2012-01-01 | BWBR0006368 | Wet op de rechtsbijstand

This commit is contained in:
Coornhert 2012-01-01 12:00:00 +00:00
parent 84afefe90e
commit 49615d822a

View file

@ -19,7 +19,6 @@ citeertitel: Wet op de rechtsbijstand
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *bestuur:* het bestuur, bedoeld in artikel 3;
- *bijstandsnorm:* de norm voor gehuwden, genoemd in artikel 21, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand, verminderd met het overeenkomstig artikel 19, derde lid, van die wet vastgestelde bedrag van de vakantietoeslag;
- *heffingvrij vermogen:* het heffingvrij vermogen, bedoeld in de artikelen 5.5 en 5.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
- *inkomen:* het inkomen, zoals berekend ingevolge de artikelen 34a tot en met 34d;
- *inkomensgegeven:* inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
@ -504,7 +503,7 @@ g. de organisatie van het kantoor waar de mediator werkzaam is.
### Artikel 34
**1.** Rechtsbijstand overeenkomstig de bepalingen van deze wet wordt verleend aan hen wier inkomen per jaar € 21 800 per 1 januari 2011: € 24.600of minder bedraagt, indien zij alleenstaand zijn, dan wel, indien zij met één of meer anderen een gemeenschappelijke huishouding voeren, ten hoogste € 31 000 per 1 januari 2011: € 34.700.
**1.** Rechtsbijstand overeenkomstig de bepalingen van deze wet wordt verleend aan hen wier inkomen per jaar € 21 800 per 1 januari 2012: € 24.900of minder bedraagt, indien zij alleenstaand zijn, dan wel, indien zij met één of meer anderen een gemeenschappelijke huishouding voeren, ten hoogste € 31 000 per 1 januari 2012: € 35.200.
**2.** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt geen rechtsbijstand verleend, indien de rechtzoekende beschikt over een vermogen dat meer bedraagt dan het heffingvrij vermogen.
@ -780,7 +779,7 @@ h. artikel 5 van de Wet tijdelijk huisverbod.
**3.** Het bestuur is bevoegd geen eigen bijdrage op te leggen bij de toevoeging van een raadsman aan hen die zich anders dan als verdachte of veroordeelde krachtens het Wetboek van Strafrecht of Wetboek van Strafvordering laten bijstaan.
**4.** Ongeacht de draagkracht is rechtsbijstand aan een slachtoffer van een misdrijf tegen de zeden of een geweldsmisdrijf kosteloos, indien in de desbetreffende zaak vervolging is ingesteld en het slachtoffer overeenkomstig artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven in aanmerking komt voor een uitkering.
**4.** Ongeacht de draagkracht is rechtsbijstand aan een slachtoffer van een misdrijf tegen de zeden of een geweldsmisdrijf onderscheidenlijk aan een nabestaande van een slachtoffer van een zodanig misdrijf, indien het slachtoffer als gevolg van dat misdrijf is overleden, kosteloos, indien in de desbetreffende zaak vervolging is ingesteld en het slachtoffer onderscheidenlijk de nabestaande overeenkomstig artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven in aanmerking komt voor een uitkering.
### Artikel 44a
@ -798,9 +797,9 @@ Vervallen
**1.** Indien beroep wordt ingesteld tegen een besluit van het bestuur is, in afwijking van artikel 8:7, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de rechtbank bevoegd binnen het rechtsgebied waarvan de vestiging van de raad, bedoeld in artikel 24, tweede lid, is gelegen.
**2.** In afwijking van artikel 8:41, derde lid, onder b en c, van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt het griffierecht € 41 indien door een rechtzoekende beroep wordt ingesteld tegen een besluit van het bestuur.
**2.** In afwijking van artikel 8:41, derde lid, onder b en c, van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt het griffierecht € 42 indien door een rechtzoekende beroep wordt ingesteld tegen een besluit van het bestuur.
**3.** In afwijking van artikel 51, tweede lid, onder a en b, van de Wet op de Raad van State bedraagt het griffierecht € 112 indien door een rechtzoekende hoger beroep wordt ingesteld.
**3.** In afwijking van artikel 51, tweede lid, onder a en b, van de Wet op de Raad van State bedraagt het griffierecht € 115 indien door een rechtzoekende hoger beroep wordt ingesteld.
**4.** De in het tweede en derde lid genoemde bedragen kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd voorzover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft.