengd zolang er sprake is van een strafrechtelijk opsporings- en vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan. De geldigheid van de verblijfsvergunning wordt niet verlengd indien er geen sprake meer is van een strafrechtelijk opsporings- en vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit ter zake waarvan aangifte is gedaan.De aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning kan rechtstreeks bij de IND worden ingediend.Bij de beoordeling van de verlengingsaanvraag dient de IND bij het OM na te gaan of er nog sprake is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek dan wel of de berechting in feitelijke aanleg van de verdachte heeft plaatsgevonden.De verlengingsaanvraag wordt niet afgewezen op grond van artikel 18, eerste lid, onder c, Vw.De verlengingsaanvraag wordt niet afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde, indien sprake is van een inbreuk op de openbare orde die naar het oordeel van de Minister rechtstreeks verband houdt met het feit waarvan aangifte is gedaan.Op grond van artikel 3.34e, onder c VV is het slachtoffer van mensenhandel geen leges verschuldigd.Indien het slachtoffer van mensenhandel niet over een paspoort beschikt, dient het slachtoffer een paspoort aan te vragen bij de diplomatieke vertegenwoordiging van het land waarvan betrokkene de nationaliteit bezit. Indien blijkt dat betrokkene niet in het bezit kan worden gesteld van een paspoort in verband met weigerachtigheid van de betreffende autoriteiten kan ontheffing van het paspoortvereiste worden verleend (B1/2.2.2).Voortgezet verblijfNadat de grondslag aan de verblijfsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk is komen te ontvallen en de verblijfsvergunning is ingetrokken of de geldigheidsduur ervan is verstreken, dient betrokkene Nederland te verlaten.Dat is anders indien betrokkene tijdig een aanvraag doet om wijziging van de verblijfsvergunning voor een ander doel en aan de in dat kader gestelde voorwaarden is voldaan. Betrokkene dient dan een wijziging van de vergunning aan te vragen. Het gaat hier om een aanvraag die niet gerelateerd is aan de B9-procedure, bijvoorbeeld verblijf bij partner.Voorts bestaat de mogelijkheid om een wijziging van de verblijfsvergunning aan te vragen met het oog op voortgezet verblijf wegens klemmende redenen van humanitaire aard, gerelateerd aan de B9-procedure, waarmee dan een beroep wordt gedaan op artikel 3.52 Vb. Een slachtoffer van mensenhandel aan wie voor de duur en in het belang van het strafproces tijdelijk verblijf in Nederland was toegestaan en van oordeel is dat het verblijf dient te worden voortgezet om onaanvaardbare gevolgen bij terugzending te voorkomen, kan een beroep doen op artikel 3.52 Vb.In andere gevallen dan genoemd in de artikelen 3.50 en 3.51 Vb, kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 Vw, onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf worden verleend aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e dan wel l, Vw heeft gehad en van wie naar het oordeel van de Minister wegens bijzondere individuele omstandigheden niet gevergd kan worden dat hij Nederland verlaat.Slachtoffers die daarop beroep doen, dienen een aanvraag in om wijziging van de verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met ‘voortgezet verblijf’. De aanvraag wordt ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar zij woon- of verblijfplaats hebben.Voor de afdoening van deze aanvraag om wijziging zijn ingevolge artikel 3.34c, aanhef, VV leges verschuldigd.Indien het slachtoffer van mensenhandel niet over een paspoort beschikt, dient het slachtoffer een paspoort aan te vragen