From 494b29e765170d8f3e4beadbc03978883bccadd1 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 29 Dec 2004 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2004-12-29 | BWBR0016637 | Wet op de jeugdzorg --- wet/wet-op-de-jeugdzorg/BWBR0016637/README.md | 12 ++++++------ 1 file changed, 6 insertions(+), 6 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-de-jeugdzorg/BWBR0016637/README.md b/wet/wet-op-de-jeugdzorg/BWBR0016637/README.md index 7e691bc5e77..886edbbbb4d 100644 --- a/wet/wet-op-de-jeugdzorg/BWBR0016637/README.md +++ b/wet/wet-op-de-jeugdzorg/BWBR0016637/README.md @@ -47,7 +47,7 @@ x. landelijk bureau inning onderhoudsbijdragen: het bureau, genoemd in artikel 2 ### Artikel 2 -Indien een provinciebestuur de bevoegdheden inzake de uitvoering van zijn taken in het kader van de jeugdzorg op grond van artikel 20 van de Kaderwet bestuur in verandering heeft overgedragen aan het bestuur van een regionaal openbaar lichaam van het samenwerkingsgebied waarvan de gemeente Amsterdam, Rotterdam, onderscheidenlijk 's-Gravenhage deel uit maakt, wordt dat samenwerkingsgebied voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met een provincie. +Indien een provinciebestuur de bevoegdheden inzake de uitvoering van zijn taken in het kader van de jeugdzorg op grond van artikel 20 van de Kaderwet bestuur in verandering heeft overgedragen aan het bestuur van een regionaal openbaar lichaam van het samenwerkingsgebied waarvan de gemeente Amsterdam, Rotterdam, onderscheidenlijk 's-Gravenhage deel uit maakt, wordt dat samenwerkingsgebied voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen gelijkgesteld met een provincie. ## Hoofdstuk II. Aanspraken op jeugdzorg @@ -138,7 +138,7 @@ c. Onze Minister van Justitie voornemens is te voorzien in de behoefte aan jeugd **4.** Bij de vaststelling van het landelijke beleidskader wordt rekening gehouden met het door de provinciebesturen in de voorafgaande jaren gevoerde beleid, zoals dit blijkt uit de uitvoeringsprogramma's. -**5.** Het landelijke beleidskader wordt in afschrift gezonden aan de provinciebesturen en aan de beide Kamers der Staten-Generaal. +**5.** Het landelijke beleidskader wordt gezonden aan de provinciebesturen en aan de beide Kamers der Staten-Generaal. **6.** Jaarlijks bezien Onze Ministers in hoeverre het landelijke beleidskader bijstelling behoeft. @@ -167,7 +167,7 @@ d. de voor de provincies, uitgaande van het landelijk beleidskader, beschikbare **5.** De voortgangsrapportage wordt gezonden aan de provinciebesturen en aan de beide Kamers der Staten-Generaal. -**6.** Ten aanzien van de totstandkoming van het in het tweede lid, onder c, bedoelde onderdeel van de voortgangsrapportage is artikel 35 van overeenkomstige toepassing. +**6.** Ten aanzien van de totstandkoming van het in het tweede lid, onder d, bedoelde onderdeel van de voortgangsrapportage is artikel 35 van overeenkomstige toepassing. ## Hoofdstuk VI. Uitkeringen en subsidies @@ -215,7 +215,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden **2.** In afwijking van artikel 32, eerste lid, wordt bij regeling van Onze Ministers de inhoud van het uitvoeringsprogramma, bedoeld in het eerste lid, en van het daarop volgende uitvoeringsprogramma geregeld. -**3.** In afwijking van artikel 36, tweede lid, wordt bij regeling van Onze Ministers de inhoud van de voortgangsrapportage, bedoeld in het eerste lid, en van de daarop volgende voortgangsrapportage geregeld. +**3.** In afwijking van artikel 36, tweede lid, wordt bij regeling van Onze Ministers de inhoud van de voortgangsrapportage, bedoeld in het eerste lid, en van de daarop volgende twee voortgangsrapportages geregeld. ### Artikel 108 @@ -239,13 +239,13 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden **2.** Artikel 78, onderdeel D, treedt in werking met ingang van 1 januari 2006. Bij koninklijk besluit kan een later tijdstip worden bepaald, indien de beschikbare plaatsruimte in de desbetreffende justitiële jeugdinrichtingen zulks noodzakelijk maakt. -**3.** Tot het tijdstip waarop artikel 78, onderdeel D, in werking treedt, is plaatsing van een jeugdige als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, in een justitiële jeugdinrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, slechts mogelijk indien de stichting een besluit heeft genomen waaruit blijkt dat de jeugdige op die plaatsing is aangewezen. +**3.** Tot het tijdstip waarop artikel 78, onderdeel D, in werking treedt, is plaatsing van een jeugdige als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, in een justitiële jeugdinrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, slechts mogelijk indien de stichting een besluit heeft genomen waaruit blijkt dat de jeugdige op die plaatsing is aangewezen. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor gevallen waarin het besluit, bedoeld in de eerste volzin niet kan worden afgewacht. Daarbij kan worden afgeweken van het bepaalde in die volzin. **4.** Wijzigt deze wet. **5.** Voor de toepassing van artikel 10 en van artikel 261 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek wordt tot het tijdstip, bedoeld in het derde lid, een besluit als bedoeld in het derde lid gelijkgesteld met een besluit als bedoeld in artikel 6, eerste lid. -**6.** Tot het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, is artikel 10, eerste lid, onder g, van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een plaatsing in een justitiële jeugdinrichting als bedoeld in het derde lid. +**6.** Tot het tijdstip waarop artikel 78, onderdeel D, in werking treedt, is artikel 10, eerste lid, onder g, van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een plaatsing in een justitiële jeugdinrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. ### Artikel 113