bij de diplomatieke vertegenwoordiging van het land waarvan betrokkene de nationaliteit bezit. Indien aangetoond wordt dat betrokkene niet in het bezit kan worden gesteld van een paspoort in verband met weigerachtigheid van de betreffende autoriteiten kan ontheffing van het paspoortvereiste worden verleend (B1/2.2.2).Van de volgende categorieën slachtoffers kan de aanvraag om voortgezet verblijf, mits zich verder geen algemene weigeringsgrond voordoet, in ieder geval worden ingewilligd:a.slachtoffers die aangifte hebben gedaan ten behoeve van een strafzaak die uiteindelijk heeft geleid tot een veroordeling;b.slachtoffers die aangifte hebben gedaan ten behoeve van een strafzaak die uiteindelijk niet heeft geleid tot een veroordeling, die op het moment van de rechterlijke uitspraak reeds gedurende drie jaar of langer op basis van een verblijfsvergunning op grond van B9 in Nederland verblijven.Ad. a.Indien de aangifte van mensenhandel van het slachtoffer tot een veroordeling van de verdachte heeft geleid, wordt aangenomen dat terugkeer voor het slachtoffer risico’s met zich brengt. Indien het slachtoffer een aanvraag doet om voortgezet verblijf kan deze om die reden worden ingewilligd. Hierbij is dan wel van belang dat de rechterlijke uitspraak in de strafzaak onherroepelijk is geworden doordat geen rechtsmiddel is aangewend tegen de uitspraak in eerste aanleg óf, indien wel een rechtsmiddel is aangewend, het Gerechtshof in hoger beroep uitspraak heeft gedaan.Ad bOm het recht op voortgezet verblijf niet geheel afhankelijk te maken van het verloop van de strafzaak, zal indien de strafzaak niet tot een veroordeling leidt doch anders luidt, maar er wel tenminste drie jaar verstreken is tussen de verlening van de verblijfsvergunning op grond van dit hoofdstuk en het in kracht van gewijsde gaan van de rechterlijke uitspraak, de verblijfsduur van het slachtoffer als belangrijkste humanitaire factor wegen. Hierbij is dan eveneens van belang dat de rechterlijke uitspraak in de strafzaak onherroepelijk is geworden doordat geen rechtsmiddel is aangewend tegen de uitspraak in eerste aanleg óf, indien wel een rechtsmiddel is aangewend, het Gerechtshof in hoger beroep uitspraak heeft gedaan.Bij deze grond tot inwilliging is doorslaggevend dat het slachtoffer drie jaar of langer heeft bijgedragen aan de opsporing en de vervolging én er een rechterlijke uitspraak is gedaan. In het geval de zaak eerder geseponeerd is geweest en de daadwerkelijke vervolging eerst na een beklag ter hand is genomen, telt de termijn van de beklagprocedure mee voor de berekening van de driejaren termijn.De vreemdeling die onder één van de hierboven genoemde twee categorieën valt, is de eerst aangewezene om dit aan te tonen middels het overleggen van een afschrift van de rechterlijke uitspraak in de strafzaak.In het geval de strafzaak is geëindigd in een sepot en een eventueel beklag niet is gehonoreerd, wordt de aanvraag om voortgezet verblijf beoordeeld conform het hiernavolgend beleid.Aanvragen om voortgezet verblijf na afloop van de B9-regeling van vreemdelingen die niet onder één van de twee hierboven genoemde categorieën vallen kunnen alleen voor inwilliging in aanmerking komen indien naar het oordeel van de Minister wegens bijzondere individuele omstandigheden van de vreemdeling niet gevergd kan worden dat hij Nederland verlaat.Bij de beoordeling van een dergelijke aanvraag spelen de volgende factoren een belangrijke rol:•risico van represailles jegens betrokkene en haar of zijn familie en de mate van bescherming daartegen die de autoriteiten in het land van herkomst bereid en in staat zijn te bieden;•risico van vervolging in het land van herkomst, bijvoorbeeld op grond van prostitutie;•de mogelijkheden van sociale en maatschappelijke herintegratie in het land van herkomst, rekening houdend met specifieke culturele achtergrond en het prostitutieverleden van betrokkene, duurzame ontwrichting van familierelaties, de maatschappelijke opvattingen over prostitutie en het overheidsbeleid terzake. +200512430-06-200525-06-20052005/33200512430-06-200525-06-20052005/3301-07-2005 ### 5. Procedure ten aanzien van getuige-aangevers @@ -11022,12 +11100,38 @@ Artikel 20055316-03-200509-03-200520055316-03-200509-03-200518-03-2005 +#### 6.1. Aangifte wordt ambtshalve aangemerkt als aanvraag + +#### 6.2. Opschorting van de verwijdering + +#### 6.3. Meldplicht + +#### 6.4. Bescheid rechtmatig verblijf + +#### 6.5. Opvang en financiën + ### 7. Gezinshereniging Voor verlening van een verblijfsvergunning komen in aanmerking de biologische of juridische minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin en reeds in het land van herkomst feitelijk behoorden tot het gezin van de hoofdpersoon en die onder wettig gezag van de hoofdpersoon staat. De algemene bepalingen van B2 van toepassing, met uitzondering van het gedeelte over voortgezet verblijf, aangezien het gaat om een verblijfsrecht van tijdelijke aard (zie artikel 3.5, tweede lid, aanhef en onder a en o, Vreemdelingenbesluit) en het middelenvereiste. Om te verzekeren dat minderjarige kinderen slechts verblijf krijgen gedurende de periode van toelating van de hoofdpersoon, krijgt de aan hen verstrekte verblijfsvergunning dezelfde geldigheidsduur als die van de hoofdpersoon. +#### 7.1. Beslissing op de aanvraag + +#### 7.2. Beperking en arbeidsmarktaantekening + +#### 7.3. Afgifte van het verblijfsdocument + +### 8. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning + +### 9. Verlenging + +### 10. Beklagprocedure + +### 11. Wijziging beperking en voortgezet verblijf ex + +### 12. Gezinshereniging + ## B10. EU/EER-onderdanen [Verwijzingen: EG-verdrag, Verdrag van Maastricht, Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, artikel 1, 8 Vreemdelingenwet, artikel 1.5, 8.6, 8.8, 8.11, 8.12, 8.13 Vreemdelingenbesluit, Richtlijn 64/221/EEG, EG-verordening 1612/68, Richtlijn 68/360/EEG, Richtlijn 73/148/EEG] @@ -12059,6 +12163,8 @@ Wanneer het familie- of gezinslid niet meer ten laste komt van de gemeenschapson – het familie- of gezinslid door het huwelijk met de betrokken gemeenschapsonderdaan de Nederlandse nationaliteit had verloren; of – de hoofdpersoon op het moment van overlijden zelf verblijfsrecht ontleende aan EG-verordening 1251/70 of Richtlijn 75/34/EEG; in dat geval behoudt het familie- of gezinslid dit afgeleide recht op voortgezet verblijf op grond van het EG-Verdrag; deze gemeenschapsonderdanen kunnen echter geen toelatingsrechten ontlenen aan Richtlijn 75/34/EEG. +##### 5.4.4. Kinderen die 21 jaar worden + ### 6. Onderdanen van België en Luxemburg Uit de Benelux Overeenkomst, die in 1960 is afgesloten tussen België, Nederland en Luxemburg, vloeien voor onderdanen van België en Luxemburg enige uitzonderingen voort op het verblijfsrecht dat op grond van het gemeenschapsrecht ontstaat. @@ -12217,6 +12323,8 @@ Zoals in B10/2.3 is aangegeven is de EU/EER-onderdaan niet verplicht het verblij 2004713-01-200409-01-2004HKUIT03-3856(AUB)2004713-01-200409-01-2004HKUIT03-3856(AUB)15-01-2004 +##### 7.1.1. Actuele bedreiging van de openbare orde en openbare veiligheid + #### 7.2. Gevallen waarin verblijfsbeëindiging en uitzetting aan de orde zijn – een actuele bedreiging van de openbare orde of de nationale veiligheid vormt; @@ -12372,6 +12480,8 @@ Voor hen geldt daarom het hierboven onder (a) en (b) gestelde niet. Omdat met he Indien echter in deze gevallen alsnog een tewerkstellingsvergunning wordt afgegeven voor tenminste 12 maanden, wordt daarmee het onder (b) gestelde van toepassing. +##### 8.2.1. Grensoverschrijdende dienstverrichters + #### 8.3. Gezinsleden van werknemers a. Uitsluitend de echtgenote, dan wel geregistreerde partner, en bloedverwanten in neergaande lijn beneden de leeftijd van 21 jaar of die te hunnen laste zijn, die op 1 mei 2004 met de werknemer legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, hebben vanaf de toetreding onmiddellijk toegang tot de arbeidsmarkt. Dit geldt niet voor de leden van het gezin van de werknemer die legaal tot de arbeidsmarkt van die lidstaat is toegelaten voor een periode van minder dan 12 maanden. @@ -13379,6 +13489,8 @@ Onder middelen van bestaan wordt verstaan een netto-inkomen dat ten minste gelij 200516831-08-200522-08-20052005/43200516831-08-200522-08-20052005/4302-09-2005 +#### 6.4. Beperking, (arbeidsmarkt)aantekeningen en voorschrift + ### 7. Europa-overeenkomsten met Bulgarije en Roemenië #### 7.1. Inleiding @@ -13839,6 +13951,8 @@ Omdat het Verdrag alleen verbiedt om tot verblijfsbeëindiging over te gaan van ### 10. Europees Sociaal Handvest +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + #### 10.1. Inleiding Het Europees Sociaal Handvest (Turijn, 18 oktober 1961, Trb. 1963, 90; Rectificatie, Trb. 1980, 65). @@ -13968,6 +14082,8 @@ Nederland heeft zich ingevolge artikel 19, zesde lid, van het Handvest verbonden ### 11. Europees Verdrag inzake de rechtspositie van migrerende werknemers +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + #### 11.1. Inleiding Partijen zijn behalve Nederland: @@ -14024,6 +14140,10 @@ Dit verdrag lijkt met name van belang te zijn voor onderdanen van Turkije en voo 200516831-08-200522-08-20052005/43200516831-08-200522-08-20052005/4302-09-2005 +#### 11.3. Gezinshereniging + +#### 11.4. Tijdelijke arbeidsongeschiktheid en werkloosheid + ### 12. Overeenkomst EEG-Algerije, Israël, Jordanië, Marokko en Tunesië #### 12.1. Inleiding @@ -14082,6 +14202,8 @@ Op 8 maart 1995 is voor Nederland in werking getreden het Internationaal Verdra 200516831-08-200522-08-20052005/43200516831-08-200522-08-20052005/4302-09-2005 +#### 14.1. Begunstigde + ### 15. Onderdanen van de Republiek Suriname #### 15.1. Inleiding @@ -14384,6 +14506,10 @@ Deze personen alsmede hun afhankelijke gezinsleden en hun particuliere bedienden 20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +###### 2.1.2.1. Verblijfsvoorwaarden ex-geprivilegieerden + +###### 2.1.2.2. Verblijfsvoorwaarden gezinsleden ex-geprivilegieerden + ##### 2.1.3. Grenscontrole en toezicht Niet-duurzaam verblijvenden zijn in het algemeen niet onderworpen aan de verplichtingen die in het belang van het toezicht op vreemdelingen zijn gesteld. Evenmin kunnen op hen de maatregelen van uitzetting en bewaring krachtens de Vreemdelingenwet worden toegepast. @@ -14588,6 +14714,10 @@ Personen als bedoeld in 3.1 zijn in het algemeen niet onderworpen aan de verplic 20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001 +##### 3.3.1. Verblijfsvoorwaarden (ex)geprivilegieerden + +##### 3.3.2. Verblijfsvoorwaarden gezinsleden van (ex-)geprivilegieerden + #### 3.4. Positie na beëindiging van de bijzondere status Na beëindiging van het dienstverband met een internationale organisatie komt de uitgezonden status op basis van de Zetelovereenkomst van de betreffende vreemdeling te vervallen. De bepalingen van de Vreemdelingenwet worden alsdan onverkort van toepassing op deze vreemdelingen.